Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL II Rechterlijke organisatie (art. 58–555/16)

BOEK IVbis - Tucht voor notarissen en gerechtsdeurwaarders.

555/3–555/5octies

Art. 555/3

Elk lid van een genootschap van notarissen of een erenotaris die door zijn gedrag afbreuk doet aan de waardigheid van het notariaat of aan zijn plichten verzuimt, kan een tuchtstraf oplopen.

Elke gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder die voorkomt op het tableau bedoeld in artikel 552, § 2, die door zijn gedrag afbreuk doet aan de waardigheid van het gerechtsdeurwaarderskorps of die zijn plichten verzuimt, kan een tuchtstraf oplopen.

Deze tuchtstraffen zijn:

-de terechtwijzing;

-de blaam;

-de tuchtrechtelijke geldboete van 125 euro tot 25.000 euro, die door de Schatkist wordt geïnd;

-voor wat de gerechtsdeurwaarders betreft: de uitsluiting uit alle beroepsorganen vernoemd in boek VI, gedurende maximaal vijf jaar de eerste maal, en tien jaar in geval van herhaling;

-de schorsing;

-de afzetting of, al naargelang het geval, het ontnemen van de eretitel, de titel van kandidaat-gerechtsdeurwaarder of van kandidaat-notaris;

-de schorsing voor een duur die niet langer mag zijn dan een jaar of de schrapping uit het nationaal register van professionele bewindvoerders..

De tuchtrechtelijke geldboete en de uitsluiting uit beroepsorganen kan samen met een andere tuchtstraf worden opgelegd. Hetzelfde geldt voor de schorsing of de schrapping uit het nationaal register van professionele bewindvoerders.

De afzetting van een notaris of een gerechtsdeurwaarder houdt van rechtswege het verlies van de titel van kandidaat-notaris of kandidaat-gerechtsdeurwaarder in. De schorsing bedoeld in het derde lid, vijfde streepje, of de afzetting of ontneming bedoeld in het derde lid, zesde streepje, brengen van rechtswege respectievelijk de schorsing of de schrapping uit het nationaal register van professionele bewindvoerders met zich mee.

De tuchtraad bedoeld in artikel 555/5bis kan, in voorkomend geval onder de bijzondere voorwaarden die hij bepaalt, de uitspraak van de veroordeling opschorten of de uitvoering van de tuchtsanctie uitstellen. Bij niet naleving van de bepaalde voorwaarden, roept de voorzitter de betrokkene ambtshalve of op verzoek van het auditoraat bij de Nationale Kamer van notarissen of het auditoraat bij de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders op om op een zitting van de tuchtraad te verschijnen met het oog op het horen uitspreken van een tuchtstraf.

De Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders of de Nationale Kamer van notarissen staan in voor de publieke bekendmaking van het niet actief statuut ten gevolge van de definitief geworden beslissingen van schorsing, afzetting en het ontnemen van de titel in de door haar gehouden elektronische lijst bedoeld in artikel 91, eerste lid, 12° van de wet van 16 maart 1803 op het notarisambt of artikel 555/1, 15° en een geanonimiseerde interne bekendmaking van alle in kracht van gewijsde gegane veroordelingen.

Enkel het niet actief statuut wordt bekendgemaakt in de voormelde elektronische lijst en in geen geval de oorzaak van de inactiviteit.

De anonimisering van de gegevens voor de interne bekendmaking van de veroordelingen houdt de verwijdering uit de tuchtrechtelijke beslissingen in van elk element dat de betrokkenen direct of indirect zou kunnen identificeren, met inbegrip van feitelijke beschrijvingen aan de hand waarvan de betrokkenen opnieuw zouden kunnen worden geïdentificeerd.

Eenmaal definitief geworden, wordt de beslissing die de schorsing of de schrapping uit het nationaal register van professionele bewindvoerders bevat of met zich meebrengt, aan de minister van Justitie of aan de door hem gemachtigde ambtenaar meegedeeld door de Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders of de Nationale Kamer van notarissen.

