Alle wetboeken › Sw. 2024

Boek II De gemeenrechtelijke misdrijven en hun straffen › Titel 3 Misdrijven tegen de persoon › Hoofdstuk 8 Misdrijven met betrekking tot het in gevaar brengen van personen

Afdeling 6 Het in gevaar brengen van minderjarigen of personen in een kwetsbare toestand

328–341

Art. 328

Verlating van personen

Verlating van personen is het opzettelijk verlaten van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand die niet in staat is om in zijn onderhoud te voorzien, waardoor er een onderbreking is van het toezicht of de zorgen die het slachtoffer nodig heeft.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 329

Verlating van personen met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg

De verlating van personen die een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg heeft, wordt bestraft met een straf van niveau 3.

Art. 330

Verlating van personen met de dood tot gevolg

De verlating van personen die de dood tot gevolg heeft, zonder dat de dader handelde met het oogmerk te doden, wordt bestraft met een straf van niveau 4.

Art. 331

Verzwarende factoren

Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan neemt de rechter voor de verlating van personen in overweging dat:

1°het slachtoffer de vader, moeder of andere bloedverwant in de rechte opgaande lijn is van de dader;

2°de dader de vader, de moeder of andere bloedverwant in de rechte opgaande lijn is van het slachtoffer, dan wel de partner is van het slachtoffer, het gezag over het slachtoffer heeft of er de bewaring van heeft.

Art. 332

In behoeftige toestand achterlaten van personen

Het in behoeftige toestand achterlaten van personen is het opzettelijk in behoeftige toestand achterlaten van een persoon ten aanzien van wie men onderhoud is verschuldigd op basis van artikel 203 of 205 van het oud Burgerlijk Wetboek, ook al wordt deze niet alleen gelaten, het weigeren deze persoon weer bij zich te nemen of het weigeren zijn onderhoud te betalen als men hem aan een derde heeft toevertrouwd of als hij bij rechterlijke beslissing aan een derde is toevertrouwd.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.

Art. 333

Onthouding van voedsel of verzorging

Onthouding van voedsel of verzorging is het opzettelijk onthouden van voedsel of verzorging aan een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand in die mate dat zijn gezondheid in het gedrang wordt gebracht of zijn lichamelijke of geestelijke ontwikkeling wordt geschaad, door de vader, de moeder of een andere bloed- of aanverwant in de rechte lijn, dan wel in de zijlijn tot de derde graad, van het slachtoffer, door de partner van het slachtoffer, door een persoon die gezag heeft over het slachtoffer, hem onder zijn bewaring heeft of occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenwoont, dan wel door een persoon op wie een conventionele plicht rust om zorg te dragen voor het slachtoffer.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 334

Onthouding van voedsel of verzorging met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg

De onthouding van voedsel of verzorging die een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg heeft, wordt bestraft met een straf van niveau 3.

Art. 335

Onthouding van voedsel of verzorging met de dood tot gevolg

De onthouding van voedsel of verzorging die de dood tot gevolg heeft, zonder dat de dader handelde met het oogmerk te doden, wordt bestraft met een straf van niveau 4.

Art. 336

Nalaten van onderhoud

Nalaten van onderhoud is het door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid nalaten van het onderhoud van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand in die mate dat hierdoor de gezondheid van het slachtoffer in het gedrang wordt gebracht of zijn lichamelijke of geestelijke ontwikkeling wordt geschaad, door de vader, de moeder of een andere bloed- of aanverwant in de rechte lijn, dan wel in de zijlijn tot de derde graad, van het slachtoffer, door de partner van het slachtoffer, door een persoon die gezag heeft over het slachtoffer, hem onder zijn bewaring heeft of occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenwoont, dan wel door een persoon op wie een conventionele plicht rust om zorg te dragen voor het slachtoffer.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.

Art. 337

Nalaten van onderhoud met de dood tot gevolg

Het nalaten van onderhoud dat de dood tot gevolg heeft, wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 338

Verzwarende factoren

Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan, voor een in deze onderafdeling omschreven misdrijf, neemt de rechter in overweging dat:

1°het slachtoffer de vader, moeder of andere bloedverwant in de rechte opgaande lijn is van de dader;

2°de dader de vader, de moeder of andere bloedverwant in de rechte opgaande lijn is van het slachtoffer, dan wel de partner is van het slachtoffer, het gezag over het slachtoffer heeft of er de bewaring van heeft.

Art. 339

Gebruik van personen met het oog op het plegen van een misdrijf

Het gebruik van personen met het oog op het plegen van een misdrijf is het opzettelijk, rechtstreeks of via een tussenpersoon, aantrekken of gebruiken van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand om een misdrijf te plegen of hieraan deel te nemen.

Dit misdrijf wordt bestraft met dezelfde straf als deze gesteld op het misdrijf waarvoor de minderjarige of persoon in een kwetsbare toestand wordt aangetrokken of gebruikt.

Art. 340

Technologisch lokken van personen met het oog op het plegen van een misdrijf

Het technologisch lokken van personen met het oog op het plegen van een misdrijf is het opzettelijk door een meerderjarige communiceren met een kennelijk of vermoedelijk minderjarige of persoon in een kwetsbare toestand door middel van informatie- of communicatietechnologieën om het plegen van een misdrijf op dit slachtoffer te vergemakkelijken:

1°indien de dader zijn identiteit, leeftijd of hoedanigheid heeft verzwegen of hierover heeft gelogen;

2°indien de dader nadruk heeft gelegd op de in acht te nemen discretie over hun gesprekken;

3°indien de dader enig geschenk of voordeel heeft aangeboden of voorgespiegeld;

4°indien de dader een andere list heeft gebruikt.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.

Art. 341

Verzwarende factoren

Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf omschreven in deze onderafdeling neemt de rechter in overweging dat:

1°de minderjarige jonger is dan zestien jaar;

2°de dader gebruik maakt van de bijzonder kwetsbare positie waarin de minderjarige verkeert;

3°de dader de vader, de moeder of een andere bloedverwant in de opgaande lijn is van het slachtoffer, dan wel de partner is van het slachtoffer, het gezag over het slachtoffer heeft of er de bewaring van heeft;

4°een gewoonte wordt gemaakt van het gebruiken van een persoon met het oog op het plegen van een misdrijf.