Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL II Rechterlijke organisatie (art. 58–555/16) › BOEK IV - Gerechtsdeurwaarders

HOOFDSTUK IX - Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders

555–555/1ter

Art. 555

§ 1.De Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders is een publiekrechtelijke instelling met rechtspersoonlijkheid. Haar zetel is gevestigd in het gerechtelijk arrondissement Brussel. Zij bestaat uit alle gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders van het land.

§ 2.De organen van de Nationale Kamer zijn:

1°de algemene vergadering;

2°het directiecomité.

§ 3.De algemene vergadering bestaat uit de vertegenwoordigers van de arrondissementskamers....

De algemene vergadering van iedere arrondissementskamer kiest als vertegenwoordigers:

-uit haar leden gerechtsdeurwaarders, twee niet-ontslagnemende gerechtsdeurwaarders per begonnen schijf van tien gerechtsdeurwaarders, met minimum één en maximum tien vertegenwoordigers;

-onder de leden kandidaat-gerechtsdeurwaarders, één kandidaat-gerechtsdeurwaarder per begonnen schijf van tien kandidaat-gerechtsdeurwaarders, die minstens drie jaar ervaring heeft als kandidaat-gerechtsdeurwaarder, met een minimum van één vertegenwoordiger en een maximum van 2 vertegenwoordigers..

...

Het mandaat van vertegenwoordiger... duurt drie jaar en kan éénmaal worden hernieuwd. Het mandaat van de vertegenwoordiger eindigt hetzij doordat hij een van de twee leeftijdsgrenzen, vermeld in de artikelen 509, § 1, zesde lid, en 510, § 1, tweede lid, heeft bereikt, hetzij door ontslag als gerechtsdeurwaarder, overlijden, schorsing of herroeping.

De vertegenwoordiger... die tijdens het mandaat in de plaats van een vertegenwoordiger... wordt gekozen, voltooit het mandaat van zijn voorganger, en kan zijn mandaat eenmaal hernieuwen.

De algemene vergadering neemt haar beslissingen bij volstrekte meerderheid van de aanwezige leden.

§ 4.De algemene vergadering verkiest een directiecomité, bestaande uit negen niet-ontslagnemende leden van de Nationale Kamer, en benoemt de voorzitter en zijn twee verslaggevers. Los van de voorzitter, wordt de taalkundige pariteit gewaarborgd tussen de andere leden, wier taalrol wordt bepaald door de taal van hun diploma. De functie van voorzitter kan gezamenlijk worden uitgeoefend door twee co-voorzitters, elk van een andere taalrol. In dat laatste geval bestaat het directiecomité uit tien leden waarbij de co-voorzitters over een uniek stemrecht beschikken. Indien de co-voorzitters geen overeenstemming kunnen bereiken bij de stemming, resulteert dit in een stemonthouding.

Binnen vijftien dagen na de algemene vergadering die de verkiezing heeft gehouden, kiest het directiecomité uit zijn leden, met gewone meerderheid van stemmen, twee ondervoorzitters, twee secretarissen en twee penningmeesters. Voor elke functie wordt een lid van de Nederlandse taalrol en een lid van de Franse of Duitse taalrol aangewezen.

De aanstelling van de leden van het directiecomité geldt voor een termijn van drie jaar zonder dat deze termijn de duur van het mandaat bedoeld in paragraaf 3, derde lid, overschrijdt. Ingeval een plaats vrijkomt van een lid van het directiecomité ten gevolge van ofwel het bereiken van de twee leeftijdslimieten bepaald door de artikelen 509, § 1, zesde lid en 510, § 1, tweede lid, ofwel ontslag, overlijden, schorsing of herroeping, voorzien de overblijvende leden voorlopig in de vervanging. De eerstvolgende algemene vergadering bevestigt het mandaat van het gecoöpteerde lid. In geval van bevestiging maakt het gecoöpteerde lid het mandaat van zijn voorganger af. Bij gebreke daarvan eindigt de ambtstermijn van het gecoöpteerde lid, onverminderd de geldigheid van de samenstelling van het directiecomité, de genomen beslissingen, de aangenomen rechtshandelingen en de gevolgde procedures tot die datum, en wordt de plaats opnieuw vrij geacht.