Art. 555/4

De bevoegde tuchtkamer kan aan de notarissen de bewarende en ondersteunende maatregelen zoals bepaald in artikel 95 van de wet van 16 maart 1803 op het notarisambt opleggen, hetzij tijdens de tuchtprocedure, hetzij als begeleidende maatregel bij het opleggen van een tuchtstraf.

Art. 555/5

§ 1.De bevoegde tuchtkamer kan een preventieve schorsing opleggen overeenkomstig de volgende modaliteiten.

§ 2.Indien er ernstige vermoedens bestaan ten aanzien van de gegrondheid van de ten laste gelegde feiten en er kennelijk gevaar bestaat dat de voortzetting van zijn beroepsactiviteit derden ernstig nadeel kan berokkenen of in belangrijke mate afbreuk kan doen aan de waardigheid van het beroep, kan de voorzitter van de bevoegde tuchtkamer de betrokken notaris, gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder die het voorwerp uitmaakt van een strafrechtelijke vervolging of een tuchtprocedure, preventief schorsen voor hoogstens de duur van de procedure. De beschikking is, niettegenstaande enig verzet of beroep, vanaf de uitspraak uitvoerbaar.

De betrokkene wordt in kort geding voor de voorzitter van de bevoegde tuchtkamer gedagvaard, hetzij door de instantie die de tuchtprocedure heeft ingesteld, hetzij door de procureur des Konings. De voorzitter kan het advies van de kamer van notarissen of de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders inwinnen.

§ 3.Indien uit klachten tegen een notaris, gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder of uit onderzoeken blijkt dat er imminent en kennelijk gevaar bestaat dat de voortzetting van zijn beroepsactiviteit derden ernstig nadeel kan berokkenen of in belangrijke mate afbreuk kan doen aan de waardigheid van het beroep, kan de voorzitter van de bevoegde tuchtkamer aan de betrokkene, nog vóór een tucht- of strafrechtelijke procedure werd ingeleid, een preventieve schorsing opleggen.

De vordering wordt ingeleid op eenzijdig verzoekschrift van de instantie bevoegd om de tuchtprocedure in te stellen of van de procureur des Konings. In dit laatste geval wint de voorzitter het advies in van de kamer van notarissen of de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders.

De maatregel kan slechts voor een duur van een maand worden opgelegd, eenmaal verlengbaar met een maand. De beschikking is, niettegenstaande enig verzet of hoger beroep, vanaf de uitspraak uitvoerbaar.

§ 4.Een afschrift van de beschikking wordt onverwijld door de griffie aan betrokkene, de instantie die bevoegd is om de tuchtprocedure in te stellen of ingesteld heeft, de procureur des Konings, en al naargelang het geval, de Nationale Kamer van Notarissen of de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders, meegedeeld bij aangetekende zending, gerechtsdeurwaardersexploot of het digitale kanaal dat door de Nationale Kamer van notarissen en de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders daarvoor is aangeduid.

§ 5.De voorzitter van de bevoegde tuchtkamer kan op verzoek van de procureur des Konings, van de instantie bevoegd om de tuchtprocedure in te stellen of van betrokkene de maatregel op elk ogenblik opheffen. Dit verzoek wordt middels verzoekschrift op tegenspraak aanhangig gemaakt.

§ 6.De notaris, gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder die preventief geschorst is, mag tijdens de duur van de maatregel zijn beroep niet uitoefenen. De kandidaat-gerechtsdeurwaarder die preventief geschorst is, mag geen plaatsvervangingen verrichten. Hij mag de briefwisseling die verband houdt met zijn beroep niet ondertekenen en mag geen cliënten ontvangen. De preventief geschorste notaris of gerechtsdeurwaarder heeft recht op het ereloon verschuldigd naar aanleiding van akten verleden tijdens de preventieve schorsing, behoudens hetgeen bepaald onder de paragrafen 7 en 8.

