Alle wetboeken › Sw. 2024

Boek II De gemeenrechtelijke misdrijven en hun straffen › Titel 3 Misdrijven tegen de persoon › Hoofdstuk 4 Misdrijven tegen de fysieke of psychische integriteit

Afdeling 1 Opzettelijke misdrijven tegen de fysieke of psychische integriteit

193–216

Art. 193

Definitie van gewelddaden

Gewelddaden zijn alle opzettelijk gestelde gedragingen die bestaan uit:

1°het aanwenden van fysieke kracht of macht tegen een ander persoon en die uit hun aard de mogelijkheid hebben te resulteren in een lichamelijk letsel, pijn of schade aan de gezondheid, of;

2°het op eender welke wijze toebrengen aan een ander persoon van een lichamelijk letsel of schade aan zijn gezondheid.

Art. 194

Gewelddaden met een integriteitsaantasting van de eerste graad of zonder integriteitsaantasting tot gevolg

Gewelddaden die een integriteitsaantasting van de eerste graad tot gevolg hebben, dan wel niet resulteren in een integriteitsaantasting, worden bestraft met een straf van niveau 1.

Art. 195

Gewelddaden met een integriteitsaantasting van de tweede graad tot gevolg

Gewelddaden die een integriteitsaantasting van de tweede graad tot gevolg hebben, worden bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 196

Gewelddaden met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg

Gewelddaden die een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg hebben, worden bestraft met een straf van niveau 3.

Art. 197

Gewelddaden met de dood tot gevolg

Gewelddaden die de dood tot gevolg hebben, zonder dat de dader handelde met het oogmerk te doden, worden bestraft met een straf van niveau 4.

Art. 198

Voorbedachte gewelddaden

Gewelddaden gepleegd met voorbedachtheid worden als volgt bestraft:

1°gewelddaden met een integriteitsaantasting van de eerste graad of zonder integriteitsaantasting tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 2;

2°gewelddaden met een integriteitsaantasting van de tweede graad tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 3;

3°gewelddaden met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 4;

4°gewelddaden met de dood tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 5.

Art. 199

Gewelddaden gepleegd vanuit een discriminerende drijfveer

Gewelddaden gepleegd vanuit een discriminerende drijfveer worden als volgt bestraft:

1°gewelddaden met een integriteitsaantasting van de eerste graad of zonder integriteitsaantasting tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 2;

2°gewelddaden met een integriteitsaantasting van de tweede graad tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 3;

3°gewelddaden met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 4;

4°gewelddaden met de dood tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 5.

Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan neemt de rechter in overweging dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige.

Art. 200

Gewelddaden gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand

Gewelddaden gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand worden als volgt bestraft:

1°gewelddaden met een integriteitsaantasting van de eerste graad of zonder integriteitsaantasting tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 2;

2°gewelddaden met een integriteitsaantasting van de tweede graad tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 3;

3°gewelddaden met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 4;

4°gewelddaden met de dood tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 5.

Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan neemt de rechter in overweging dat de dader de vader, de moeder of een andere bloed- of aanverwant in de rechte lijn, dan wel in de zijlijn tot de derde graad, is van het slachtoffer, dat hij gezag heeft over het slachtoffer, hem onder zijn bewaring heeft of occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenwoont.

Art. 201

Intrafamiliale gewelddaden

Gewelddaden gepleegd op een bloedverwant of aanverwant in de rechte opgaande of neerdalende lijn, een bloedverwant of aanverwant in de zijlijn tot de derde graad, een partner of ieder ander persoon die een soortgelijke positie heeft in het gezin van voornoemde personen worden als volgt bestraft:

1°gewelddaden met een integriteitsaantasting van de eerste graad of zonder integriteitsaantasting tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 2;

2°gewelddaden met een integriteitsaantasting van de tweede graad tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 3;

3°gewelddaden met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 4;

4°gewelddaden met de dood tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 5.

Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan neemt de rechter in overweging dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige.

Art. 202

Gewelddaden gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie

Gewelddaden gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie worden, indien het misdrijf is gepleegd naar aanleiding van de uitoefening van deze functie, als volgt bestraft:

1°gewelddaden met een integriteitsaantasting van de eerste graad of zonder integriteitsaantasting tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 2;

2°gewelddaden met een integriteitsaantasting van de tweede graad tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 3;

3°gewelddaden met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 4;

4°gewelddaden met de dood tot gevolg worden bestraft met een straf van niveau 5.

Art. 203

Uitgelokte gewelddaden

De gewelddaden zijn uitgelokt indien deze werden gepleegd onder de onmiddellijke invloed van opzettelijk gepleegd, onrechtmatig, ernstig en ogenblikkelijk fysiek of psychisch geweld tegen de persoon van de dader of tegen een derde.

Indien op de gewelddaden een straf van niveau 5, 4 of 3 is gesteld, wordt deze vervangen door een straf van niveau 2 wanneer zij zijn uitgelokt.