Een mandaat in het directiecomité is onverenigbaar met een mandaat in de algemene vergadering.

...

Aftredende leden kunnen worden herkozen, zonder dat een lid langer dan zes jaar ononderbroken in het directiecomité kan zitting hebben.

§ 5.Het directiecomité deelt de agenda van zijn vergaderingen minstens tien werkdagen vooraf mee aan alle leden van het directiecomité per gewone of elektronische post. Tien werkdagen na de vergadering worden de notulen eveneens per gewone of elektronische post aan alle leden van het directiecomité toegestuurd.

§ 6.Het directiecomité roept halfjaarlijks een algemene ledenvergadering bijeen. Buitengewone algemene ledenvergaderingen worden bijeengeroepen telkens als het directiecomité zulks nodig acht en voorts indien een vijfde van de leden van de algemene vergadering een daartoe door hen ondertekend verzoek indienen met opgave van de te behandelen onderwerpen.

De notulen van de algemene ledenvergaderingen worden binnen tien werkdagen per gewone of elektronische post toegestuurd aan alle leden. De goedgekeurde verordeningen treden in werking tien dagen na de verzending van de notulen.

§ 7.Het directiecomité van de Nationale Kamer beraadslaagt in het Nederlands en het Frans. De verslagen en besluiten worden in deze beide talen gesteld, zonder voorrang van de ene tekst boven de andere.

§ 8.Indien een lid van de Nationale Kamer in gebreke blijft de jaarlijkse bijdrage te betalen, kan het directiecomité een dwangschrift, ondertekend door de penningmeester of adjunct-penningmeester, uitvaardigen. Indien tot gedwongen invordering moet worden overgegaan, wordt het dwangschrift, op verzoek van het directiecomité, ingediend door tussenkomst van de bevoegde syndicus, uitvoerbaar verklaard door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement waar de betrokken gerechtsdeurwaarder kantoor houdt.

Tegen de uitvoerbaarverklaring kan hoger beroep worden ingesteld binnen een maand na de betekening van het uitvoerbaar verklaarde dwangschrift.

Art. 555/1

§ 1.Naast de taken die haar door andere bepalingen zijn opgedragen, heeft de Nationale Kamer tot taak:

1°de algemene regels inzake deontologie vast te stellen;

2°te waken over de deontologie onder haar leden en de uitvoering van de hen betreffende wetten en verordeningen;

3°alle geschikte maatregelen te nemen tot nakoming, binnen de grenzen en onder de voorwaarden die zij bepaalt, van de verplichtingen die uit de beroepsaansprakelijkheid van de gerechtsdeurwaarders voortvloeien;

4°de afgifte van het stageboekje te organiseren;

5°de permanente vorming van de gerechtsdeurwaarders, kandidaat-gerechtsdeurwaarders, stagiairs en hun medewerkers te organiseren; deze verplichting tot permanente vorming geldt niet voor de overeenkomstig artikel 509, § 1, zesde lid, ontslagnemende gerechtsdeurwaarder; de Koning bepaalt het aantal uren permanente vorming, relevant voor de uitoefening van het beroep van gerechtsdeurwaarder, dat gevolgd dient te worden. In het kader van deze permanente vorming volgen de kandidaat-gerechtsdeurwaarder en gerechtsdeurwaarder een door de Nationale Kamer georganiseerde of erkende praktische opleiding in communicatie- en faciliteringsvaardigheden conform haar toepasselijk reglement;

6°gelijklopend met de raad van de arrondissementskamers, toezicht te houden op de correcte toepassing van het tarief, de boekhouding, de kwaliteitsrekeningen van de kantoren en van de doorstorting van derdengelden;

7°gelijklopend met de raad van de arrondissementskamer, toezicht te houden op de correcte toepassing van het systeem van de plaatsvervangingen door haar leden;

