§ 1.De artikelen 363 en 365, § 1, zijn van toepassing op de wedden, weddenbijslagen en anciënniteitsverhogingen van het gerechtspersoneel.
§ 1bis.De geldelijke anciënniteit bestaat uit twee componenten:
1°deze die is erkend als verworven bij de indiensttreding en die wordt berekend overeenkomstig §§ 2, 3 en 4;
2°deze die wordt verworven als personeelslid na de indiensttreding en die wordt berekend overeenkomstig §§ 2, 5 en 6.
Elke nieuwe indiensttreding als personeelslid brengt een nieuwe berekening van de eerste component mee. Dit lid is ook van toepassing op het personeelslid dat op grond van een arbeidsovereenkomst is aangeworven en een nieuwe arbeidsovereenkomst krijgt.
§ 2.Voor de berekening van de anciënniteit komen in aanmerking:
1°de periode gedurende dewelke... een ambt in een hof of een rechtbank is uitgeoefend;
2°de tijd van inschrijving bij de balie, evenals de uitoefening van het ambt van notaris door een doctor, licentiaat of master in de rechten;
3°de tijd besteed aan onderwijs van het recht aan een Belgische universiteit;
4°de tijd van ambtsvervulling bij de Raad van State, als lid van de Raad van State, van het auditoraat of van het coördinatiebureau;
5°onverminderd de toepassing van de bepalingen van artikel 365, § 1:
-de duur van de diensten verricht vanaf de leeftijd van 21 jaar in een Rijksdienst en in een dienst van Afrika.
-de duur van de werkelijke diensten met volledige prestaties vanaf de leeftijd van 21 jaar verricht in andere openbare diensten dan de diensten van de Staat en de diensten van Afrika of als titularis van een ambt bezoldigd door middel van een weddetoelage in een gesubsidieerde vrije onderwijsinrichting.
Ingeval sommige van die ambten gelijktijdig zijn uitgeoefend, is de samenvoeging daarvan voor de berekening van de weddeverhogingen niet geoorloofd.
De uitdrukking " Rijksdienst " bedoelt elke dienst die afhangt van de wetgevende, de uitvoerende of de rechterlijke macht en die niet de staat van rechtspersoon heeft.
De uitdrukking " dienst van Afrika " bedoelt elke dienst zonder rechtspersoonlijkheid die afhing van het gouvernement van Belgisch-Kongo of van het gouvernement van Ruanda-Urundi.
De uitdrukking " andere openbare diensten dan de diensten van de Staat en de diensten van Afrika " bedoelt:
a)elke dienst met rechtspersoonlijkheid die ressorteert onder de uitvoerende macht;
b)elke dienst met rechtspersoonlijkheid die ressorteerde onder het gouvernement van Belgisch-Kongo of onder het gouvernement van Ruanda-Urundi;
c)elke gemeente- of provinciedienst;
d)elke andere instelling naar Belgisch recht, die voldoet aan collectieve noodwendigheden van lokaal of algemeen belang, en aan welker oprichting of bijzondere leiding de openbare overheid klaarblijkelijk een overwegend aandeel heeft, alsook elke andere instelling van koloniaal recht die beantwoordde aan dezelfde voorwaarden.
6°Onverminderd de toepassing van de bepalingen van § 1, worden ook in aanmerking genomen voor de berekening van de geldelijke anciënniteit de diensten bedoeld in artikel 12, eerste tot zesde lid, en achtste lid, van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt. Voor de toepassing van dit artikel, worden de woorden "leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde" vervangen door de woorden "voorzitter van het directiecomité van de Federale Overheidsdienst Justitie of zijn afgevaardigde.
Indien sommige van die ambten gelijktijdig werden uitgeoefend, is de samenvoeging daarvan voor de berekening van de weddenverhogingen niet geoorloofd.
Indien sommige van die ambten achtereenvolgens werden uitgeoefend, wordt de duur van die uitoefening samengeteld. De overblijvende diensten worden gevaloriseerd naar het belang dat eraan wordt toegekend in de categorie waartoe zij behoren.
