<Opgeheven bij KB 2013-11-13/06, art. 1, 210; Inwerkingtreding: 25-01-2014>
TITEL V - Controle en Geschillen.
HOOFDSTUK II - Administratieve controle.
312–329quater
Art. 313
<Opgeheven bij KB 2013-11-13/06, art. 1, 210; Inwerkingtreding: 25-01-2014>
Art. 314
<Opgeheven bij KB 2013-11-13/06, art. 1, 210; Inwerkingtreding: 25-01-2014>
Art. 315
<Opgeheven bij KB 2013-11-13/06, art. 1, 210; Inwerkingtreding: 25-01-2014>
Art. 316
<Opgeheven bij KB 2013-11-13/06, art. 1, 210; Inwerkingtreding: 25-01-2014>
Art. 317
<Opgeheven bij KB 2013-11-13/06, art. 1, 210; Inwerkingtreding: 25-01-2014>
Art. 318
<Opgeheven bij KB 2013-11-13/06, art. 1, 210; Inwerkingtreding: 25-01-2014>
Art. 319
<Opgeheven bij KB 2013-11-13/06, art. 1, 210; Inwerkingtreding: 25-01-2014>
Art. 320
<Opgeheven bij KB 2013-11-13/06, art. 1, 210; Inwerkingtreding: 25-01-2014>
Art. 321
<Opgeheven bij KB 2013-11-13/06, art. 1, 210; Inwerkingtreding: 25-01-2014>
Art. 322
Met het oog op de toepassing van artikel 164 van de gecoördineerde wet, verwittigt het Instituut de verzekeringsinstellingen, binnen de vijftien dagen als het klacht heeft ingediend bij het gerecht of een dossier aan de procureur des Konings heeft gezonden in verband met vergissingen of bedrog vanwege een zorgverlener.
Daartoe deelt het Instituut de volgende gegevens mee: identiteit van de zorgverlener, aard van de vergissingen die werden of van het bedrog dat werd vastgesteld, benevens het tijdvak waarop de vaststellingen slaan. Zodra het daarover is ingelicht, deelt het mede het gevolg dat de procureur des Konings aan de zaak heeft gegeven en, in voorkomend geval, een afschrift van het strafdossier en de datum waarop de zaak zal voorkomen.
Art. 323
(Opgeheven)
Art. 324
Wanneer een zorgverlener gerechtelijk veroordeeld is wegens bedrog inzake verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, moet de benadeelde verzekeringsinstelling binnen zes maanden, te rekenen vanaf de datum waarop ze van het vonnis kennis heeft gekregen, alle ter harer beschikking staande middelen, rechtsmiddelen inbegrepen, aanwenden om schadeloos te worden gesteld.
Art. 325
De verzekeringsinstelling boekt het bedrag der ten onrechte betaalde prestaties op een bijzondere rekening:
a)vóór het einde van het kwartaal volgend op dat waarin de verzekeringsinstelling zelf de onverschuldigde betaling heeft vastgesteld;
b)binnen de twee maanden die volgen op de kennisgeving van de vaststelling door de Dienst voor administratieve controle, indien deze vaststelling niet door de verzekeringsinstelling voor de arbeidsrechtbank betwist wordt;
c)zodra zij kennis heeft van de gerechtelijke eindbeslissing die gewezen is ingevolge het betwisten, door de verzekeringsinstelling, van de vaststelling van een onregelmatige betaling door de Dienst voor administratieve controle;
d)zodra ze kennis heeft van de gewezen gerechtelijke eindbeslissing waarbij ze een definitieve of voorlopige terugbetaling of schadeloosstelling toegewezen krijgt.
Art. 326
§ 1.De terugvordering van de ten onrechte betaalde prestaties wordt door de verzekeringsinstelling gedaan binnen een termijn van twee jaar, met ingang van de datum van:
a)de vaststelling voor de gevallen bedoeld in artikel 325, a);
b)de kennisgeving door de Dienst voor administratieve controle voor de gevallen bedoeld in artikel 325, b);
c)de uitspraak van de gerechtelijke eindbeslissing voor de gevallen bedoeld in artikel 325, c) en d).
§ 2.....
§ 2.(oude § 3) De termijn bedoeld in § 1 wordt opgeschort:
a)vanaf de datum van de gedinginleidende akte tot het bekomen van de gerechtelijke eindbeslissing, tot aan de datum van de gerechtelijke eindbeslissing of tot aan de afstand van geding;
b)vanaf de datum van de gerechtelijke eindbeslissing, die voorwaarden en termijnen aan de schuldenaar oplegt, tot de vervaldatum die door de rechter is vastgesteld.
De opschorting neemt een einde als de schuldenaar de door de rechter opgelegde voorwaarden en termijnen niet naleeft;
c)vanaf de datum waarop de eerste betaling is geschied in uitvoering van de overeenkomst tot terugbetaling van de onverschuldigde prestaties die is gesloten tussen de verzekeringsinstelling en de schuldenaar, tot de vervaldatum die in die overeenkomst is bepaald.
