Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL II Rechterlijke organisatie (art. 58–555/16) › BOEK IV - Gerechtsdeurwaarders

HOOFDSTUK II - Taken en bevoegdheden van de gerechtsdeurwaarder

519–520

Art. 519

§ 1.Gerechtsdeurwaarders hebben taken waarvoor zij alleen bevoegd zijn en waarvoor zij ministerieplicht hebben.

Deze taken zijn:

1°het opstellen en betekenen van alle exploten en de tenuitvoerlegging van gerechtelijke beslissingen, alsmede van akten of titels in uitvoerbare vorm;

1°bis. het invorderen van onbetwiste geldschulden overeenkomstig hoofdstuk Iquinquies van de eerste titel van het vijfde deel;

1°ter. het fungeren als aangewezen autoriteiten waarbij verzendende instanties verzoeken kunnen indienen tot het achterhalen van het adres van de persoon aan wie betekening of kennisgeving moet worden gedaan, bedoeld in artikel 7, lid 1, a) van Verordening (EU) 2020/1784 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken;

2°het verrichten van vaststellingen, op verzoek van magistraten en op verzoek van particulieren, met betrekking tot zuiver materiële feiten, zonder enig advies uit te brengen omtrent de oorzaken en de gevolgen in feite of in rechte die daaruit zouden kunnen voortvloeien, evenals de vaststellingen die tot de wettelijke uitoefeningen van hun ambt behoren; deze vaststellingen zijn authentiek wat betreft de materiële feiten en gegevens die de gerechtsdeurwaarder zintuiglijk kan waarnemen;

3°het opmaken van protesten tegen een wisselbrief, orderbrief en bankcheque;

4°de gerechtelijke openbare verkoping van roerende goederen en schepen in het kader van de gedwongen tenuitvoerlegging;

5°de gerechtelijke verkoping in der minne van roerende goederen, overeenkomstig artikel 1526bis;

6°de vrijwillige openbare verkopingen van roerende zaken, welk monopolie zij delen met de notarissen;

7°het kennis nemen van de berichten van verzet, bevel, beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling, vaststelling van niet-bevinding, minnelijke schuldbemiddeling, mogelijk fictief adres, gerechtelijke reorganisatie, overdracht onder gerechtelijk gezag of faillissement en protest, welk monopolie zij delen met de in artikel 1391, § 1, vermelde personen;

8°het neerleggen, doorhalen en wijzigen van de berichten van verzet, bevel, beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling, vaststelling van niet-bevinding, controle van dreigende insolventie, minnelijke schuldbemiddeling, mogelijk fictief adres en protest in de opdrachten die hen werden toevertrouwd of waarin ze werden aangesteld en, in voorkomend geval, het informeren overeenkomstig artikel 1391bis.

§ 2.Gerechtsdeurwaarders hebben residuaire bevoegdheden waarvoor zij geen monopolie en geen ministerieplicht hebben, onder meer:

1°ter griffie de uitgiften, afschriften en uittreksels van alle processtukken lichten en de verzoekschriften indienen die zij krachtens de wet kunnen ondertekenen, evenals ter griffie neerleggen van alle andere verzoekschriften;

2°voor eensluidend tekenen van afschriften en vertalingen van documenten in hun bezit;

3°uittreksels opstellen van alle akten van hun ambt;

4°optreden als sekwester;

5°zorgen voor de minnelijke inning van schuldvorderingen;

6°optreden als pandverzilveraar;

7°optreden als ondernemingsbemiddelaar of gerechtsmandataris in het kader van een procedure van gerechtelijke reorganisatie waarin is voorzien in boek XX van het Wetboek van economisch recht;

8°het gerechtelijke mandaat van voorlopig bewindvoerder uitoefenen;

9°schattingen van meubelen en roerende goederen maken en assistentie verlenen aan faillissementscuratoren met betrekking tot inventarisatie en realisatie van de faillissementsboedel;

10°optreden als minnelijke schuldbemiddelaar en als schuldbemiddelaar in het kader van de collectieve schuldenregeling;

11°optreden als bemiddelaar in familiezaken en als bemiddelaar in het kader van alternatieve geschillenbeslechting;

12°optreden als curator over onbeheerde nalatenschappen;

13°rechtskundige adviezen verlenen met betrekking tot de rechten, verplichtingen en lasten die voortvloeien uit de rechtshandelingen waarbij gerechtsdeurwaarders betrokken zijn;

14°solvabiliteitsonderzoeken uitvoeren, vermogensrapporten, opstellen en afleveren;

15°fiscale attesten afleveren met betrekking tot oninbare schuldvorderingen;

16°toezicht houden op toegelaten loterijen en wedstrijden.

