Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL II Rechterlijke organisatie (art. 58–555/16) › BOEK IV - Gerechtsdeurwaarders

HOOFDSTUK I - Titel, statuut, benoeming, eed en vestiging

509–518

Art. 509

§ 1.Gerechtsdeurwaarders zijn openbare ambtenaren en ministeriële officieren in de uitoefening van de ambtelijke taken die door een wet, decreet, ordonnantie of koninklijk besluit aan hen zijn opgedragen of voorbehouden.

Zij verlenen authenticiteit aan hun akten overeenkomstig artikel 8.1, 5° van het Burgerlijk Wetboek. Elke akte wordt in gedematerialiseerde vorm opgemaakt en ondertekend overeenkomstig artikel 8.15, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek. De Koning kan de nadere regels daarvan bepalen.

Indien het om technische redenen of omwille van overmacht onmogelijk is de akte overeenkomstig het tweede lid in gedematerialiseerde vorm op te maken, kan zij worden opgemaakt in niet-gedematerialiseerde vorm.

De akte bedoeld in het tweede lid, tweede zin, wordt opgenomen in het Centraal register bedoeld in artikel 32quater/2, § 1, eerste lid, van zodra zij is ondertekend. Van zodra de onmogelijkheid bedoeld in het derde lid ophoudt te bestaan, wordt de akte bedoeld in hetzelfde lid gedematerialiseerd overeenkomstig de door de Koning bepaalde nadere regels en vervolgens opgenomen in hetzelfde Centraal register.

In geval het aanbieden of ontvangen van een akte in gedematerialiseerde vorm om technische redenen of omwille van overmacht onmogelijk is, kan een door de gerechtsdeurwaarder eensluidend verklaard afschrift van de akte aangeboden of ontvangen worden.

In elk gerechtelijk arrondissement zijn er gerechtsdeurwaarders. Zij worden door de Koning benoemd uit de kandidaten voorgedragen overeenkomstig de in artikel 515 bedoelde regels. Ze worden tot de leeftijd van zeventig jaar benoemd. Wanneer er, op de leeftijd van zeventig jaar, nog geen dertig jaar is verstreken sinds hun benoeming, blijven zij benoemd tot na het verstrijken van deze termijn en uiterlijk tot de leeftijd van vijfenzeventig jaar. Twee jaar voor het bereiken van de door dit lid vastgestelde grens worden zij als ontslagnemend beschouwd.

Tijdens het burgerlijk jaar waarin zij als ontslagnemend worden beschouwd, wordt met de procedure om te voorzien in hun vervanging een aanvang genomen. Zij kunnen het ambt verder uitoefenen als ontslagnemend gerechtsdeurwaarder binnen de in het derde lid vastgestelde grenzen. Zodra zij hun activiteiten effectief hebben gestaakt, is de procedure bedoeld in artikel 523, § 1, van toepassing.

§ 2.Een gerechtsdeurwaarder die eervol ontslag genomen heeft, mag de titel voeren van ere-gerechtsdeurwaarder, indien die hem door de Koning werd verleend.

§ 3.De gerechtsdeurwaarder is persoonlijk aansprakelijk voor de fouten die hij begaat in de uitoefening van zijn ambt, ongeacht of hij dat ambt al dan niet binnen een onderneming uitoefent. Hij is verplicht die aansprakelijkheid te verzekeren ten belope van vijf miljoen euro. Hij kan echter slechts aansprakelijk worden gesteld ten belope van maximum 5 miljoen euro per schadegeval.

Art. 510

§ 1.Ieder jaar benoemt de Koning een bepaald aantal kandidaat-gerechtsdeurwaarders.

Zij worden benoemd tot de leeftijd van zeventig jaar.

§ 2.Na het advies van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders ingewonnen te hebben, stelt de Koning ieder jaar het aantal te benoemen kandidaat-gerechtsdeurwaarders, per taalrol, vast. Dit aantal wordt vastgesteld door de Koning op basis van het aantal te benoemen gerechtsdeurwaarders-titularis, van het aantal laureaten van vroegere sessies die nog niet benoemd zijn en van de behoefte aan bijkomende kandidaat-gerechtsdeurwaarders. De taalrol wordt bepaald door de taal van het diploma.

Het krachtens het eerste lid genomen koninklijk besluit, alsook een oproep tot kandidaatstelling worden jaarlijks bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

§ 3.Om tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder te kunnen worden benoemd, moet de betrokkene:

1°houder zijn van het diploma van doctor, licentiaat of master in de rechten;

2°een gedrag hebben dat in overeenstemming is met de eisen van de beoogde betrekking. Het vervullen van deze voorwaarde wordt bewezen door middel van een uittreksel uit het strafregister dat dateert van na de bekendmaking van de oproep tot kandidaatstelling bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, waaruit blijkt dat de kandidaat-gerechtsdeurwaarder niet werd veroordeeld, zelfs niet met uitstel, bij een in kracht van gewijsde gegane veroordeling, tot een straf als bedoeld in de artikelen 36 en 37 van het Strafwetboek, tenzij hij in eer en rechten hersteld is. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op de personen die in het buitenland werden veroordeeld tot soortgelijke, in kracht van gewijsde gegane veroordelingen;

3°Belg zijn en de burgerlijke en politieke rechten genieten;

4°houder zijn van het in artikel 511 bedoelde stagecertificaat;

5°voorkomen op de in artikel 513, § 5, bedoelde definitieve lijst.

Art. 511

§ 1.Om een stagecertificaat te verkrijgen, moet de betrokkene een effectieve stage hebben volbracht van twee volle jaren zonder onderbreking in een of meer kantoren van een gerechtsdeurwaarder stagemeester. De stagemeester is reeds 7 jaar ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 555/1, § 1, 15°, waarvan minstens 3 volle jaren als gerechtsdeurwaarder en heeft geen tuchtrechtelijke geldboete van meer dan 5.000 euro of een tuchtstraf zoals omschreven in artikel 555/3, derde lid, vierde tot zesde streepje, opgelopen, en voldoet aan de voorwaarden vastgelegd in het stagereglement goedgekeurd door de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders.

§ 2.De stage kan pas ingaan nadat de betrokkene het diploma van doctor, licentiaat of master in de rechten heeft behaald.

§ 3.Gelden niet als onderbreking, maar slechts als schorsing van de stage:

1°een jaarlijkse vakantie van maximum dertig kalenderdagen;

2°afwezigheden wegens ziekte die gestaafd worden door medische getuigschriften, welke in totaal maximum zes maanden van de stageperiode in beslag mogen nemen;

3°ouderschapsverlof;

4°afwezigheden te wijten aan door de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders aanvaarde omstandigheden van overmacht.

§ 4.De Koning bepaalt de inhoud van de stage en de wijze waarop deze wordt georganiseerd en het aantal uren permanente vorming, relevant voor de uitoefening van het beroep van gerechtsdeurwaarder, dat gevolgd dient te worden. De voorwaarden waaraan deze vorming dient te voldoen, worden bepaald door de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders.

De duur en de inhoud van de doorlopen stage moeten blijken uit het stageboekje dat wordt opgesteld door de stagemeester(s). De vorm, de wijze van afgifte alsook de voorwaarden voor het bijhouden van dit stageboekje worden vastgesteld door de Koning.

Na ontvangst van het stageboekje en controle van de overeenstemming ervan met de in dit artikel vermelde voorwaarden, reikt de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders aan de stagiair het stagecertificaat uit.

Art. 512

§ 1.Er wordt een Nederlandstalige en een Franstalige benoemingscommissie voor gerechtsdeurwaarders opgericht. Beide commissies vormen samen de verenigde benoemingscommissies voor gerechtsdeurwaarders.

De Nederlandstalige benoemingscommissie is bevoegd voor:

-de rangschikking van de meest geschikte kandidaten voor een benoeming tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder, van wie de in artikel 510, § 3, 1°, bedoelde taal van het diploma het Nederlands is;

-de rangschikking van de kandidaten voor een benoeming tot gerechtsdeurwaarder-titularis in de gerechtelijke arrondissementen waar noch de Franstalige, noch de verenigde benoemingscommissies bevoegd voor zijn.

De Franstalige benoemingscommissie is bevoegd voor:

-de rangschikking van de meest geschikte kandidaten voor een benoeming tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder, van wie de in artikel 510, § 3, 1°, bedoelde taal van het diploma het Frans is;

-de rangschikking van de kandidaten voor een benoeming tot gerechtsdeurwaarder-titularis in de in het Waalse Gewest gelegen gerechtelijke arrondissementen.

De verenigde benoemingscommissies zijn bevoegd voor:

-de rangschikking van de kandidaten voor een benoeming tot gerechtsdeurwaarder-titularis in het gerechtelijk arrondissement Brussel;

-het opstellen van het programma van de in artikel 513 bedoelde vergelijkende toelatingsproef.

§ 2.Elke benoemingscommissies is samengesteld als volgt:

1°een magistraat in functie die wordt gekozen uit de zittende magistraten van de hoven en rechtbanken en de magistraten van het openbaar ministerie;

2°drie gerechtsdeurwaarders die ten minste uit twee verschillende gerechtelijke arrondissementen afkomstig zijn en, wanneer zij uit hetzelfde gerechtelijke arrondissement afkomstig zijn, die afkomstig zijn uit twee verschillende gerechtelijke kantons, onder wie een gerechtsdeurwaarder die op het ogenblik van zijn aanstelling minder dan vijf jaren anciënniteit heeft;

3°een hoogleraar of docent aan een faculteit voor rechtsgeleerdheid van een Belgische universiteit, die geen gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder is;

4°een extern lid met een voor de opdracht relevante beroepservaring.

§ 3.De minister van Justitie benoemt de leden van de benoemingscommissies. Geen enkel lid mag de leeftijd van zesenzestig jaar bereikt hebben op het ogenblik van het indienen van zijn kandidatuur tenzij hij zijn beroep gedurende vier volle jaren kan blijven uitoefenen en op voorwaarde dat hij de leeftijd van eenenzeventig jaar niet heeft bereikt op het ogenblik van het indienen van zijn kandidatuur.

De leden-gerechtsdeurwaarders worden benoemd op voordracht van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders.

Elk lid wordt volgens zijn taalrol aangewezen om deel uit te maken van de ene of de andere benoemingscommissie. De taalrol wordt voor gerechtsdeurwaarders, docenten of hoogleraren bepaald door de taal van hun diploma. Ten minste een lid van de Franstalige benoemingscommissie of een plaatsvervanger moet het bewijs leveren van de kennis van het Duits overeenkomstig de artikelen 45, § 2, en 43quinquies van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.

Voor elk lid wordt een plaatsvervanger aangewezen die aan dezelfde voorwaarden voldoet.

Een mandaat in een benoemingscommissie is onverenigbaar met een politiek mandaat of met een mandaat binnen het directiecomité van de Nationale Kamer.

De leden van een benoemingscommissie hebben zitting voor een termijn van vier jaar; een uittredend lid kan éénmaal herbenoemd worden. Elk lid kan op zijn verzoek door de voorzitter van de benoemingscommissie van zijn mandaat worden ontheven. Een effectief lid dat in de onmogelijkheid verkeert zijn mandaat verder uit te oefenen of ontslagnemende is wordt van rechtswege opgevolgd door zijn plaatsvervanger, die het mandaat voltooit. De voorzitter verzoekt om de aanwijzing van een nieuwe plaatsvervanger die het mandaat voltooit van het plaatsvervangend lid. Indien de resterende duur van het mandaat minder dan twee jaar bedraagt, wordt deze niet in aanmerking genomen voor de toepassing van de in deze bepaling vastgestelde beperking van het aantal mandaten.

§ 4.Elke benoemingscommissie kiest uit haar effectieve leden, bij gewone meerderheid, een voorzitter, een ondervoorzitter en een secretaris.

Bij afwezigheid van de voorzitter wordt het voorzitterschap van de benoemingscommissie waargenomen door de ondervoorzitter en bij diens afwezigheid, door het oudste aanwezige lid.

Het voorzitterschap van de verenigde benoemingscommissies wordt beurtelings bekleed voor een termijn van twee jaar door de respectieve voorzitters van de Nederlandstalige en Franstalige benoemingscommissie. Gedurende de eerste twee jaar wordt het voorzitterschap toevertrouwd aan de oudste van beiden. Bij afwezigheid van de voorzitter wordt het voorzitterschap waargenomen door de ondervoorzitter die behoort tot dezelfde commissie als de voorzitter in functie en bij diens afwezigheid, door het oudste aanwezig lid dat behoort tot dezelfde commissie als de voorzitter in functie.

§ 5.Om geldig te beraadslagen en te beslissen, moet de meerderheid van de leden van de benoemingscommissie, of een meerderheid van de leden van elke benoemingscommissie in geval van een beraadslaging of beslissing van de verenigde benoemingscommissies, aanwezig zijn.. Ingeval van afwezigheid of verhindering van een effectief lid treedt zijn plaatsvervanger op.

De beslissingen worden bij gewone meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen is de stem van het lid dat het voorzitterschap waarneemt doorslaggevend.

§ 6.Het is de leden van een benoemingscommissie verboden deel te nemen aan een beraadslaging of een beslissing waarbij zij een persoonlijk, rechtstreeks of onrechtstreeks belang hebben. De leden van een benoemingscommissie zijn tot geheimhouding verplicht. Artikel 352 van het Strafwetboek is op hen van toepassing.

§ 7.De nadere regels voor de werking van de benoemingscommissies en het presentiegeld van de leden worden door de Koning bepaald. De benoemingscommissies kunnen een huishoudelijk reglement opstellen dat dient goedgekeurd te worden door de Koning. De benoemingscommissies hanteren een lijst van uniforme evaluatiecriteria. Het reglement en de lijst worden door de Koning goedgekeurd.

Art. 513

§ 1.De houder van een stagecertificaat bedoeld in artikel 511 die kandidaat-gerechtsdeurwaarder wil worden, moet, op straffe van verval, zijn kandidatuur op de door de Koning bepaalde wijze bij de minister van Justitie indienen binnen een termijn van een maand na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het in artikel 510, § 2, tweede lid, bedoelde koninklijk besluit.

Om ontvankelijk te zijn, moet iedere kandidaatstelling voor een benoeming tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder de door de Koning bepaalde bijlagen bevatten.

§ 2.Elke kandidaat die voldoet aan de voorwaarden van artikel 510, § 3, 1° tot 4°, wordt volgens zijn taalrol verwezen naar de ene of de andere in artikel 512 bedoelde benoemingscommissie.

Elke benoemingscommissie moet de voor de uitoefening van het ambt van gerechtsdeurwaarder noodzakelijke kennis, maturiteit en praktische bekwaamheden van de kandidaten beoordelen en de meest geschikte kandidaten rangschikken op basis van hun bekwaamheid en geschiktheid. De rangschikking wordt opgemaakt op grond van een vergelijkend examen dat bestaat uit een schriftelijk en een mondeling gedeelte en op grond van een onderzoek van de adviezen waarin wordt voorzien in § 3. Tot het mondelinge gedeelte worden slechts die kandidaten toegelaten die op het schriftelijke gedeelte minstens 60 % van de punten hebben behaald. Het mondelinge gedeelte wordt afgenomen vooraleer de leden van de benoemingscommissie kennis kunnen nemen van de adviezen waarin wordt voorzien in § 3. Op het mondelinge gedeelte moet de kandidaat minstens 50 % van de punten hebben behaald.

Het schriftelijke en het mondelinge gedeelte tellen in gelijke mate mee voor de berekening van de einduitslag van het vergelijkend examen.

