Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL II Rechterlijke organisatie (art. 58–555/16) › BOEK II - GERECHTELIJKE AMBTEN. › TITEL III - Wedden, lonen, werkingskosten en voordelen

HOOFDSTUK II - (Wedden en weddenbijslagen van het niveau A, de griffiers en de secretarissen)

366–375

Art. 366

§ 1.De artikelen 363 en 365, § 1, zijn van toepassing op de wedden, weddenbijslagen en anciënniteitsverhogingen van het gerechtspersoneel.

§ 1bis.De geldelijke anciënniteit bestaat uit twee componenten:

1°deze die is erkend als verworven bij de indiensttreding en die wordt berekend overeenkomstig §§ 2, 3 en 4;

2°deze die wordt verworven als personeelslid na de indiensttreding en die wordt berekend overeenkomstig §§ 2, 5 en 6.

Elke nieuwe indiensttreding als personeelslid brengt een nieuwe berekening van de eerste component mee. Dit lid is ook van toepassing op het personeelslid dat op grond van een arbeidsovereenkomst is aangeworven en een nieuwe arbeidsovereenkomst krijgt.

§ 2.Voor de berekening van de anciënniteit komen in aanmerking:

1°de periode gedurende dewelke... een ambt in een hof of een rechtbank is uitgeoefend;

2°de tijd van inschrijving bij de balie, evenals de uitoefening van het ambt van notaris door een doctor, licentiaat of master in de rechten;

3°de tijd besteed aan onderwijs van het recht aan een Belgische universiteit;

4°de tijd van ambtsvervulling bij de Raad van State, als lid van de Raad van State, van het auditoraat of van het coördinatiebureau;

5°onverminderd de toepassing van de bepalingen van artikel 365, § 1:

-de duur van de diensten verricht vanaf de leeftijd van 21 jaar in een Rijksdienst en in een dienst van Afrika.

-de duur van de werkelijke diensten met volledige prestaties vanaf de leeftijd van 21 jaar verricht in andere openbare diensten dan de diensten van de Staat en de diensten van Afrika of als titularis van een ambt bezoldigd door middel van een weddetoelage in een gesubsidieerde vrije onderwijsinrichting.

Ingeval sommige van die ambten gelijktijdig zijn uitgeoefend, is de samenvoeging daarvan voor de berekening van de weddeverhogingen niet geoorloofd.

De uitdrukking " Rijksdienst " bedoelt elke dienst die afhangt van de wetgevende, de uitvoerende of de rechterlijke macht en die niet de staat van rechtspersoon heeft.

De uitdrukking " dienst van Afrika " bedoelt elke dienst zonder rechtspersoonlijkheid die afhing van het gouvernement van Belgisch-Kongo of van het gouvernement van Ruanda-Urundi.

De uitdrukking " andere openbare diensten dan de diensten van de Staat en de diensten van Afrika " bedoelt:

a)elke dienst met rechtspersoonlijkheid die ressorteert onder de uitvoerende macht;

b)elke dienst met rechtspersoonlijkheid die ressorteerde onder het gouvernement van Belgisch-Kongo of onder het gouvernement van Ruanda-Urundi;

c)elke gemeente- of provinciedienst;

d)elke andere instelling naar Belgisch recht, die voldoet aan collectieve noodwendigheden van lokaal of algemeen belang, en aan welker oprichting of bijzondere leiding de openbare overheid klaarblijkelijk een overwegend aandeel heeft, alsook elke andere instelling van koloniaal recht die beantwoordde aan dezelfde voorwaarden.

6°Onverminderd de toepassing van de bepalingen van § 1, worden ook in aanmerking genomen voor de berekening van de geldelijke anciënniteit de diensten bedoeld in artikel 12, eerste tot zesde lid, en achtste lid, van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt. Voor de toepassing van dit artikel, worden de woorden "leidend ambtenaar of zijn afgevaardigde" vervangen door de woorden "voorzitter van het directiecomité van de Federale Overheidsdienst Justitie of zijn afgevaardigde.

Indien sommige van die ambten gelijktijdig werden uitgeoefend, is de samenvoeging daarvan voor de berekening van de weddenverhogingen niet geoorloofd.

Indien sommige van die ambten achtereenvolgens werden uitgeoefend, wordt de duur van die uitoefening samengeteld. De overblijvende diensten worden gevaloriseerd naar het belang dat eraan wordt toegekend in de categorie waartoe zij behoren.

§ 3.De berekening van diensten die overeenkomstig § 2 in aanmerking worden genomen, gebeurt overeenkomstig artikel 11, §§ 2 tot 7 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt.

§ 4.Voor de berekening van de anciënniteit van het contractuele personeelslid komen de diensten bedoeld in § 2 in aanmerking. Ze worden berekend overeenkomstig § 3.

