§ 1.Bij de Federale Overheidsdienst Justitie wordt een "Centraal register van dossiers van de rechtspleging" opgericht, hierna "Centraal register" genoemd.
Het Centraal register is een geïnformatiseerde gegevensbank met als doelen:
1°het gecentraliseerd opnemen en bewaren in gedematerialiseerde vorm van de dossiers van de rechtspleging teneinde de uitoefening van de wettelijke opdrachten van de rechterlijke orde te vergemakkelijken;
2°te fungeren als authentieke bron, bedoeld in artikel 2, eerste lid, 6°, van de wet van 15 augustus 2012 houdende oprichting en organisatie van een federale dienstenintegrator, van de dossiers van de rechtspleging die er geheel in zijn opgenomen, en van de dossiers van de rechtspleging die er gedeeltelijk in zijn opgenomen, voor dat gedeelte;
3°de raadpleging via elektronische weg van de in het Centraal register opgenomen gegevens toe te laten door de personen en actoren die deze met toepassing van paragraaf 5, eerste lid, mogen raadplegen;
4°de verwerking van de in het Centraal register opgenomen gegevens voor het verbeteren van de kwaliteit van die gegevens;
5°de verwerking van de in het Centraal register opgenomen gegevens voor het optimaliseren van de organisatie van de rechterlijke orde, om een efficiënter beheer, een betere beleidsondersteuning, een betere impactanalyse van wetswijzigingen en een betere toewijzing van de menselijke en logistieke middelen binnen de rechterlijke orde mogelijk te maken;
6°de verwerking van de in het Centraal register opgenomen gegevens voor de ontwikkeling van informaticasystemen voor de ondersteuning van de leden van de rechterlijke orde, opgenomen in de in artikel 315ter, § 1, eerste lid, bedoelde elektronische lijst, bij de uitoefening van hun wettelijke opdrachten;
7°de verwerking van een geheel van of van individuele in het Centraal register opgenomen gegevens, voor historische of wetenschappelijke doeleinden;
8°de verwerking van gespecifieerde individuele in het Centraal register opgenomen gegevens, voor journalistieke doeleinden;
9°de verwerking voor statistische doeleinden, binnen de grenzen bepaald bij titel 4 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, van de in het Centraal register opgenomen gegevens.
§ 2.In het Centraal register worden de volgende gegevens opgenomen:
1°het overeenkomstig artikel 721 in gedematerialiseerde vorm aangelegde dossier van de rechtspleging;
2°het overeenkomstig de wet gedematerialiseerde dossier van de rechtspleging dat aanvankelijk in materiële vorm werd aangelegd;
3°de metagegevens noodzakelijk voor het bereiken van de doelen bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, te weten:
a)de gegevens van het gerecht dat en de personen die het dossier van de rechtspleging beheren;
b)de gegevens betreffende het dossier van de rechtspleging;
c)de noodzakelijke identificatiegegevens van de in het dossier van de rechtspleging vermelde personen;
d)het unieke identificatienummer van het dossier van de rechtspleging;
e)de algemene beschrijving van het geschil.
4°de gegevens noodzakelijk voor de veiligheid van het Centraal register.
De Koning bepaalt, na advies van de in paragraaf 3 bedoelde beheerder, de exacte gegevens bedoeld in het eerste lid, 3°, opgenomen in het Centraal register.
De Koning bepaalt de technische voorwaarden waaraan het dossier van de rechtspleging moet voldoen met het oog op zijn opname in het Centraal register.
§ 3.Het Centraal register wordt beheerd door de beheerder bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de wet van 18 februari 2014 betreffende de invoering van een verzelfstandigd beheer voor de rechterlijke organisatie.
De beheerder staat in voor de inrichting en het beheer van de werking van het Centraal register. Hij heeft in het bijzonder als opdracht:
1°het bewaken van het respecteren van de doelen van het Centraal register en van de maximale afwezigheid van ongemachtigd downloaden van gegevens;
2°het toezien op de werking van het Centraal register, met inbegrip van het toezicht op het toegangsbeleid en het uitoefenen van de controle hierop;
3°het schriftelijk en onder voorwaarden machtigen van de derden bedoeld in paragraaf 5, eerste lid, 5° en 7°, voor de verwerkingen bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 6° of 9°;
4°het toezien op de technische infrastructuur van het Centraal register;
5°het regelmatig verslag uitbrengen over de werking van het Centraal register en over de uitoefening van de opdrachten bedoeld in de bepalingen onder 1° tot 4°.
Het verslag bedoeld in het tweede lid, 5°, wordt jaarlijks neergelegd bij de minister van Justitie en bij de functionaris voor gegevensbescherming bedoeld in paragraaf 5, eerste lid, 2°, d).
§ 4.De verwerkingsverantwoordelijkheid wordt geregeld overeenkomstig artikel 42, derde lid, van de wet van 18 februari 2014 betreffende de invoering van een verzelfstandigd beheer voor de rechterlijke organisatie.
