Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL II Rechterlijke organisatie (art. 58–555/16) › BOEK II - GERECHTELIJKE AMBTEN. › TITEL II - Uitoefening van gerechtelijke ambten.

HOOFDSTUK III - Verhindering en vervanging.

319–330ter/1

Art. 319

In de rechtbanken en parketten die zijn samengesteld uit een of meerdere afdelingen, wordt de korpschef vervangen door de afdelingsvoorzitter, de afdelingsprocureur of de afdelingsauditeur die hij aanwijst. Wanneer hij geen vervanger heeft aangewezen, wordt hij vervangen door de afdelingsvoorzitter, de afdelingsprocureur of de afdelingsauditeur met de hoogste dienstanciënniteit.

In de andere gevallen wordt de korpschef vervangen door de magistraat die hij daartoe heeft aangewezen. Wanneer hij geen vervanger heeft aangewezen, wordt hij vervangen door een adjunct-mandaathouder naar orde van dienstanciënniteit of bij ontstentenis van deze door een andere magistraat naar orde van dienstanciënniteit.

(...).

(De vervanger bedoeld in de vorige leden moet voldoen aan dezelfde taalvoorwaarden als de korpschef.)

In het parket voor de verkeersveiligheid wordt de procureur voor de verkeersveiligheid vervangen door de substituut-procureur voor de verkeersveiligheid die hij daartoe heeft aangewezen. Wanneer hij geen vervanger heeft aangewezen, wordt hij vervangen door de substituut-procureur voor de verkeersveiligheid naar orde van dienstanciënniteit. Indien de verhindering langer dan drie maanden duurt, wijst het College van het openbaar ministerie onder de leden van de parketten een vervanger aan die voldoet aan dezelfde taalvoorwaarden als de procureur voor de verkeersveiligheid. Indien deze vervanging voltijds is, kan in het oorspronkelijk korps van de vervanger aangewezen door het College van het openbaar ministerie in een vervanging voorzien worden door middel van een benoeming en, in voorkomend geval, een aanwijzing in overtal. Artikel 323bis, § 1, tweede tot vijfde lid, is in voorkomend geval van toepassing.

De vervanging neemt van rechtswege een einde bij het bereiken van de leeftijdsgrens bedoeld in artikel 383, § 1.

Art. 319bis

De afdelingsvoorzitter, de afdelingsprocureur of de afdelingsauditeur die verhinderd is, wordt vervangen door de magistraat die de korpschef daartoe aanwijst. Wanneer hij geen vervanger heeft aangewezen, wordt hij vervangen door een houder van het adjunct-mandaat van ondervoorzitter of eerste substituut naar orde van dienstanciënniteit of bij ontstentenis van deze door een andere magistraat naar orde van dienstanciënniteit.

Naargelang de voorzitter vrederechter of rechter in de politierechtbank is, wordt de verhinderde ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank respectievelijk vervangen door de rechter in de politierechtbank of de vrederechter die de korpschef daartoe aanwijst. Gebeurt die aanwijzing niet, dan wordt hij, naargelang de voorzitter vrederechter of rechter in de politierechtbank is, vervangen door de rechter in de politierechtbank of de vrederechter met de grootste dienstanciënniteit in het arrondissement of bij gebreke daarvan in de volgorde van dienstanciënniteit.

Art. 320

Behoudens andersluidende bepalingen regelen de korpschefs van de hoven en rechtbanken of van het openbaar ministerie bij de hoven en rechtbanken voor de dienst van de zitting de vervangingen in geval van verhindering of vacature van adjunct-mandaathouders of bijzondere mandaathouders.

Art. 321

In het hof van beroep, in het arbeidshof en in het Hof van Cassatie wordt de verhinderde raadsheer vervangen door een raadsheer van een andere kamer, die de eerste voorzitter van het hof aanwijst.

(In het hof van beroep kan de verhinderde raadsheer ook vervangen worden door een plaatsvervangend raadsheer, die de eerste voorzitter van het hof aanwijst. Uitgezonderd de plaatsvervangende magistraat bedoeld in artikel 156bis kan de plaatsvervangende raadsheer niet geroepen worden om een aleenzittend raadsheer te vervangen.)

