§ 1.Voor feiten die niet van die aard schijnen te zijn dat ze gestraft moeten worden met een straf van niveau 4 of van een zwaardere straf, kan de procureur des Konings, indien de verdachte, de inverdenkinggestelde of de beklaagde de schuld van de hem tenlastegelegde feiten erkent, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de verdachte, de inverdenkinggestelde of de beklaagde of zijn advocaat, de toepassing voorstellen van de in dit artikel omschreven procedure van voorafgaande erkenning van schuld.
In dat geval kan hij de toepassing voorstellen van alle hoofd- en bijkomende straffen en maatregelen, die de rechter wettelijk zou kunnen uitspreken, eventueel onder de door de wet bepaalde nadere regels, met inbegrip van de opschorting van de uitspraak van de veroordeling en de veroordeling bij schuldigverklaring en met toepassing, in voorkomend geval, van artikel 62 van het Strafwetboek.
Deze procedure is niet toepasselijk voor de feiten:
1°die strafbaar zijn met een straf van niveau 7 of 8;
2°bedoeld in de artikelen 138 tot 149 van het Strafwetboek;
3°bedoeld in de artikelen 152 tot 168, 171 tot 174, 177 tot 179, 183 en 185 van het Strafwetboek, indien deze zijn gepleegd op of met behulp van minderjarigen;
4°bedoeld in de artikelen 96 tot 98 en 100 tot 102 van het Strafwetboek.
§ 2.De procureur des Konings kan de toepassing van de in dit artikel omschreven procedure ook voorstellen tijdens het gerechtelijk onderzoek, na het verplicht en bindend advies van de onderzoeksrechter over de stand van het onderzoek, evenals na overzending van het dossier door de onderzoeksrechter overeenkomstig artikel 127, § 1. Hij kan dit ook voorstellen wanneer de zaak reeds bij de feitenrechter aanhangig is gemaakt.
§ 3.De procureur des Konings stelt, indien hij van oordeel is dat toepassing kan gemaakt worden van de in dit artikel omschreven procedure, de verdachte, de inverdenkinggestelde, of de beklaagde, het gekende slachtoffer en hun advocaten in kennis dat zij inzage in het strafdossier krijgen voor zover zij de mogelijkheid nog niet hadden. Ze kunnen zelf met hun eigen middelen kosteloos een kopie ervan nemen ter plaatse.
§ 4.De procureur des Konings bepaalt dag, uur en plaats van oproeping van de verdachte, de inverdenkinggestelde of de beklaagde en hun advocaat of kan hen een schriftelijk voorstel overzenden.
De advocaat neemt kennis van het dossier, van het voorstel van de procureur des Konings en de aan de verdachte, de inverdenkinggestelde of de beklaagde tenlastegelegde feiten en licht hem in over zijn rechten, de gevolgen van het erkennen van de schuld in de voorliggende procedure en het verder verloop ervan.
Indien de verdachte, de inverdenkinggestelde of de beklaagde over onvoldoende inkomsten beschikt, zijn de artikelen 508/13 tot 508/18 van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de toekenning van de gedeeltelijke of volledige kosteloosheid van de juridische tweedelijnsbijstand geheel van toepassing.
De verklaringen waarmee de verdachte, de inverdenkinggestelde of de beklaagde de schuld aan de hem tenlastegelegde feiten erkent, worden afgelegd met bijstand van een advocaat naar keuze of een hem toegewezen advocaat. De verdachte, de inverdenkinggestelde of de beklaagde kan de schuld aan de hem tenlastegelegde feiten erkennen in een door hem en zijn advocaat gedagtekende en ondertekende schriftelijke verklaring.
Na het aanhoren van de door de procureur des Konings voorgestelde straffen, in voorkomend geval na ontvangst van het voorstel van de procureur des Konings, beschikt de verdachte, de inverdenkinggestelde of de beklaagde over de door de procureur des Konings bepaalde termijn van ten minste een maand binnen dewelke hij aan de procureur des Konings moet meedelen of hij al dan niet de schuld aan de tenlastegelegde feiten erkent en de weerhouden wettelijke kwalificaties en de voorgestelde straffen aanvaardt, en binnen dewelke hij met het slachtoffer tot een akkoord kan komen in verband met de omvang van de veroorzaakte schade en de regeling van de schadevergoeding. Deze termijn kan worden teruggebracht tot acht dagen indien de inverdenkinggestelde of de beklaagde zich in voorlopige hechtenis bevindt.
De eventueel aan een ander veroorzaakte schade dient geheel vergoed te zijn. De overeenkomst kan evenwel ook worden voorgesteld op voorwaarde dat de verdachte, de inverdenkinggestelde of de beklaagde in een geschrift zijn burgerlijke aansprakelijkheid voor het schadeverwekkende feit heeft erkend en hij het bewijs heeft geleverd van de vergoeding van het niet-betwiste gedeelte van de schade en de regeling ervan of indien er met het slachtoffer een afbetalingsplan is overeengekomen met het oog op de gehele vergoeding van de schade. In ieder geval kan het slachtoffer zijn rechten doen gelden voor de bevoegde burgerlijke rechtbank.
Indien de verdachte, de inverdenkinggestelde of de beklaagde zich akkoord verklaart, wordt zijn verklaring, waarmee hij de schuld aan de hem tenlastegelegde feiten erkent en de straffen aanvaardt die de procureur des Konings voorstelt, vastgelegd in een overeenkomst waarin de strafrechtelijke kwalificatie van de feiten precies wordt omschreven en het bedrag van de schadevergoeding aan het slachtoffer wordt vermeld en dat zowel door de verdachte, de inverdenkinggestelde of de beklaagde en zijn advocaat, als door de procureur des Konings wordt ondertekend.
