Alle wetboeken › WER

BOEK IV - Bescherming van de mededinging › TITEL 3 - Handhaving van het mededingingsrecht

HOOFDSTUK 2 - Prejudiciële vragen, tussenkomsten als amicus curiae en vonnissen en arresten betreffende inbreuken op het mededingingsrecht

IV.86–IV.89

Art. IV.86

Het Hof van Cassatie spreekt zich bij wege van prejudicieel arrest uit over de vragen met betrekking tot de interpretatie van de bepalingen van dit boek.

Art. IV.87

§ 1.Ingeval de oplossing van een geschil afhangt van de interpretatie van bepalingen van dit boek, kan het rechtscollege waarbij de zaak aanhangig is gemaakt de uitspraak uitstellen en een prejudiciële vraag stellen aan het Hof van Cassatie.

De beslissing om een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Cassatie schorst de termijnen en de procedure voor het rechtscollege dat de vraag stelt vanaf de dag waarop de beslissing werd genomen tot de dag waarop dit rechtscollege het antwoord van het Hof van Cassatie ontvangt.

Tegen de beslissing van een rechtscollege om een prejudiciële vraag te stellen of een dergelijke vraag niet te stellen kan geen enkel rechtsmiddel worden aangewend.

§ 2.De griffier van het Hof van Cassatie stelt de partijen, de Belgische Mededingingsautoriteit, de minister en, in het geval van toepassing van de artikelen 101 en 102 VWEU, de Europese Commissie onverwijld in kennis van de prejudiciële vraag.

De griffier van het Hof van Cassatie nodigt de partijen, de Belgische Mededingingsautoriteit, de minister en de Europese Commissie uit om hun eventuele schriftelijke opmerkingen over te zenden, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen een maand na de kennisgeving van de prejudiciële vraag. Zij kunnen elk vragen om gehoord te worden en het proceduredossier ter plaatse raadplegen of vragen dat hen een afschrift wordt toegezonden.

§ 3.Het Hof van Cassatie kan de prejudiciële vraag herformuleren. Het Hof doet uitspraak met voorrang boven alle andere zaken.

§ 4.Het rechtscollege dat de prejudiciële vraag heeft gesteld, evenals elk rechtscollege dat in dezelfde zaak uitspraak doet, moeten zich, voor de oplossing van het geschil naar aanleiding waarvan de vraag is gesteld, voegen naar het arrest dat het Hof van Cassatie heeft gewezen.

Art. IV.88

§ 1.De Belgische Mededingingsautoriteit kan ambtshalve of op verzoek van het rechtscollege waarbij de zaak aanhangig is, binnen de door het rechtscollege bepaalde termijnen, schriftelijke opmerkingen indienen in verband met de toepassing van artikel IV.1, artikel IV.2 en artikel IV.2/1 of van de artikelen 101 en 102 VWEU.

Met de toestemming van het betrokken rechtscollege kan zij ook mondelinge opmerkingen maken.

Enkel met het oog op de formulering van haar opmerkingen kan de Belgische Mededingingsautoriteit het betrokken rechtscollege verzoeken haar alle voor de beoordeling van de zaak noodzakelijke stukken toe te zenden of te laten toezenden.

Ingeval de Belgische Mededingingsautoriteit opmerkingen indient moeten de andere partijen de gelegenheid worden geboden om op deze opmerkingen te antwoorden.

§ 2.De Belgische Mededingingsautoriteit kan in het kader van een procedure betreffende een rechtsvordering tot schadevergoeding voor inbreuken op het mededingingsrecht op verzoek van een nationale rechterlijke instantie..., deze instantie bijstand verlenen bij het bepalen van het bedrag van de schade ingeval zij dergelijke bijstand passend acht.

Art. IV.89

Elk door de hoven en rechtbanken gewezen vonnis of arrest waarbij het gaat om het geoorloofde karakter van een mededingingspraktijk in de zin van dit boek, wordt binnen acht dagen aan de Belgische Mededingingsautoriteit en de minister medegedeeld en, voor zover het gaat om een vonnis of arrest dat een toepassing van het Europees mededingingsrecht bevat, aan de Europese Commissie, door toedoen van de griffier van het betrokken rechtscollege.

Bovendien geeft de griffier zonder verwijl de Belgische Mededingingsautoriteit en de minister kennis van de beroepen die zijn ingesteld tegen enig in het voorgaande lid bedoeld vonnis of arrest.