Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL II Rechterlijke organisatie (art. 58–555/16) › BOEK II - GERECHTELIJKE AMBTEN. › TITEL II - Uitoefening van gerechtelijke ambten.

HOOFDSTUK VI - Algemene vergaderingen.

340–345

Art. 340

§ 1.Bij elk hof, elke rechtbank en in elk arrondissement wat betreft de vrederechters, en de rechters in de politierechtbank, wordt een algemene vergadering opgericht.

De algemene vergadering van vrederechters en rechters in de politierechtbank heeft haar zetel op de politierechtbank.

§ 2.De algemene vergadering wordt bijeengeroepen:

1°(hetzij om te beraadslagen en te beslissen over onderwerpen die voor alle kamers of voor de vrederechters of de rechters in de politierechtbank van belang zijn, hetzij ter behandeling van zaken van openbare orde die tot de bevoegdheid van één van deze rechtscolleges of de algemene vergadering van vrederechters en rechters in de politierechtbank behoren;)

2°(voor het opstellen van het werkingsverslag bedoeld in § 3;)

3°voor de verkiezing van de magistraten belast met de evaluatie en hun plaatsvervangers;

4°voor de aanwijzing in de adjunct-mandaten;

5°voor de voordrachten bij de aanwijzing in de bijzondere mandaten, (met uitzondering van het mandaat van rechter in de strafuitvoeringsrechtbank);

6°voor de aanwijzing of de selectie van de kandidaten voor een mandaat van rechter, van raadsheer en assessor in de in artikel 58 bedoelde tuchtrechtscolleges;

(7° voor het opstellen van het advies bedoeld in artikel 259novies, § 10, vijfde lid;)

8°voor de vaststelling van de lijst van curatoren bepaald in artikel XX.122 van het Wetboek van economisch recht;

9°voor het schrappen van de lijst van curatoren uitgesproken op grond van artikel XX.125 van het Wetboek van economisch recht.

§ 3.(De werkingsverslagen worden opgesteld per elektronische drager en overgezonden voor (1 april) van elk jaar door de rechtbanken en de algemene vergaderingen van de vrederechters en de rechters in de politierechtbanken, voor (31 mei) van elk jaar door de hoven.

....<font color=red>1

De Minister van Justitie bepaalt, na advies van de Hoge Raad voor de Justitie, het College van het openbaar ministerie en het College van de hoven en rechtbanken, elk voor wat hun organisatie betreft,, het standaardformulier volgens hetwelk de werkingsverslagen worden opgesteld.

Ze behandelen met name de volgende punten met betrekking tot het afgelopen kalenderjaar:

a)de evolutie van de personeelsformaties en de personeelsbezetting;

b)de logistieke middelen;

c)de organisatie;

d)de overlegstructuren;

e)de statistieken;

f)de evolutie van de hangende zaken;

g)de evolutie van de werklast;

h)de evolutie van de gerechtelijke achterstand;

i)de achterstand in het beraad;

j)de evolutie van realisatie van het beheersplan en de doelstellingen;

k)de wijze waarop de middelen worden ingezet;

l)het kwaliteitsbeleid;

m)de werking van de afdelingen;

n)in voorkomend geval, de maatregelen genomen met het oog op de handhaving van de tucht, met inbegrip van de tuchtstraffen, en de initiatieven genomen met het oog op de inachtneming van de algemene beginselen inzake de deontologie.

Desgevallend wijst het werkingsverslag de behoeften aan en bevat het voorstellen om de werking van het rechtscollege verbeteren (de gerechtelijke achterstand weg te werken en de naleving van de termijnen van het beraad te waarborgen).

De korpschef... zendt het werkingsverslag en het tussentijds verslag samen met het betrokken proces-verbaal van de verrichtingen van de algemene vergadering over aan de korpschef van het onmiddellijk hogere rechtscollege, de Minister van Justitie, de Hoge Raad voor de Justitie en de voorzitters van de federale Wetgevende Kamers. De Hoge Raad voor de Justitie stelt elk jaar een geconsolideerd verslag op over de maatregelen en initiatieven die werden genomen op grond van het derde lid, n), zulks met inachtneming van de anonimiteit. Dit verslag wordt openbaar gemaakt.

