Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL V Bewarend beslag, middelen tot tenuitvoerlegging en collectieve schuldenregeling (art. 1386–1675/27)

HOOFDSTUK Iquater - Centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering

1394/1–1394/19

Art. 1394/1

Binnen de FOD Justitie wordt een register opgericht, "centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering" geheten.

Het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering is de geïnformatiseerde gegevensbank waar alle vonnissen, arresten en akten worden gecentraliseerd waarin een regeling wordt getroffen aangaande een uitkering tot levensonderhoud toegekend op basis van de artikelen 203, § 1, 203, § 3, 205, 205bis, 206, 301, 336 en 353.14 van het Burgerlijk Wetboek.

Dit register heeft tot doel om alle vonnissen, arresten en akten als bedoeld in het tweede lid op elektronische wijze te verzamelen met het oog op een betere invordering van achterstallige onderhoudsuitkeringen door de gerechtsdeurwaarders die optreden ten laste van een onderhoudsschuldenaar of door de Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën bedoeld in de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën.

Het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering is belast met het opnemen, het bewaren, het beheren en het ter beschikking stellen van de vonnissen, arresten en akten als bedoeld in het tweede lid op elektronische wijze overeenkomstig de bepalingen van dat hoofdstuk en de uitvoeringsbesluiten ervan.

Art. 1394/2

De natuurlijke personen die de gegevens van het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering rechtstreeks kunnen registreren, raadplegen, wijzigen, verwerken of vernietigen, worden met naam aangewezen in een geïnformatiseerd register, dat door dit centraal bestand voortdurend wordt bijgewerkt.

Art. 1394/3

Hij die in welke hoedanigheid ook deelneemt aan de verzameling, de verwerking of de mededeling van de in het centraal bestand geregistreerde gegevens of kennis heeft van die gegevens, moet het vertrouwelijk karakter ervan in acht nemen. Artikel 352 van het Strafwetboek is op hem toepasselijk.

Art. 1394/4

Teneinde de juistheid na te gaan van de gegevens die in het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering worden ingevoerd en het voortdurend te kunnen bijwerken, hebben de aangestelden van de FOD Justitie belast met de verwerking van de gegevens toegang tot de informatiegegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1°, 2°, 5°, 6°, 7°, 8° en 13°, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een rijksregister van de natuurlijke personen en kunnen zij het identificatienummer van dat register gebruiken. Zij delen het nummer evenwel in geen enkele vorm aan derden mee.

De Koning stelt de wijze vast waarop de informatiegegevens van het rijksregister aan de ambtenaren aangesteld door de FOD Justitie voor de verwerking van de gegevens worden overgezonden.

Art. 1394/5

De registratie van vonnissen, arresten, akten en persoonsgegevens in het bestand is kosteloos.

Art. 1394/6

Op verzoek van de minister van Justitie, de ministers tot wier bevoegdheid de economie behoort, de wetgevende Kamers, de Gemeenschaps- en Gewestparlementen en het Planbureau, alsook, na eensluidend advies van het Beheers- en toezichtscomité, van alle betrokken personen en organisaties, maakt het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering hen de anonieme gegevens over die nuttig zijn voor onderzoek in verband met de gerechtelijke organisatie, de toekenning van onderhoudsuitkeringen en de invordering van achterstallige onderhoudsuitkeringen. Gecodeerde gegevens kunnen enkel worden overgemaakt overeenkomstig de toepasselijke regels tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.

Art. 1394/7

Bij de FOD Justitie wordt een Beheers- en toezichtscomité bij het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering opgericht, hierna "Beheers- en toezichtscomité" genoemd.

Het Beheers- en toezichtscomité wordt voorgezeten door een rechter van de rechtbank van eerste aanleg of door een magistraat of een emeritus-magistraat met ten minste twee jaar effectieve ervaring inzake familierecht, aangewezen door de minister van Justitie. Het Comité is voorts samengesteld uit een jurist en een informaticus die de minister van Justitie vertegenwoordigen en door hem worden aangewezen, uit een griffier van een rechtbank van eerste aanleg aangewezen door de minister van Justitie,... uit een vertegenwoordiger van de Dienst voor de alimentatievorderingen die door de minister van Financiën is aangewezen, uit een vertegenwoordiger van de Nationale Bank van België aangewezen door de gouverneur ervan, uit een advocaat aangewezen door de Orde van Vlaamse Balies, uit een advocaat aangewezen door de Ordre des barreaux francophones et germanophone, uit een notaris aangewezen door het college van voorzitters van de arrondissementskamers van notarissen, uit een gerechtsdeurwaarder aangewezen door de Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders en uit een bedrijfsrevisor aangewezen door de raad van het Instituut van de bedrijfsrevisoren.

Het Beheers- en toezichtscomité kan slechts op geldige wijze beraadslagen wanneer ten minste de helft van de leden aanwezig is.

