§ 1.De Getuigenbeschermingscommissie kan, met inachtneming van de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit, gewone beschermingsmaatregelen toekennen aan een bedreigde getuige en, in voorkomend geval en voorzover zij gevaar lopen als gevolg van de door hem afgelegde of af te leggen verklaringen, aan zijn gezinsleden en andere bloedverwanten.
De gewone beschermingsmaatregelen kunnen inzonderheid omvatten:
1°het afschermen van de gegevens van de betrokken persoon bij de dienst bevolking en bij de burgerlijke stand;
2°het verstrekken van raadgevingen op het vlak van preventie;
3°het plaatsen van technopreventieve middelen;
4°het aanstellen van een contactambtenaar;
5°het voorzien in een alarmprocedure;
6°het verstrekken van psychologische bijstand;
7°het preventief patrouilleren door de politiediensten;
8°het registeren van in- en uitgaande gesprekken;
9°het op regelmatige tijdstippen controleren van de raadplegingen van het rijksregister en/of het afschermen van de gegevens van de betrokkene;
10°het ter beschikking stellen van een geheim telefoonnummer;
11°het ter beschikking stellen van een afgeschermde nummerplaat;
12°het ter beschikking stellen van een GSM voor noodoproepen;
13°het onmiddellijk en van nabij fysiek beveiligen van de betrokken persoon;
14°het elektronisch beveiligen van de betrokken persoon;
15°het reloceren van de betrokken persoon gedurende maximaal 45 dagen;
16°het plaatsen van de gedetineerde betrokken persoon in een bijzonder beveiligde afdeling van de gevangenis;
17°het inschrijven op een contactadres in afwijking van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
De persoon aan wie bijzondere beschermingsmaatregelen worden toegekend, heeft recht op de vrijwaring van zijn sociale en administratieve rechten. De federale procureur kan hiertoe de medewerking vorderen van de ambtenaren en agenten van de openbare diensten en besturen. De getuigenbeschermingsdienst staat in voor de uitvoering van deze vordering.
Iedere persoon die uit hoofde van zijn functie kennis krijgt van deze maatregelen of daaraan zijn medewerking verleent, is tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig artikel 352 van het Strafwetboek.
§ 2.Bovendien kan de Getuigenbeschermingscommissie, met inachtneming van de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit, uitsluitend bijzondere beschermingsmaatregelen toekennen aan een bedreigde getuige wiens bescherming met gewone beschermingsmaatregelen niet kan worden verzekerd en wiens verklaringen betrekking hebben op (een misdrijf zoals bedoeld in artikel 90ter, §§ 2, 3 of 4, of een misdrijf gepleegd in het kader van een criminele organisatie zoals bedoeld in artikel 406 van het Strafwetboek), en, in voorkomend geval, aan zijn gezinsleden en, voorzover zij gevaar lopen als gevolg van de door hem afgelegde of af te leggen verklaringen, aan zijn andere bloedverwanten.
De bijzondere beschermingsmaatregelen kunnen omvatten:
1°het reloceren van de betrokken persoon gedurende meer dan 45 dagen;
2°het wijzigen van de identiteit van de betrokken persoon;
3°het toekennen van een tijdelijke beschermingsidentiteit en de strikt noodzakelijke documenten ter ondersteuning ervan aan de betrokken persoon.
De tijdelijke beschermingsidentiteit betreft de naam, voornamen, geboortedatum en - plaats van de betrokken persoon.
De toekenning ervan is herroepbaar en kan geen rechtsgevolgen met zich meebrengen.
Er kan geen misdrijf zijn wanneer strikt noodzakelijke feiten in dat verband worden gepleegd ter verzekering van de bescherming van de getuige.
§ 3.De Getuigenbeschermingscommissie kan, rekening houdend met de specifieke situatie van de betrokken persoon, financiële hulpmaatregelen toekennen aan de bedreigde getuige aan wie bijzondere beschermingsmaatregelen worden toegekend.
De financiële hulpmaatregelen kunnen omvatten:
1°een maandelijkse uitkering om in het onderhoud van de bedreigde getuige en zijn samen met hem beschermde gezinsleden en andere bloedverwanten te voorzien, en waarvan bepaalde gedeelten kunnen bestemd worden voor specifieke doeleinden;
2°de éénmalige uitkering van een bedrag voor het opstarten van een zelfstandige activiteit;
3°een bijzondere financiële bijdrage voor specifieke doeleinden.
§ 4.De persoon aan wie bijzondere beschermingsmaatregelen worden toegekend, heeft van rechtswege recht op psychologische begeleiding, op hulp bij het zoeken naar werk en op tussenkomst bij de uitoefening van verworven pecuniaire rechten, overeenkomstig de modaliteiten bepaald bij artikel 107, derde lid.
De persoon aan wie bijzondere beschermingsmaatregelen worden toegekend, heeft recht op de vrijwaring van zijn sociale en administratieve rechten. De federale procureur kan hiertoe de medewerking vorderen van de ambtenaren en agenten van de openbare diensten en besturen. De getuigenbeschermingsdienst staat in voor de uitvoering van deze vordering.
Iedere persoon die uit hoofde van zijn functie kennis krijgt van deze maatregelen of daaraan zijn medewerking verleent, is tot geheimhouding verplicht. Iedere schending van het geheim wordt gestraft overeenkomstig artikel 352 van het Strafwetboek.
§ 5.De federale procureur kan tevens, indien daartoe grond bestaat, toelating verlenen om de noodzakelijke, preventieve toezichtmaatregelen te nemen ter vrijwaring van de veiligheid en de fysieke, psychische en morele integriteit van de in het artikel 102 bedoelde personen na toekenning van beschermingsmaatregelen zoals bedoeld onder de paragrafen 1 en 2. Van de mogelijkheid hiertoe wordt schriftelijk kennis gegeven aan de bedreigde getuige.