(In het hof van beroep kan de kamervoorzitter, om de kamer voltallig te maken, een sinds ten minste vijftien jaar op het tableau van de Orde ingeschreven advocaat oproepen om zitting te nemen).

Art. 321bis

Wanneer een plaatsvervangend raadsheer wettig verhinderd is, kan de eerste voorzitter van het hof van beroep bij beschikking een vervanger aanwijzen uit de plaatsvervangende raadsheren zoals bedoeld in artikel 102.

Art. 322

In de rechtbanken van eerste aanleg kan de verhinderde rechter vervangen worden door een ander (rechter... of door een plaatsvervangend rechter). Zijn er niet genoeg plaatsvervangende rechters, dan kan de voorzitter van de kamer, om de rechtbank voltallig te maken, een of twee, op het tableau van de Orde ingeschreven advocaten die ten minste dertig jaar oud zijn, oproepen om zitting te nemen.

In de arbeidsrechtbanken en in de ondernemingsrechtbanken wordt de kamervoorzitter vervangen door de voorzitter van de rechtbank of door (de rechter die hij aanwijst,... of een plaatsvervangend rechter).

De verhinderde rechter in sociale zaken... wordt vervangen door een plaatsvervangend rechter in sociale zaken.... Bij onvoorziene afwezigheid kan de voorzitter van de arbeidsrechtbank een andere rechter in sociale zaken, naar gelang van het geval, werkgever, arbeider, bediende of zelfstandige, (een rechter... of een plaatsvervangend rechter) of een op het tableau van de Orde ingeschreven advocaat die ten minste dertig jaar oud is, aanwijzen om (degene die verhinderd is) te vervangen; de verhinderde rechter in ondernemingszaken wordt vervangen door een andere rechter in ondernemingszaken. Bij onvoorziene afwezigheid kan de voorzitter van de ondernemingsrechtbank een rechter of een plaatsvervangend rechter of een op het tableau van de Orde ingeschreven advocaat die ten minste dertig jaar oud is, aanwijzen om degene die verhinderd is te vervangen.

De verhinderde assessor in de strafuitvoeringsrechtbank wordt vervangen door een plaatsvervangend assessor in de strafuitvoeringsrechtbank: de verhinderde assessor in strafuitvoeringszaken gespecialiseerd in penitentiaire zaken wordt vervangen door een plaatsvervangend assessor in strafuitvoeringszaken gespecialiseerd in penitentiaire zaken, de verhinderde assessor in strafuitvoeringszaken en interneringszaken gespecialiseerd in sociale re-integratie wordt vervangen door een plaatsvervangend assessor in strafuitvoeringszaken en interneringszaken gespecialiseerd in sociale re-integratie, de verhinderde assessor in interneringszaken gespecialiseerd in klinische psychologie wordt vervangen door een plaatsvervangend assessor in interneringszaken gespecialiseerd in klinische psychologie. Bij onvoorziene afwezigheid kan de rechter in de strafuitvoeringsrechtbank een andere assessor in de strafuitvoeringsrechtbank van dezelfde categorie of, bij gebrek daaraan, een assessor in de strafuitvoeringsrechtbank van een andere categorie aanwijzen om de verhinderde assessor te vervangen. Bij gebrek daaraan kan hij een rechter of een plaatsvervangend rechter of, bij gebrek daaraan, wanneer de behandeling van de zaak niet kan uitgesteld worden een op het tableau van de Orde ingeschreven advocaat die ten minste dertig jaar oud is, aanwijzen om de verhinderde assessor te vervangen.

Art. 323

De verhinderde vrederechter wordt vervangen door een vrederechter of een plaatsvervangende vrederechter.

De verhinderde rechter in de politierechtbank wordt vervangen door een andere rechter in de politierechtbank of een plaatsvervangend rechter in de politierechtbank.

Art. 323bis

§ 1.In de bij de wet bepaalde gevallen kan een lid van de zittende magistratuur een opdracht vervullen. (Is de opdracht voltijds, dan kan......, in een vervanging voorzien worden door middel van een benoeming en, in voorkomend geval, een aanwijzing in overtal).

