Alle wetboeken › Sw. 2024

Boek II De gemeenrechtelijke misdrijven en hun straffen › Titel 3 Misdrijven tegen de persoon › Hoofdstuk 3 Misdrijven tegen de seksuele integriteit, het seksueel zelfbeschikkingsrecht en de goede zeden

Afdeling 3 Openbare zedenschennis

182–186

Art. 182

Vervaardigen of verspreiden van inhoud van extreem pornografische of gewelddadige aard

Vervaardigen of verspreiden van inhoud van extreem pornografische of gewelddadige aard is het opzettelijk tentoonstellen, aanbieden, verkopen, verhuren, uitzenden, leveren, verspreiden, ter beschikking stellen, overhandigen, vervaardigen of invoeren, met welk middel ook, van inhoud van extreem pornografische of gewelddadige aard.

Onder extreem wordt begrepen elke inhoud die dermate pornografisch of gewelddadig is dat zij van aard is om bij een normaal en redelijk persoon traumatiserende of andere psychisch schadelijke gevolgen te weeg te brengen.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 183

Vervaardigen of verspreiden van inhoud van extreem pornografische of gewelddadige aard gepleegd tegenover een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand

Vervaardigen of verspreiden van inhoud van extreem pornografische of gewelddadige aard gepleegd tegenover een minderjarige of een persoon in kwetsbare toestand, wordt bestraft met een straf van niveau 3.

Art. 184

Exhibitionisme

Exhibitionisme is het opzettelijk opdringen aan andermans zicht van de eigen ontblote geslachtsdelen of van een seksuele daad op een openbare plaats of op een plaats die zichtbaar is voor het publiek.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.

Art. 185

Exhibitionisme in aanwezigheid van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand

Exhibitionisme in aanwezigheid van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand, wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 186

Verzwarende factoren

Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf bedoeld in deze afdeling neemt de rechter in overweging het feit dat:

-het misdrijf werd gepleegd door een persoon met een openbare functie in het kader van de uitoefening van deze functie;

-het misdrijf werd gepleegd door een persoon die zich in een gezags- of vertrouwenspositie bevindt ten opzichte van het slachtoffer;

-het misdrijf werd gepleegd op een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar;

-het misdrijf werd gepleegd op een minderjarige beneden de volle leeftijd van zestien jaar en is voorafgegaan door een benadering van deze minderjarige vanwege de dader met het oogmerk om op een later tijdstip de in deze afdeling bepaalde feiten te plegen;

-het misdrijf werd gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde "eer".