Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL II Rechterlijke organisatie (art. 58–555/16) › TITEL VI - (Benoemingsvoorwaarden en loopbaan van magistraten en het gerechtspersoneel).

HOOFDSTUK VII - Bepalingen gemeen aan de hoofdstukken I tot VI.

287quinquies–287sexies

Art. 287quinquies

§ 1.Voor de ambten, de functies en bedieningen die in deze titel zijn bepaald moet de kandidaat aan de bij de wet gestelde eisen inzake kennis van de landstalen hebben voldaan.

§ 2.Voor de ambten en functies bedoeld in de artikelen 187 tot 194, 207 tot 209 en de artikelen 254 en 258, moeten de kandidaten de voorgeschreven juridische functies als houder van het diploma van master, licentiaat of doctor in de rechten en als voornaamste beroepsactiviteit hebben uitgeoefend.

§ 3.Voor de ambten, de functies en de bedieningen die in deze titel zijn bepaald moeten de betrokkenen een gedrag hebben dat in overeenstemming is met de eisen van de beoogde betrekking en de burgerlijke en politieke rechten genieten. De voorwaarde met betrekking tot het gedrag wordt bewezen door middel van een uittreksel uit het strafregister waaruit blijkt dat de kandidaat niet werd veroordeeld, zelfs niet met uitstel, bij een in kracht van gewijsde gegane veroordeling, tot een straf als bedoeld in de artikelen 36 en 37 van het Strafwetboek, tenzij hij in eer en rechten hersteld is. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op de personen die soortgelijke, in kracht van gewijsde gegane veroordelingen hebben ondergaan in het buitenland.

§ 4.Voor de ambten, de functies en de bedieningen van het gerechtelijk personeel die in deze titel zijn bepaald, mag de kandidaat niet ontslagen zijn geweest in de rechterlijke orde wegens dringende reden te rekenen vanaf drie jaar na de ontslagbeslissing.

Art. 287sexies

Elke kandidaatstelling voor een benoeming in de rechterlijke orde of voor een aanwijzing als korpschef, rechter in de strafuitvoeringsrechtbank, verbindingsmagistraat in jeugdzaken, bijstandsmagistraat, federaal magistraat, substituut-procureur voor de verkeersveiligheid, substituut-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken of referendaris bij het Hof van Cassatie moet op straffe van verval aan de minister van Justitie worden gericht binnen een termijn van twintig dagen vanaf de bekendmaking van de vacature in het Belgisch Staatsblad.

De bekendmaking van de vacature vermeldt, in voorkomend geval, binnen welke termijn de kandidaten kunnen vragen gehoord te worden met toepassing van de artikelen 259ter, 259quater en 259sexies, § 1, 3°.

Elke kandidatuur voor een benoeming of voor een aanwijzing tot korpschef in de magistratuur dient op straffe van verval, vergezeld te zijn van:

a)alle stavingstukken met betrekking tot de studies en beroepservaring;

b)een curriculum vitae overeenkomstig een door de minister van Justitie, op voorstel van de Hoge Raad voor de Justitie, bepaald standaardformulier;

....

Het beleidsplan, bedoeld in artikel 259quater, § 2, derde lid, moet, op straffe van verval... langs elektronische weg aan de minister van Justitie worden gericht binnen een termijn van zestig dagen na de bekendmaking van de vacature in het Belgisch Staatsblad.

De bekendmaking kan geschieden op zijn vroegst vijftien maanden vóór het ontstaan van de vacature.

Geen benoeming noch aanwijzing kan geschieden dan nadat de termijn bepaald in het eerste lid is verlopen.

De oproep in het Belgisch Staatsblad vermeldt de wijze waarop de kandidaturen moeten worden ingediend....

De... stavingstukken met betrekking tot de studies en beroepservaring moeten evenwel niet meer aan de kandidaat worden gevraagd wanneer zij reeds werden ingediend bij een eerdere kandidaatstelling of wanneer zij beschikbaar zijn omdat de kandidaat al lid of personeelslid is van de rechterlijke orde.