Elke minderjarige en elke kwetsbare meerderjarige, die het slachtoffer of getuige is van de feiten bedoeld in de artikelen 134 tot 149, 151 tot 168, 171 tot 174, 183 tot 185, 187, 194 tot 198, 200, 201, 206 tot 211, 223 tot 225, 226 tot 228, 258 tot 260, 265, 268, 299 tot 301, 328 tot 330, 333 tot 335, 336 en 337 van het Strafwetboek, heeft het recht zich tijdens elk verhoor vanwege de rechterlijke instanties te laten begeleiden door een meerderjarig persoon van zijn keuze, behalve wanneer het openbaar ministerie of de onderzoeksmagistraat ten aanzien van deze persoon bij een met redenen omklede beslissing anders oordeelt in het belang van de minderjarige of de kwetsbare meerderjarige of teneinde de waarheid aan het licht te brengen..
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder "kwetsbare meerderjarige" verstaan elke persoon van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van zijn leeftijd, een zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid duidelijk is.