De opschorting neemt een einde indien de schuldenaar de voorwaarden van de overeenkomst niet naleeft.
De in het eerste lid bedoelde overeenkomst moet worden goedgekeurd door de leidend ambtenaar van de Dienst voor administratieve controle indien het arbeidsongeschiktheidsuitkeringen betreft en indien zij is gesloten voor een duur die de termijn bedoeld in § 1 met vijf jaar overschrijdt;
d)vanaf de datum van de eerste inhouding die overeenkomstig artikel 1410, § 4, van het Gerechtelijk Wetboek ambtshalve wordt verricht op vervangingsinkomens of pensioenen, tot op het ogenblik dat de inhoudingen worden beëindigd;
e)vanaf de datum waarop de gerechtsdeurwaarder de invorderingsprocedure aanvat, tot de beëindiging van die procedure;
f)vanaf de datum van indiening van de aanvraag om te verzaken aan de terugvordering in toepassing van artikel 101, § 2, lid 2, van de gecoördineerde wet, tot de beslissing van het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen;
g)vanaf de datum van indiening van de aanvraag om te verzaken aan de terugvordering van ten onrechte betaalde bedragen, overeenkomstig artikel 22, § 2, a), van de wet van 11 april 1995 tot invoering van het Handvest van de sociaal verzekerde, tot de beslissing van het Verzekeringscomité van de Dienst voor geneeskundige verzorging of van het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen;
h)gedurende een periode van twee jaar vanaf de datum van overlijden van betrokkene.
Indien de nalatenschap binnen de twee jaar wordt aanvaard onder voorrecht van boedelbeschrijving, dan eindigt de opschorting op de dag van de afsluiting van de boedelbeschrijving, zelfs indien dit gebeurt voor het einde van de twee jaar. Indien de afsluiting gebeurt na het einde van de twee jaar wordt de periode verlengd tot aan deze datum.
Indien de nalatenschap onbeheerd wordt verklaard en een curator over de onbeheerde nalatenschap wordt aangesteld binnen deze termijn van twee jaar, dan eindigt de opschorting op het ogenblik waarop de curator de nalatenschap afsluit, zelfs al wordt de nalatenschap afgesloten voor het einde van de twee jaar. Indien de nalatenschap wordt afgesloten na het einde van de twee jaar, dan wordt de periode verder opgeschort tot de datum van de afsluiting;
De betalingen waarvan het onverschuldigd karakter het gevolg is van het overlijden van de sociaal verzekerde, worden door de financiële instellingen, die de begunstigden zijn van de prestaties van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, terugbetaald aan de verzekeringsinstellingen, overeenkomstig de modaliteiten te bepalen in een overeenkomst.
Deze overeenkomst wordt gesloten tussen de verzekeringsinstellingen en de kredietinstellingen waarvan de activiteit in België erkend is in toepassing van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen.
De sociaal verzekerde laat de gekozen financiële instelling toe, alle onverschuldigde uitbetaalde bedragen aan de verzekeringsinstelling terug te betalen, door debitering van zijn bankrekening en binnen de grenzen vastgelegd in de conventie bedoeld in paragraaf 2.
Deze machtiging blijft van kracht na het overlijden van de sociaal verzekerde;
i)vanaf de aanvangsdatum van de procedure tot gerechtelijke reorganisatie of van faillissement tot aan de beëindiging van de gerechtelijke reorganisatie of van het faillissement;
j)vanaf de datum van de beslissing over de toelaatbaarheid van het verzoekschrift voor een collectieve schuldenregeling van de schulden tot aan de verwerping, het einde of de herroeping van de regeling van het plan voor minnelijke aanzuiveringsregeling zoals bedoeld in artikel 1675/10 van het Gerechtelijk Wetboek of van de gerechtelijke aanzuiveringsregeling zoals bedoeld in artikel 1675/11 van het Gerechtelijk Wetboek;
k)vanaf de datum van de inleiding van de aanvraag van een exequatur tot aan de datum van de beslissing waarvan de exequatur gevraagd wordt.
§ 3.(oude § 4) Wanneer het totaal bedrag van de ten onrechte aan een sociaal verzekerde betaalde prestaties voor de geneeskundige verzorging kleiner is dan 25 EUR of voor de uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid kleiner is dan (25 EUR), wordt de verzekeringsinstelling van de terugvordering van dat bedrag vrijgesteld.
Het bedrag voor de geneeskundige verzorging wordt op 1 januari van elk jaar en voor de eerste keer op 1 januari 2011, aangepast aan de evolutie van de waarde van het gezondheidsindexcijfer bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 8 december 1997 tot bepaling van de toepassingsmodaliteiten voor de indexering van de prestaties in de regeling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging, tussen 30 juni van het tweede jaar ervoor en 30 juni van het jaar ervoor.