§ 5.Hebben toegang tot het Centraal register:
1°voor het neerleggen, aanvullen en verbeteren van de in paragraaf 2, eerste lid, bedoelde gegevens, de personen opgenomen in de in artikel 315ter, § 1, eerste lid, bedoeld elektronische lijst, van het gerecht waarbij de zaak waarop het dossier betrekking heeft, aanhangig is, binnen de grenzen van hun wettelijke opdrachten;
2°voor het raadplegen van de in paragraaf 2, eerste lid, bedoelde gegevens:
a)de personen opgenomen in de in artikel 315ter, § 1, eerste lid, bedoeld elektronische lijst, van het gerecht waarbij de zaak waarop het dossier betrekking heeft, aanhangig is, binnen de grenzen van hun wettelijke opdrachten;
b)de personen opgenomen in de in artikel 315ter, § 1, eerste lid, bedoeld elektronische lijst, van het openbaar ministerie, binnen de grenzen van hun wettelijke opdrachten;
c)de personen die overeenkomstig de wet inzagerecht hebben in een welbepaald dossier, waarbij de raadpleging beperkt blijft tot dat dossier en het inzagerecht uitsluitend wordt uitgeoefend binnen de grenzen en conform de nadere regels van het Gerechtelijk Wetboek en de bijzondere wetten die betrekking hebben op de rechtspleging en de uitvoeringsbesluiten ervan;
d)de functionaris voor gegevensbescherming aangesteld door de gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken, binnen de grenzen van zijn wettelijke opdrachten;
3°bij wege van uitzondering, wanneer de vereisten van hun opdracht deze toegang onontbeerlijk maken, de door de beheerder aangestelde personen belast met het technisch en operationeel beheer van het Centraal register, handelend binnen het kader van hun functie;
4°voor de gegevensverwerking bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 5°:
a)de gerechtelijke overheden belast met het beheer en de organisatie van de hoven en rechtbanken;
b)de diensten belast met statistische analyse bij de in de beheerder vertegenwoordigde entiteiten;
5°voor de gegevensverwerking bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 6°, de door de beheerder schriftelijk gemachtigde derden, overeenkomstig de door de beheerder bepaalde voorwaarden;
6°voor de gegevensverwerkingen bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 7° of 8°, de door het gerecht waarbij de zaak waarop het dossier betrekking heeft, aanhangig is, schriftelijk gemachtigde derden;
7°Voor de gegevensverwerking bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 9°, de door de beheerder schriftelijk gemachtigde publieke overheden, overeenkomstig de door de beheerder bepaalde voorwaarden.
Onverminderd de bepalingen onder 1° en 3° kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, andere overheden, organen of diensten aanwijzen voor het neerleggen van de in paragraaf 2, eerste lid, bedoelde gegevens.
De verwerking van de in het Centraal register opgenomen gegevens voor andere doelen dan diegene bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, is verboden. De overtreding van dit verbod wordt bestraft met de straf bedoeld in artikel 222 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.
De Koning bepaalt, na advies van de beheerder, de nadere regels en procedures betreffende de toegang tot het Centraal register.
Hij die in welke hoedanigheid dan ook deelneemt aan het verzamelen of aan de registratie van gegevens in het Centraal register of aan de verwerking of de mededeling van de erin geregistreerde gegevens en daardoor kennis heeft van die gegevens, moet, in voorkomend geval, het vertrouwelijk karakter ervan in acht nemen. Bij een inbreuk zijn de straffen van artikel 458 van het Strafwetboek op hem van toepassing.
Wanneer de beheerder vaststelt dat ongerechtvaardigd gebruik wordt gemaakt van de toegang tot het Centraal register, brengt hij dit ter kennis van de overheid die krachtens de wet bevoegd is om een tuchtprocedure in te stellen ten aanzien van de betrokken gebruiker.
§ 6.Het dossier van de rechtspleging wordt bewaard gedurende een termijn van tien jaar vanaf de beëindiging van het geding waarop het dossier betrekking heeft. Deze bewaartermijn wordt zo nodig verlengd tot uitputting van alle gewone rechtsmiddelen en, in voorkomend geval, de voorziening in Cassatie in de zaak waarop het dossier betrekking heeft. In elk geval mag de bewaartermijn niet korter zijn dan deze voorzien in de selectielijst voor de archieven van de rechterlijke macht, opgemaakt in uitvoering van de archiefwet van 24 juni 1955 en vastgelegd in een omzendbrief die wordt bekendgemaakt op de website van het Rijksarchief.
Na afloop van de in het eerste lid bedoelde bewaartermijn wordt een selectie van de dossiers van de rechtspleging, behoudens regelmatige vrijstelling, in goede, geordende en toegankelijke staat naar het Rijksarchief overgebracht. Indien deze overbrenging onmogelijk blijkt, wordt het dossier bewaard in het Centraal register tot wanneer zijn overbrenging overeenkomstig artikel 1, eerste lid, van de archiefwet van 24 juni 1955, plaats vindt.
§ 7.De Koning bepaalt, na advies van de beheerder, de nadere technische en materiële regels voor de inrichting en werking van het Centraal register, die echter geen invloed kunnen hebben op de inhoud of de begrijpelijkheid van de in het Centraal register opgenomen dossiers van de rechtspleging.