8°op eigen initiatief of op verzoek, ten behoeve van alle openbare overheden, adviezen uit te brengen in verband met aangelegenheden van algemeen belang betreffende de uitoefening van het beroep van gerechtsdeurwaarder;

9°binnen de grenzen van haar bevoegdheid, alle leden van de arrondissementskamers van het Rijk te vertegenwoordigen ten aanzien van elke overheid of instelling;

10°in rechte op te treden, als eiser of als verweerder, in om het even welke zaak die het beroep van gerechtsdeurwaarder in zijn geheel aanbelangt;

11°jaarlijks de rekeningen die haar directiecomité voorlegt alsmede de begroting goed te keuren;

12°het door haar directiecomité voorgestelde reglement betreffende de werking en de bevoegdheid ervan en betreffende de organisatie van haar algemene ledenvergaderingen goed te keuren;

13°de infrastructuur te beheren en haar secretariaat, alsook de administratieve ondersteuning van de benoemingscommissies en het auditoraat van de tuchtraad te organiseren;

14°richtlijnen op te stellen alsook een toezichtsregeling met betrekking tot de kwaliteitsrekening van de kantoren en het beheer van derdengelden in te stellen en te organiseren;

15°een elektronische lijst op te stellen van de gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders;

16°de verkiezing van de leden van haar directiecomité organiseren;

17°de leden van de benoemingscommissies en de pool van assessoren voor de tuchtraad evenals de leden van het auditoraat te verkiezen;

18°de praktische regels betreffende de beroepsuitoefening die algemeen bindend zijn voor alle leden goed te keuren.

19°jaarlijks de bijdrage ten laste van de leden vast te stellen;

20°alle klachten en bezwaren van derden tegen leden van de kamer in verband met de uitoefening van hun beroep te voorkomen of, zo mogelijk, door minnelijke schikking te regelen;

21°de gemotiveerde schriftelijke aangifte van feiten waartoe het directiecomité met meerderheid van stemmen heeft besloten, via de verslaggever door te verwijzen naar het auditoraat van de tuchtraad. Het directiecomité is bevoegd om de tuchtprocedure in te stellen in de hypothese bedoeld in artikel 538, § 6;

22°een elektronische lijst op te stellen van alle gerechtsdeurwaarders-titularis en plaatsvervangende gerechtsdeurwaarders;

23°het in artikel 32quater/2 bedoelde register op te zetten en de controle te verzekeren op de werking en het gebruik ervan, de in artikel 32quater/2 bedoelde lijst bij te houden en de rol op te stellen van de gerechtsdeurwaarders die belast zijn met de betekening van de akten in strafzaken;

24°de registers of bestanden die bij wet aan de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders worden toegewezen, op te richten, te beheren en er toezicht over te houden;

25°te fungeren als informatie-instantie, bedoeld in artikel 4, dertiende lid, van Verordening (EU) nr. 655/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot vaststelling van een procedure betreffende het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen om de grensoverschrijdende inning van schuldvorderingen in burgerlijke en handelszaken te vergemakkelijken;

26°het reglement goed te keuren voorgesteld door haar directiecomité, dat een kader biedt voor de voortzetting van de activiteiten van de kantoren, als aanvulling op hoofdstuk V;

27°te fungeren als centraal orgaan, bedoeld in artikel 4 van Verordening (EU) 2020/1784 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken.

...

De in het eerste lid, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10°,13°, 15°, 20°, 21°, 22°, 23°, 24°, 25° en 27° omschreven taken worden uitgeoefend door haar directiecomité. De in het eerste lid, 1°, 11°, 12°, 14°, 16°, 17°, 18°, 19° en 26° omschreven taken worden uitgeoefend door haar algemene vergadering.

§ 2.Voor de toepassing van paragraaf 1, 25°, en van artikel 1447, tweede lid, 3°, wordt de Nationale Kamer gemachtigd om op rechterlijk verzoek de gegevens op te vragen uit het centraal aanspreekpunt gehouden door de Nationale Bank van België overeenkomstig de wet van 8 juli 2018 houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest.