De beslissingen van de Beheers- en toezichtscomité worden bij meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

De leden van het Comité worden benoemd voor een hernieuwbare termijn van vier jaar.

Voor elk lid van het Comité wordt een plaatsvervanger aangewezen, op dezelfde wijze als de werkende leden.

Indien het mandaat van een werkend lid of een plaatsvervangend lid een einde neemt vóór het verstrijken van de termijn ervan, wordt in zijn opvolging voorzien. De opvolger voleindigt het mandaat van zijn voorganger.

Het Beheers- en toezichtscomité stelt zijn huishoudelijk reglement vast, dat door de minister van Justitie wordt goedgekeurd en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Art. 1394/8

De minister van Justitie bepaalt voor de voorzitter en de leden van het Beheers- en toezichtscomité het bedrag en de toekenningsvoorwaarden van de presentiegelden, de vergoedingen van de verblijfskosten, alsook de voorwaarden inzake terugbetaling van hun reiskosten. Alle kosten van het Comité vallen ten laste van de federale overheidsdienst Justitie.

Art. 1394/9

§ 1.Het Beheers- en toezichtscomité heeft de volgende opdrachten:

1°waken over en bijdragen tot de doeltreffende en veilige werking van het centraal bestand overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk;

2°advies uitbrengen over de uitvoeringsbesluiten bedoeld in de artikelen 1394/1 en 1394/4 en over de verzoeken bedoeld in artikel 1394/6;

3°aan de minister van Justitie op zijn verzoek een advies uitbrengen inzake elke vraag betreffende het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering;

4°advies verlenen, ambtshalve of na een verzoek overeenkomstig artikel 1394/12, over elke moeilijkheid of elk geschil dat kan rijzen betreffende de toepassing van dit hoofdstuk en de uitvoeringsmaatregelen ervan;

5°het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering ermee gelasten de individuele toegangscodes tot het centraal bestand van berichten onwerkzaam te maken overeenkomstig artikel 1394/13.

§ 2....

Art. 1394/10

Ieder jaar brengt het Beheers- en toezichtscomité verslag uit over de vervulling van zijn opdrachten gedurende het afgelopen jaar. Dat verslag bevat suggesties met betrekking tot de wenselijkheid om wijzigingen aan te brengen in het stelsel van openbaarheid dat met het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning een onderhoudsuitkering wordt verwezenlijkt.

Het verslag bevat eveneens een analyse van de inkomsten en de uitgaven verbonden aan het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering.

Het verslag wordt medegedeeld aan de wetgevende Kamers en aan de minister van Justitie.

Art. 1394/11

§ 1.Het Beheers- en toezichtscomité kan alle inlichtingen verzamelen die nodig zijn voor de uitoefening van zijn taken bedoeld in artikel 1394/9, § 1. Het kan daartoe personen horen en pertinente documenten opvragen; het heeft tevens toegang tot het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering en tot alle gegevens met betrekking tot de werking ervan. De personen die worden gehoord of die documenten dienen mee te delen zijn gemachtigd gegevens mee te delen die gedekt zijn door het beroepsgeheim.

§ 2.Indien het Beheers- en toezichtscomité dit nuttig acht voor de uitoefening van zijn taken bedoeld in artikel 1394/9, § 1, kan het de tuchtoverheid of de hiërarchische meerdere inlichten over nalatigheden en tekortkomingen vastgesteld ten laste van de personen bedoeld in artikel 1394/2. Het kan deze tevens belasten met een onderzoek terzake en met het uitbrengen van een schriftelijk verslag binnen de gevraagde termijn.

Indien het Beheers- en toezichtscomité in het kader van de uitoefening van zijn taken kennis heeft van een schending van de artikelen 1394/14 en 1394/15 of van enig ander misdrijf, geeft het hiervan kennis aan de bevoegde procureur des Konings.

§ 3.Artikel 1394/3 is van toepassing op de leden van het Beheers- en toezichtscomité voor alle gegevens waarvan zij bij de uitoefening van hun ambt kennis hebben gekregen alsook op de personen aan wie het Comité in de uitoefening van haar taken deze gegevens meedeelt.

Art. 1394/12

Eenieder kan zich schriftelijk tot het Beheers- en toezichtscomité wenden om het in kennis te stellen van feiten of toestanden die naar zijn oordeel het optreden van het Comité vereisen of om nuttige voorstellen te doen.

Tenzij de persoon die zich tot het Beheers- en toezichtscomité heeft gericht er uitdrukkelijk mee instemt, mag het Comité zijn identiteit niet bekend maken en evenmin de wijze waarop het is gevat.

Het Beheers- en toezichtscomité deelt aan de verzoeker bedoeld in het eerste lid de gegevens mee die het nuttig acht.