§ 5.Indien het personeelslid, zelfs bij verminderde prestaties voor persoonlijke aangelegenheden, in dienstactiviteit of in disponibiliteit is, evolueert de geldelijke anciënniteit per volledige maand.

De geldelijke anciënniteit verworven na de indiensttreding evolueert per volledige maand. De onvolledige maanden worden niet in aanmerking genomen.

....

Indien het personeelslid dat een functie uitoefent waarvoor het diploma van niveau 1 preventieadviseur is vereist en de weddeschaal bekomt die hem zou worden toegekend als hij wordt bevorderd naar niveau A overeenkomstig artikel 56/2, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 10 november 2006 betreffende het statuut, de loopbaan en de bezoldigingsregeling van het gerechtspersoneel, later zonder onderbreking wordt bevorderd naar niveau A, wordt hij voor de schaal- en klasseanciënniteit geacht te zijn bevorderd op de datum waarop hij de functie van preventieadviseur is beginnen uit te oefenen. Deze datum kan niet verder teruggaan dan de datum waarop het personeelslid aan alle statutaire voorwaarden voor bevordering naar niveau A heeft voldaan.

Indien het personeelslid dat een functie uitoefent waarvoor het diploma van niveau 2 preventieadviseur is vereist en de weddeschaal bekomt die hem zou worden toegekend als hij wordt bevorderd naar niveau B overeenkomstig artikel 56/2, § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit van 10 november 2006 betreffende het statuut, de loopbaan en de bezoldigingsregeling van het gerechtspersoneel, later zonder onderbreking wordt bevorderd tot griffier of secretaris, wordt hij voor de schaal- en graadanciënniteit geacht te zijn bevorderd op de datum waarop hij de functie van preventieadviseur is beginnen uit te oefenen. Deze datum kan niet verder teruggaan dan de datum waarop het personeelslid aan alle statutaire voorwaarden voor bevordering tot griffier of secretaris heeft voldaan.

De terugwerkende kracht bedoeld in het derde en vierde lid voorzien, geldt alleen voor zover zij gunstig is voor het personeelslid.

§ 6.Voor het contractuele personeelslid evolueert de geldelijke anciënniteit per volledige maand indien hij daadwerkelijk zijn arbeidsovereenkomst uitvoert.

De geldelijke anciënniteit verworven na de indiensttreding evolueert per volledige maand. De onvolledige maanden worden niet in aanmerking genomen.

In afwijking van het eerste lid evolueert de geldelijke anciënniteit, zelfs in geval van schorsing van de arbeidsovereenkomst:

1°indien het contractuele personeelslid bezoldigd blijft door de Federale Overheidsdienst Justitie;

2°indien het contractuele personeelslid geniet van moederschapsverlof of loopbaanonderbreking, bedoeld in artikelen 42 en 43 van de arbeidswet van 16 maart 1971 of artikel 18, tweede lid, van de wet van 14 december 2000 tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in de openbare sector;

3°indien het contractuele personeelslid onbetaald ouderschapsverlof, toegekend door het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan, alsook onbetaald ouderschapsverlof, toegekend in het kader van de loopbaanonderbreking, geniet;

4°indien het contractuele personeelslid in georganiseerde werkonderbreking is;

5°indien het contractuele personeelslid het verlof om dwingende reden geniet dat is ingesteld door het koninklijk besluit van 11 oktober 1991 tot vaststelling van de nadere regelen voor de uitoefening van het recht op een verlof om dwingende reden;

6°indien het contractueel personeelslid het verlof om dwingende redenen van familiaal belang geniet dat geregeld is door de artikelen 35 tot 37 van het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden die de rechterlijke macht terzijde staan, na 1 november 2024

Art. 366bis

De schaalanciënniteit is de geldelijke anciënniteit die volgens de nadere bepalingen van artikel 366, §§ 5 en 6, als personeelslid in een bepaalde weddeschaal is verworven. Ze wordt berekend vanaf de eerste dag van de volledige maand waarin het personeelslid deze weddeschaal geniet.

Het personeelslid dat de laatste trap van zijn weddeschaal geniet, blijft zijn schaalanciënniteit opbouwen.

Dit artikel is van toepassing op het contractuele personeelslid.

Art. 366ter

Het contractuele personeelslid dat op arbeidsovereenkomst in dienst is genomen binnen de rechterlijke orde of binnen een federale overheidsdienst en dat stagiair benoemd wordt in dezelfde graad of dezelfde klasse of een nieuwe arbeidsovereenkomst krijgt, behoudt zijn weddeschaal en zijn schaalanciënniteit.

Dit artikel is niet van toepassing wanneer de arbeidsovereenkomst sinds meer dan twaalf maanden is beëindigd.