Het programma van het schriftelijke en het mondelinge gedeelte wordt opgesteld door de verenigde benoemingscommissies. Het programma wordt bij ministerieel besluit door de minister van Justitie goedgekeurd en in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

§ 3.Binnen honderdtwintig dagen na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het in artikel 510, § 2, bedoelde koninklijk besluit nodigt de benoemingscommissie de kandidaten die toegelaten worden tot het mondeling gedeelte uit. Terzelfdertijd verzoekt de benoemingscommissie de minister van Justitie om adviezen over deze kandidaten in te winnen bij de procureur des Konings van het arrondissement waar de kandidaat zijn woonplaats heeft. Die adviezen zijn het resultaat van een onderzoek naar diens omgeving en antecedenten.

Het advies wordt binnen vijfenveertig dagen na het verzoek door de adviesverlenende instantie door middel van een door de Koning bepaald standaardformulier en op de door hem bepaalde wijze te worden overgezonden aan de minister van Justitie. Bij gebrek aan advies binnen de vastgestelde termijn wordt dit advies geacht gunstig noch ongunstig te zijn, hetgeen wordt meegedeeld aan de betrokken kandidaat.

§ 4.De benoemingscommissie maakt binnen zestig dagen na de oproep tot de kandidaten voor het mondelinge gedeelte een voorlopige rangschikking op van de meest geschikte kandidaten op basis van de behaalde resultaten van het schriftelijke en het mondelinge gedeelte.

De minister van Justitie zendt de gevraagde adviezen onverwijld over aan de voorzitter van de benoemingscommissie nadat deze laatste hem de voorlopige rangschikking heeft overgezonden.

Na het onderzoek van de adviezen, gaat de benoemingscommissie binnen veertien dagen na de ontvangst van deze adviezen over tot de definitieve rangschikking van de kandidaten. De voorlopige rangschikking kan slechts gewijzigd worden indien het advies negatieve aanwijzingen over de betrokken kandidaat bevat. De benoemingscommissie zendt op de door de Koning bepaalde wijze de definitieve lijst van de gerangschikte kandidaten ter benoeming over aan de minister van Justitie, samen met een met redenen omkleed proces-verbaal dat ondertekend wordt door de voorzitter en de secretaris van de betrokken benoemingscommissie. De benoemingscommissie voegt hierbij ook de dossiers van de gerangschikte kandidaten. Er worden maximaal zoveel kandidaten gerangschikt als er vacante plaatsen van kandidaat-gerechtsdeurwaarder zijn, zoals vermeld in het koninklijk besluit dat bekend gemaakt is in het Belgisch Staatsblad, overeenkomstig artikel 510, § 2, tweede lid, samen met de oproep tot kandidaatstelling voor de betrokken vergelijkende toelatingsproef.

§ 5.De Koning benoemt de betrokkenen tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder binnen de veertig dagen na de overzending van de definitieve lijst met de gerangschikte kandidaten. Deze benoemingen worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

§ 6.Elke kandidaat kan, mits schriftelijk verzoek dat aan de benoemingscommissie wordt gericht, binnen acht dagen afschrift krijgen van het gedeelte van het proces-verbaal dat op hem en op de benoemde kandidaten betrekking heeft.

§ 7.Binnen veertien dagen na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, stuurt iedere benoemingscommissie aan de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders de lijst met benoemde kandidaat-gerechtsdeurwaarders met het oog op hun inschrijving op het tableau van de kandidaat-gerechtsdeurwaarders, dat door deze laatste wordt bijgehouden.

§ 8.De kandidaat-gerechtsdeurwaarder die op het tableau voorkomt, is onderworpen aan het gezag van de beroepsorganen van de gerechtsdeurwaarders.

Art. 514

§ 1.Wanneer een kandidaat-gerechtsdeurwaarder sedert ten minste zes maanden zijn voornaamste beroepsactiviteit niet meer in een gerechtsdeurwaarderskantoor uitoefent, wordt zijn inschrijving op het in artikel 513, § 8, bedoelde tableau, op verzoek van de procureur des Konings of van de raad van de arrondissementskamer waar de kandidaat-gerechtsdeurwaarder aangesloten is en op het tableau staat, weggelaten. De kandidaat-gerechtsdeurwaarder kan evenwel om ernstige redenen vragen dat zijn inschrijving op het tableau wordt gehandhaafd. De kandidaat-gerechtsdeurwaarder wordt gehoord.