Op basis van de bij deze opvraging verkregen gegevens, kan de Nationale Kamer, indien noodzakelijk, aan één of meer banken in de zin van artikel 4, tweede lid, van de Verordening bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 25°, informatie vragen.

De bank deelt de gevraagde informatie, of het ontbreken daarvan, met bekwame spoed mee aan de Nationale Kamer. Deze bank kan de schuldenaar slechts van het verzoek om informatie in kennis stellen na een termijn van dertig dagen volgend op de dag van mededeling van de gevraagde informatie of het ontbreken daarvan aan de Nationale Kamer.

Indien de bank deze verplichtingen niet nakomt, is artikel 1456, eerste lid, van toepassing.

Van zodra de Nationale kamer de mededeling van het centraal aanspreekpunt bedoeld in het eerste lid en, desgevallend, van de bank heeft ontvangen, deelt zij deze mee aan het gerecht dat de informatie heeft gevraagd.

De Koning bepaalt de vergoeding voor de behandeling van het verzoek voor het verkrijgen van rekeninginformatie, evenals de voorwaarden en de nadere regels van inning. Artikel 520, § 1, 3°, is van toepassing.

Art. 555/1bis

§ 1.Behoudens tegenbewijs, wordt in geval van niet-overeenstemming de voorkeur gegeven aan de vermeldingen op de in artikel 555/1, eerste lid, 15°, en, in ondergeschikte orde, 22°, bedoelde lijsten, hierna "de lijsten" genoemd, boven elke andere vermelding.

§ 2.De Nationale Kamer, hierna "de beheerder" genoemd, staat in voor inrichting en het beheer van de lijsten. Zij staat in voor de controle op de werking en het gebruik van deze lijsten en ziet erop toe dat deze voortdurend worden bijgewerkt.

De Nationale Kamer wordt met betrekking tot de lijsten beschouwd als de verantwoordelijke voor de verwerking in de zin van artikel 4, 7) van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG.

§ 3.De Koning bepaalt, na advies van de beheerder en van de Gegevensbeschermingsautoriteit, de gegevens die in de lijsten zijn opgenomen.

§ 4.De lijsten en de daarin opgenomen gegevens zijn publiek.

§ 5.De gegevens die in de lijsten zijn opgenomen, worden bewaard gedurende dertig jaar te rekenen vanaf de dag waarop hun ambt bedoeld in het tweede deel, boek V, hoofdstuk I, een einde neemt.

§ 6.Teneinde voor de toepassing van artikel 555/1, eerste lid, 15° en 22° de gerechtsdeurwaarders, de kandidaat-gerechtsdeurwaarders, de gerechtsdeurwaarders-titularis en de plaatsvervangende gerechtsdeurwaarders te identificeren, is de beheerder gemachtigd om:

1°gebruik te maken van het rijksregisternummer van de gerechtsdeurwaarders, de kandidaat-gerechtsdeurwaarders, de gerechtsdeurwaarders-titularis en de plaatsvervangende gerechtsdeurwaarders, en toegang te hebben tot de gegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1°, 2°, 6°, en tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een rijksregister van de natuurlijke personen;

2°toegang te hebben tot de volgende gegevens uit de registers bedoeld in artikel 4, § 2, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid:

g)naam en voornamen;

h)geboorteplaats en -datum;

i)datum van overlijden.

Het rijksregisternummer, de geboorteplaats en -datum en de datum van overlijden van de in het vorige lid bedoelde fysieke personen mogen niet worden meegedeeld aan het publiek.

Hij die in welke hoedanigheid ook deelneemt aan de verzameling of de verwerking van de in het tweede lid bedoelde gegevens of kennis heeft van die gegevens, moet in voorkomend geval het vertrouwelijk karakter ervan in acht nemen. Artikel 352 van het Strafwetboek is op hem toepasselijk.

Art. 555/1ter

§ 1.Bij de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders wordt in de vorm van een afzonderlijke rechtspersoon een solidariteitsfonds opgericht, hierna te noemen het "Solidariteitsfonds van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders".