§ 7.Indien de voorzitter van de bevoegde tuchtkamer, overeenkomstig paragraaf 2 of paragraaf 3, de notaris meer dan vijftien dagen preventief schorst, stelt de voorzitter onmiddellijk een plaatsvervanger aan, overeenkomstig artikel 64, § 3, eerste lid, van de wet van 16 maart 1803 op het notarisambt. Duurt de preventieve schorsing ten hoogste vijftien dagen, dan kan de voorzitter van de tuchtkamer een plaatsvervanger aanstellen op verzoek van, hetzij degene die preventief geschorst is, hetzij de instantie bevoegd om de tuchtprocedure in te stellen, hetzij de procureur des Konings, hetzij de kamer van notarissen. Wanneer het verzoek uitgaat van de kamer van notarissen, wordt het advies van de procureur des Konings gevraagd. Wanneer het verzoek uitgaat van de procureur des Konings, wordt het advies van de kamer van notarissen gevraagd. Wanneer het verzoek uitgaat van de geschorste persoon, wordt het advies gevraagd van de instantie die de preventieve schorsing heeft gevorderd.

De plaatsvervanger heeft, ten laste van de vervangen persoon, recht op terugbetaling van de kosten die hij heeft gemaakt, alsook op de vergoeding die door de voorzitter van de bevoegde tuchtkamer werd vastgesteld na het advies van de kamer van notarissen te hebben ingewonnen.

De Nationale Kamer van notarissen staat in voor de bekendmaking van het niet-actief statuut ten gevolge van de beslissing in de door haar gehouden elektronische lijst bedoeld in artikel 91, eerste lid, 12° van de wet van 16 maart 1803 op het notarisambt. Enkel het niet actief statuut wordt bekendgemaakt in de voormelde elektronische lijst en in geen geval de oorzaak van de inactiviteit.

§ 8.Indien de voorzitter van de bevoegde tuchtkamer een gerechtsdeurwaarder preventief schorst die niet werkzaam is binnen een gerechtsdeurwaardersassociatie of een formeel samenwerkingsverband, stelt hij een vervanger aan op verzoek van de instantie die bevoegd is om de tuchtprocedure in te stellen. Hiertoe is het advies vereist van de raad van het gerechtelijk arrondissement waar de betrokkene toe behoort.

Indien een kandidaat-gerechtsdeurwaarder als vervanger wordt aangesteld, treedt hij in dezelfde rechten en verplichtingen als de vervangen gerechtsdeurwaarder.

De vervanger heeft, ten laste van de preventief geschorste gerechtsdeurwaarder, recht op terugbetaling van de kosten die hij maakt, alsook op de vergoeding die door de voorzitter van de bevoegde tuchtkamer werd vastgesteld na het advies van de arrondissementskamer waar de vervangen gerechtsdeurwaarder toe behoort, te hebben ingewonnen.

De preventieve schorsing van een gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder wordt door de griffie van de tuchtraad ter kennis gebracht van de syndicus van het gerechtelijk arrondissement waar de betrokkene toe behoort, en van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders.

De syndicus staat in voor de bekendmaking van de vervanging en het niet-actief statuut ten gevolge van de beslissing in het tableau bedoeld in artikel 552, § 2.

De Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders staat in voor de bekendmaking van de vervanging en het niet-actief statuut ten gevolge van de beslissing in de door haar gehouden elektronische lijst bedoeld in artikel 555/1, § 1, 15°. Enkel het niet actief statuut wordt bekendgemaakt in de voormelde elektronische lijst en in geen geval de oorzaak van de inactiviteit.

§ 9....

