Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL IV Burgerlijke rechtspleging (art. 664–1385octiesdecies) › BOEK IV _ BIJZONDERE RECHTSPLEGINGEN. › Eerste afdeling - (De echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting).

Afdeling II _ Echtscheiding door onderlinge toestemming.

1287–1304

Art. 1287

(De echtgenoten die besloten hebben tot echtscheiding door onderlinge toestemming over te gaan, moeten hun wederzijdse rechten waaromtrent zij vrijelijk een vergelijk kunnen treffen, vooraf regelen.

Zij kunnen vooraf een boedelbeschrijving doen opmaken overeenkomstig Hoofdstuk II - Boedelbeschrijving van Boek IV.

In dezelfde akte moeten zij vaststellen wat zij zijn overeengekomen met betrekking tot de uitoefening van de rechten bedoeld in de artikelen 4.17, 4.18, eerste en tweede lid, 4.20 en 4.147 van het Burgerlijk Wetboek, voor het geval één van hen zou overlijden voordat het vonnis of het arrest waarbij de echtscheiding wordt uitgesproken in kracht van gewijsde is gegaan.)

(Vierde lid opgeheven)

(Een letterlijk uittreksel van de akte, waaruit het bestaan van die overeenkomsten blijkt, moet, voor zover zij betrekking heeft op onroerende goederen, overgeschreven worden op het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van het rechtsgebied, waarbinnen de goederen gelegen zijn, op de wijze en binnen de termijnen bepaald bij artikel 3.31 van het Burgerlijk Wetboek).

Art. 1288

Zij zijn (...) ertoe gehouden hun overeenkomst omtrent de volgende punten bij geschrift vast te leggen:

1°...

2°(het gezag over de persoon en het beheer van de goederen van de kinderen en het recht op persoonlijk contact zoals bedoeld in artikel 374, § 1, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek) wat betreft (de minderjarige ongehuwde en niet ontvoogde kinderen waarvan beide echtgenoten de ouders zijn, de kinderen die zij hebben geadopteerd en de kinderen van een van hen die de andere heeft geadopteerd), zowel tijdens de procedure als na de echtscheiding;

3°(de bijdrage van elk van beide echtgenoten in het levensonderhoud, de opvoeding en de passende opleiding van voornoemde kinderen, onverminderd de rechten hen door Hoofdstuk V van Titel V van Boek I van het Burgerlijk Wetboek toegekend;)

4°(het bedrag van de eventuele uitkering te betalen door de ene echtgenoot aan de andere, tijdens de procedure en na de echtscheiding, de formule voor de eventuele aanpassing van die uitkering aan de kosten van levensonderhoud, de omstandigheden waaronder dit bedrag na de echtscheiding kan worden herzien en de nadere bepalingen ter zake, dan wel het feit dat men van die uitkering afstand doet.)

De overeenkomst die betrekking heeft op een minderjarig kind geeft aan op welke wijze rekening is gehouden met het belang van het kind.

((Wanneer nieuwe omstandigheden buiten de wil van de partijen hun toestand of die van de kinderen ingrijpend wijzigen), kunnen de beschikkingen bedoeld in het 2° en het 3° van het voorgaande lid na de echtscheiding worden herzien door de bevoegde rechter.)

Uitgezonderd indien de partijen uitdrukkelijk het tegenovergestelde zijn overeengekomen, kan de bevoegde rechter, op vordering van een van de partijen, de in de bepaling onder 4° van het eerste lid bedoelde uitkering later verhogen, verminderen of afschaffen, indien, ingevolge nieuwe omstandigheden onafhankelijk van de wil van de partijen, het bedrag ervan niet meer is aangepast.

Bij overeenkomsten als bedoeld in artikel 1288, eerste lid, 2° of 3°, blijft de zaak op de rol ingeschreven na de uitspraak van de echtscheiding. In geval van nieuwe omstandigheden onafhankelijk van de wil van de partijen als bedoeld in het tweede en derde lid, kunnen die partijen binnen vijftien dagen de zaak opnieuw voor de rechtbank brengen die de echtscheiding heeft uitgesproken, zulks bij schriftelijk verzoek dat wordt neergelegd bij of gericht is aan de griffie. Die omstandigheden staan op straffe van nietigheid omschreven in de conclusies of in het schriftelijk verzoek.

Art. 1288bis

§ 1.De vordering wordt ingeleid bij gezamenlijk verzoekschrift.

Het wordt neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg....

Naast de andere verplichte vermeldingen (verwijst het verzoekschrift op straffe van nietigheid naar de als bijlage opgenomen overeenkomsten) die worden vereist door de artikelen 1287 en 1288.

Als bijlagen bij het verzoekschrift worden neergelegd:

1°de overeenkomsten opgesteld met toepassing van de artikelen 1287 en 1288;

2°in voorkomend geval, de boedelbeschrijving die in artikel 1287, tweede lid, wordt bedoeld.

3°...

4°...

5°...

Van het verzoekschrift en de bijlagen worden een origineel en een afschrift neergelegd.

Het origineel van het verzoekschrift wordt door beide echtgenoten of door ten minste een advocaat of notaris ondertekend.

§ 2.Voor zover de documenten of gegevens niet beschikbaar zijn in de DABS of in het bevolkings- of vreemdelingenregister, voegt de verzoekende partij bij de gedinginleidende akte, voor ieder van de echtgenoten en de kinderen bedoeld in artikel 1288, eerste lid, 2°, hiervoor opgesomd, volgende documenten toe:

1°een bewijs van identiteit;

2°een bewijs van nationaliteit;

3°een bewijs van de actuele verblijfplaats indien deze afwijkt van de verblijfplaats in het bevolkings- of vreemdelingenregister, evenals, in voorkomend geval, een bewijs van de gewone verblijfplaats in België sinds meer dan drie maanden;

4°uittreksels van de akten van geboorte van de kinderen bedoeld in artikel 1288, eerste lid, 2°;

5°een uittreksel van de laatste akte van huwelijk.

Bij ontvangst van de gedinginleidende akte gaat de griffier voor ieder van de echtgenoten en de eventuele kinderen na of zij ingeschreven zijn in het bevolkings-, vreemdelingen-, of wachtregister en of de bij de geding-inleidende akte ontbrekende documenten of gegevens beschikbaar zijn in de DABS of in het bevolkings- of vreemdelingenregister.

Indien de akte van geboorte of de huwelijksakte in België werd opgemaakt of in België werd overgeschreven voor 31 maart 2019, verzoekt de griffier de ambtenaar die de akte heeft opgemaakt of ingeschreven tot opname van de akte in de DABS Indien de huwelijksakte in het buitenland werd opgemaakt, verzoekt hij de verzoekende partij om een akte van huwelijk te laten opmaken op basis van de buitenlandse akte naar analogie met afdeling 15 van boek I, titel II, hoofdstuk 2, van het Burgerlijk Wetboek door de bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand.

Indien de voorgelegde documenten in een vreemde taal zijn opgemaakt, kan de griffie om een voor eensluidend verklaarde vertaling ervan verzoeken.

§ 3.Als de vermeldingen van het verzoekschrift onvolledig zijn, of indien bepaalde informatie ontbreekt voor de inleidende zitting, nodigt de rechter de meest gerede partij uit om de nodige informatie te verstrekken of het dossier van de procedure te vervolledigen.

Indien de rechter zich niet voldoende ingelicht acht door de uittreksels van de akten van de burgerlijke stand, kan hij steeds een afschrift van deze akten opvragen.

Elke partij kan ook zelf het initiatief nemen om het dossier samen te stellen.

Art. 1288ter

Binnen acht dagen te rekenen van de neerlegging, zendt de griffie aan de procureur des Konings twee afschriften van het verzoekschrift en de bijlagen.

Art. 1289

§ 1.Wanneer de in paragraaf 2 bepaalde persoonlijke verschijning niet wordt bevolen, verloopt de procedure schriftelijk.

§ 2.De familierechtbank kan steeds de persoonlijke verschijning van de echtgenoten bevelen, hetzij op vraag van de procureur des Konings of van een van de partijen, hetzij ambtshalve. In dit geval, worden de echtgenoten geacht binnen een maand te rekenen van de neerlegging van het verzoekschrift gezamenlijk en persoonlijk te verschijnen voor de familierechtbank. Ze geven de rechtbank hun wil te kennen.

De rechtbank kan in uitzonderlijke omstandigheden een of beide echtgenoten machtigen zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat of door een notaris.

§ 3.Ingeval de partijen of één van hen niet in persoon of bij wege van hun vertegenwoordiger indien toepassing gemaakt is van paragraaf 2, tweede lid, op de door de familierechtbank vastgestelde dag verschijnen, verwijst de rechtbank de zaak naar de algemene rol.

§ 4.Wanneer de procedure uitsluitend schriftelijk verloopt, gaat de termijn voor de uitspraak van het vonnis bedoeld in artikel 770, § 1, in:

-op de dag dat de procureur des Konings zijn advies indient, of,

-op de dag dat hij meedeelt dat hij geen advies zal verlenen, of,

-bij het verstrijken van de gestelde termijn waarbinnen het advies moet worden ingediend.

Art. 1289ter

De procureur des Konings kan, binnen dertig dagen te rekenen van de inschrijving van de zaak op de rol, schriftelijk advies neerleggen ter griffie over de vormvereisten, de toelaatbaarheid van de echtscheiding en over de inhoud van de overeenkomsten tussen de echtgenoten met betrekking tot hun minderjarige kinderen.

In geval van toepassing van artikel 1289, §§ 2 en 3, wordt het advies, wanneer het binnen de gestelde termijnen wordt uitgebracht, ter griffie neergelegd ten laatste op de dag vóór de verschijning van de echtgenoten, tenzij het wegens de omstandigheden van de zaak terstond op de zitting van de verschijning van de echtgenoten schriftelijk of mondeling wordt uitgebracht. In dit geval wordt dit op het zittingsblad vermeld.

Kan het advies niet tijdig worden uitgebracht, dan wordt de familierechtbank daarvan ten laatste op de dag vóór de zitting verwittigd en wordt de oorzaak van de vertraging op (het zittingsblad) vermeld.

De procureur des Konings verwittigt de rechtbank dat hij geen advies zal uitbrengen.

Wanneer het schriftelijk advies niet wordt uitgebracht binnen de in het eerste lid bedoelde termijn, wordt het geacht gunstig te zijn.

Art. 1290

In het in artikel 1289, § 2, bedoelde geval houdt de rechter aan beide echtgenoten samen en aan ieder van hen in het bijzonder, (...) zodanige bedenkingen en vermaningen voor als hij gepast oordeelt hij brengt hun alle gevolgen onder het oog, waartoe hun stap zal leiden.

(Onverminderd artikel 1004/1, kan hij aan de partijen voorstellen de beschikkingen van de overeenkomsten met betrekking tot hun minderjarige kinderen te wijzigen wanneer die hem strijdig lijken met de belangen van deze laatsten.

De rechter kan, ten laatste bij de verschijning van de echtgenoten waarin artikel 1289 §§ 2 en 3 voorziet, ambtshalve beslissen tot het horen van de kinderen, zoals bepaald in artikel 1004/1.

(De rechter bepaalt, wanneer hij toepassing maakt van het tweede of het derde lid, binnen een maand na de neerlegging ter griffie van het proces-verbaal van de eerste verschijning of van het onderhoud bedoeld in het vorige lid, een nieuwe datum voor de verschijning van de echtgenoten.)

Tijdens elk van deze verschijningen kan de rechter de beschikkingen die kennelijk strijdig zijn met de belangen van de minderjarige kinderen laten schrappen of wijzigen.)

Art. 1291

Indien de aldus voorgelichte echtgenoten in hun voornemen volharden, verleent de rechter hun ervan akte dat zij de echtscheiding aanvragen en daarin onderling toestemmen.

Art. 1292

De griffier maakt een omstandig proces-verbaal op van al hetgeen gezegd en gedaan is ter uitvoering van de artikelen 1289, §§ 2, en 3, tot 1291; de overgelegde stukken blijven gevoegd bij het proces-verbaal.

Hij zendt, binnen vijftien dagen, aan de procureur des Konings een eensluidend verklaard afschrift van het proces-verbaal van de verschijning (...).

Art. 1293

Wanneer, binnen een maand te rekenen van de dag van indiening van het verzoekschrift en vóór de eventuele verschijning van de partijen als bedoeld in artikel 1289, §§ 2 en 3, de echtgenoten of een van hen nieuwe en onvoorzienbare omstandigheden aanvoeren waardoor hun toestand, de toestand van één van hen of die van hun kinderen ingrijpend wordt gewijzigd en indien daarvan naar behoren het bewijs wordt geleverd, kunnen zij gezamenlijk een voorstel tot wijziging van hun oorspronkelijke overeenkomsten ter beoordeling aan de rechter voorleggen.

Nadat de rechter kennis heeft genomen van het advies van de procureur des Konings of na toepassing van artikel 1004/1 kan hij de partijen oproepen indien hij zulks wenselijk acht, ten einde hen voor te stellen de voorstellen tot wijziging van de overeenkomsten met betrekking tot hun minderjarige kinderen aan te passen, wanneer die hem strijdig lijken met de belangen van deze laatsten of wanneer de in artikel 1288, tweede lid, bedoelde vermelding ontbreekt.

....

(De rechter bepaalt, wanneer hij toepassing maakt van het tweede... lid, binnen een maand na de neerlegging ter griffie van het proces-verbaal van de verschijning bedoeld in hetzelfde lid, een nieuwe verschijningsdatum.

....)

Art. 1294bis

Indien afstand wordt gedaan van de procedure, verbinden de in artikel 1288 bedoelde overeenkomsten de partijen voorlopig, tot wanneer artikel 1280 wordt toegepast. Indien de overeenkomsten niet de vorm van een uitvoerbare titel hebben, wordt, op verzoek van de meest gerede partij, de zaak vastgesteld op de eerste nuttige zitting die geacht wordt spoedeisend te zijn, zoals bedoeld in artikel 1256, derde lid. Indien een van de partijen daarom verzoekt, spreekt de familierechtbank een voorlopige maatregel uit, in overeenstemming met de overeenkomsten.

Art. 1295

Nadat de rechter aan de echtgenoten zijn opmerkingen heeft gemaakt, wordt hun, indien zij volharden, akte verleend van hun verzoek (...): de griffier van de rechtbank maakt een proces-verbaal op, dat getekend wordt door de rechter en de griffier, alsmede door de partijen, tenzij dezen verklaren niet te kunnen tekenen of daartoe niet in staat te zijn, in welk geval daarvan melding wordt gemaakt.

Art. 1296

De griffier deelt het proces-verbaal en de stukken mee aan de procureur des Konings met het oog op diens schriftelijke conclusie.

Art. 1297

Wanneer de procureur des Konings een advies uitbrengt indien hij vaststelt dat aan de wettelijke voorwaarden, naar vorm en inhoud, is voldaan, geeft hij zijn conclusie in de volgende bewoordingen: " De wet laat toe ".

In het tegenovergestelde geval met zijn conclusie van ontoelaatbaarheid gemotiveerd zijn.

Art. 1298

De familierechtbank kan, wanneer het verslag wordt uitgebracht, geen andere punten onderzoeken dan die welke in artikel 1297 zijn vermeld. Blijkt daaruit dat, naar het oordeel van de familierechtbank, de partijen aan de voorwaarden hebben voldaan en de formaliteiten hebben in acht genomen die door de wet bepaald zijn, dan (spreekt zij de echtscheiding uit) (en homologeert zij de overeenkomsten met betrekking tot de minderjarige kinderen); in het tegenovergestelde geval verklaart de rechtbank dat er geen grond bestaat om (de echtscheiding uit te spreken) en geeft de redenen van de beslissing op.

Art. 1299

Hoger beroep tegen het vonnis waarbij de echtscheiding is uitgesproken is slechts toegelaten indien het gesteund wordt op het niet vervullen van de wettelijke voorwaarden om de echtscheiding uit te spreken of op de verzoening die tussen de echtgenoten plaatsvond.

Het kan worden ingesteld door het openbaar ministerie binnen een maand te rekenen van de uitspraak. In dat geval wordt het aan beide partijen betekend.

Het kan eveneens worden ingesteld door één of beide echtgenoten, afzonderlijk of gezamenlijk, binnen een maand te rekenen van de uitspraak. In dat geval wordt het aan de procureur des Konings betekend, alsook, indien het door slechts één echtgenoot wordt ingesteld, aan de andere echtgenoot.

Hoger beroep aangetekend op grond van verzoening moet in alle gevallen door beide echtgenoten gezamenlijk worden ingesteld binnen een maand te rekenen van de uitspraak. Het wordt betekend aan de procureur des Konings.

Art. 1300

Hoger beroep tegen het vonnis waarbij beslist is dat er geen grond bestaat om de echtscheiding (uit te spreken), is slechts toegelaten indien het ingesteld wordt door beide partijen, afzonderlijk of gezamenlijk (binnen één maand) te rekenen van de uitspraak. Het wordt aan de procureur des Konings betekend.

Art. 1301

Binnen tien dagen na de betekening van het beroep doet de procureur des Konings aan de procureur-generaal bij het hof van beroep de uitgifte toekomen van het vonnis en de stukken waarop dit is gewezen.

De procureur-generaal geeft schriftelijk zijn conclusie binnen tien dagen na ontvangst van de stukken; in geval van toepassing van artikel 109bis, § 2, tweede of derde lid, brengt de voorzitter of de raadsheer die hem vervangt verslag uit aan het hof van beroep... en de eindbeslissing wordt genomen binnen tien dagen na het overleggen van de conclusie van de procureur-generaal.

Het arrest is niet vatbaar voor verzet.

Art. 1302

De termijn om zich in cassatie te voorzien tegen het arrest van de familiekamer van het hof van beroep is drie maanden te rekenen van de uitspraak.

Voorziening in cassatie door de prtijen is slechts toegestaan indien ze ingesteld wordt door de beide echtgenoten afzonderlijk of gezamenlijk.

Voorziening in cassatie tegen een arrest waarbij de echtscheiding wordt uitgesproken, schorst de tenuitvoerlegging.

Art. 1303

Wanneer het vonnis of het arrest waarbij de echtscheiding is uitgesproken in kracht van gewijsde is gegaan, stuurt de griffier onmiddellijk de gegevens van het vonnis of arrest naar de DABS, met vermelding van de dag van het in kracht van gewijsde treden.

De DABS maakt op basis hiervan een melding op en verbindt deze met de huwelijksakte.

Indien de huwelijksakte niet beschikbaar is in de DABS, maakt de bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand een akte van echtscheiding op.

Art. 1304

Het vonnis of het arrest waarbij de echtscheiding wordt uitgesproken, heeft ten aanzien van derden eerst gevolg vanaf de melding op de huwelijksakte of vanaf de opmaak van de akte van echtscheiding. Ingeval een van de echtgenoten overlijdt voor de melding op de huwelijksakte of de opmaak van de akte van echtscheiding, maar nadat het vonnis waarbij de echtscheiding is uitgesproken in kracht van gewijsde is gegaan, worden de echtgenoten tegenover derden als uit de echt gescheiden beschouwd, onder de opschortende voorwaarde van de melding op de huwelijksakte of van de opmaak van de akte van echtscheiding.

Ten aanzien van de goederen van de echtgenoten heeft de beslissing echter gevolg vanaf de neerlegging van het verzoekschrift.

Ten aanzien van de persoon van de echtgenoten heeft de echtscheiding gevolg vanaf de dag waarop de beslissing in kracht van gewijsde gaat.