Alle wetboeken › KB ZIV

TITEL VI - Financiën en statistische bepalingen.

HOOFDSTUK II - Uitgavenbescheiden.

335–340

Art. 335

Ten einde de diensten van het Instituut toe te laten de rekeningen van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen af te sluiten, zijn de verzekeringsinstellingen verplicht, overeenkomstig de in deze afdeling vermelde modaliteiten, enerzijds maandelijkse bescheiden op te maken die alle tijdens de betrokken maand geboekte uitgaven bedoeld in titel III, hoofdstuk III van de gecoördineerde wet omvatten en anderzijds trimestriële bescheiden op te maken die alle tijdens het betrokken trimester geboekte uitgaven bedoeld in titel IV, hoofdstuk III en in titel V, hoofdstuk III van de gecoördineerde wet omvatten. Deze uitgavenbescheiden zijn cumulatief voor de maanden respectievelijk de trimesters van eenzelfde dienstjaar, met uitzondering van de bescheiden bedoeld in de artikelen 339 en 340.

Zij worden zowel op het niveau van de verzekeringsinstelling als op het niveau van elk ziekenfonds of elke gewestelijke dienst opgemaakt, overeenkomstig de modellen die worden vastgesteld door het Verzekeringscomité of het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen, naargelang het respectievelijk uitgaven bedoeld in titel III, hoofdstuk III of uitgaven bedoeld in titel IV, hoofdstuk III en in titel V, hoofdstuk III van de gecoördineerde wet betreft.

De door de verzekeringsinstellingen opgemaakte uitgavenbescheiden worden opgesteld aan de hand van de verzamelde uitgavenbescheiden van de ziekenfondsen of gewestelijke diensten, die voorafgaandelijk het voorwerp moeten hebben uitgemaakt van controle en tarificatie op het niveau van de verzekeringsinstelling.

De op het niveau van de ziekenfondsen of gewestelijke diensten opgemaakte uitgavenbescheiden worden door de verzekeringsinstellingen in tweevoud overgemaakt aan het Instituut binnen drie maanden na het einde van het trimester waarop ze betrekking hebben.

De op het niveau van de verzekeringsinstellingen opgemaakte uitgavenbescheiden worden door de verzekeringsinstellingen in tweevoud overgemaakt aan het Instituut, binnen drie maanden na het einde van de maand, waarop ze betrekking hebben.

Art. 336

Teneinde de Dienst voor administratieve controle toe te laten de uitgavenbescheiden te vergelijken met de boekhouding van de ziekenfondsen, de gewestelijke diensten of de verzekeringsinstellingen worden voor elk van de categorieën van uitgaven bedoeld in artikel 335, eerste lid, trimestrieel afzonderlijk verzamelbescheiden opgemaakt op het niveau van elk controlepunt. Zij worden overgemaakt aan het Instituut binnen de termijnen bedoeld in artikel 335, vierde lid.

Zij worden opgemaakt overeenkomstig een model dat wordt vastgesteld door het Algemeen beheerscomité na advies van de Technische commissie van de Dienst voor administratieve controle en omvatten tenminste volgende uitsplitsingen:

1°het tijdens het betrokken trimester in de boekhouding ingeschreven bedrag van contant betaalde prestaties en van tijdens het betrokken trimester nageziene en getarifeerde facturen;

2°het bedrag van de onder 1° vermelde operaties die ingevolge de validiteitscontrole bedoeld in artikel 335 niet werden weerhouden voor inschrijving op de uitgavenbescheiden;

3°het bedrag van alle tijdens het betrokken of een voorgaand trimester onder 2° vermelde operaties die na regularisatie op de uitgavenbescheiden van het betrokken trimester worden ingeschreven;

4°het bedrag van de tijdens het betrokken trimester of voorgaande trimesters op de in artikel 335 bedoelde uitgavenbescheiden opgenomen uitgaven, die tijdens het betrokken trimester worden afgevoerd.

Art. 337

De staten betreffende de geneeskundige verzorging waarvan het model wordt opgemaakt door het Verzekeringscomité bevatten ten minste volgende inlichtingen:

-het bedrag van de uitgaven;

-het aantal verstrekkingen;

-het aantal dagen ziekenhuisverpleging in een inrichting bedoeld in de artikelen 23 en 34, 6°, 9°, 11° en 12° van de gecoördineerde wet.

Deze gegevens moeten rekening houden met de volgende schiftingen:

a)1. met uitsluiting van de onder 2 bedoelde rechthebbenden, de in artikel 32, eerste lid, 1° tot 6°, van de gecoördineerde wet bedoelde gerechtigden en de personen te hunnen laste, ingedeeld naar de stand van de gerechtigde, alsmede de in artikel 32, eerste lid, 14°, 15° en 16°, van de gecoördineerde wet bedoelde rechthebbenden;

2.de gerechtigden in staat van invaliditeit en de personen te hunnen laste;

3.de in artikel 32, eerste lid, 7°, 8° en 9 van de gecoördineerde wet bedoelde gerechtigden en de personen te hunnen laste;

4.de in artikel 32, eerste lid, 12° van de gecoördineerde wet bedoelde gerechtigden en de personen te hunnen laste, alsmede de gerechtigden bedoeld in artikel 32, eerste lid, 16°, van de gecoördineerde wet;

De staten betreffende de onder 2, 3 en 4 bedoelde groepen, dienen daarenboven afzonderlijk te worden opgesteld naargelang hun inkomens zoals ze door de Koning zijn vastgesteld, al of niet meer bedragen dan het door Hem bepaalde jaarbedrag;

5.de personen die zijn opgesloten in een gevangenis of geplaatst in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a), b) of d) van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering.

b)de groepen van de in artikel 34 van de gecoördineerde wet bepaalde verstrekkingen en, in die groepen, een indeling volgens de voornaamste soorten van verstrekkingen of de voornaamste klassen van vergoedingstarieven, die zijn omschreven door het Verzekeringscomité.

c)een schifting naargelang de verstrekking in het lopend boekjaar werd verricht, dan wel in een vorig boekjaar.

De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op de uitgaven ingevolge herfacturering van de ligdagprijs, doorgevoerd in het raam van artikel 97 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987.

Art. 338

Het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen stelt het model vast:

1°van de staten betreffende de primaire ongeschiktheid;

2°van de staten betreffende de moederschapsverzekering waarin invalide gerechtigden niet in aanmerking genomen worden.

Deze staten bevatten ten minste de volgende inlichtingen:

-het bedrag van de uitgaven;

-het aantal uitkeringsdagen, met inachtneming van de schifting naar de stand van de gerechtigden.

Art. 339

Het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen stelt het model vast:

1°van de kwartaalstaten op naam betreffende de invaliditeit;

2°van de kwartaalstaten op naam betreffende de moederschapsverzekering voor invalide gerechtigden.

Deze staten bevatten ten minste de volgende inlichtingen:

-identificering van de gerechtigde, inzonderheid zijn statistische aanwijzer, alsmede het nummer dat hem door de Dienst voor uitkeringen is toegewezen;

-het betaalde bedrag;

-het aantal uitkeringsdagen.

Art. 340

<Opgeheven bij KB 2013-11-22/24, art. 7, 209; Inwerkingtreding: 01-01-2013>