Art. 555/5bis

§ 1.Er bestaat voor heel België een tuchtraad met een Nederlandstalige en een Franstalige tuchtkamer, bevoegd ten aanzien 1 van de personen die aan het tuchtrecht van de notarissen en gerechtsdeurwaarders onderworpen zijn 1. De zetel is gevestigd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

De Nederlandstalige tuchtkamer is bevoegd voor de procedures tegen de notarissen en gerechtsdeurwaarders met standplaats in het Nederlandstalig taalgebied en de notarissen en gerechtsdeurwaarders met standplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die ingeschreven zijn op de Nederlandse taalrol.

Zij is eveneens bevoegd voor de procedures tegen de kandidaat-notarissen die in het Nederlandstalig taalgebied ingeschreven zijn op een tableau bedoeld in artikel 77 van de wet van 16 maart 1803 op het notarisambt of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op de Nederlandse taalrol ingeschreven zijn, de erenotarissen met de laatste standplaats in het Nederlandstalig taalgebied of die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op de Nederlandse taalrol ingeschreven zijn en de kandidaat-gerechtsdeurwaarders die ingeschreven zijn op de Nederlandse taalrol.

De Franstalige tuchtkamer is bevoegd voor de procedures tegen de notarissen en gerechtsdeurwaarders met standplaats in het Franstalig en het Duitstalig taalgebied en de notarissen en gerechtsdeurwaarders met standplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die ingeschreven zijn op de Franse taalrol.

Zij is eveneens bevoegd voor de procedures tegen de kandidaat-notarissen die in het Franstalig taalgebied ingeschreven zijn op een tableau bedoeld in artikel 77 van de wet van 16 maart 1803 op het notarisambt of in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op de Franse taalrol ingeschreven zijn, de erenotarissen met de laatste standplaats in het Franstalig taalgebied of die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op de Franse taalrol ingeschreven zijn en de kandidaat-gerechtsdeurwaarders die ingeschreven zijn op de Franse taalrol.

§ 2.Elke tuchtkamer is samengesteld uit drie leden, waaronder een magistraat die de tuchtkamer voorzit, naargelang het geval, twee notarissen-assessoren of twee gerechtsdeurwaarders-assessoren.

In elk rechtsgebied van het hof van beroep wijzen de voorzitters van de rechtbanken van eerste aanleg, van de ondernemingsrechtbanken en van de arbeidsrechtbanken alsook de voorzitter van de vrederechters en van de rechters in de politierechtbank gezamenlijk, om de drie jaar, twee werkende magistraten of eremagistraten van die rechtbanken aan die zitting kunnen hebben als voorzitter of plaatsvervangend voorzitter in de tuchtkamer. In het rechtsgebied van het hof van beroep te Brussel wordt per taalrol een werkende of eremagistraat op dezelfde wijze aangewezen. De eremagistraten mogen op het ogenblik van de aanwijzing de leeftijd van 72 jaar niet overschreden hebben. De aanwijzingen worden met redenen omkleed en medegedeeld aan het College van hoven en rechtbanken die uit de aangewezen magistraten één voorzitter en drie plaatsvervangers aanstelt per tuchtkamer.

Het College van de hoven en rechtbanken informeert de minister van Justitie van de aangewezen magistraten. De minister van Justitie maakt de aangewezen magistraten in het Belgisch Staatsblad bekend.

De plaatsvervangend voorzitter vervangt de voorzitter wanneer deze belet is of gewraakt wordt.

Het mandaat is hernieuwbaar.

Elke kamer van notarissen duidt een notaris-assessor aan per begonnen schijf van vijftig notarissen in het genootschap van notarissen. De kamer van notarissen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest stelt een Nederlandstalige en een Franstalige assessor aan per begonnen schijf van honderd notarissen. Voor de notarissen is de aanvaarding van de opdracht van assessor een deontologische verplichting; voor de erenotarissen niet.

De algemene vergadering van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders verkiest per gerechtelijk arrondissement vier gerechtsdeurwaarders-assessoren. Voor het gerechtelijk arrondissement Brussel worden twee Nederlandstalige en twee Franstalige assessoren verkozen.