§ 3.De gerechtsdeurwaarder heeft een algemene informatieplicht jegens diegene die hem verzocht heeft zijn ambt uit te oefenen en jegens de schuldenaar. Zo zal hij bij dreigende insolvabiliteit van de schuldenaar de opdrachtgevende schuldeiser hiervan inlichten, opdat deze de wenselijkheid tenuitvoeringsmaatregelen te laten nemen juist kan inschatten en zal hij de schuldenaar inlichten over de mogelijkheden die de collectieve schuldregeling biedt.

Bovendien kan geen enkele gerechtelijke of buitengerechtelijke invorderingsprocedure worden aangevat zonder voorafgaande raadpleging door de gerechtsdeurwaarder van het bestand van berichten bedoeld in artikel 1389bis/1. Hij gaat hierbij eveneens na of er toepassing dient te worden gemaakt van artikel 1390octies, § 1, en 1391bis.

De gerechtsdeurwaarder licht desgevallend ieder die hem verzocht heeft zijn ambt uit te oefenen in over de verplichtingen en lasten evenals de kosten die voortvloeien uit exploten, uitvoeringen van gerechtelijke beslissingen, akten of titels.

§ 4.De gerechtsdeurwaarders trachten steeds tot een bemiddelende en faciliterende oplossing te komen in hun contact met de rechtszoekende. Zij streven daarnaast, in de mate van het mogelijke, de minnelijke oplossing van geschillen na onder meer door de rechtszoekende te wijzen op de mogelijkheid tot bemiddeling, verzoening en elke andere vorm van minnelijke oplossing van geschillen.

De gerechtsdeurwaarder zal hiertoe bij elk exploot van betekening van een dagvaarding tot betalen van een geldsom en bij elk exploot van betekening van een vonnis dat de betaling van een geldsom beveelt een informatieblad voegen over de gerechtelijke en buitengerechtelijke oplossingen die beschikbaar zijn voor schuldenaars om hen te helpen hun financiële toestand te herstellen of een regeling omtrent de wijze van betaling van zijn schuldenlast tot stand te brengen.

De Koning bepaalt het model van dit informatieblad. De Koning kan andere gevallen bepalen waarin de gerechtsdeurwaarder bij de betekening van een akte een informatieblad moet voegen om de persoon in te lichten over de gerechtelijke en buitengerechtelijke oplossingen waarop hij zich kan beroepen in de bedoelde situatie. In voorkomend geval bepaalt de Koning de modellen van deze informatiebladen.

Art. 520

§ 1.Gerechtsdeurwaarders zijn verplicht hun ambt met betrekking tot de in artikel 519, § 1, bepaalde monopolietaken uit te oefenen telkens zij erom verzocht worden en voor ieder die erom verzoekt, tenzij:

1°er wettelijke beletsels bestaan;

2°dit, gezien hun persoonlijke toestand redelijkerwijs niet van hen kan worden verlangd;

3°de verzoeker niet bereid is de gevraagde provisie voor het verrichten van de ambtshandeling te voldoen, de termijnen verstreken zijn of de rechtshandeling redelijkerwijs beoordeeld niet meer binnen de termijn kan gesteld worden of het dossier onvolledig is;

4°de opdracht naar het gevoel van de gerechtsdeurwaarder indruist tegen de openbare orde of de goede zeden of de belangen van een van de betrokken partijen onevenredig zou benadelen.

§ 2.Gerechtsdeurwaarders mogen wat al hun taken betreft niet optreden voor of tegen zichzelf, hun echtgenoot of de partner met wie zij samenwonen noch voor of tegen hun bloed- en aanverwanten in de rechte lijn of die van hun echtgenoot of partner met wie zij samenwonen, noch voor hun bloed- of aanverwanten in de zijlijn tot in de vierde graad of die van hun echtgenoot of partner met wie zij samenwonen.

§ 3.Gerechtsdeurwaarders mogen wat al hun taken betreft niet optreden voor of tegen een rechtspersoon waarvan zij weten of hadden behoren te weten dat de in § 2 bedoelde personen daarin een meerderheid van de aandelen bezitten of de functie vervullen van zaakvoerder, dagelijks bestuurder of voorzitter van de raad van bestuur.

§ 4.Ambtshandelingen die verricht zijn in strijd met § 2 zijn nietig; ambtshandelingen die verricht zijn in strijd met § 3 zijn vernietigbaar.