Art. 1394/13

In afwachting van de resultaten van de maatregelen bedoeld in artikel 1394/11 kan het Beheers- en toezichtscomité het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering gelasten de individuele toegangscode bedoeld in artikel 1391, § 4, tot het centraal bestand voor een eenmalig verlengbare maximum termijn van één jaar, onwerkzaam te maken wanneer redelijke aanwijzingen bestaan dat de houder ervan de artikelen 1394/3 en 1394/19, § § 2 en 3, niet heeft nageleefd. Behoudens het geval van absolute noodzakelijkheid, wordt de betrokkene vooraf gehoord.

Art. 1394/14

Worden gestraft met een straf van niveau 1, waarbij in afwijking van de artikelen 36 en 38 van het Strafwetboek de geldboete ten hoogste 40.000 euro bedraagt, de organen en aangestelden van het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering die:

1°niet alle maatregelen hebben genomen die het mogelijk maken de veiligheid en de vertrouwelijkheid van de verwerkte persoonsgegevens te waarborgen;

2°het individueel register bedoeld in artikel 1394/2 niet bijgewerkt hebben.

Art. 1394/15

Worden gestraft met een straf van niveau 1, waarbij in afwijking van de artikelen 36 en 38 van het Strafwetboek de geldboete ten hoogste 40.000 euro bedraagt, de personen die:

1°in strijd met de bepalingen van artikel 1394/19, § 2, en met uitzondering van de gevallen bepaald bij of krachtens de wet, wetens en willens hun individuele toegangscode hebben bekendgemaakt;

2°in strijd met de bepalingen van artikel 1394/3 en met uitzondering van de gevallen bepaald bij of krachtens de wet, het vertrouwelijk karakter van de gegevens geregistreerd in het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering niet hebben bewaard;

3°het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering hebben geraadpleegd, zonder dat zij zich bevinden in een van de gevallen bedoeld in artikel 1394/19, § 1, of die gegevens verkregen uit dat bestand gebruiken voor een ander doel dan datgene dat de toegang tot het bestand kon wettigen;

4°hun verplichtingen overeenkomstig de bepalingen van artikel 1394/18 niet nakomen.

Art. 1394/16

De rechter kan beslissen dat de veroordeelde persoon het recht om zijn individuele toegangscode te gebruiken voor een termijn van ten hoogste vijf jaar wordt ontzegd.

Art. 1394/17

Artikel 60 van het Strafwetboek is niet van toepassing op de misdrijven bedoeld in de artikelen 1394/14 en 1394/15.

Art. 1394/18

De notarissen, door toedoen van de Koninklijke Federatie van Belgische notarissen, bezorgen binnen de dertig kalenderdagen na het verlijden van de akte als bedoel in artikel 1394/1 een voor eensluidend verklaarde kopie van deze akte aan het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering.

De griffiers van de vredegerechten, de griffiers van de rechtbanken van eerste aanleg en de griffiers van de hoven van beroep, bezorgen binnen de 30 kalenderdagen na het verlijden van het vonnis of arrest als bedoeld in artikel 1394/1 een voor eensluidend verklaarde kopie van dit vonnis of arrest aan het centraal bestand van vonnissen, arresten en akten houdende toekenning van een onderhoudsuitkering.

Art. 1394/19

§ 1.De rechters en de griffiers kunnen voor de vervulling van hun wettelijke opdrachten de vonnissen en akten bedoeld in het artikel 1394/1 raadplegen.

De aangestelden van de Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën als bedoeld in de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievordering bij de FOD Financiën kunnen voor de vervulling van hun wettelijke opdrachten de vonnissen, arresten en akten bedoeld in het artikel 1394/1 raadplegen.

De gerechtsdeurwaarders als bedoeld in de artikelen 509 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek kunnen voor de vervulling van hun wettelijke opdrachten de vonnissen, arresten en akten bedoeld in het artikel 1394/1 raadplegen.

§ 2.Er wordt toegang verkregen tot de gegevens opgenomen in het bestand door middel van individuele toegangscodes. De houders van de codes mogen die niet aan derden bekendmaken en zijn persoonlijk verantwoordelijk voor het gebruik dat ervan wordt gemaakt.

§ 3.Ieder verzoek tot raadpleging van het bestand is slechts ontvankelijk indien het vermeldt:

1°naast de toegangscode, de naam, de voornamen en het beroepsadres van de verzoeker bedoeld in paragraaf 1;

2°in voorkomend geval, de naam, de voornamen en de woonplaats of, de naam, de rechtsvorm en de zetel van de schuldeiser;

3°het voorwerp van het verzoek, verantwoord overeenkomstig paragraaf 1.

§ 4.Alle personen die in het bestand zijn opgenomen beschikken over een recht van toegang en een recht op verbetering van de persoonsgegevens opgenomen overeenkomstig de artikelen 10 tot 15 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, zonder dat dat recht betrekking kan hebben op afbreuk de inhoud van een vonnis, arrest of akte zelf als bedoeld in artikel 1394/1.