De ontslagnemende notaris-assessor wordt vervangen door een notaris die wordt aangeduid door de kamer van notarissen van het genootschap waarvan hij deel uitmaakt. De ontslagnemende assessor-gerechtsdeurwaarder wordt vervangen door een gerechtsdeurwaarder die verkozen wordt door de algemene vergadering van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders.

De assessoren worden aangesteld voor een mandaat van drie jaar. Uittredende assessoren kunnen eenmaal onmiddellijk heraangesteld worden.

De notarissen en gerechtsdeurwaarders die sedert tenminste vijf jaar het ambt uitoefenen, erenotarissen en ere-gerechtsdeurwaarders kunnen tot assessor benoemd worden. Zij mogen binnen de vijf jaar voorafgaand aan hun aanstelling niet veroordeeld zijn geweest tot een in kracht van gewijsde gegane tuchtsanctie.

De notarissen-assessoren mogen geen lid zijn van het directiecomité van de Nationale Kamer van notarissen, een kamer van notarissen of het auditoraat opgericht bij de Nationale Kamer van notarissen.

De gerechtsdeurwaarders-assessoren mogen geen lid zijn van het directiecomité van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders, van de raad van de arrondissementskamer of het auditoraat opgericht bij de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders.

Het mandaat eindigt bij het verstrijken van de termijn, wanneer een onverenigbaarheid ontstaat als bedoeld in het achtste lid, of wanneer zij het voorwerp zijn van een in kracht van gewijsde gegane tuchtsanctie.

De tuchtraad stelt het huishoudelijk reglement vast waarin de werking en organisatie, de vervanging van de voorzitter, de aanwijzing van de assessoren per beroepsgroep en de wijze van samenstelling van de tuchtkamer voor de zittingen wordt geregeld.

Het huishoudelijk reglement wordt bij ministerieel besluit door de minister van Justitie, na advies van de Nationale Kamer van notarissen en de Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders, goedgekeurd en in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

§ 3.Het ambt van griffier bij de tuchtraad wordt uitgeoefend door een griffier van de rechtbank van eerste aanleg in de zetel waar de tuchtraad haar zittingen houdt. Hij wordt aangewezen door de hoofdgriffier.

De griffier die is aangewezen om het ambt van griffier bij de tuchtraad uit te oefenen op grond van het eerste lid kan worden vervangen door middel van een benoeming of een werving in overtal.

§ 4.De instanties die, naast de procureur des Konings, bevoegd zijn om een tuchtprocedure in te stellen worden voor de notarissen bepaald in de artikelen 96 en 98 van de wet van 16 maart 1803 op het notarisambt en voor de gerechtsdeurwaarders in de artikelen 533, § 1, 552, § 1, 3° en 555/1, § 1, 21° voor de hypothese bedoeld in artikel 538, § 6.

§ 5.De Koning bepaalt welke vergoeding aan de voorzitters en de plaatsvervangende voorzitters van de tuchtkamers kan worden toegekend.

Art. 555/5ter

§ 1.Wanneer de bevoegde instantie een zaak aanhangig maakt bij de bevoegde tuchtkamer, bij aangetekende zending, gerechtsdeurwaardersexploot of het digitale kanaal dat door de Nationale Kamer van notarissen en de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders daartoe is aangeduid, verzoekt deze instantie de voorzitter van de bevoegde tuchtkamer om de samenstelling van de bevoegde tuchtkamer die zal oordelen mee te delen en maakt het dossier over aan de griffie. De voorzitter duidt daartoe de twee assessoren aan die zullen zetelen uit de beroepsgroep van degene aan wie een feit ten laste wordt gelegd.

De aangestelde notarissen-assessoren mogen niet behoren tot het genootschap waartoe betrokkene aan wie een feit ten laste wordt gelegd behoort of mogen geen standplaats hebben die paalt aan de standplaats van betrokkene of geen deel uitmaken van een associatie die een kantoor heeft dat paalt aan de standplaats van betrokkene.

De aangestelde gerechtsdeurwaarders-assessoren mogen hun kantoor niet hebben in het gerechtelijk arrondissement waar de betrokkene aan wie feiten worden ten laste gelegd, zijn kantoor heeft of ingeschreven is op het tableau van kandidaat-gerechtsdeurwaarders, noch mogen zij met de betrokkene geassocieerd zijn of zich beiden in een formeel samenwerkingsverband bevinden.

De voorzitter bepaalt dag en uur van de eerste zitting.

§ 2.De griffier brengt de instantie die de tuchtprocedure heeft ingesteld op de hoogte van deze beslissingen.

De griffier roept de betrokkene bij aangetekende zending, gerechtsbrief, gerechtsdeurwaardersexploot of het digitale kanaal dat door de Nationale Kamer van notarissen en de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders daartoe is aangeduid op om voor de bevoegde tuchtkamer te verschijnen. In de oproeping vermeldt de griffier het aan de betrokkene ten laste gelegd feit, de tuchtstraf die door de instantie die de tuchtprocedure heeft ingesteld wordt gevorderd alsook de plaats waar en de uren waarop hij kennis kan nemen van het dossier. Dezelfde oproeping vermeldt de instantie die de tuchtprocedure heeft ingesteld en de samenstelling van de tuchtkamer die zal oordelen.

Een afschrift van de oproeping wordt verzonden aan de procureur des Konings die bevoegd is voor de standplaats van betrokkene.

Indien de instantie die de tuchtprocedure heeft ingesteld kennis heeft genomen van de zaak ingevolge een klacht, stelt zij de klager eveneens op de hoogte.

§ 3.De betrokkene kan zich laten bijstaan door een advocaat, of al naargelang het geval, door een notaris, een kandidaat-notaris, een erenotaris, of door een gerechtsdeurwaarder, een kandidaat-gerechtsdeurwaarder of een eregerechtsdeurwaarder.

De betrokkene, de procureur des Konings, de instantie die de tuchtprocedure heeft ingesteld en de klager kunnen uiterlijk binnen acht dagen na de oproeping bij de griffie van de tuchtraad een verzoek indienen om getuigen te horen en kunnen binnen dezelfde termijn stukken ter staving neerleggen. De tuchtkamer roept de getuigen op binnen een termijn van acht dagen na ontvangst van het verzoek.

De bevoegde tuchtkamer roept de klager, de procureur des Konings, de belanghebbende derden, alsook, al naar gelang het geval, de notarissen of gerechtsdeurwaarders die rechtstreeks of onrechtstreeks bij het dossier betrokken zijn, en die de wens hebben geuit gehoord te worden op de zitting, op. Zij kunnen bijgestaan worden door een advocaat, of, al naargelang het geval, een notaris, een kandidaat-notaris of een erenotaris of door een gerechtsdeurwaarder, een kandidaat-gerechtsdeurwaarder of een eregerechtsdeurwaarder.

De bevoegde tuchtkamer kan de personen oproepen die zij wenst te horen.

§ 4.Op straffe van verjaring wordt de tuchtprocedure ingesteld binnen twee jaar te rekenen vanaf de kennisneming van de feiten door de instantie die bevoegd is deze tuchtprocedure in te stellen.

Art. 555/5quater

De betrokkene of de instantie die bevoegd is de tuchtprocedure in te stellen kan zijn recht van wraking uitoefenen tegen de aangewezen magistraat-voorzitter of tegen een assessor die over zijn zaak moet beslissen om de redenen bedoeld in artikel 828.

De betrokkene of de instantie die bevoegd is de tuchtprocedure in te stellen richt hiertoe uiterlijk binnen acht dagen na de oproeping, op straffe van verval, aan de voorzitter van de tuchtkamer bij aangetekende zending een gedagtekend en ondertekend geschrift waarin hij de naam vermeldt van de assessor die hij wil wraken met opgave van de redenen van wraking.

De bevoegde tuchtkamer doet binnen vijftien dagen na ontvangst van het geschrift uitspraak over de gegrondheid van de wraking en het gevolg dat er eventueel aan moet gegeven worden. De magistraat-voorzitter of de assessor die gewraakt wordt, neemt geen deel aan het debat en de stemming en wordt vervangen door een andere magistraat-voorzitter of een andere assessor die door de voorzitter van de tuchtkamer wordt aangewezen.

De met redenen omklede beslissing wordt binnen vijftien dagen na uitspraak door de griffie aan betrokkene meegedeeld bij aangetekende zending, gerechtsbrief, gerechtsdeurwaardersexploot of het digitale kanaal dat door de Nationale Kamer van notarissen en de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders daarvoor is aangeduid.

De magistraat-voorzitter of de assessor die vaststelt dat er tussen betrokkene en hemzelf een belangenconflict bestaat, deelt dit mee aan de voorzitter van de tuchtkamer waarvan hij deel uitmaakt. De voorzitter ontheft de betrokken assessor van zijn taak en stelt een andere assessor aan.

Art. 555/5quinquies

§ 1.De eerste zitting wordt door de bevoegde tuchtkamer gehouden binnen een termijn die niet minder mag bedragen dan een maand na de datum van oproeping van de betrokkene. In geval van wraking wordt deze termijn op veertig dagen gebracht.

§ 2.De debatten zijn openbaar tenzij de betrokkene om behandeling met gesloten deuren verzoekt. De tuchtkamer gaat in op dat verzoek tenzij hij van oordeel is dat dit strijdig is met het openbaar belang. De tuchtkamer mag eveneens zitting houden met gesloten deuren gedurende de gehele of een deel van de rechtspleging, in het belang van de openbare orde of de goede zeden, of telkens dit strikt noodzakelijk wordt geacht en de openbaarheid de belangen van een betrokkene of de goede rechtsbedeling zouden schaden.

De betrokkene heeft het recht op die zitting, zelf of bij monde van de persoon die hem bijstaat, zijn middelen van verweer uiteen te zetten. De opgeroepen getuigen mogen zowel door de betrokkene, door de leden van de bevoegde tuchtkamer als door de instantie die de tuchtprocedure heeft ingesteld ondervraagd worden.

Art. 555/5sexies

§ 1.De tuchtkamer beslist bij geheime stemming. Zij kan de tuchtstraffen bedoeld in artikel 555/3 opleggen.

De beslissing wordt uiterlijk binnen een maand na de sluiting van de debatten in openbare zitting uitgesproken. De beslissing wordt met redenen omkleed en in het daartoe bestemd register opgetekend en tijdens de zitting waarop zij werd uitgesproken getekend door de leden van de tuchtkamer waarvan de namen worden vermeld.

Deze beslissing is niet uitvoerbaar bij voorraad.

§ 2.De tuchtkamer kan, voor de duur die zij bepaalt, aan de betrokkene tegen wie zij schorsing of afzetting heeft uitgesproken, een verbod om zijn beroep uit te oefenen opleggen, niettegenstaande hoger beroep. De bepalingen van artikel 555/5, §§ 6, 7 en 8 zijn van overeenkomstige toepassing.

De bevoegde tuchtkamer kan, op verzoek van de procureur des Konings, van de instantie die de tuchtprocedure heeft ingesteld of van de betrokkene het verbod op elk ogenblik opheffen.

§ 3.De geschorste betrokkene moet, voor de duur van de schorsing, de uitoefening van zijn beroep stopzetten. Bij overtreding van deze bepaling zijn de straffen bedoeld in het tweede lid op hem van toepassing. Tijdens de duur van de schorsing mag hij de algemene vergadering van het genootschap van notarissen, de arrondissementskamer of Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders niet bijwonen en is hij niet verkiesbaar tot lid van de kamer van notarissen of de raad van de arrondissementskamer noch tot vertegenwoordiger bij de Nationale Kamer van notarissen of de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders. Indien de betrokkene reeds tot één van de voormelde functies is verkozen, mag hij gedurende de duur van schorsing deze functie niet uitoefenen en moet er in zijn vervanging worden voorzien.

