Alle wetboeken › Sv.

BOEK I De gerechtelijke politie en de officieren die ze uitoefenen (art. 8–136ter)

HOOFDSTUK VIIbis - (Verhoor van minderjarigen en kwetsbare meerderjarigen die het slachtoffer of getuige zijn van bepaalde misdrijven).

91bis–101

Art. 91bis

Elke minderjarige en elke kwetsbare meerderjarige, die het slachtoffer of getuige is van de feiten bedoeld in de artikelen 134 tot 149, 151 tot 168, 171 tot 174, 183 tot 185, 187, 194 tot 198, 200, 201, 206 tot 211, 223 tot 225, 226 tot 228, 258 tot 260, 265, 268, 299 tot 301, 328 tot 330, 333 tot 335, 336 en 337 van het Strafwetboek, heeft het recht zich tijdens elk verhoor vanwege de rechterlijke instanties te laten begeleiden door een meerderjarig persoon van zijn keuze, behalve wanneer het openbaar ministerie of de onderzoeksmagistraat ten aanzien van deze persoon bij een met redenen omklede beslissing anders oordeelt in het belang van de minderjarige of de kwetsbare meerderjarige of teneinde de waarheid aan het licht te brengen..

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder "kwetsbare meerderjarige" verstaan elke persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van zijn leeftijd, een zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk is.

Art. 92

§ 1.Het verhoor van minderjarigen en kwetsbare meerderjarigen, die het slachtoffer zijn of getuige zijn van de artikelen 134 tot 146, 148, 149, 151 tot 163, 165, 187 en 206 tot 211 van het Strafwetboek bedoelde misdrijven maakt het voorwerp uit van een audiovisuele opname, behalve wanneer de procureur des Konings of de onderzoeksrechter bij een met redenen omklede beslissing anders oordeelt rekening houdend met de omstandigheden eigen aan de zaak en in het belang van de minderjarige of van de kwetsbare meerderjarige.

De procureur des Konings of de onderzoeksrechter kan de audiovisuele opname bevelen van het verhoor van minderjarigen en kwetsbare meerderjarigen die het slachtoffer zijn van de overige in artikel 91bis bedoelde misdrijven of daarvan getuige zijn.

De opname wordt gemaakt met de toestemming van de minderjarige of van de kwetsbare meerderjarige. Indien de minderjarige minder dan twaalf jaar oud is, is het voldoende hem hierover in te lichten.

§ 2.De audiovisuele opname van het verhoor van minderjarigen en kwetsbare meerderjarigen die slachtoffer of getuige zijn van andere misdrijven dan die bedoeld in artikel 91bis, kan worden bevolen in geval van ernstige en uitzonderlijke omstandigheden.

De opname wordt gemaakt met de toestemming van de minderjarige of van de kwetsbare meerderjarige. Indien de minderjarige minder dan twaalf jaar oud is, is het voldoende hem hierover in te lichten.

Art. 93

Het opgenomen verhoor van de minderjarige en de kwetsbare meerderjarige wordt, afhankelijk van het stadium waarin de procedure zich bevindt, verricht door een magistraat van het openbaar ministerie, door de onderzoeksrechter of door een daartoe gebrevetteerde politieambtenaar.

Art. 94

Het opgenomen verhoor van de minderjarige en de kwetsbare meerderjarige vindt plaats in een speciaal daartoe aangepaste ruimte. De personen die toegelaten kunnen worden om de opname bij te wonen zijn de verhoorder, de in artikel 91bis bedoelde persoon, een lid of leden van de technische dienst en een deskundige.

Art. 95

De verhoorder zet aan de minderjarige of aan de kwetsbare meerderjarige de redenen uiteen waarom de audiovisuele opname van het verhoor wordt gemaakt en deelt hem mede dat hij te allen tijde kan vragen de opname te onderbreken. De mededeling wordt in het proces-verbaal vermeld.

Tijdens het verhoor kan de minderjarige of de kwetsbare meerderjarige te allen tijde vragen de opname ervan te onderbreken. Aan dat verzoek wordt onmiddellijk gevolg gegeven en in het proces-verbaal wordt daarvan melding gemaakt.

Art. 96

Een proces-verbaal van het opgenomen verhoor wordt opgesteld binnen achtenveertig uur of onmiddellijk ingeval de verdachte van zijn vrijheid is beroofd. Behalve de vermeldingen bedoeld in artikel 47bis worden in het proces-verbaal de belangrijkste elementen van het onderhoud, en eventueel de meest relevante passages overgeschreven.

Tot de volledige en letterlijke overschrijving van het verhoor wordt overgegaan op verzoek van de onderzoeksrechter, van de procureur des Konings, van de persoon die wordt gehoord of van de partijen die in het geding betrokken zijn. In die overschrijving worden het gedrag en de uitdrukkingen van de minderjarige of de kwetsbare meerderjarige weergegeven. De overschrijving wordt zo spoedig mogelijk bij het dossier gevoegd.

Art. 97

De opname van het verhoor wordt in twee exemplaren gemaakt. Beide audiovisuele gegevensdragers worden als originelen beschouwd en ter griffie als overtuigingsstuk neergelegd.

Zo nodig, inzonderheid met het oog op de overschrijving of op het deskundigenonderzoek, kan een van de audiovisuele gegevensdragers ter beschikking worden gesteld van de politiedienst of van de aangewezen deskundige.

Van de audiovisuele gegevensdragers mag geen enkele kopie worden gemaakt.

Art. 98

Indien het onontbeerlijk is de minderjarige of de kwetsbare meerderjarige opnieuw te verhoren, het verhoor aan te vullen of over te gaan tot een confrontatie, beveelt de procureur des Konings, de onderzoeksrechter, het onderzoeksgerecht of het vonnisgerecht bij een met redenen omklede beslissing een nieuw verhoor of de confrontatie in de vorm en onder de voorwaarden omschreven in de artikelen 91bis tot 97.

Art. 99

De audiovisuele gegevensdragers mogen enkel worden bekeken door de personen die in het kader van het gerechtelijk dossier beroepshalve betrokken zijn bij het opsporingsonderzoek, het gerechtelijk onderzoek of het vonnis, alsmede door de partijen in het geding.

Andere personen die beroepshalve betrokken zijn bij de opvang, begeleiding en hulpverlening van de minderjarige of de kwetsbare meerderjarige, die het slachtoffer of getuige is van de in de artikelen 91bis en 92 bedoelde misdrijven, kunnen de audiovisuele opname bekijken, met toestemming van de procureur des Konings of de onderzoeksrechter en na instemming van de kwetsbare meerderjarige.

De niet aangehouden inverdenkinggestelde en de burgerlijke partij kunnen hiertoe overeenkomstig artikel 61ter bij de onderzoeksrechter een verzoek indienen.

Alle partijen hebben het recht om de audiovisuele gegevensdragers te bekijken nadat de procureur des Konings overeenkomstig artikel 127 de regeling van de rechtspleging heeft gevorderd.

Art. 100

De processen-verbaal van het verhoor en de audiovisuele gegevensdragers van de opname worden overgelegd aan het onderzoeksgerecht en aan het vonnisgerecht, zulks in de plaats van de persoonlijke verschijning van de minderjarige of de kwetsbare meerderjarige.

Wanneer het vonnisgerecht de verschijning van de verhoorde persoon noodzakelijk vindt om de waarheid aan de dag te brengen, kan het evenwel bij een met redenen omklede beslissing de verschijning bevelen.

Art. 101

De audiovisuele gegevensdragers kunnen bij beslissing van het vonnisgerecht vernietigd worden. In de andere gevallen worden zij ter griffie bewaard en vernietigd na afloop van de verjaringstermijn van de strafvordering of van de burgerlijke rechtsvordering wanneer deze op een later tijdstip valt en, in geval van veroordeling, na de volledige tenuitvoerlegging of verjaring van de straf.