Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL IV Burgerlijke rechtspleging (art. 664–1385octiesdecies) › BOEK II _ GEDING.

HOOFDSTUK IV _ Dossier van de rechtspleging.

720–725bis

Art. 720

Voor iedere zaak die op de algemene rol is ingeschreven, wordt een dossier aangelegd.

Het dossier vermeldt zichtbaar de datum van de inschrijving op de rol en het volgnummer van de zaak.

(NOTA: vervangen door W 2006-07-10/39, art. 15 en 27, 2°, 078; Inwerkingtreding: 01-01-2017 (zie W 2014-12-19/24, art. 20), opgeheven zichzelf door art. 176, 9° et 10° van W 2016-12-25/14; Inwerkingtreding: 31-12-2016)

Art. 721

§ 1.Het dossier bevat onder meer:

1°de akten van rechtsingang of van voorziening en hun bijlagen of, bij gebrek van de originelen, de betekende afschriften van die akten of de eensluidend verklaarde afschriften;

2°de kennisgevingen, aanmaningen, conclusies en memories van de partijen evenals het afschrift van de brief waarbij de toezending van de stukken wordt gemeld, in het geval van artikel 737, tweede lid;

3°de processen-verbaal van de zitting of van de onderzoeksmaatregelen die in de zaak bevolen zijn en in het algemeen alle door de rechter opgemaakte akten;

4°de akte waarin de beëdiging van de deskundige wordt vastgesteld;

5°de verslagen opgemaakt ter uitvoering van de beslissingen van de rechter;

6°het advies van het openbaar ministerie;

7°het door de griffier eensluidend verklaarde afschrift van de beslissingen die in de zaak zijn gewezen;

8°de akte van volmacht, bedoeld in artikel 728, §§ 2, 2bis en 3;

9°de inventaris van de stavingstukken van iedere partij;

10°het ontvangstbewijs van neerlegging van de geïnventariseerde stavingstukken.

Deze stukken worden door de griffier in het dossier gevoegd op de dag dat zij worden neergelegd.

Voor elk dossier wordt een inventaris van de stukken opgemaakt, die door de griffier wordt bijgehouden en waarin de datum van neerlegging van die stukken wordt vermeld.

§ 2.Een procedurestuk kan opgemaakt worden in gedematerialiseerde en in materiële vorm.

§ 3.Onder voorbehoud van artikel 782 wordt een procedurestuk dat in gedematerialiseerde vorm wordt opgemaakt en waarvan de wet de ondertekening vereist, ondertekend met een gekwalificeerde elektronische handtekening in de zin van artikel 3.12 van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.

Voor een procedurestuk dat in gedematerialiseerde vorm wordt opgemaakt en waarvan de wet de ondertekening niet vereist, volstaat een geavanceerde elektronische handtekening in de zin van artikel 3.11 van de Verordening bedoeld in het eerste lid, of een geavanceerd elektronisch zegel in de zin van artikel 3.26 van die Verordening.

De elektronische ondertekening van een procedurestuk door een lid van de rechterlijke orde, opgenomen in de in artikel 315ter, § 1, eerste lid, bedoelde elektronische lijst, verzekert de hoedanigheid waarin de ondertekenaar ondertekent.

§ 4.Het digitaal dossier van de rechtspleging kan zowel bestaan uit stukken opgemaakt in gedematerialiseerde vorm, als uit stukken opgemaakt in materiële vorm die worden gedematerialiseerd.

Voor de door de rechterlijke orde in materiële vorm opgemaakte stukken die gedematerialiseerd worden of voor de in materiële vorm opgemaakte stukken van externe bronnen die na neerlegging gedematerialiseerd worden en toegevoegd worden aan het digitaal dossier, verklaren de griffier of de parketsecretaris het gedematerialiseerde stuk eensluidend aan het materiële stuk via een elektronisch zegel als bedoeld in paragraaf 3, tweede lid, of een elektronische handtekening als bedoeld in paragraaf 3, eerste lid.

§ 5.De Koning bepaalt de veiligheidsmaatregelen en de minimale technische normen waaraan de informaticasystemen die tot doel hebben de in paragraaf 3 bedoelde handelingen en verwerkingen te verrichten, moeten voldoen.

De Koning kan de wijze bepalen waarop de gekwalificeerde elektronische handtekening wordt gevisualiseerd.

§ 6.Het deel van het dossier van de rechtspleging in materiële vorm dat overeenkomstig paragraaf 4, tweede lid, is gedematerialiseerd en is opgenomen in het digitaal dossier in het Centraal register bedoeld in artikel 725bis/1, § 1, verliest zijn authentiek karakter. De griffier vermeldt in de inventaris van het dossier voor elk stuk van dit deel waar het wordt bewaard in het Centraal register.