De Koning organiseert het toezicht op het Solidariteits-fonds van de Nationale Kamer van Gerechts-deurwaarders en legt de regels inzake de werking ervan vast.

Het Solidariteitsfonds van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders is een solidariteitsfonds binnen de beroepsgroep van de gerechtsdeurwaarders dat de gerechtsdeurwaarders ondersteunt om te kunnen voldoen aan het toe te passen tarief inzake specifiek door de Koning aangeduide vorderingen en procedures.

De Koning bepaalt, na advies van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders, voor deze door Hem bepaalde akten het deel van de aktekost, evenals de handelingen waarvoor door de gerechtsdeurwaarders een tegemoetkoming van het Solidariteitsfonds van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders kan worden gevorderd.

§ 2.Het Solidariteitsfonds van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders kan, mits goedkeuring door de minister van Justitie, zijn middelen ook aanwenden voor andere maatschappelijk zinvolle doelen of voor projecten die verband houden met de beroepsactiviteiten van de beroepsgroep van gerechtsdeurwaarders.

§ 3.Het Solidariteitsfonds van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders wordt gevoed door een bijdrage van de gerechtsdeurwaarders voor elke betekende akte, waarvoor een vast bedrag wordt bepaald door de Koning, na advies van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders.

De Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders beschikt, op grond van haar controlebevoegdheid overeenkomstig artikel 32quater/2, over de nodige gegevens omtrent de akten die het voorwerp uitmaken van een gevorderde tegemoetkoming en omtrent de gerechtsdeurwaarders die een dergelijk verzoek tot tegemoetkoming formuleren, om het Solidariteitsfonds van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders toe te laten om de tegemoetkomingen bedoeld in paragraaf 1 te berekenen en om toezicht uit te oefenen op de eraan verbonden voorwaarden en op de bijdragen voorzien in het eerste lid.

Indien de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders vaststelt dat het Solidariteitsfonds van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders over onvoldoende middelen beschikt om de tegemoetkomingen gedurende vermoedelijk meer dan een jaar te kunnen uitbetalen, kan zij de Koning vragen om de bijdrage tijdelijk aan te passen met het oog op het behouden van het financieel evenwicht van het Solidariteitsfonds van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders. De Koning waakt erover dat het Solidariteitsfonds van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders geen negatief saldo vertoont.

§ 4.Het Solidariteitsfonds van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders is de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene Verordening Gegevensbescherming) voor de gegevens die het fonds verzamelt en gebruikt om zijn opdrachten te volbrengen. De volgende gegevens worden door het fonds verzameld en verwerkt:

1°de identificatie- en contactgegevens van de gerechtsdeurwaarder die een tegemoetkoming vordert;

2°het ondernemingsnummer, het bankrekeningnummer en de referentie waaronder de gerechtsdeurwaarder gekend is bij de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders;

3°de gegevens van de akten die het voorwerp uitmaken van een gevorderde tegemoetkoming;

4°de gegevens van de handelingen die het voorwerp uitmaken van een gevorderde tegemoetkoming.

§ 5.De gegevens bedoeld in paragraaf 4, 1° en 2°, worden verwerkt om de gerechtsdeurwaarder die een tegemoetkoming vordert, op voldoende wijze te kunnen identificeren en de eventuele tegemoetkomingen te kunnen storten.

De gegevens bedoeld in paragraaf 4, 3° en 4°, worden verwerkt om de eventuele tegemoetkomingen bedoeld in paragraaf 1 te berekenen en de noodzakelijke controles uit te oefenen in verband met de eraan verbonden voorwaarden.

De gegevens bedoeld in paragraaf 4, 3° en 4°, worden eveneens verwerkt om het verzoek bedoeld in paragraaf 3, derde lid, te kunnen indienen bij de Koning met het oog op het behouden van het financieel evenwicht van het fonds.

De bewaartermijn van de door het Solidariteitsfonds van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders verzamelde gegevens bedraagt tien jaar.