§ 4.(De algemene vergadering van de hoven wordt eveneens bijeengeroepen voor de adviezen bedoeld in artikel 259ter, § 3, en 259quater, § 3.

De algemene vergadering van de hoven van beroep en de arbeidshoven wordt eveneens bijeengeroepen wanneer de eerste voorzitter na kennisgeving door een lid van het hof dat aangifte wenst te doen in enige tot de bevoegdheid van het hof behorende zaak van openbare orde, de bijeenroeping van het hof dienstig acht. Indien de eerste voorzitter het niet nodig heeft geacht het hof bijeen te roepen, kan diegene die een aangifte wenste te doen zijn kamer inlichten over de zaak welke hij voornemens was aan te geven; indien de kamer, na beraadslaging, om bijeenroeping van de algemene vergadering verzoekt, is de eerste voorzitter gehouden daarop in te gaan.

Bovendien wordt de algemene vergadering van het hof van beroep bijeengeroepen om een van zijn leden te horen in de aangifte van misdrijven; het kan de procureur-generaal ontbieden om hem wegens die feiten bevel tot vervolging te geven of hem de reeds ingestelde vervolging te horen verantwoorden.)

§ 5.De algemene vergaderingen worden, al naar gelang, bijeengeroepen:

1°door de eerste voorzitter of de voorzitter;

2°wanneer een vierde van de leden er om verzoekt;

3°op de met redenen omklede vordering van de procureur-generaal, de procureur des Konings of de arbeidsauditeur. In dit geval geschiedt de bijeenroeping binnen drie dagen na de vordering.

(4° in het geval bedoeld in § 2, 7°, door de magistraat bedoeld in artikel 319, eerste lid, tweede zin, of 319, tweede lid, tweede zin.)

....

Er wordt over geen andere zaak beraadslaagd dan die waarvoor de bijeenroeping is geschied.

De algemene vergadering mag de gang van de zittingen in geen geval verhinderen of onderbreken.

Art. 341

§ 1.De algemene vergadering bestaat uit:

1°de leden bedoeld in artikel 129, eerste lid, voor het Hof van Cassatie;

2°de leden bedoeld in de artikelen 101, § 2, tweede lid, en 102, § 1, voor de hoven van beroep;

3°de leden bedoeld in artikel 103, tweede en derde lid, voor de arbeidshoven;

4°de leden bedoeld in de artikelen 77, eerste lid, en 87, § 1, eerste lid, voor de rechtbanken van eerste aanleg;

5°de leden bedoeld in de artikelen 82 en 87, § 1, eerste lid en § 3, voor de arbeidsrechtbanken;

6°de leden bedoeld in de artikelen 85 en 87, § 1, eerste lid, voor de ondernemingsrechtbanken;

7°de leden bedoeld in de artikelen 59 en 60 voor de vredegerechten en de politierechtbanken gelegen binnen hetzelfde arrondissement.)

(Rechters benoemd bij toepassing van artikel 100 maken deel uit van de algemene vergadering van de rechtscolleges waar zij daadwerkelijk als rechter werkzaam zijn.

Magistraten die een opdracht vervullen nemen voor de duur van die opdracht, voor zover dit een voltijdse opdracht buiten een rechtscollege betreft, deel aan de algemene vergadering zonder stemrecht en zonder dat ze worden meegeteld voor het vaststellen van het quorum. Betreft het een opdracht bij een ander rechtscollege dan maken zij zowel deel uit van de algemene vergadering van het rechtscollege waar zij zijn benoemd als van de algemene vergadering van het rechtscollege waar zij een voltijdse opdracht vervullen.)

