Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL II Rechterlijke organisatie (art. 58–555/16) › BOEK IV - Gerechtsdeurwaarders

HOOFDSTUK V - Continuïteit van de openbare dienst, voortzetting van de activiteit, overdracht van dossiers en andere bestanddelen van het kantoor van een gerechtsdeurwaarder

523–525

Art. 523

§ 1.Indien een gerechtsdeurwaarder overlijdt, ontslag neemt of in geval van vernietiging van zijn benoeming, wordt door de territoriaal bevoegde procureur des Konings, op voorstel van de raad van de arrondissementskamer en uiterlijk binnen tien dagen na het overlijden, het ontslag of de vernietiging van de benoeming, een kandidaat-gerechtsdeurwaarder, tot waarnemend gerechtsdeurwaarder aangesteld. Wanneer de continuïteit van het kantoor dit niet langer vereist, beëindigt de procureur des Konings de aanstelling op gezamenlijk gemotiveerd verzoek van de raad van de arrondissementskamer en de waarnemend gerechtsdeurwaarder, vergezeld van het advies van de door de Nationale Kamer aangestelde bedrijfsrevisor.

Ingeval de overleden of ontslagnemende gerechtsdeurwaarder of de gerechtsdeurwaarder wiens benoeming vernietigd werd deel uitmaakt van een associatie van meerdere gerechtsdeurwaarders, wordt, in afwijking van vorig lid, geen waarnemend gerechtsdeurwaarder aangesteld. De continuïteit wordt verzekerd door de overige vennoot of vennoten.

Ingeval van associatie tussen een titularis-gerechtsdeurwaarder en een kandidaat-gerechtsdeurwaarder, wordt in voorkomend geval de geasssocieerde kandidaat-gerechtsdeurwaarder aangesteld als waarnemend gerechtsdeurwaarder.

Ingeval het een niet-geassocieerde gerechtsdeurwaarder betreft, wordt als waarnemend gerechtsdeurwaarder de kandidaat-gerechtsdeurwaarder aangesteld die op het ogenblik van het overlijden, het ontslag of de vernietiging van de benoeming het meest geschikt is om de continuïteit te verzekeren.

§ 2.Indien een gerechtsdeurwaarder wordt afgezet of er een schorsing tegen hem wordt uitgesproken, stelt de territoriaal bevoegde procureur des Konings, op voorstel van de raad van de arrondissementskamer en uiterlijk binnen tien dagen na de afzetting of de schorsing, een kandidaat-gerechtsdeurwaarder of titularis-gerechtsdeurwaarder aan tot waarnemend gerechtsdeurwaarder. Wanneer de continuïteit van het kantoor dit niet langer vereist, beëindigt de procureur des Konings de aanstelling op gezamenlijk gemotiveerd verzoek van de raad van de arrondissementskamer en de waarnemend gerechtsdeurwaarder, vergezeld van het advies van de door de Nationale Kamer aangestelde bedrijfsrevisor.

§ 3.De waarnemend gerechtsdeurwaarder staat in voor het algemeen beheer en de handhaving van het kantoor, vervult de nodige ambtshandelingen in functie van de continuïteit van het kantoor, houdt de repertoria bij, en neemt alle functies waar van de vervangen gerechtsdeurwaarder voor de duur van de schorsing of, in voorkomend geval, tot de eedaflegging van de nieuw benoemde gerechtsdeurwaarder, en dit onder toezicht van de syndicus.

De Koning bepaalt de nadere regels inzake de vergoeding van de waarnemend gerechtsdeurwaarder en inzake de wijze waarop de afrekening gebeurt tussen de vervangen gerechtsdeurwaarder of diens rechthebbenden, de waarnemend gerechtsdeurwaarder en, in voorkomend geval, de nieuw benoemde gerechtsdeurwaarder na diens eedaflegging.

§ 4.Een waarnemend gerechtsdeurwaarder heeft dezelfde rechten en verplichtingen als een titularis-gerechtsdeurwaarder.

Bij elke in de uitoefening van het beroep gestelde daad vermeldt de waarnemend gerechtsdeurwaarder zijn hoedanigheid en de identiteit en plaats van vestiging van de gerechtsdeurwaarder waarvoor hij waarneemt.

Art. 524

§ 1.De gerechtsdeurwaarder die benoemd wordt in opvolging van een overleden, afgezet of ontslagnemend gerechtsdeurwaarder neemt van rechtswege die verplichtingen over van de gerechtsdeurwaarder die hij opvolgt, voorzover die verplichtingen er zijn of behouden blijven, welke verband houden met arbeidsovereenkomsten en lopende huur-, leverings-, renting- en leasingcontracten. Alle schulden die geen verband houden met arbeidsovereenkomsten en lopende huur-, leverings-, renting- en leasingcontracten kunnen niet worden overgedragen.

De opvolger neemt verplicht en tegen boekwaarde de kantoorinfrastructuur, zoals de lichamelijke roerende goederen, software, hardware, ICT over die toebehoort aan de gerechtsdeurwaarder die hij opvolgt. Onroerende goederen zijn uitgesloten.

In voorkomend geval neemt de opvolger de kwaliteitsrekeningen over van de gerechtsdeurwaarder die hij opvolgt.

§ 2.De Koning bepaalt de nadere regels inzake de overname van de lopende huur-, leverings, renting- en leasingcontracten en van de in § 1 bedoelde kantoorinfrastructuur en stelt de regels vast voor de mededeling aan de kandidaat-gerechtsdeurwaarders van de onder § 1 bedoelde verplichtingen en van de kantoorinfrastructuur en het bedrag van de vergoeding.

Verplichtingen of kantoorinfrastructuur die niet opgenomen zijn in de in het eerste lid bedoelde mededeling, kunnen niet worden overgedragen.

§ 3.De gerechtelijke mandaten die voorheen waren toegekend aan een gerechtsdeurwaarder die is overleden, ontslag heeft genomen, is geschorst of afgezet, of wiens benoeming nietig is verklaard, worden van rechtswege en zonder nieuwe aanstelling uitgevoerd door de gerechtsdeurwaarder die nieuw in zijn plaats wordt benoemd. In geval van aanstelling van een waarnemend gerechtsdeurwaarder overeenkomstig artikel 523, § 1, eerste lid, en paragraaf 2, oefent deze tijdelijk het gerechtelijk mandaat uit.

De waarnemend of nieuw benoemde gerechtsdeurwaarder stelt de partijen en de rechtbank hiervan in kennis.

In voorkomend geval kan de bevoegde rechtbank, op verzoek van de meest gerede partij en indien daartoe ernstige redenen bestaan, een andere gerechtsdeurwaarder aanstellen om de uitoefening van het gerechtelijk mandaat voort te zetten.

Art. 525

In voorkomend geval worden, ter uitvoering van artikel 524, de minuten, repertoria, grossen, bewaargevingen, tenuitvoerleggingsdossiers en alle lopende opdrachten door de vervangen gerechtsdeurwaarder of zijn erfgenamen onverwijld overgedragen aan de in opvolging benoemde gerechtsdeurwaarder.

De in opvolging benoemde gerechtsdeurwaarder is van rechtswege belast met de gerechtelijke opdrachten waartoe zijn voorganger bij rechterlijke beslissing werd aangesteld, onverminderd de bevoegdheid van de rechtbank om, op verzoek van een betrokken partij of de procureur des Konings, een andere gerechtsdeurwaarder aan te stellen.