Art. 367

Het vakantiegeld dat toegekend wordt aan de personeelsleden van de niveaus B, C en D, bedoeld in artikel 177, § 2, wordt in dezelfde mate en onder dezelfde voorwaarden verleend aan de personeelsleden van niveau A, de griffiers en de secretarissen.

Art. 367bis

Aan elke graad en elke klasse worden één of meer weddeschalen verbonden.

Bij ontstentenis van bepalingen die hem een andere weddeschaal toekennen krijgt het personeelslid de eerste weddeschaal van zijn graad of zijn klasse.

Elke weddeschaal bevat dertig trappen.

In zijn weddeschaal krijgt het personeelslid de trap die overeenstemt met zijn geldelijke anciënniteit.

Dit artikel is van toepassing op het contractuele personeelslid.

Art. 367ter

Het personeelslid krijgt elke maand één twaalfde van de jaarwedde.

Voor deze wedde geldt de indexeringsregeling. Ze is gekoppeld aan de spilindex 138,01. Bij de berekening ervan wordt geen rekening gehouden met de derde decimaal in het eindresultaat.

Dit artikel is van toepassing op het contractuele personeelslid.

Art. 367quater

Het personeelslid dat deeltijds werkt wordt pro rata betaald.

Het voltijds of deeltijds werkende personeelslid dat slechts tijdens een gedeelte van de maand heeft gewerkt, wordt op evenredige wijze bezoldigd.

Dit deel wordt uitgedrukt in een breuk waarvan de teller het aantal daadwerkelijk gewerkte dagen is en de noemer het aantal arbeidsdagen. Indien het aantal uren varieert naargelang van de dagen, zijn de teller en de noemer de overeenstemmende uuraantallen.

Dit artikel is van toepassing op het contractuele personeelslid.

Art. 367quinquies

Wanneer de bevordering in weddeschaal, de bevordering naar een hoger niveau of naar een hogere klasse niet toegekend wordt op de eerste dag van de maand, heeft ze slechts uitwerking op de eerste dag van de volgende maand.

De wedde wordt na vervallen termijn betaald.

Art. 367sexies

Het personeelslid van het niveau A aangeworven of in dienst genomen bij arbeidsovereenkomst dat beschikt over een beroepservaring die bijzonder nuttig is voor de functie, verworven binnen overheidsdiensten of diensten in de privésector of als zelfstandige, en op voorwaarde dat in de oproep tot kandidaten de vereiste van een minimaal identieke beroepservaring wordt vastgesteld, bekomt één van de volgende weddeschalen:

1°de eerste weddeschaal indien het aantal jaren erkende gepresteerde diensten minder dan drie bedraagt;

2°de tweede weddeschaal indien het aantal jaren erkende gepresteerde diensten drie tot acht bedraagt;

3°de derde weddeschaal indien het aantal jaren erkende gepresteerde diensten acht of meer bedraagt.

De griffier of secretaris van het niveau B aangeworven of in dienst genomen bij arbeidsovereenkomst die beschikt over een beroepservaring die bijzonder nuttig is voor de functie, verworven binnen overheidsdiensten of diensten in de privésector of als zelfstandige, en op voorwaarde dat in de oproep tot kandidaten de vereiste van een minimaal identieke beroepservaring wordt vastgesteld, bekomt één van de volgende weddeschalen:

1°de eerste weddeschaal indien het aantal jaren erkende gepresteerde diensten minder dan drie bedraagt;

2°de tweede weddeschaal indien het aantal jaren erkende gepresteerde diensten drie tot negen bedraagt;

3°de derde weddeschaal indien het aantal jaren erkende gepresteerde diensten negen of meer bedraagt.

Art. 368

De klasse A1 omvat de weddeschalen NA11, NA12, NA13, NA14, NA15 en NA16.

De klasse A2 omvat de weddeschalen NA21, NA22, NA23, NA24 en NA25.

De klasse A3 omvat de weddeschalen NA31, NA32, NA33, NA34 en NA35.

De klasse A4 omvat de weddeschalen NA41, NA42, NA43 en NA44.

De klasse A5 omvat de weddeschalen NA51, NA52, NA53 en NA54.

Art. 369

Gedurende de duur van de aanwijzing als hoofdgriffier of hoofdsecretaris, krijgt de mandaathouder bedoeld in artikel 160, § 8, vierde lid, de laatste weddeschaal verbonden aan de klasse waarin de functie waartoe hij aangewezen wordt, wordt ingedeeld.