Voor de fiscale of sociale misdrijven waarmee belastingen of sociale bijdragen konden worden ontdoken, is de in dit artikel bedoelde procedure pas mogelijk nadat de dader van het misdrijf de door hem verschuldigde ontdoken belastingen of sociale bijdragen, inclusief de intresten, heeft betaald, en de fiscale of de sociale administratie daarmee heeft ingestemd. Het bedrag van de belastingen of sociale bijdragen wordt na de ondertekening van de overeenkomst geconsigneerd.
De overeenkomst bedoeld in het zevende lid bepaalt ook de goederen of vermogensvoordelen die moeten worden verbeurdverklaard.
§ 5.Als de zaak nog niet is vastgesteld voor een rechter ten gronde, bepaalt de overeenkomst de plaats, dag en uur van de zitting van de rechtbank of het hof waarop de verdachte, de inverdenkinggestelde of de beklaagde en het gekende slachtoffer of hun advocaat dienen te verschijnen, binnen een termijn die niet korter mag zijn dan tien dagen en niet langer dan twee maanden. Aan de verdachte, de inverdenkinggestelde of de beklaagde en het gekende slachtoffer wordt onmiddellijk een afschrift van de overeenkomst overhandigd of in voorkomend geval betekend. De kennisgeving geldt ten aanzien van alle partijen als dagvaarding. Wanneer de zaak evenwel al is vastgesteld voor de rechter ten gronde, wordt de overeenkomst op die zitting ter bekrachtiging voorgelegd.
Wanneer de onderzoeksrechter met een onderzoek is gelast, wordt de overeenkomst ter bekrachtiging aan het onderzoeksgerecht voorgelegd. De procureur des Konings zendt het dossier en de overeenkomst over aan de griffie van het onderzoeksgerecht. De griffier stelt de inverdenkinggestelde en het gekende slachtoffer en hun advocaat per faxpost, langs elektronische weg of bij een aangetekende zending in kennis van plaats, dag en uur van verschijning. De termijn van verschijning mag niet korter zijn dan tien dagen en niet langer dan twee maanden. Ingeval de inverdenkinggestelde zich in voorlopige hechtenis bevindt, wordt de termijn teruggebracht tot drie dagen.
§ 6.De rechtbank, het hof of het onderzoeksgerecht hoort de beklaagde of de inverdenkinggestelde en het gekende slachtoffer en hun advocaat in raadkamer over de afgesloten overeenkomst en de erkende feiten.
De rechtbank, het hof of het onderzoeksgerecht verifieert of voldaan is aan alle voorwaarden van de paragrafen 1 tot 4, of de overeenkomst op een vrije en weloverwogen manier is gesloten en met de werkelijkheid van de feiten en met hun correcte juridische kwalificatie overeenstemt, of de door de procureur des Konings voorgestelde straffen proportioneel zijn aan de ernst van de feiten en aan de persoonlijkheid van de beklaagde en of het gekende slachtoffer het akkoord over het bedrag en de regeling van de schadevergoeding op een vrije en weloverwogen manier heeft gesloten.
Indien de rechtbank, het hof of het onderzoeksgerecht oordeelt dat dit het geval is, bekrachtigt ze de afgesloten overeenkomst en spreekt ze de straffen uit die bij de erkenning van schuld door de beklaagde voorgesteld waren. De beklaagde wordt veroordeeld tot de kosten overeenkomstig artikel 162, eerste lid, en tot de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek, overeenkomstig artikel 162bis, eerste lid. Deze beslissing wordt uitgesproken in openbare terechtzitting. Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Indien de rechtbank, het hof of het onderzoeksgerecht het verzoek tot bekrachtiging van de afgesloten overeenkomst, bij een met redenen omklede beslissing, afwijst, wordt het dossier terug ter beschikking gesteld van de procureur des Konings om te handelen als naar recht. Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open. De rechter die beslist heeft over de bekrachtiging mag geen kennis meer nemen van de zaak.
De door de beklaagde en de procureur des Konings ondertekende overeenkomst en de documenten die werden opgemaakt en mededelingen die werden gedaan tijdens het overleg in het kader van de procedure alsook alle andere gerelateerde procedurestukken, worden in het laatste geval uit het dossier verwijderd en neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg.
Zolang de overeenkomst niet is bekrachtigd bij vonnis of arrest dat in kracht van gewijsde is gegaan, kunnen de hierboven bedoelde stukken niet ten laste van de verdachte, de inverdenkinggestelde, of de beklaagde worden aangewend in een andere strafrechtelijke, burgerrechtelijke, administratieve, arbitrale of andere procedure en zijn ze niet toelaatbaar als bewijs, zelfs niet als buitengerechtelijke bekentenis.
Zolang er geen ondertekende overeenkomst is, kunnen de stukken opgesteld in het kader van de paragrafen 1, 2, 4 en 5 niet aan het dossier worden gevoegd, noch ingezien.
§ 7.De rechtbank, het hof of het onderzoeksgerecht doet uitspraak over het verzoek tot bekrachtiging, hetzij tijdens de zitting, hetzij binnen een maand na de eerste zitting. De rechtbank, het hof of het onderzoeksgerecht kan beslissen de behandeling van de zaak voort te zetten op verzoek van de procureur des Konings en de beklaagde indien de noodzaak blijkt de overeenkomst aan te passen.
§ 8.Het bij de paragrafen 1 en 2 bedoelde recht behoort ook toe, ten aanzien van dezelfde feiten, aan de arbeidsauditeur, de federale procureur en de procureur-generaal in hoger beroep en, ten aanzien van de personen bedoeld in artikel 479, aan de procureur-generaal bij het hof van beroep.