§ 1.De bureaus voor juridische bijstand maken voor de uitvoering van hun taken zoals bepaald in dit Hoofdstuk gebruik van het register tweedelijnsbijstand.
§ 2.De beheerder van het register tweedelijnsbijstand heeft de volgende taken:
1°instaan voor de inrichting en het beheer van het register en erop toezien dat deze voortdurend wordt bijgewerkt met de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de doelstelling zoals bepaald in artikel 508/13/5, § 3. Het register bevat:
a)de gegevens van de rechtzoekende die nodig zijn voor zijn aanvraag;
b)de aanvragen tot juridische tweedelijnsbijstand;
c)het onderzoek van de aanvraag tot juridische tweedelijnsbijstand inzake de vervulling van de toegangsvereisten;
d)de benoeming van de advocaat die juridische tweedelijnsbijstand verleent;
e)de controle van de toe te kennen punten, de betaling van de vergoeding aan de aangestelde advocaat voor zijn prestaties in het dossier alsook de voor hetzelfde doel uitgevoerde audits;
f)de verzoeken tot ontheffing;
g)de rapportering en controle van de door de advocaat verleende diensten overeenkomstig de nomenclatuur met inbegrip van eventuele aanpassingen van de punten;
h)de verdeling onder de lokale balies van de vergoedingen die verschuldigd zijn aan de aangestelde advocaten;
i)rapportering van tweedelijnsbijstand dossiers;
j)in voorkomend geval de dienstroosters van de permanenties;
2°beheer van de toegangen tot het register, aan de hand van elektronische identificatie, authenticatie, verificatie van hoedanigheden en autorisatie van de verschillende betrokkenen bij hun uitoefening van hun taken als advocaat of als medewerker van het bureau voor juridische bijstand of de overheden zoals bedoeld in artikel 488, telkens in hun hoedanigheid van medewerker van justitie;
3°controle op het gebruik en de raadplegingen van het register, met inbegrip van het vermijden van eventueel misbruik ervan, o.m. aan de hand van logging, monitoring en datamining;
4°publicatie van openbare informatie inzake juridische tweedelijnsbijstand: op verzoek van de minister van Justitie, de wetgevende kamers en het Planbureau en na advies van de functionaris voor gegevensbescherming, verlenen de beheerders toegang tot anonieme gegevens die nuttig zijn voor de opstelling van statistieken over de juridische tweedelijnsbijstand. Gecodeerde gegevens mogen alleen worden meegedeeld in overeenstemming met de geldende regels inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer bij de verwerking van persoonsgegevens en met het beroepsgeheim zoals bedoeld in artikel 353, § 1, van het Strafwetboek;
5°publicatie van de lijst van advocaten die inzetbaar zijn voor het verlenen van juridische bijstand zoals bepaald in artikel 508/7, opgesteld door de verschillende bureaus voor juridische bijstand;
6°toegangsbeheer van de medewerkers en advocaten die gemachtigd zijn om voor het bureau op te treden bij de uitvoering van hun taken als medewerker van het gerecht;
7°beheer van de aanvragen van rechtzoekenden tot inzage van of kopie van hun dossier in overeenstemming met de geldende regels inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer bij de verwerking van persoonsgegevens.
§ 3.De beheerder en de Ordes van advocaten worden voor de uitvoering van deze taken gezamenlijk beschouwd als de verantwoordelijke voor de verwerking in de zin van de artikelen 4, 7) en 26 van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.
§ 4.De beheerder en de Ordes van advocaten stellen een gemeenschappelijke aangestelde voor de gegevensbescherming van de gegevens van het register aan. Deze is meer bepaald belast met:
1°het verstrekken van deskundige adviezen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de beveiliging van persoonsgegevens en informatie en inzake hun verwerking;
2°het informeren en adviseren van de beheerder en de Ordes van advocaten over hun verplichtingen krachtens deze wet en het algemeen kader van de bescherming van de gegevens en de persoonlijke levenssfeer;
3°het opstellen, het toepassen, het bijwerken en het controleren van een beleid inzake de beveiliging en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
4°het functioneren als contactpunt voor de Gegevens- beschermingsautoriteit;
5°de uitvoering van de andere opdrachten inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de beveiliging die door de Koning worden bepaald, na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit. Bij het uitoefenen van zijn opdrachten handelt de aangestelde voor de gegevensbescherming volledig onafhankelijk en brengt rechtstreeks verslag uit aan de beheerder. De Koning bepaalt, na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, de nadere regels volgens dewelke de aangestelde voor de gegevensbescherming zijn opdrachten uitvoert.
§ 5.De rechtszoekenden, de derden die namens hen optreden alsook de advocaten, in het kader van de vervulling van hun taken als medewerker van het gerecht, hebben toegang tot de voor hen relevante gegevens van het register, voor zover de mededeling van deze informatie geen inbreuk betekent op het beroepsgeheim van de advocaat en/of de privacy van derden.
§ 6.Het rijksregisternummer, het identificatienummer in het bisregister, de geboorteplaats en -datum, het geslacht, de nationaliteit, de hoofdverblijfplaats, de datum van overlijden, de burgerlijke staat en de samenstelling van het gezin van de in het artikel 508/13/2 bedoelde fysieke personen mogen niet worden publiek gemaakt, maar worden wel meegedeeld aan de rechtzoekende zelf, zijn advocaat, alsook aan zijn gemandateerden bij de uitoefening van hun taak als medewerkers van het gerecht, en aan het bureau voor juridische bijstand en hun beheerder, voor de uitoefening van hun wettelijke taken.
§ 7.Hij die in welke hoedanigheid ook deelneemt aan de verzameling of de verwerking van de in dit Hoofdstuk bedoelde gegevens of kennis heeft van die gegevens, moet in voorkomend geval het vertrouwelijk karakter ervan in acht nemen. Bij een inbreuk zijn de straffen van artikel 352 van het Strafwetboek op hem toepasselijk.