De beslissing van de raad van de arrondissementskamer wordt met redenen omkleed en wordt binnen een maand ter kennis gebracht aan de kandidaat-gerechtsdeurwaarder. Deze laatste kan, binnen een termijn van één maand na de kennisgeving, tegen die beslissing op de door de Koning bepaalde wijze beroep instellen bij de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders.

Het in artikel 555, § 2, bedoelde directiecomité hoort de kandidaat-gerechtsdeurwaarder en doet binnen twee maanden na de instelling van het beroep uitspraak. Van de met redenen omklede beslissing wordt binnen de korst mogelijke tijd kennis gegeven aan de kandidaat-gerechtsdeurwaarder en de betrokken raad van de arrondissementskamer.

§ 2.De kandidaat-gerechtsdeurwaarder die zijn beroepsactiviteit in een gerechtsdeurwaarderskantoor beëindigt, kan de raad van de arrondissementskamer om de weglating van zijn inschrijving op het tableau verzoeken.

§ 3.Een kandidaat-gerechtsdeurwaarder die met toepassing van § 1 of § 2 weggelaten is van het tableau kan op elk ogenblik aan de raad van de arrondissementskamer van het rechtsgebied waar hij opnieuw zijn voornaamste beroepsactiviteit in een gerechtsdeurwaarderskantoor uitoefent, zijn wederinschrijving vragen. De kandidaat-gerechtsdeurwaarder wordt gehoord. De beslissing van de raad van de arrondissementkamer wordt met redenen omkleed en wordt binnen een maand ter kennis gebracht van de kandidaat-gerechtsdeurwaarder. Tegen de weigering van wederinschrijving kan een beroep worden ingesteld bij de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders overeenkomstig de regels bepaald in § 1.

§ 4.Een kandidaat-gerechtsdeurwaarder van wie de inschrijving op het tableau met toepassing van paragraaf 1, van paragraaf 2 of van artikel 510, § 1, is weggelaten, mag de titel voeren van ere-kandidaat-gerechtsdeurwaarder, indien die hem door de Koning werd verleend.

Art. 515

§ 1.... De kandidaat-gerechtsdeurwaarder die zich kandidaat stelt voor een vacante plaats van gerechtsdeurwaarder moet, op straffe van verval, zijn kandidatuur op de door de Koning bepaalde wijze bij de minister van Justitie indienen binnen een termijn van een maand na bekendmaking van de vacature in het Belgisch Staatsblad. Bij deze kandidatuur zijn de door de Koning bepaalde bijlagen gevoegd. In het gerechtelijk arrondissement Brussel wordt het advies ingewonnen bij beide procureurs des Konings.

Om tot gerechtsdeurwaarder benoemd te worden, moet de betrokkene sedert minstens drie jaar kandidaat-gerechtsdeurwaarder zijn voor het einde van de in het eerste lid bedoelde termijn.

De vacatures worden één keer per jaar in het Belgisch Staatsblad bekend gemaakt, tenzij een afzonderlijke publicatie noodzakelijk is.

§ 2.Alvorens tot benoeming wordt overgegaan, dient binnen vijfenveertig dagen na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de vacature door de minister van Justitie het met redenen omklede schriftelijk advies over de kandidaten, waarvan de kandidaturen ontvankelijk zijn volgens de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid te worden aangevraagd aan:

1°de procureur des Konings van het arrondissement waar de kandidaat zijn woonplaats heeft, waarbij het gegeven advies het resultaat is van een onderzoek naar diens omgeving en antecedenten;

2°de raad van de arrondissementskamer van gerechtsdeurwaarders van het gerechtelijk arrondissement waar de kandidaat zijn beroepsactiviteit betreffende gerechtsdeurwaarder uitoefent of het laatst heeft uitgeoefend.

De Koning bepaalt de inhoudelijke en formele vormvereisten waaraan het advies van de raad van de arrondissementskamer moet voldoen.