§ 2.In de gevallen bedoeld in artikel (340, § 2, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 7°, 8° en 9°,, en § 4, eerste lid maken de plaatsvervangende magistraten (, de assessoren in de strafuitvoeringsrechtbank), de rechters in handelszaken en de raadsheren en rechters in sociale zaken geen deel uit van de algemene vergadering.

§ 3.In de gevallen bedoeld in artikel 340, § 2, 2° en § 4, tweede lid, woont de procureur-generaal of, naar gelang van het geval, de procureur des Konings of de arbeidsauditeur de algemene vergadering bij. Hij kan zijn vorderingen in de registers laten optekenen.

§ 4.....

Art. 342

§ 1.De algemene vergadering kan slechts geldig beraadslagen of stemmen als de meerderheid van de leden aanwezig is.

(Wanneer het quorum niet bereikt wordt, roept de korpschef op een latere datum een nieuwe algemene vergadering samen met dezelfde agenda, die dan geldig kan beraadslagen of stemmen zonder dat de meerderheid van de leden aanwezig is.)

§ 2.Iedere beslissing wordt genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen van de aanwezige leden.

De verkiezingen, de voordrachten, de aanwijzingen en de adviezen geschieden afzonderlijk en bij geheime stemming; verkrijgt geen kandidaat de volstrekte meerderheid van de stemmen, dan wordt herstemd over de twee kandidaten die de meeste stemmen hebben behaald.

§ 3.Bij staking van stemmen beslist al naar gelang, de eerste voorzitter, de voorzitter, de magistraat die hen vervangt of de door de algemene vergadering aangewezen voorzitter (behoudens indien het verkiezingen, voordrachten of aanwijzingen betreft; in dat geval krijgt de persoon met de grootste dienstanciënniteit in het betrokken rechtscollege de voorkeur).

§ 4.Het is de magistraten verboden aan de beraadslaging en de stemming deel te nemen in geval van een persoonlijk of strijdig belang.

Art. 342bis

(opgeheven)

Art. 343

In afwijking van artikel 60, § 3, eerste lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, worden niet geacht te zijn verhinderd, de raadsheren in het Hof van Cassatie die onbekend zijn met de taal welke op de algemene vergaderingen, de zittingen van de verenigde kamers of op de voltallige zittingen van iedere kamer dient te worden gebruikt.

Nemen zulke raadsheren zitting, dan wordt simultaanvertaling ingericht opdat zij alle debatten op de openbare zitting kunnen volgen, en voor de raadkamerdebatten of voor het beraad treedt als tolk een magistraat op die van de kennis van beide landstalen heeft doen blijken.

Art. 344

Op de algemene vergadering van de hoven en rechtbanken wordt dienst gedaan door de hoofdgriffier (en, voor de algemene vergadering van vrederechters en rechters in de politierechtbank, door de hoofdgriffier aangewezen door de voorzitter van deze vergadering.). (De hoofdgriffier) maakt proces-verbaal van de verrichtingen op. Dat proces-verbaal vermeldt de naam van de leden die van de algemene vergadering deel uitmaakten en eventueel van de magistraat van het openbaar ministerie die erop aanwezig was. Het wordt door de voorzitter en (de hoofdgriffier) ondertekend.

Art. 345

Het Hof van Cassatie en de hoven van beroep komen ieder jaar na de vakantie in algemene en openbare vergadering bijeen.

De procureur-generaal bij het Hof van Cassatie of een van de advocaten-generaal die hij daarmee belast heeft, houdt een rede over een bij die gelegenheid passend onderwerp.

De procureur-generaal bij het hof van beroep geeft aan hoe binnen het rechtsgebied recht is gesproken en wijst op de misbruiken die hij heeft vastgesteld. Bovendien kan hij, indien hij zulks nuttig acht, een rede houden over een bij die gelegenheid passend onderwerp. Hij kan een van de advocaten-generaal opdragen deze rede te houden.

De procureurs-generaal doen aan de Minister van Justitie een afschrift van hun rede toekomen.