Art. 370

§ 1.In de klasse A1, worden de weddeschalen als volgt vastgesteld (in euro):

NA11 NA12 NA13 NA14 NA15 NA16 0 21.880 24.880 27.880 30.880 33.880 36.880 1 22.138 25.138 28.138 31.138 34.138 37.138 2 22.396 25.396 28.396 31.396 34.396 37.396 3 22.654 25.654 28.654 31.654 34.654 37.654 4 22.912 25.912 28.912 31.912 34.912 37.912 5 23.170 26.170 29.170 32.170 35.170 38.170 6 23.428 26.428 29.428 32.428 35.428 38.428 7 23.686 26.686 29.686 32.686 35.686 38.686 8 23.943 26.943 29.943 32.943 35.943 38.943 9 24.201 27.201 30.201 33.201 36.201 39.201 10 24.459 27.459 30.459 33.459 36.459 39.459 11 24.717 27.717 30.717 33.717 36.717 39.717 12 24.975 27.975 30.975 33.975 36.975 39.975 13 25.233 28.233 31.233 34.233 37.233 40.233 14 25.491 28.491 31.491 34.491 37.491 40.491 15 25.749 28.749 31.749 34.749 37.749 40.749 16 26.007 29.007 32.007 35.007 38.007 41.007 17 26.265 29.265 32.265 35.265 38.265 41.265 18 26.523 29.523 32.523 35.523 38.523 41.523 19 26.781 29.781 32.781 35.781 38.781 41.781 20 27.039 30.039 33.039 36.039 39.039 42.039 21 27.297 30.297 33.297 36.297 39.297 42.297 22 27.554 30.554 33.554 36.554 39.554 42.554 23 27.812 30.812 33.812 36.812 39.812 42.812 24 28.070 31.070 34.070 37.070 40.070 43.070 25 28.328 31.328 34.328 37.328 40.328 43.328 26 28.586 31.586 34.586 37.586 40.586 43.586 27 28.844 31.844 34.844 37.844 40.844 43.844 28 29.102 32.102 35.102 38.102 41.102 44.102 29 29.360 32.360 35.360 38.360 41.360 44.360

§ 2.In de klasse A2, worden de weddeschalen als volgt vastgesteld (in euro):

NA21 NA22 NA23 NA24 NA25 0 25.880 29.680 32.680 35.680 38.680 1 26.076 29.876 32.876 35.876 38.876 2 26.272 30.072 33.072 36.072 39.072 3 26.468 30.268 33.268 36.268 39.268 4 26.663 30.463 33.463 36.463 39.463 5 26.859 30.659 33.659 36.659 39.659 6 27.055 30.855 33.855 36.855 39.855 7 27.251 31.051 34.051 37.051 40.051 8 27.447 31.247 34.247 37.247 40.247 9 27.643 31.443 34.443 37.443 40.443 10 27.839 31.639 34.639 37.639 40.639 11 28.034 31.834 34.834 37.834 40.834 12 28.230 32.030 35.030 38.030 41.030 13 28.426 32.226 35.226 38.226 41.226 14 28.622 32.422 35.422 38.422 41.422 15 28.818 32.618 35.618 38.618 41.618 16 29.014 32.814 35.814 38.814 41.814 17 29.210 33.010 36.010 39.010 42.010 18 29.406 33.206 36.206 39.206 42.206 19 29.601 33.401 36.401 39.401 42.401 20 29.797 33.597 36.597 39.597 42.597 21 29.993 33.793 36.793 39.793 42.793 22 30.189 33.989 36.989 39.989 42.989 23 30.385 34.185 37.185 40.185 43.185 24 30.581 34.381 37.381 40.381 43.381 25 30.777 34.577 37.577 40.577 43.577 26 30.972 34.772 37.772 40.772 43.772 27 31.168 34.968 37.968 40.968 43.968 28 31.364 35.164 38.164 41.164 44.164 29 31.560 35.360 38.360 41.360 44.360

§ 3.In de klasse A3, worden de weddeschalen als volgt vastgesteld (in euro):

NA31 NA32 NA33 NA34 NA35 0 32.380 36.380 39.380 42.380 45.380 1 32.586 36.586 39.586 42.586 45.586 2 32.792 36.792 39.792 42.792 45.792 3 32.999 36.999 39.999 42.999 45.999 4 33.205 37.205 40.205 43.205 46.205 5 33.411 37.411 40.411 43.411 46.411 6 33.617 37.617 40.617 43.617 46.617 7 33.823 37.823 40.823 43.823 46.823 8 34.030 38.030 41.030 44.030 47.030 9 34.236 38.236 41.236 44.236 47.236 10 34.442 38.442 41.442 44.442 47.442 11 34.648 38.648 41.648 44.648 47.648 12 34.854 38.854 41.854 44.854 47.854 13 35.061 39.061 42.061 45.061 48.061 14 35.267 39.267 42.267 45.267 48.267 15 35.473 39.473 42.473 45.473 48.473 16 35.679 39.679 42.679 45.679 48.679 17 35.886 39.886 42.886 45.886 48.886 18 36.092 40.092 43.092 46.092 49.092 19 36.298 40.298 43.298 46.298 49.298 20 36.504 40.504 43.504 46.504 49.504 21 36.710 40.710 43.710 46.710 49.710 22 36.917 40.917 43.917 46.917 49.917 23 37.123 41.123 44.123 47.123 50.123 24 37.329 41.329 44.329 47.329 50.329 25 37.535 41.535 44.535 47.535 50.535 26 37.741 41.741 44.741 47.741 50.741 27 37.948 41.948 44.948 47.948 50.948 28 38.154 42.154 45.154 48.154 51.154 29 38.360 42.360 45.360 48.360 51.360