Deze adviezen dienen binnen negentig dagen na voornoemde bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, door de adviesverlenende instanties op de door de Koning bepaalde wijze te worden overgezonden aan de minister van Justitie en in afschrift bij een aangetekende zending te worden gestuurd aan de kandidaten waarop ze betrekking hebben. Aan de minister van Justitie wordt op de door de Koning bepaalde wijze een afschrift gestuurd van het bewijs van deze aangetekende zending. Bij gebrek aan advies binnen de vastgestelde termijn of indien het standaardformulier niet is gebruikt, wordt dit advies geacht gunstig noch ongunstig te zijn, hetgeen wordt meegedeeld aan de betrokken kandidaat.

Binnen een termijn van honderd dagen na voornoemde bekendmaking in het Belgisch Staatsblad of uiterlijk binnen een termijn van vijftien dagen na de kennisgeving van het advies, kunnen de kandidaten bij een aangetekende zending, hun opmerkingen aan de adviesverlenende instantie en aan de minister van Justitie overzenden.

§ 3.Uiterlijk binnen dertig dagen na het verstrijken van de in § 2, vierde lid, bedoelde termijn zendt de minister van Justitie aan de bevoegde benoemingscommissie voor elke kandidaat, waarvan de kandidatuur ontvankelijk is volgens de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid een benoemingsdossier over.

Dit benoemingsdossier bevat uitsluitend:

1°de kandidatuur met de in § 1 bedoelde bijlagen;

2°de schriftelijke adviezen en de in § 2, vierde lid, bedoelde eventuele opmerkingen.

§ 4.De benoemingscommissie kan ambtshalve beslissen alle kandidaten te horen. Zo niet, bestudeert zij de door de minister van Justitie overgezonden benoemingsdossiers en maakt, op basis van door de Koning te bepalen objectieve criteria, een lijst op van de te horen kandidaten. Van deze lijst wordt een met redenen omkleed proces-verbaal opgemaakt. Nadat de benoemingscommissie door een aangetekende zending iedere kandidaat van haar met redenen omklede beslissing op de hoogte heeft gebracht, roept zij de in aanmerking genomen kandidaten op en hoort ze, alsook alle niet in aanmerking genomen kandidaten die, binnen een termijn van 15 dagen na de kennisgeving die aan hen werd gedaan, hierom hebben verzocht bij aangetekende zending. Zij maakt vervolgens een rangschikking op van de drie meest geschikte kandidaten. Indien de benoemingscommissie advies moet uitbrengen over minder dan drie kandidaten, wordt de lijst beperkt tot de enige kandidaat of de enige twee kandidaten..

De rangschikking geschiedt op grond van criteria die betrekking hebben op de bekwaamheid en de geschiktheid van de kandidaat voor het uitoefenen van het ambt van gerechtsdeurwaarder.

§ 5.Van de rangschikking wordt een met redenen omkleed proces-verbaal opgemaakt, dat door de voorzitter en de secretaris van de benoemingscommissie wordt ondertekend. Indien een kandidaat met eenparigheid van stemmen als eerste wordt gerangschikt, wordt daarvan melding gemaakt.

Binnen dertig dagen na het verstrijken van de in § 3 bedoelde termijn, zendt de voorzitter van de benoemingscommissie de lijst met de gerangschikte kandidaten en het proces-verbaal over aan de minister van Justitie en een afschrift van de lijst aan de gerangschikte kandidaten. De Koning benoemt de gerechtsdeurwaarder op voordracht van de minister van Justitie onder de door de benoemingscommissie gerangschikte kandidaten. In voorkomend geval neemt de benoeming een aanvang op de datum van de beëindiging van de activiteiten van de vervangen ontslagnemende gerechtsdeurwaarder bedoeld in artikel artikel 509, § 1, zesde lid.

Elke kandidaat die niet benoemd werd, kan, mits hij de benoemingscommissie er schriftelijk om verzoekt, inzage en een afschrift krijgen van het gedeelte van het proces-verbaal dat op hem en op de benoemde kandidaat betrekking heeft.

§ 6....