De magistraten die een opdracht vervullen, behouden hun plaats op de ranglijst en worden geacht het ambt waarin ze werden benoemd te hebben uitgeoefend. Zij behouden de aan dit ambt verbonden wedde met de daaraan verbonden verhogingen en voordelen voor zover aan de opdracht geen wedde is verbonden. Indien de opdracht een deeltijdse opdracht betreft waaraan een wedde is verbonden, behouden zij naar rata de aan hun ambt verbonden wedde met de daaraan verbonden verhogingen en voordelen.

De titularissen van een adjunct-mandaat die vast zijn aangewezen en die een opdracht vervullen, behouden hun plaats op de ranglijst en worden geacht hun mandaat te hebben uitgeoefend. Zij behouden de aan het adjunct-mandaat verbonden wedde of weddebijslag met de daaraan verbonden verhogingen en voordelen voor zover aan de opdracht geen wedde is verbonden. Indien de opdracht een deeltijdse opdracht betreft waaraan een wedde is verbonden, behouden zij naar rata de aan het adjunct-mandaat verbonden wedde of weddebijslag met de daaraan verbonden verhogingen en voordelen.

De uitoefening van een opdracht maakt een einde aan het adjunct-mandaat van afdelingsvoorzitter, ondervoorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, afdelingsprocureur, afdelingsauditeur, adjunct-procureur des Konings te Brussel of adjunct-arbeidsauditeur te Brussel. De uitoefening van de andere adjunct-mandaten waarvan de titularissen niet vast zijn aangewezen, wordt geschorst voor de duur van de opdracht. Zij behouden hun plaats op de ranglijst en worden geacht het ambt waarin zij werden benoemd en het adjunct-mandaat waarin zij werden aangewezen, te hebben uitgeoefend. Zij behouden de aan het adjunct-mandaat verbonden wedde of weddebijslag met de daaraan verbonden verhogingen en voordelen voor zover aan de opdracht geen wedde is verbonden. Indien de opdracht een deeltijdse opdracht betreft waaraan een wedde is verbonden, behouden zij naar rato de aan het adjunct-mandaat verbonden wedde of weddebijslag met de daaraan verbonden verhogingen en voordelen. Zij krijgen ambtshalve de beoordeling "goed" tijdens de duur van hun opdracht.

De bepalingen voor de titularissen van een adjunct-mandaat die niet vast zijn aangewezen zijn van overeenkomstige toepassing op de titularissen van een bijzonder mandaat.)

De korpschefs die een opdracht vervullen, verliezen hun mandaat van korpschef maar behouden hun plaats op de ranglijst en worden geacht hun mandaat te hebben uitgeoefend. Zij behouden hun wedde met de daaraan verbonden verhogingen en voordelen voor zover aan de opdracht geen wedde is verbonden. Indien de opdracht een deeltijdse opdracht betreft waaraan een wedde is verbonden, behouden zij naar rata hun wedde met de daaraan verbonden verhogingen en voordelen. Op het einde van de opdracht (...), vallen zij onder toepassing van (artikel 259quater, § 7, tweede lid).

§ 2.De bepalingen van de eerste paragraaf zijn van overeenkomstige toepassing op de ambtenaren van het openbaar ministerie die een andere opdracht dan die bedoeld in de artikelen 327 en 327bis, vervullen.

(§ 3. De uitoefening van de functie van directeur of van adjunct-directeur bij het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse wordt beschouwd als een opdracht in de zin van § 1.)

Art. 323ter

Opdrachten die in het kader van het ministerieel besluit van 16 december 2021 houdende maatregelen van interne organisatie met het oog op de coördinatie, stroomlijning en versnelling van de digitalisering van Justitie worden uitgeoefend door magistraten van de zetel worden beschouwd als een opdracht in de zin van artikel 323bis, § 1.

Art. 324

Na afloop van hun mandaat kunnen de korpschefs bedoelt in artikel 58bis, 2°, door de Minister van Justitie met een bijzondere opdracht binnen of buiten de rechterlijke orde worden belast.

Art. 325

(...)

Bij afwezigheid of verhindering van de substituut-procureurs-generaal of van de substituten-generaal wordt de dienst van het parket waargenomen door de advocaten-generaal.

Art. 326

§ 1.....