§ 3.De berekening van diensten die overeenkomstig § 2 in aanmerking worden genomen, gebeurt overeenkomstig artikel 11, §§ 2 tot 7 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt.
§ 4.Voor de berekening van de anciënniteit van het contractuele personeelslid komen de diensten bedoeld in § 2 in aanmerking. Ze worden berekend overeenkomstig § 3.
§ 5.Indien het personeelslid, zelfs bij verminderde prestaties voor persoonlijke aangelegenheden, in dienstactiviteit of in disponibiliteit is, evolueert de geldelijke anciënniteit per volledige maand.
De geldelijke anciënniteit verworven na de indiensttreding evolueert per volledige maand. De onvolledige maanden worden niet in aanmerking genomen.
....
Indien het personeelslid dat een functie uitoefent waarvoor het diploma van niveau 1 preventieadviseur is vereist en de weddeschaal bekomt die hem zou worden toegekend als hij wordt bevorderd naar niveau A overeenkomstig artikel 56/2, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 10 november 2006 betreffende het statuut, de loopbaan en de bezoldigingsregeling van het gerechtspersoneel, later zonder onderbreking wordt bevorderd naar niveau A, wordt hij voor de schaal- en klasseanciënniteit geacht te zijn bevorderd op de datum waarop hij de functie van preventieadviseur is beginnen uit te oefenen. Deze datum kan niet verder teruggaan dan de datum waarop het personeelslid aan alle statutaire voorwaarden voor bevordering naar niveau A heeft voldaan.
Indien het personeelslid dat een functie uitoefent waarvoor het diploma van niveau 2 preventieadviseur is vereist en de weddeschaal bekomt die hem zou worden toegekend als hij wordt bevorderd naar niveau B overeenkomstig artikel 56/2, § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit van 10 november 2006 betreffende het statuut, de loopbaan en de bezoldigingsregeling van het gerechtspersoneel, later zonder onderbreking wordt bevorderd tot griffier of secretaris, wordt hij voor de schaal- en graadanciënniteit geacht te zijn bevorderd op de datum waarop hij de functie van preventieadviseur is beginnen uit te oefenen. Deze datum kan niet verder teruggaan dan de datum waarop het personeelslid aan alle statutaire voorwaarden voor bevordering tot griffier of secretaris heeft voldaan.
De terugwerkende kracht bedoeld in het derde en vierde lid voorzien, geldt alleen voor zover zij gunstig is voor het personeelslid.
§ 6.Voor het contractuele personeelslid evolueert de geldelijke anciënniteit per volledige maand indien hij daadwerkelijk zijn arbeidsovereenkomst uitvoert.
De geldelijke anciënniteit verworven na de indiensttreding evolueert per volledige maand. De onvolledige maanden worden niet in aanmerking genomen.
In afwijking van het eerste lid evolueert de geldelijke anciënniteit, zelfs in geval van schorsing van de arbeidsovereenkomst:
1°indien het contractuele personeelslid bezoldigd blijft door de Federale Overheidsdienst Justitie;
2°indien het contractuele personeelslid geniet van moederschapsverlof of loopbaanonderbreking, bedoeld in artikelen 42 en 43 van de arbeidswet van 16 maart 1971 of artikel 18, tweede lid, van de wet van 14 december 2000 tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in de openbare sector;
3°indien het contractuele personeelslid onbetaald ouderschapsverlof, toegekend door het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan, alsook onbetaald ouderschapsverlof, toegekend in het kader van de loopbaanonderbreking, geniet;
4°indien het contractuele personeelslid in georganiseerde werkonderbreking is;
5°indien het contractuele personeelslid het verlof om dwingende reden geniet dat is ingesteld door het koninklijk besluit van 11 oktober 1991 tot vaststelling van de nadere regelen voor de uitoefening van het recht op een verlof om dwingende reden;
6°indien het contractueel personeelslid het verlof om dwingende redenen van familiaal belang geniet dat geregeld is door de artikelen 35 tot 37 van het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden die de rechterlijke macht terzijde staan, na 1 november 2024