§ 1.Indien een gerechtsdeurwaarder overlijdt, ontslag neemt of in geval van vernietiging van zijn benoeming, wordt door de territoriaal bevoegde procureur des Konings, op voorstel van de raad van de arrondissementskamer en uiterlijk binnen tien dagen na het overlijden, het ontslag of de vernietiging van de benoeming, een kandidaat-gerechtsdeurwaarder, tot waarnemend gerechtsdeurwaarder aangesteld. Wanneer de continuïteit van het kantoor dit niet langer vereist, beëindigt de procureur des Konings de aanstelling op gezamenlijk gemotiveerd verzoek van de raad van de arrondissementskamer en de waarnemend gerechtsdeurwaarder, vergezeld van het advies van de door de Nationale Kamer aangestelde bedrijfsrevisor.
Ingeval de overleden of ontslagnemende gerechtsdeurwaarder of de gerechtsdeurwaarder wiens benoeming vernietigd werd deel uitmaakt van een associatie van meerdere gerechtsdeurwaarders, wordt, in afwijking van vorig lid, geen waarnemend gerechtsdeurwaarder aangesteld. De continuïteit wordt verzekerd door de overige vennoot of vennoten.
Ingeval van associatie tussen een titularis-gerechtsdeurwaarder en een kandidaat-gerechtsdeurwaarder, wordt in voorkomend geval de geasssocieerde kandidaat-gerechtsdeurwaarder aangesteld als waarnemend gerechtsdeurwaarder.
Ingeval het een niet-geassocieerde gerechtsdeurwaarder betreft, wordt als waarnemend gerechtsdeurwaarder de kandidaat-gerechtsdeurwaarder aangesteld die op het ogenblik van het overlijden, het ontslag of de vernietiging van de benoeming het meest geschikt is om de continuïteit te verzekeren.
§ 2.Indien een gerechtsdeurwaarder wordt afgezet of er een schorsing tegen hem wordt uitgesproken, stelt de territoriaal bevoegde procureur des Konings, op voorstel van de raad van de arrondissementskamer en uiterlijk binnen tien dagen na de afzetting of de schorsing, een kandidaat-gerechtsdeurwaarder of titularis-gerechtsdeurwaarder aan tot waarnemend gerechtsdeurwaarder. Wanneer de continuïteit van het kantoor dit niet langer vereist, beëindigt de procureur des Konings de aanstelling op gezamenlijk gemotiveerd verzoek van de raad van de arrondissementskamer en de waarnemend gerechtsdeurwaarder, vergezeld van het advies van de door de Nationale Kamer aangestelde bedrijfsrevisor.
§ 3.De waarnemend gerechtsdeurwaarder staat in voor het algemeen beheer en de handhaving van het kantoor, vervult de nodige ambtshandelingen in functie van de continuïteit van het kantoor, houdt de repertoria bij, en neemt alle functies waar van de vervangen gerechtsdeurwaarder voor de duur van de schorsing of, in voorkomend geval, tot de eedaflegging van de nieuw benoemde gerechtsdeurwaarder, en dit onder toezicht van de syndicus.
De Koning bepaalt de nadere regels inzake de vergoeding van de waarnemend gerechtsdeurwaarder en inzake de wijze waarop de afrekening gebeurt tussen de vervangen gerechtsdeurwaarder of diens rechthebbenden, de waarnemend gerechtsdeurwaarder en, in voorkomend geval, de nieuw benoemde gerechtsdeurwaarder na diens eedaflegging.
§ 4.Een waarnemend gerechtsdeurwaarder heeft dezelfde rechten en verplichtingen als een titularis-gerechtsdeurwaarder.
Bij elke in de uitoefening van het beroep gestelde daad vermeldt de waarnemend gerechtsdeurwaarder zijn hoedanigheid en de identiteit en plaats van vestiging van de gerechtsdeurwaarder waarvoor hij waarneemt.