§ 1.Er wordt een Nederlandstalige en een Franstalige benoemingscommissie voor gerechtsdeurwaarders opgericht. Beide commissies vormen samen de verenigde benoemingscommissies voor gerechtsdeurwaarders.
De Nederlandstalige benoemingscommissie is bevoegd voor:
-de rangschikking van de meest geschikte kandidaten voor een benoeming tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder, van wie de in artikel 510, § 3, 1°, bedoelde taal van het diploma het Nederlands is;
-de rangschikking van de kandidaten voor een benoeming tot gerechtsdeurwaarder-titularis in de gerechtelijke arrondissementen waar noch de Franstalige, noch de verenigde benoemingscommissies bevoegd voor zijn.
De Franstalige benoemingscommissie is bevoegd voor:
-de rangschikking van de meest geschikte kandidaten voor een benoeming tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder, van wie de in artikel 510, § 3, 1°, bedoelde taal van het diploma het Frans is;
-de rangschikking van de kandidaten voor een benoeming tot gerechtsdeurwaarder-titularis in de in het Waalse Gewest gelegen gerechtelijke arrondissementen.
De verenigde benoemingscommissies zijn bevoegd voor:
-de rangschikking van de kandidaten voor een benoeming tot gerechtsdeurwaarder-titularis in het gerechtelijk arrondissement Brussel;
-het opstellen van het programma van de in artikel 513 bedoelde vergelijkende toelatingsproef.
§ 2.Elke benoemingscommissies is samengesteld als volgt:
1°een magistraat in functie die wordt gekozen uit de zittende magistraten van de hoven en rechtbanken en de magistraten van het openbaar ministerie;
2°drie gerechtsdeurwaarders die ten minste uit twee verschillende gerechtelijke arrondissementen afkomstig zijn en, wanneer zij uit hetzelfde gerechtelijke arrondissement afkomstig zijn, die afkomstig zijn uit twee verschillende gerechtelijke kantons, onder wie een gerechtsdeurwaarder die op het ogenblik van zijn aanstelling minder dan vijf jaren anciënniteit heeft;
3°een hoogleraar of docent aan een faculteit voor rechtsgeleerdheid van een Belgische universiteit, die geen gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder is;
4°een extern lid met een voor de opdracht relevante beroepservaring.
§ 3.De minister van Justitie benoemt de leden van de benoemingscommissies. Geen enkel lid mag de leeftijd van zesenzestig jaar bereikt hebben op het ogenblik van het indienen van zijn kandidatuur tenzij hij zijn beroep gedurende vier volle jaren kan blijven uitoefenen en op voorwaarde dat hij de leeftijd van eenenzeventig jaar niet heeft bereikt op het ogenblik van het indienen van zijn kandidatuur.
De leden-gerechtsdeurwaarders worden benoemd op voordracht van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders.
Elk lid wordt volgens zijn taalrol aangewezen om deel uit te maken van de ene of de andere benoemingscommissie. De taalrol wordt voor gerechtsdeurwaarders, docenten of hoogleraren bepaald door de taal van hun diploma. Ten minste een lid van de Franstalige benoemingscommissie of een plaatsvervanger moet het bewijs leveren van de kennis van het Duits overeenkomstig de artikelen 45, § 2, en 43quinquies van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.
Voor elk lid wordt een plaatsvervanger aangewezen die aan dezelfde voorwaarden voldoet.
Een mandaat in een benoemingscommissie is onverenigbaar met een politiek mandaat of met een mandaat binnen het directiecomité van de Nationale Kamer.
De leden van een benoemingscommissie hebben zitting voor een termijn van vier jaar; een uittredend lid kan éénmaal herbenoemd worden. Elk lid kan op zijn verzoek door de voorzitter van de benoemingscommissie van zijn mandaat worden ontheven. Een effectief lid dat in de onmogelijkheid verkeert zijn mandaat verder uit te oefenen of ontslagnemende is wordt van rechtswege opgevolgd door zijn plaatsvervanger, die het mandaat voltooit. De voorzitter verzoekt om de aanwijzing van een nieuwe plaatsvervanger die het mandaat voltooit van het plaatsvervangend lid. Indien de resterende duur van het mandaat minder dan twee jaar bedraagt, wordt deze niet in aanmerking genomen voor de toepassing van de in deze bepaling vastgestelde beperking van het aantal mandaten.
§ 4.Elke benoemingscommissie kiest uit haar effectieve leden, bij gewone meerderheid, een voorzitter, een ondervoorzitter en een secretaris.
Bij afwezigheid van de voorzitter wordt het voorzitterschap van de benoemingscommissie waargenomen door de ondervoorzitter en bij diens afwezigheid, door het oudste aanwezige lid.
Het voorzitterschap van de verenigde benoemingscommissies wordt beurtelings bekleed voor een termijn van twee jaar door de respectieve voorzitters van de Nederlandstalige en Franstalige benoemingscommissie. Gedurende de eerste twee jaar wordt het voorzitterschap toevertrouwd aan de oudste van beiden. Bij afwezigheid van de voorzitter wordt het voorzitterschap waargenomen door de ondervoorzitter die behoort tot dezelfde commissie als de voorzitter in functie en bij diens afwezigheid, door het oudste aanwezig lid dat behoort tot dezelfde commissie als de voorzitter in functie.
§ 5.Om geldig te beraadslagen en te beslissen, moet de meerderheid van de leden van de benoemingscommissie, of een meerderheid van de leden van elke benoemingscommissie in geval van een beraadslaging of beslissing van de verenigde benoemingscommissies, aanwezig zijn.. Ingeval van afwezigheid of verhindering van een effectief lid treedt zijn plaatsvervanger op.
De beslissingen worden bij gewone meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen is de stem van het lid dat het voorzitterschap waarneemt doorslaggevend.
§ 6.Het is de leden van een benoemingscommissie verboden deel te nemen aan een beraadslaging of een beslissing waarbij zij een persoonlijk, rechtstreeks of onrechtstreeks belang hebben. De leden van een benoemingscommissie zijn tot geheimhouding verplicht. Artikel 352 van het Strafwetboek is op hen van toepassing.
§ 7.De nadere regels voor de werking van de benoemingscommissies en het presentiegeld van de leden worden door de Koning bepaald. De benoemingscommissies kunnen een huishoudelijk reglement opstellen dat dient goedgekeurd te worden door de Koning. De benoemingscommissies hanteren een lijst van uniforme evaluatiecriteria. Het reglement en de lijst worden door de Koning goedgekeurd.