Indien op de gewelddaden een straf van niveau 2 is gesteld, wordt deze vervangen door een straf van niveau 1 wanneer zij zijn uitgelokt.

Indien op de gewelddaden een straf van niveau 1 is gesteld, kan deze straf worden vervangen door een op het misdrijf gestelde bijkomende straf wanneer zij zijn uitgelokt.

Art. 204

Verzwarende factoren

Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf omschreven in deze onderafdeling neemt de rechter in overweging het feit dat:

1°de dader een bloedverwant in de zijlijn tot de derde graad is van het slachtoffer, dan wel een aanverwant in de rechte lijn of in de zijlijn tot de derde graad, dat hij gezag heeft over het slachtoffer, hem onder zijn bewaring heeft of occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenwoont;

2°het misdrijf werd gepleegd op een scheidsrechter of seingever bij een sportwedstrijd, indien het misdrijf is gepleegd naar aanleiding van de uitoefening van deze functie;

3°het misdrijf werd gepleegd door een persoon met een openbare functie, in het kader van de uitoefening van deze functie.

4°het misdrijf werd gepleegd door twee of meer personen...;

5°het misdrijf werd gepleegd met behulp van of onder bedreiging van een wapen;

6°het misdrijf werd gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde "eer".

Art. 205

Bijkomende straf

Onverminderd de toepassing van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek kan de rechter de onwaardigheid om te erven uitspreken voor alle vormen van gewelddaden bedoeld in deze onderafdeling, behoudens de gewelddaden die de dood tot gevolg hebben gehad.

Art. 206

Vrouwelijke genitale verminking

Vrouwelijke genitale verminking is het opzettelijk op eender welke wijze verminken van de vrouwelijke genitaliën, met of zonder toestemming van het slachtoffer, alsook het vergemakkelijken of bevorderen hiervan.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.

Art. 207

Vrouwelijke genitale verminking gepleegd uit winstbejag

Vrouwelijke genitale verminking gepleegd uit winstoogmerk wordt bestraft met een straf van niveau 4.

Art. 208

Vrouwelijke genitale verminking met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg

De vrouwelijke genitale verminking die een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg heeft, wordt bestraft met een straf van niveau 4.

Art. 209

Vrouwelijke genitale verminking met de dood tot gevolg

De vrouwelijke genitale verminking die de dood tot gevolg heeft, zonder dat de dader handelde met het oogmerk te doden, wordt bestraft met een straf van niveau 5.

Art. 210

Vrouwelijke genitale verminking gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand

De vrouwelijke genitale verminking die op een minderjarige of persoon in een kwetsbare toestand wordt gepleegd, wordt bestraft met een straf van niveau 4. Indien de feiten een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg hebben, worden zij evenwel bestraft met een straf van niveau 5. Indien de feiten de dood tot gevolg hebben, worden zij bestraft met een straf van niveau 6.

De rechter neemt bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan in overweging dat de dader de vader, de moeder of een andere bloed- of aanverwant in de rechte lijn, dan wel in de zijlijn tot de derde graad, is van het slachtoffer, dat hij de partner is van het slachtoffer, dat hij gezag heeft over het slachtoffer, haar onder zijn bewaring heeft of occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenwoont.

Art. 211

Aanzetten tot of reclame maken voor vrouwelijke genitale verminking

Aanzetten tot of reclame maken voor vrouwelijke genitale verminking is het opzettelijk direct of indirect, schriftelijk of mondeling aanzetten tot of reclame maken voor vrouwelijke genitale verminking of het uitgeven, verdelen of verspreiden van dergelijke reclame.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 212

Verzwarende factor

Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor de in de artikelen 206 tot 210 bedoelde misdrijven neemt de rechter in overweging dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige.

Art. 213

Bijkomende straf

Onverminderd de toepassing van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek kan de rechter de onwaardigheid om te erven uitspreken voor alle vormen van vrouwelijke genitale verminking bedoeld in deze onderafdeling, behoudens de vrouwelijke genitale verminking die de dood tot gevolg heeft gehad.

Art. 214

Zwangerschapsverlies zonder toestemming

Het, met het oogmerk een zwangerschapsverlies te veroorzaken, door welk middel dan ook veroorzaken van een zwangerschapsverlies bij een persoon die daarin niet heeft toegestemd, wordt bestraft met een straf van niveau 4.

Art. 215

Zwangerschapsverlies zonder toestemming met de dood tot gevolg

Het, met het oogmerk een zwangerschapsverlies te veroorzaken, door welk middel dan ook veroorzaken van een zwangerschapsverlies bij een persoon die daarin niet heeft toegestemd, wordt bestraft met een straf van niveau 5 indien deze feiten de dood tot gevolg hebben.

Art. 216

Verzwarende factor

Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor de in de artikelen 214 en 215 bedoelde misdrijven neemt de rechter in overweging dat het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige.