§ 1.Elke minderjarige heeft het recht gehoord te worden door een rechter in aangelegenheden die hem aanbelangen met uitzondering van vorderingen met betrekking tot de onderhoudsverplichtingen en de louter financiële of vermogensrechtelijke vorderingen die het vermogen van de minderjarige niet rechtstreeks aanbelangen. Hij heeft het recht om te weigeren gehoord te worden.
Broers en zussen worden geacht betrokken te zijn bij aangelegenheden aangaande de verblijfsregeling die een of meer van hen betreffen.
Het horen van de minderjarige heeft tot doel hem in staat te stellen zijn bezorgdheden aan de rechter kenbaar te maken, om zo bij te dragen tot het vinden van de meest geschikte oplossing, rekening houdend met zijn belang.
§ 2.De minderjarige die jonger is dan twaalf jaar wordt gehoord op zijn verzoek, op verzoek van de partijen, van het openbaar ministerie of, ambtshalve, van de rechter. De rechter kan, middels een door de omstandigheden van de zaak gemotiveerde beslissing, weigeren de minderjarige die jonger is dan twaalf jaar te horen, behalve wanneer dat verzoek van deze laatste of van het openbaar ministerie uitgaat. Tegen die beslissing van weigering kan geen rechtsmiddel worden aangewend.
§ 3.De minderjarige die twaalf jaar oud is, wordt door de rechter ingelicht... over zijn recht om gehoord te worden overeenkomstig artikel 1004/2. Bij die informatie wordt een antwoordformulier gevoegd.
§ 3/1.De wettelijke vertegenwoordigers van de minderjarige die jonger is dan twaalf jaar worden door de rechter geïnformeerd over het feit dat de minderjarige een verzoek kan richten tot de rechter om te worden gehoord.
In het verzoek wordt verduidelijkt of het uitgaat van de minderjarige zelf of van zijn ouder of ouders.
§ 4.De rechter willigt het verzoek van de minderjarige in. Indien de minderjarige echter in de loop van de rechtspleging reeds is gehoord, is de rechter niet verplicht op het verzoek in te gaan, indien er geen nieuw element is dat een verhoor rechtvaardigt.
Wanneer de zaak wordt voorgelegd aan een kamer voor minnelijke schikking wordt de minderjarige door deze kamer gehoord als hij nog niet door de verwijzingskamer is gehoord. Paragraaf 5/3 is van overeenkomstige toepassing op het verslag van het onderhoud.
§ 5.De rechter hoort de minderjarige op een plaats die is afgestemd op het horen van het kind.
§ 5/1.Onverminderd artikel 168, eerste lid, en onder voorbehoud van wat volgt of tenzij de rechter hier bij een met redenen omklede beslissing van afwijkt vindt het onderhoud plaats buiten de aanwezigheid van wie ook.
De minderjarige heeft het recht om tijdens het horen te worden bijgestaan door een meerderjarige vertrouwenspersoon van zijn of haar keuze.
De vertrouwenspersoon mag noch een partij in het geding, noch een bloedverwant tot in de tweede graad van een partij in het geding zijn, met uitzondering van de broers en zussen van de minderjarige wier afstamming ten aanzien van dezelfde ouders is vastgesteld.
De rechter kan op elk ogenblik beslissen om het onderhoud voort te zetten zonder aanwezigheid van de vertrouwenspersoon of van een andere persoon van wie hij de aanwezigheid heeft toegestaan. Hij informeert dan de minderjarige over de inhoud van dit lid op een wijze die past bij de leeftijd en de maturiteit van het kind. Indien de minderjarige daar niet mee akkoord gaat, kan de rechter het onderhoud beëindigen. In dit geval vermeldt de rechter in het verslag de redenen waarom het verhoor niet in aanwezigheid van de betrokkenen kon doorgaan.
§ 5/2.Bij het begin van het horen:
1°wijst de rechter op het doel van het horen, als bedoeld in paragraaf 1, derde lid;
2°legt de rechter de minderjarige uit dat hij niet de verantwoordelijkheid heeft om het geschil te beslechten;
3°wijst de rechter de minderjarige erop dat er niet noodzakelijk gevolg zal worden gegeven aan zijn verzoeken;
4°informeert de rechter de minderjarige dat hij het recht heeft om te verduidelijken dat alle of een deel van de informatie die hij geeft vertrouwelijk is. De vertrouwelijke informatie wordt niet opgenomen in het verslag, maar kan worden overgezonden aan het openbaar ministerie.
De rechter geeft de in het eerste lid bedoelde uitleg op een wijze die past bij de leeftijd en de maturiteit van het kind.
§ 5/3.Het verslag van het onderhoud wordt bij het dossier van de rechtspleging gevoegd. Het geeft weer wat de minderjarige heeft gezegd behalve de elementen die de minderjarige als vertrouwelijk heeft aangeduid. De minderjarige wordt geïnformeerd over het feit dat de partijen er kennis van kunnen nemen. De rechter informeert de minderjarige over de inhoud van het verslag en gaat na of het verslag de mening van de minderjarige verwoordt.
De minderjarige ondertekent het verslag niet. Indien de rechter tijdens het onderhoud vaststelt dat de minderjarige niet over het nodige onderscheidingsvermogen beschikt, maakt hij hiervan melding in het verslag.
Met uitzondering van het verslag van het verhoor, hebben noch de gehoorde minderjarige, noch zijn of haar wettelijke vertegenwoordiger toegang tot het dossier, tenzij zij partij zijn in de procedure.
§ 6.Het onderhoud met de minderjarige heeft niet tot gevolg dat hij partij in het geding wordt.
Aan de mening van de minderjarige wordt passend belang gehecht in overeenstemming met zijn leeftijd en maturiteit alsook met de eventuele invloed die op hem wordt uitgeoefend.
§ 7.De rechterlijke beslissing die is genomen in de zaak waarvoor de minderjarige werd gehoord, wordt aan hem voorgelegd en toegelicht door zijn omgeving, in overeenstemming met zijn maturiteit.