Art. 516

Het koninklijk besluit tot benoeming bepaalt in welk gerechtelijk arrondissement de gerechtsdeurwaarder zijn ambt zal uitoefenen en kantoor moet houden.

De gerechtsdeurwaarder houdt kantoor in de gemeente die de minister van Justitie aanwijst. Deze aanwijzing kan worden gewijzigd op verzoek van de betrokkene. Bij overtreding wordt de gerechtsdeurwaarder als ontslagnemend beschouwd; dientengevolge kan de minister van Justitie, na advies van de rechtbank aan de Koning voorstellen hem te vervangen.

De gerechtsdeurwaarder mag zijn ambtelijke taken slechts uitoefenen in het gerechtelijk arrondissement dat bij het koninklijk besluit tot benoeming is bepaald.

De gerechtsdeurwaarders met kantoor in de gerechtelijke arrondissementen van Antwerpen en West-Vlaanderen zijn bevoegd om hun ambt uit te oefenen in de territoriale zee bedoeld bij artikel 1 van de wet van 6 oktober 1987 tot vaststelling van de breedte van de territoriale zee van België, en in de exclusieve economische zone, bedoeld in artikel 2 van de wet van 22 april 1999 betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee.

In scheepvaartzaken zijn de gerechtsdeurwaarders met kantoor in de gerechtelijke arrondissementen van Antwerpen en Oost-Vlaanderen gelijkelijk bevoegd om hun ambt uit te oefenen in het Linkerscheldeoevergebied, bedoeld in artikel 1 van de wet van 19 juni 1978 betreffende het beheer van het Linkerscheldeoevergebied ter hoogte van Antwerpen en houdende maatregelen voor het beheer en de exploitatie van de haven van Antwerpen, gelegen binnen het arrondissement Oost-Vlaanderen.

De gerechtsdeurwaarders met standplaats in de kantons van Limburg Spa,in de twee kantons Verviers of in het gerechtelijk arrondissement Eupen mogen alle exploten in die gebiedsomschrijvingen verrichten. De gerechtsdeurwaarders met standplaats in de kantons Limburg, Malmédy-Spa-Stavelot, in de twee kantons Verviers die hun ambt willen uitoefenen in het gerechtelijk arrondissement Eupen, moeten echter het bewijs leveren van de kennis van het Duits, overeenkomstig de bepalingen van artikel 2 van het koninklijk besluit van 29 november 1993 tot bepaling van de eisen inzake taalkennis en tot regeling van de taalexamens voor de kandidaten voor het ambt van gerechtsdeurwaarder.

Art. 517

§ 1.De gerechtsdeurwaarder meldt zich binnen een maand na de inwerkingtreding van het aan hem ter kennis gebrachte benoemingsbesluit ter openbare terechtzitting aan bij de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement waar hij zijn ambt zal uitoefenen; hij legt er de eed af van trouw aan de Koning en van gehoorzaamheid aan de Grondwet en aan de wetten van het Belgische volk, alsmede die zich te zullen schikken naar de wetten en verordeningen van zijn ambt en zijn functies stipt en nauwgezet uit te oefenen.

§ 2.Onmiddellijk na zijn eedaflegging deponeert de gerechtsdeurwaarder zijn handtekening en paraaf ter griffie en bij de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders.

§ 3.De gerechtsdeurwaarder kan geen enkele ambtshandeling verrichten stellen vooraleer voldaan is aan de bepalingen van §§ 1 en 2.

Art. 518

De Koning bepaalt het aantal gerechtsdeurwaarders per gerechtelijk arrondissement, nadat de adviezen zijn ingewonnen van de procureur-generaal bij het hof van beroep, van de procureur des Konings en van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders.

De spreiding van de standplaatsen wordt door de Koning bepaald in functie van de bereikbaarheid van de gerechtsdeurwaarder voor de rechtsonderhorige.

...

Zijn er meer gerechtsdeurwaarders in functie dan het getal dat door de Koning is bepaald, geschiedt de vermindering tot laatstbedoeld getal slechts bij overlijden, ontslag of afzetting.