Stukken uit het deel bedoeld in het eerste lid kunnen uit het dossier van de rechtspleging in materiële vorm worden verwijderd door de griffier. Hij maakt hiervan melding in de inventaris van het dossier.

Art. 722

Ingeval het dossier of een deel ervan aan een andere rechter moet worden voorgelegd, wordt het dossier of het deel ervan door de griffier meegedeeld of wordt het beheer ervan door hem overgedragen aan de griffier van de rechter voor wie de zaak aanhangig wordt gemaakt. Ingeval het dossier is opgenomen in een dossier als bedoeld in artikel 725bis, wordt het samen met dit laatste dossier meegedeeld, of wordt het beheer van beide dossiers samen overgedragen.

Is er een beslissing gewezen, dan wordt een afschrift daarvan gevoegd bij het dossier dat moet worden meegedeeld of waarvan het beheer moet worden overgedragen.

Art. 723

§ 1.Indien tegen de gewezen beslissing een rechtsmiddel bij een hogere rechtsmacht wordt ingesteld, verzoekt de griffier van deze rechtsmacht, binnen vijf dagen na de inschrijving van de zaak op de rol, de griffier die het dossier van de rechtspleging beheert, hem dit binnen vijf dagen na ontvangst van het verzoek mee te delen of hem het beheer ervan over te dragen. De Koning bepaalt op welke wijze het dossier wordt meegedeeld of het beheer ervan wordt overgedragen.

§ 2.De bij akte van gerechtsdeurwaarder ingestelde voorziening tegen een beslissing waarvoor, om gevolg te hebben, binnen een door de wet bepaalde termijn een akte van de burgerlijke stand moet worden opgemaakt of gewijzigd, wordt binnen vijf dagen na de dag waarop de voorziening is ingesteld, bij akte van gerechtsdeurwaarder ter kennis gebracht van de griffier van de rechtsmacht die de bestreden beslissing heeft gewezen, op straffe van verval indien de laattijdige kennisgeving aanleiding gaf tot opmaak of wijziging van de akte van de burgerlijke stand.

§ 3.Van het bij verzoekschrift ingestelde rechtsmiddel bij een hogere rechtsmacht wordt samen met het in paragraaf 1 bedoelde verzoek tot mededeling of overdracht een afschrift meegedeeld aan de griffier die het dossier van de rechtspleging in eerste aanleg beheerde. De griffier maakt op de kant van de beslissing melding van het ingestelde rechtsmiddel.

Art. 724

Wanneer de rechter in hoger beroep uitspraak heeft gedaan en geen voorziening in cassatie is ingesteld, wordt het dossier terug meegedeeld of wordt het beheer ervan terug overgedragen aan de griffier van de rechter voor wie de zaak in eerste aanleg aanhangig was.

Dit geldt eveneens wanneer het Hof van Cassatie de voorziening verwerpt of de beslissing vernietigt zonder verwijzing.

Art. 725

Iedere partij kan zich een eensluidend verklaard afschrift van de stukken doen afgeven door de griffier die het dossier beheert.

De rechter bepaalt de kosten van afschrift die voor begroting in aanmerking komen.

Art. 725bis

§ 1.Onverminderd de bepalingen van dit hoofdstuk worden de bij de familierechtbank ingediende vorderingen tussen partijen die ofwel samen een minderjarig kind hebben, ofwel gehuwd zijn of waren, ofwel wettelijk samenwonenden zijn of waren, samengevoegd in één dossier, dat het familiedossier wordt genoemd.

Worden ook bij het in het eerste lid bedoelde familiedossier gevoegd, de zaken met betrekking tot een kind waarvan de afstamming slechts ten aanzien van één ouder is vastgesteld, alsook de zaken met betrekking tot het in artikel 375bis van het Burgerlijk Wetboek bedoelde persoonlijk contact.

§ 2.Het familiedossier wordt geopend vanaf de eerste vordering die bij de familierechtbank wordt ingesteld.

Onverminderd de volgnummers die overeenkomstig artikel 720 aan alle zaken worden toegekend, wordt een specifiek nummer aan het familiedossier toegekend. Dit nummer wordt vermeld op alle akten van rechtsingang, besluiten en andere stukken van het dossier.

Onverminderd de bepalingen van artikel 721, bevat het familiedossier alle opeenvolgende zaken betreffende dezelfde partijen en hun huidige of toekomstige gemeenschappelijke kinderen.

In geval van verwijzing van een familierechtbank naar een andere, wordt het volledige familiedossier onverwijld meegedeeld of wordt het beheer ervan onverwijld overgedragen.