§ 4.In de klasse A4, worden de weddeschalen als volgt vastgesteld (in euro):

NA41 NA42 NA43 NA44 0 39.570 43.570 47.570 51.570 1 39.826 43.826 47.826 51.826 2 40.082 44.082 48.082 52.082 3 40.338 44.338 48.338 52.338 4 40.593 44.593 48.593 52.593 5 40.849 44.849 48.849 52.849 6 41.105 45.105 49.105 53.105 7 41.361 45.361 49.361 53.361 8 41.617 45.617 49.617 53.617 9 41.873 45.873 49.873 53.873 10 42.129 46.129 50.129 54.129 11 42.384 46.384 50.384 54.384 12 42.640 46.640 50.640 54.640 13 42.896 46.896 50.896 54.896 14 43.152 47.152 51.152 55.152 15 43.408 47.408 51.408 55.408 16 43.664 47.664 51.664 55.664 17 43.920 47.920 51.920 55.920 18 44.176 48.176 52.176 56.176 19 44.431 48.431 52.431 56.431 20 44.687 48.687 52.687 56.687 21 44.943 48.943 52.943 56.943 22 45.199 49.199 53.199 57.199 23 45.455 49.455 53.455 57.455 24 45.711 49.711 53.711 57.711 25 45.967 49.967 53.967 57.967 26 46.222 50.222 54.222 58.222 27 46.478 50.478 54.478 58.478 28 46.734 50.734 54.734 58.734 29 46.990 50.990 54.990 58.990

§ 5.In de klasse A5, worden de weddeschalen als volgt vastgesteld (in euro):

NA51 NA52 NA53 NA54 0 47.360 51.360 55.360 59.360 1 47.616 51.616 55.616 59.616 2 47.872 51.872 55.872 59.872 3 48.128 52.128 56.128 60.128 4 48.383 52.383 56.383 60.383 5 48.639 52.639 56.639 60.639 6 48.895 52.895 56.895 60.895 7 49.151 53.151 57.151 61.151 8 49.407 53.407 57.407 61.407 9 49.663 53.663 57.663 61.663 10 49.919 53.919 57.919 61.919 11 50.174 54.174 58.174 62.174 12 50.430 54.430 58.430 62.430 13 50.686 54.686 58.686 62.686 14 50.942 54.942 58.942 62.942 15 51.198 55.198 59.198 63.198 16 51.454 55.454 59.454 63.454 17 51.710 55.710 59.710 63.710 18 51.966 55.966 59.966 63.966 19 52.221 56.221 60.221 64.221 20 52.477 56.477 60.477 64.477 21 52.733 56.733 60.733 64.733 22 52.989 56.989 60.989 64.989 23 53.245 57.245 61.245 65.245 24 53.501 57.501 61.501 65.501 25 53.757 57.757 61.757 65.757 26 54.012 58.012 62.012 66.012 27 54.268 58.268 62.268 66.268 28 54.524 58.524 62.524 66.524 29 54.780 58.780 62.780 66.780

Art. 371

De graad van griffier en secretaris omvat de weddeschalen NBJ1, NBJ2, NBJ3, NBJ4 en NBJ5.

Art. 372

De weddeschalen van de griffiers en de secretarissen worden als volgt vastgesteld (in euro):

NBJ1 NBJ2 NBJ3 NBJ4 NBJ5 0 17.274 20.274 22.774 25.274 27.774 1 17.530 20.530 23.030 25.530 28.030 2 17.786 20.786 23.286 25.786 28.286 3 18.042 21.042 23.542 26.042 28.542 4 18.298 21.298 23.798 26.298 28.798 5 18.554 21.554 24.054 26.554 29.054 6 18.810 21.810 24.310 26.810 29.310 7 19.066 22.066 24.566 27.066 29.566 8 19.321 22.321 24.821 27.321 29.821 9 19.577 22.577 25.077 27.577 30.077 10 19.833 22.833 25.333 27.833 30.333 11 20.089 23.089 25.589 28.089 30.589 12 20.345 23.345 25.845 28.345 30.845 13 20.601 23.601 26.101 28.601 31.101 14 20.857 23.857 26.357 28.857 31.357 15 21.113 24.113 26.613 29.113 31.613 16 21.369 24.369 26.869 29.369 31.869 17 21.625 24.625 27.125 29.625 32.125 18 21.881 24.881 27.381 29.881 32.381 19 22.137 25.137 27.637 30.137 32.637 20 22.393 25.393 27.893 30.393 32.893 21 22.649 25.649 28.149 30.649 33.149 22 22.904 25.904 28.404 30.904 33.404 23 23.160 26.160 28.660 31.160 33.660 24 23.416 26.416 28.916 31.416 33.916 25 23.672 26.672 29.172 31.672 34.172 26 23.928 26.928 29.428 31.928 34.428 27 24.184 27.184 29.684 32.184 34.684 28 24.440 27.440 29.940 32.440 34.940 29 24.696 27.696 30.196 32.696 35.196

Art. 372bis

Om een bevordering door verhoging in weddenschaal te verkrijgen moet het personeelslid zich in de administratieve stand bevinden waarin hij zijn aanspraken op bevordering kan doen gelden en mag hij geen vermelding "onvoldoende" hebben gekregen op het einde van zijn evaluatie.

Onverminderd het eerste lid, wordt het personeelslid dat behoort tot een niveau vermeld in kolom 1 van onderstaande tabel bevorderd naar de hogere weddenschaal van zijn graad of van zijn klasse die in kolom 2 van dezelfde tabel vermeld staat op de 1e dag van de maand die volgt op de maand waarin hij minstens het aantal jaren schaalanciënniteit telt dat ernaast vermeld staat in kolom 3 van dezelfde tabel.

Niveau Bevordering in weddenschaal Schaalanciënniteit minimum Niveau Promotion dans l'échelle de traitement Ancienneté d'échelle minimum A-B Naar de 2e weddenschaal 3 jaar A-B Vers la 2e échelle de traitement 3 ans A Vanaf de 3e weddenschaal 5 jaar A A partir de la 3e échelle de traitement 5 ans A Naar de weddenschaal NA16 3 jaar A Vers l'échelle de traitement NA16 3 ans B Vanaf de derde weddenschaal 6 jaar B A partir de la 3e échelle de traitement 6 ans

Art. 372ter

...

Art. 372quater

...

Art. 372quinquies

De functiehouder van hoofdgriffier of van hoofdsecretaris bedoeld in artikel 160, § 8, vierde lid, wordt bevorderd naar de hogere weddeschaal of geniet schaalbonificaties in de klasse waarin hij is benoemd....

Art. 372sexies

Het contractuele personeelslid geniet de bevorderingen in weddeschaal bedoeld in artikel 372bis.

In afwijking van dit artikel kan het contractuele personeelslid niet naar een schaal worden bevorderd die hoger is dan de derde schaal van zijn graad of klasse.

Art. 372septies

§ 1.Het personeelslid dat naar het hogere niveau of klasse is bevorderd, krijgt de eerste weddeschaal van zijn graad of klasse.

In afwijking van het eerste lid krijgt het personeelslid dat is bevorderd naar het hogere niveau of hogere klasse en bezoldigd in de weddeschaal bedoeld in de eerste kolom van de onderstaande tabel de weddeschaal van zijn graad of klasse vermeld in de tweede kolom:

Kolom 1 Kolom 2 Colonne 1 Colonne 2 C3 NBJ2 C3 NBJ2 C4 NBJ2 C4 NBJ2 C5 NBJ3 C5 NBJ3 B3 NA12 B3 NA12 B4 NA12 B4 NA12 B5 NA13 B5 NA13 NBI3 / NBJ3 NA12 NBI3 / NBJ3 NA12 NBI4 / NBJ4 NA13/NA22 NBI4 / NBJ4 NA13/NA22 NBI5 / NBJ5 NA14 / NA23 NBI5 / NBJ5 NA14 / NA23 NA12 NA22 NA12 NA22 NA13 NA23 NA13 NA23 NA14 NA24 NA14 NA24 NA15 NA25 NA15 NA25 NA16 NA25 NA16 NA25 NA23 NA32 NA23 NA32 NA24 NA33 NA24 NA33 NA25 NA34 NA25 NA34 NA34 NA42 NA34 NA42 NA35 NA43 NA35 NA43 NA43 NA52 NA43 NA52 NA44 NA53 ''. NA44 NA53''.

§ 2.In afwijking van paragraaf 1 behoudt het personeelslid dat op basis van artikel 375, § 1, een toelage voor het uitoefenen van een functie in een hoger niveau of een hogere klasse ontvangt, en vervolgens bevorderd wordt in de graad of in de klasse die overeenstemt met de betrekking die hij heeft uitgeoefend, in voorkomend geval zijn oude wedde en zijn toelage als de wedde verkregen in de weddeschaal verbonden aan zijn nieuwe graad of aan zijn nieuwe klasse minder gunstig is dan zijn oude wedde verhoogd met de toelage.

Het personeelslid behoudt dit voordeel totdat hij in zijn nieuwe weddenschaal een wedde verkrijgt die gelijkwaardig is aan die verbonden aan zijn oude graad of zijn oude klasse, verhoogd met zijn toelage.

Voor de toepassing van dit artikel moet onder "oude wedde en zijn toelage" worden verstaan, de wedde en de toelage voor het uitoefenen van een hoger ambt, bedoeld in artikel 375, § 1, verschuldigd op de dag voor de datum van de bevordering naar het hogere niveau of naar de hogere klasse.

Art. 372octies

Het personeelslid dat een verandering van graad krijgt naar de graad van griffier of secretaris, geniet de eerste, tweede, derde, vierde of vijfde weddeschaal van zijn nieuwe graad, naargelang hij de eerste, tweede, derde, vierde of vijfde weddeschaal van zijn vroegere graad genoot. Hij neemt zijn schaalanciënniteit mee alsook de vermeldingen die hij in deze weddeschaal heeft behaald.

Art. 373

§ 1.Toegekend worden:

1°een weddebijslag van 4214,19 euro aan de griffier die de onderzoeksrechter gedurende minstens een maand bijstaat;

1°/1 een weddebijslag van 2602,89 euro aan de griffier die de bij de jeugdrechtbank aangewezen rechter van de familie- en jeugdrechtbank gedurende minstens een maand bijstaat;

2°een premie van 123,95 euro per begonnen periode van vijf zittingsdagen per zaak aan de griffier die gedurende de zitting van het hof van assisen het ambt van griffier van het hof van assisen uitoefent;

3°een maandelijkse toelage van 110 euro aan de leden van de griffies, van de parketsecretariaten en de personeelsleden van niveau A die het bewijs leveren van de grondige kennis van de tweede taal, zoals bepaald in artikel 53, § 6, derde lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, op voorwaarde dat zij hun ambt uitoefenen bij een rechtscollege waar ten minste een gedeelte van de magistraten of van de leden van de griffie of het parketsecretariaat krachtens de voornoemde wet het bewijs moeten leveren van de kennis van meer dan een landstaal of zij tewerkgesteld zijn bij een federale overheidsdienst, commissie, instelling of dienst waarvan het ambtsgebied het ganse land bestrijkt;

4°een maandelijkse toelage van 60 euro aan de leden van de griffies, van de parketsecretariaten en de personeelsleden van niveau A die het bewijs leveren van de functionele kennis van de tweede taal, zoals bepaald in artikel 53, § 6, vierde lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, op voorwaarde dat zij hun ambt uitoefenen bij een rechtscollege waar ten minste een gedeelte van de magistraten of van de leden van de griffie of het parketsecretariaat krachtens de voornoemde wet het bewijs moeten leveren van de kennis van meer dan een landstaal of zij tewerkgesteld zijn bij een federale overheidsdienst, commissie, instelling of dienst waarvan het ambtsgebied het ganse land bestrijkt.

5°een jaarlijkse directietoelage van 1 000 euro aan de leden van de griffie en het parketsecretariaat, overeenkomstig de voorwaarden bepaald voor de toekenning ervan aan de personeelsleden van niveau B, bedoeld in artikel 177, § 2.

§ 2.Indien het lid van de griffie, van het parketsecretariaat of het personeelslid van niveau A voldoet aan de toekenningsvoorwaarden van meerdere toelagen voor de kennis van dezelfde taal krijgt hij slechts de hoogste toelage.

Als hij voldoet aan de toekenningsvoorwaarden van meerdere toelagen voor de kennis van twee talen krijgt hij de twee toelagen. Het totaalbedrag van deze toelagen mag echter niet meer bedragen dan 150 % van de hoogste toelage.

§ 3.De toelage bedoeld in paragraaf 1, 3°, 4° en 5°, wordt enkel toegekend aan de leden van de griffies, van de parketsecretariaten, en de personeelsleden van niveau A die in dienstactiviteit zijn en een wedde genieten. De toelage is niet langer verschuldigd als niet langer aan de voorwaarden wordt voldaan.

De toelage wordt tegelijk met de wedde vereffend. Bij onvolledige prestaties wordt zij naar rata van de geleverde prestaties uitbetaald.