Art. 327
§ 1.Behoudens de gevallen bepaald in § 2 worden de bedragen van de ten onrechte betaalde prestaties die nog niet zijn teruggevorderd binnen zes maanden na het aflopen van de termijnen bepaald in artikel 326, afgeschreven door ze als administratiekosten te boeken.
§ 2.De leidend ambtenaar van de Dienst voor administratieve controle kan de verzekeringsinstelling vrijstellen van de boeking als administratiekosten indien:
a)de onverschuldigde betaling niet voortvloeit uit een fout, een vergissing of een nalatigheid van de verzekeringsinstelling;
b)de verzekeringsinstelling alle te harer beschikking staande middelen, rechtsmiddelen inbegrepen, heeft aangewend om de terugbetaling te vorderen, evenwel is de verzekeringsinstelling niet verplicht om rechtsmiddelen aan te wenden indien de kosten het terug te vorderen bedrag overschrijden.
Die voorwaarde wordt als vervuld beschouwd wanneer de terugvordering van de onverschuldigde prestaties als onzeker wordt beschouwd of wanneer de kosten verbonden aan de uitvoering van de gerechtelijke eindbeslissing het terug te vorderen bedrag overschrijden.
c)De aanvraag betrekking heeft op een bedrag van ten minste van 600 euro.
§ 3.De leidend ambtenaar dient in het bezit gesteld te worden van alle nuttige stukken voor de controle.
§ 4.Op straffe van onontvankelijkheid van de aanvraag dient de verzekeringsinstelling de aanvraag per aangetekende brief in te dienen vóór het einde van de in § 1 bepaalde termijn.
§ 5.De aanvraag ingediend voor het einde van de terugvorderingstermijn voorzien in artikel 326, is voorbarig.
De aanvraag is niettemin ontvankelijk indien de verzekeringsinstelling aantoont dat het onverschuldigd bedrag niet kan worden teruggevorderd.
§ 6.De beslissing van de leidend ambtenaar wordt per aangetekende brief, die als ontvangen wordt beschouwd op de derde werkdag na de afgifte van de brief aan de post, ter kennis van de verzekeringsinstelling gebracht.
Tot die datum blijft het bedrag waarop de aanvraag betrekking heeft op de bijzondere rekening geboekt.
Art. 328
De leidend ambtenaar van de Dienst voor administratieve controle oordeelt, voor elk geval afzonderlijk waarin die wordt ingeroepen, over het bestaan van de overmacht, die krachtens artikel 174, vijfde lid, van de gecoördineerde wet de verjaring schorst.
Art. 329
§ 1.De beslissing van de leidend ambtenaar van de Dienst voor administratieve controle wordt, bij een ter post aangetekende brief, ter kennis gebracht van de rechthebbende.
De beslissing wordt eveneens meegedeeld aan de verzekeringsinstelling.
§ 2.De beslissing van de leidend ambtenaar van de Dienst voor administratieve controle, die het bestaan van de overmacht afwijst, wordt met redenen omkleed.
De kennisgeving aan de rechthebbende vermeldt dat tegen de beslissing beroep kan worden ingesteld bij de arbeidsrechtbank, alsmede de vormen waarin en de termijnen waarbinnen het beroep dient te worden ingesteld.
Art. 329bis
Na advies van de Technische commissie, stelt de Dienst voor administratieve controle de lijst vast van de stukken, bescheiden of gegevens, die door de verzekeringsinstellingen moeten bewaard worden krachtens de door de voormelde gecoördineerde wet en haar uitvoeringsbesluiten voorgeschreven termijnen of voorwaarden. De aanvangsdatum van de termijnen van bewaring van de voormelde stukken, bescheiden of gegevens, is vastgesteld op 1 januari van het jaar na de gebeurtenis naar aanleiding waarvan die termijnen ingaan.
Art. 329ter
De bescheiden en gegevens met betrekking tot gevallen waarvoor er een geschil aanhangig is, moeten tenminste worden bewaard tot het geschil definitief beslecht is.
De bewaringstermijn van bescheiden en gegevens met betrekking tot gevallen die het voorwerp zijn van een vaststelling van één van de controlediensten, kunnen op uitdrukkelijk verzoek van deze controlediensten worden verlengd.
Art. 329quater
De in toepassing van artikel 329bis te bewaren stukken, bescheiden en gegevens, die oorspronkelijk op papier werden bewaard, kunnen op een andere dan papieren drager worden bewaard of weergegeven, door middel van fotografische, optische, elektronische of elke andere techniek, onder de voorwaarden bepaald bij het koninklijk besluit van 7 december 2016 over de bewijskracht van de gegevens die door de instellingen van sociale zekerheid worden verwerkt.