De betrokkene die is afgezet, moet de uitoefening van zijn beroep stopzetten, op straffe van schadevergoeding en, in voorkomend geval, andere straffen waarin de wet voorziet ten aanzien van openbare ambtenaren die ondanks afzetting hun ambt blijven uitoefenen.

Voorafgaande bepalingen zijn van toepassing vanaf het ogenblik dat de beslissing houdende uitspraak van de tuchtstraf definitief is geworden.

Art. 555/5septies

Binnen vijftien dagen na de uitspraak wordt de beslissing bij aangetekende zending, De eerste zitting gerechtsdeurwaardersexploot of het digitale kanaal dat door de Nationale Kamer van notarissen en de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders daarvoor is aangeduid, aan de klager, de betrokkene, de instantie die de tuchtprocedure heeft ingesteld en de bevoegde procureur des Konings meegedeeld.

In de kennisgeving van de beslissing aan de betrokkene wordt melding gemaakt dat tegen een beslissing gewezen bij verstek verzet kan ingesteld worden. Tevens meldt de kennisgeving de mogelijkheid van beroep en de termijnen waarbinnen het beroep kan worden ingesteld....

Een afschrift van de beslissing wordt verzonden, al naargelang het geval, aan de betrokken kamer van notarissen en de Nationale Kamer van notarissen of aan de betrokken arrondissementskamer van gerechtsdeurwaarders en de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders.

Art. 555/5octies

§ 1.Binnen de maand na de kennisgeving kan tegen de beslissing van de bevoegde tuchtkamer verzet worden ingesteld bij die tuchtkamer of beroep worden ingesteld bij het hof van beroep van het rechtsgebied waar de betrokkene zijn standplaats heeft, laatst heeft gehad of zijn beroepsactiviteit uitoefent.

Het verzet door de betrokkene wordt ingeleid en behandeld overeenkomstig het vierde deel, boek III, titel II.

Het beroep kan ingesteld worden door de betrokkene, de instantie die de tuchtprocedure heeft ingesteld en de procureur des Konings.

Het beroep wordt ingeleid en behandeld overeenkomstig het vierde deel, boek III, titel III. Het hoger beroep door de betrokkene wordt ingeleid bij verzoekschrift overeenkomstig artikel 1056, 2°. In alle andere gevallen wordt het hoger beroep ingeleid bij gerechtsdeurwaardersexploot dat aan de betrokkene wordt betekend.

§ 1/1.Het hoger beroep tegen een beslissing over de gegrondheid van een wraking als bedoeld in artikel 555/5quater of een tussenvonnis heeft geen devolutieve werking. Na uitspraak in hoger beroep, wordt de zaak naar de tuchtraad verwezen.

§ 2.Het hof waarbij het beroep is ingesteld, doet in openbare zitting uitspraak in laatste aanleg. Het kan alleen de in artikel 424 bedoelde straffen opleggen of de betrokkene vrijspreken.

§ 3.Het hof van beroep kan, voor de duur die zij bepaalt, aan de betrokkene tegen wie zij schorsing of afzetting heeft uitgesproken, een verbod om zijn beroep uit te oefenen opleggen, niettegenstaande cassatie. De bepalingen van artikel 555/5, §§ 6, 7 en 8, zijn van overeenkomstige toepassing.

Het hof van beroep kan, op verzoek van de procureur-generaal, van de instantie die de tuchtprocedure heeft ingeleid of van de betrokkene het verbod op elk ogenblik opheffen.

§ 4.De bepalingen van artikel 555/5sexies, § 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de geschorste of afgezette betrokkene.