§ 4.De taaltoelage bedoeld in paragraaf 1, 3° en 4°, is niet verschuldigd in het geval van onderbreking van de ambtsuitoefening van meer dan dertig opeenvolgende werkdagen. De schorsing van de toelage gebeurt met terugwerkende kracht op de eerste dag van de afwezigheid.

De volgende afwezigheden worden niet beschouwd als een onderbreking van de ambtsuitoefening:

1°een ouderschapsverlof, een adoptieverlof, een opvangverlof, een pleegzorgverlof en een verlof verbonden aan de bescherming van het moederschap;

2°het jaarlijks vakantieverlof;

3°de afwezigheid door een ziekte of disponibiliteit, een arbeidsongeval, een ongeval op de weg naar of van het werk of een beroepsziekte;

4°een loopbaanonderbreking om palliatieve zorgen of medische bijstand te verstrekken en loopbaanonderbreking voor erkende mantelzorg.

In afwijking van paragraaf 3, tweede lid, wordt de toelage niet verminderd bij een verlof wegens verminderde prestaties die gewettigd zijn door een chronische ziekte, een arbeidsongeval, een ongeval op de weg naar en van het werk of een beroepsziekte.

§ 5.De directietoelage bedoeld in paragraaf 1, 5°, is niet verschuldigd in het geval van onderbreking van de ambtsuitoefening van meer dan dertig opeenvolgende werkdagen. De schorsing van de toelage gebeurt met terugwerkende kracht op de eerste dag van de afwezigheid.

De volgende afwezigheden worden niet beschouwd als een onderbreking van de ambtsuitoefening:

1°een ouderschapsverlof en een verlof verbonden aan de bescherming van het moederschap;

2°een jaarlijks vakantieverlof;

3°een afwezigheid door een arbeidsongeval, een ongeval op de weg naar of van het werk of een beroepsziekte.

Art. 374

De mobiliteitsregeling die geldt voor de wedde van het personeel van de federale overheidsdiensten, geldt eveneens voor de premies en toelagen bedoeld in artikel 373.

Deze bedragen worden gekoppeld aan de spilindex 138,01.

Art. 375

§ 1.De personeelsleden van het niveau A of de leden van een griffie of een parketsecretariaat, die in toepassing van de artikelen 330, en 330bis, gedurende een ononderbroken periode van één maand een hoger ambt uitoefenen, ontvangen een toelage waarvan het bedrag wordt bepaald op het verschil tussen de bezoldiging welke het personeelslid zou genieten in de graad van het voorlopig uitgeoefend ambt en de bezoldiging welke hij geniet in zijn werkelijke graad.

De bezoldiging bedoeld in het voorgaande lid omvat:

1°de wedde, in voorkomend geval met inbegrip van de verschuldigde weddenbijslagen en de schaalbonificaties verleend krachtens de artikelen 57 tot 59 van de wet van 10 april 2014 tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op het invoeren van een nieuwe geldelijke loopbaan voor het gerechtspersoneel en van een mandatensysteem voor de hoofdgriffiers en de hoofdsecretarissen;

2°eventueel de haard- of standplaatstoelage.

§ 2.De leden van een griffie of een parketsecretariaat, die in toepassing van de artikelen 328 of 329bis, geroepen worden om gedurende ten minste drie opeenvolgende maanden een hoger ambt te vervullen, ontvangen een toelage, waarvan het bedrag wordt bepaald op de helft van het in § 1. bedoelde bedrag.

§ 3.De mobiliteitsregeling die geldt voor de wedden van het personeel van de federale overheidsdiensten, geldt eveneens voor deze toelage.

Zij wordt gekoppeld aan de spilindex 138,01.

De toelage is onderworpen aan de bijdrage voor het stelsel van de verplichte verzekering tegen ziekte en invaliditeit sector gezondheidszorgen en aan de bijzondere bijdrage voor de financiering van het stelsel van de sociale zekerheid.

De toelage is evenwel niet onderworpen aan de inhouding bestemd voor de financiering van het wettelijk pensioen.

§ 4.Deze toelage wordt verleend onder dezelfde voorwaarden als de toelage verleend voor de uitoefening van een hoger ambt, toegekend aan de personeelsleden van het niveau B, C en D, bedoeld in artikel 177.

§ 5.Het personeelslid wordt bevorderd naar de hogere weddeschaal of geniet schaalbonificaties in de graad of de klasse waarin hij is benoemd... zelfs indien hij in het kader van de uitoefening van een hogere functie de vermelding... of "onvoldoende" heeft behaald. De vermelding... of "onvoldoende" stelt echter ambtshalve een einde aan de aanwijzing in een hogere functie.

...

§ 6.De verlenging van de hogere functie die toegekend werd op basis van de artikelen 328, 329bis, 330 en 330bis leidt niet tot de herberekening van de toelage.