§ 2.Onverminderd artikel 100, § 2, eerste lid, wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen, kan de procureur- generaal... opdracht geven aan:

1°een magistraat van het parket-generaal om het ambt van openbaar ministerie tijdelijk waar te nemen in het arbeidsauditoraat-generaal, in een parket van de procureur des Konings of in een arbeidsauditoraat van het rechtsgebied;

2°een magistraat van het arbeidsauditoraat-generaal om het ambt van openbaar ministerie tijdelijk waar te nemen in het parket-generaal, in een parket van de procureur des Konings of in een arbeidsauditoraat van het rechtsgebied;

3°een magistraat van een parket van de procureur des Konings van zijn rechtsgebied om het ambt van openbaar ministerie tijdelijk waar te nemen in het parket-generaal, in het arbeidsauditoraat-generaal, in een ander parket van de procureur des Konings of in een arbeidsauditoraat van hetzelfde rechtsgebied;

4°een magistraat van een arbeidsauditoraat van zijn rechtsgebied om het ambt van openbaar ministerie tijdelijk waar te nemen in het parket-generaal, in het arbeidsauditoraat-generaal, in een ander arbeids-auditoraat of in een parket van de procureur des Konings van hetzelfde rechtsgebied.

De opdracht wordt gegeven na... advies van de betrokken korpschefs.

§ 3.De procureur-generaal bij het hof van beroep kan, binnen zijn rechtsgebied, een of meer magistraten van het parket-generaal, van het arbeidsauditoraat-generaal of, in overleg met de procureur des Konings of de arbeidsauditeur, van het parket van de procureur des Konings of het arbeidsauditoraat aanwijzen, op wie de federale procureur... bij voorrang een beroep kan doen met toepassing van artikel 144bis, § 3, eerste en tweede lid.

§ 4.Wanneer de noodwendigheden van de dienst het rechtvaardigen, kunnen de betrokken procureurs-generaal in onderling overleg en met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken opdracht geven aan:

1°een magistraat van een parket-generaal bij een hof van beroep om het ambt van openbaar ministerie tijdelijk waar te nemen... in een parket-generaal bij een ander hof van beroep, in een arbeidsauditoraat-generaal van een ander rechtsgebied, of in een parket van de procureur des Konings of in een arbeidsauditoraat van een ander rechtsgebied;

2°een magistraat van een arbeidsauditoraat-generaal om het ambt van openbaar ministerie tijdelijk waar te nemen... in een ander arbeidsauditoraat-generaal, in het parket-generaal bij een hof van beroep van een ander rechtsgebied, of in een arbeidsauditoraat of een parket van de procureur des Konings van een ander rechtsgebied;

3°een magistraat van een parket van de procureur des Konings om het ambt van openbaar ministerie tijdelijk waar te nemen, hetzij in een parket-generaal bij een hof van beroep of in een arbeidsauditoraat-generaal van een ander rechtsgebied, hetzij in een parket van de procureur des Konings of in een arbeidsauditoraat van een ander rechtsgebied;

4°een magistraat van een arbeidsauditoraat om het ambt van openbaar ministerie tijdelijk waar te nemen hetzij in een parket-generaal bij een hof van beroep of in een arbeidsauditoraat-generaal van een ander rechtsgebied, hetzij in een arbeidsauditoraat of in een parket van de procureur des Konings van een ander rechtsgebied.

In de in deze paragraaf bepaalde gevallen wordt de opdracht gegeven na... advies van de betrokken korpschefs De met redenen omklede opdrachtbeslissing wordt opgesteld door de procureur-generaal van het rechtsgebied waaruit de met de opdracht belaste magistraat afkomstig is.

Bij gebrek aan consensus tussen de betrokken procureurs-generaal beslist het College van het openbaar ministerie na een met redenen omkleed advies van de betrokken korpschefs. De met redenen omklede opdrachtbeslissing wordt opgesteld door de voorzitter van het College van het openbaar ministerie.

§ 4/1.De minister van Justitie kan, op verzoek van de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie en op advies van de betrokken procureur-generaal bij het hof van beroep en het arbeidshof, op met redenen omklede wijze en met inachtneming van de noodwendigheden van de dienst van het betrokken parket-generaal of arbeidsauditoraat-generaal en van het parket bij het Hof van Cassatie, opdracht geven aan een magistraat van het parket-generaal bij een hof van beroep of een magistraat van een arbeidsauditoraat-generaal in het parket bij het Hof van Cassatie.

§ 5.De Minister van Justitie kan, op eensluidend voorstel van de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie en van de procureur-generaal bij dit Hof en na advies van de betrokken korpschef, opdracht geven aan magistraten van de hoven en rechtbanken om een ambt uit te oefenen in de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie. De duur van de opdracht wordt vastgelegd op een hernieuwbare periode van zes jaar.

§ 6.De opdrachtbeslissing genomen krachtens de paragrafen 2, 4 en 4/1 en de aanwijzingsbeslissing genomen krachtens paragraaf 3 geeft de redenen aan die de maatregel onontbeerlijk maakt met het oog op de noodwendigheden van de dienst en bepaalt de nadere regels van de opdracht of de aanwijzing. De opdrachtbeslissingen genomen krachtens de paragrafen 2, 4 en 4/1 zijn geldig voor een periode van ten hoogste een jaar en kunnen in dezelfde omstandigheden en onder dezelfde voorwaarden worden hernieuwd.

§ 7.In de gevallen bedoeld in § 2, kan de magistraat slechts opdracht worden gegeven nadat hij is gehoord. In de gevallen bedoeld in paragrafen 4, 4/1 en 5, kan de opdracht aan de magistraat slechts met zijn toestemming gegeven worden. Ingeval de ontstentenis van deze toestemming kennelijk de continuïteit van de dienst in gevaar brengt, kan het College van het openbaar ministerie wat paragraaf 4 betreft of de minister van Justitie wat de paragrafen 4/1 en 5 betreft, na eensluidend advies van de procureur-generaal bij het hof van beroep en zonder de toestemming van de betrokken magistraat van het openbaar ministerie tot de opdracht besluiten. Deze laatste wordt echter vooraf gehoord.

Art. 326bis

In geval een substituut-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken verhinderd is, wijst de procureur-generaal bij het hof van beroep een magistraat van een parket van de procureur des Konings van zijn rechtsgebied aan om hem te vervangen.

In uitzonderlijke gevallen wijst de procureur-generaal bij het hof van beroep, na het advies van de betrokken korpschefs te hebben ingewonnen, een magistraat van een parket van de procureur des Konings van zijn rechtsgebied aan de opleiding waarin voorzien wordt in artikel 259sexies, § 1, 5°, vierde lid, heeft gevolgd, om het ambt van substituut-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken uit te oefenen voor een termijn van ten hoogste twee jaar.

Indien nodig geven de betrokken procureurs-generaal, in onderling overleg, na advies van de betrokken korpschefs, en met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, opdracht aan een magistraat van het openbaar ministerie van een ander rechtsgebied de opleiding waarin voorzien wordt in artikel 259sexies, § 1, 5°, vierde lid, heeft gevolgd, om het ambt van substituut-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken uit te oefenen. Bij gebrek aan consensus tussen de betrokken procureurs-generaal beslist het College van het openbaar ministerie na een met redenen omkleed advies van de betrokken korpschefs.

De aanwijzingen bedoeld in het eerste en tweede lid en de opdracht bedoeld in het derde lid kunnen slechts met toestemming van de magistraat worden gegeven. De opdracht geldt voor een periode van ten hoogste een jaar en kan in dezelfde omstandigheden en onder dezelfde voorwaarden worden hernieuwd. In geval de ontstentenis van deze toestemming kennelijk de continuïteit van de dienst in gevaar brengt, kunnen, na eensluidend bijkomend advies van de betrokken korpschefs hieromtrent, de procureur-generaal, voor de in het eerste en tweede lid bedoelde aanwijzingen en het College van het openbaar ministerie, voor de in het derde lid bedoelde opdracht, zonder de toestemming van de betrokken magistraat, tot de aanwijzing of de opdracht besluiten.

In het geval bedoeld in het derde lid, eerste zin, wordt de met redenen omklede opdrachtbeslissing opgesteld door de procureur-generaal van het rechtsgebied waaruit de met de opdracht belaste magistraat afkomstig is en in de gevallen waarin het College van het openbaar ministerie de beslissing neemt, door de voorzitter van het College van het openbaar ministerie.

Art. 326ter

§ 1.Wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen, kan het College van het openbaar ministerie, mits in achtneming van de taalvereisten, een magistraat van een parket van de procureur des Konings opdragen het ambt van substituut-procureur voor de verkeersveiligheid tijdelijk uit te oefenen.

De opdracht wordt gegeven na advies van de betrokken korpschefs en na de betrokken magistraat te hebben gehoord.

§ 2.Een lid van het parket voor de verkeersveiligheid kan, mits akkoord van de betrokken procureur des Konings of arbeidsauditeur, het ambt van openbaar ministerie tijdelijk waarnemen in het parket van de procureur des Konings of het arbeidsauditoraat.

§ 3.Wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen, kan het College van het openbaar ministerie, op voorstel van de procureur voor de verkeersveiligheid en na overleg met de bevoegde procureur-generaal, procureur des Konings of arbeidsauditeur, een lid van een parket-generaal, van een auditoraat-generaal bij het arbeidshof, van een parket van de procureur des Konings of van een arbeidsauditoraat bij de arbeidsrechtbank opdragen om in het parket voor de verkeersveiligheid de opdrachten van het openbaar ministerie tijdelijk uit te oefenen in het kader van welbepaalde dossiers. Deze opdracht kan al dan niet vanuit de standplaats worden uitgeoefend. Tijdens de uitoefening van zijn opdracht heeft deze magistraat dezelfde bevoegdheden als de substituut-procureurs voor de verkeersveiligheid.

De voormelde magistraten oefenen in die gevallen deze taak uit onder de onmiddellijke leiding en toezicht van de procureur voor de verkeersveiligheid. Hun overige taken oefenen zij verder onder de onmiddellijke leiding en toezicht van hun korpschef uit.

Ingeval omtrent de voormelde opdrachten geen consensus bestaat tussen de procureur voor de verkeersveiligheid en de bevoegde procureur-generaal, procureur des Konings of arbeidsauditeur, beslist het College van het openbaar ministerie. De met redenen omklede opdrachtbeslissing wordt opgesteld door de voorzitter van het College van het openbaar ministerie.

Art. 327

(lid opgeheven)

(Onverminderd de toepassing van artikel 326 kan de Minister van Justitie, op gelijkluidend advies van de procureur-generaal onder wie de magistraat ressorteert, aan magistraten van een parket van de procureur des Konings of van de arbeidsauditeur een opdracht geven in dienst van de Koning of voor federale overheidsdiensten (, beleidsorganen en secretariaten,) of bij regeringscommissies, -instellingen of -diensten.)

(De Minister van Justitie kan eveneens, op gelijkluidend advies van de bevoegde procureur-generaal aan magistraten van het parket bij een gerecht van hoger beroep opdracht geven in dienst van de Koning of voor federale overheidsdiensten (, beleidsorganen en secretariaten).)

(De opdrachten bepaald in het (eerste en tweede) lid mogen niet voor meer dan zes jaar worden gegeven behalve wat betreft de opdracht in dienst van de Koning, die van onbepaalde duur is.)

(De bepalingen van artikel 323bis, § 1, tweede tot vijfde lid, zijn van toepassing op de vorige leden.)

Art. 327bis

(Onverminderd de toepassing van artikel 327, kan de Minister van Justitie op gelijkluidend advies van de bevoegde procureur-generaal aan magistraten van een parket opdracht geven om bij de Federale Overheidsdienst Justitie (, het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse) en bij de Cel voor financiële informatieverwerking een specifieke opdracht te vervullen, omschreven in een wets- of verordeningsbepaling.)

De duur van deze opdracht wordt vastgesteld in voormelde wets- of verordeningsbepaling.

(De bepalingen van artikel 323bis, § 1, zijn van toepassing op de vorige leden.)

Art. 327ter

In uitzonderlijke gevallen kan de minister bevoegd voor Justitie, op gezamenlijk voorstel van de directeur en de bevoegde procureur-generaal, procureur des Konings of arbeidsauditeur, een lid van een parket-generaal, van een auditoraat-generaal bij het arbeidshof, van een parket van de procureur des Konings of van een arbeidsauditoraat bij de arbeidsrechtbank tijdelijk een opdracht geven binnen het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring.

De magistraat kan slechts de opdracht worden gegeven nadat hij is gehoord.

De voormelde magistraten oefenen in die gevallen deze taak uit onder de onmiddellijke leiding en toezicht van de directeur van het Centraal Orgaan. Hun overige taken oefenen zij verder onder de onmiddellijke leiding en toezicht van hun korpschef uit.

Art. 327quater

Opdrachten die in het kader van het ministerieel besluit van 16 december 2021 houdende maatregelen van interne organisatie met het oog op de coördinatie, stroomlijning en versnelling van de digitalisering van Justitie worden uitgeoefend door magistraten van het openbaar ministerie worden beschouwd als een opdracht in de zin van artikel 323bis, § 2.

Art. 328

Bij verhindering wordt de hoofdgriffier in de hoven, de rechtbanken, de vredegerechten en de politierechtbanken vervangen door de griffier-hoofd van dienst of de griffier die hij aanwijst....

Wanneer de hoofdgriffier van een hof, van een rechtbank, van een vredegerecht of van een politierechtbank zich in de onmogelijkheid bevindt om die aanwijzing te doen (of wanneer hij overlijdt of zijn ambt neerlegt), wordt in zijn vervanging voorzien, naar gelang van het geval, door de eerste voorzitter van het hof, de voorzitter van de rechtbank, of de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank.

(Bij verhindering van een griffier-hoofd van dienst, kan deze worden vervangen door een griffier die de hoofdgriffier hiertoe aanwijst.)

Wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen, kunnen de betrokken korpschefs, na advies van de betrokken hoofdgriffiers en met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, opdracht geven aan:

1°een personeelslid van niveau A of B, zonder zijn toestemming, zijn ambt uit te oefenen in een andere griffie van het rechtsgebied voor een periode van ten hoogste een jaar. De opdracht kan worden hernieuwd ingeval de betrokkene daarin toestemt;

2°een personeelslid van niveau A of B, zonder zijn toestemming, zijn functie uit te oefenen in een andere griffie van het arrondissement voor een hernieuwbare periode van ten hoogste een jaar;

3°een personeelslid van niveau C of D, zonder zijn toestemming, zijn functie uit te oefenen in een andere griffie van de afdeling, of in een andere griffie van het arrondissement Brussel, Waals-Brabant of Leuven voor een hernieuwbare periode van ten hoogste een jaar.

De opdrachtbeschikking bedoeld in het vierde lid, wordt opgesteld door de korpschef van het betrokken personeelslid en geeft de redenen van de opdracht op en bepaalt de nadere regels ervan. Indien de toestemming niet vereist is, wordt de betrokken persoon op voorhand gehoord door zijn korpschef.

(Vijfde lid opgeheven).

Bij gebrek aan consensus tussen de betrokken korpschefs, van wie geen de hoedanigheid van eerste voorzitter bezit, beslist de eerste voorzitter van het hof van beroep, na een met redenen omkleed advies van de betrokken korpschefs. Wanneer het een opdracht betreft tussen griffies van twee arbeidsrechtbanken beslist de eerste voorzitter van het arbeidshof na een met redenen omkleed advies van de betrokken korpschefs. Bij gebrek aan consensus tussen de betrokken korpschefs voor wat de overige opdrachten betreft, beslist het College van de hoven en rechtbanken na een met redenen omkleed advies van de betrokken korpschefs. Indien de toestemming van de betrokkene niet vereist is, wordt hij naar gelang het geval gehoord door de eerste voorzitter of door de voorzitter van het College van de hoven en rechtbanken. De met redenen omklede opdrachtbeschikking wordt opgesteld door de eerste voorzitter van het hof van beroep, de eerste voorzitter van het arbeidshof of door de voorzitter van het College van de hoven en rechtbanken.

In alle voormelde gevallen is een nieuwe eedaflegging overbodig.

(Laatste lid opgeheven)

Art. 328/1

Wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen, kan de procureur-generaal, op advies van de hoofdsecretaris en, in voorkomend geval, van de procureur des Konings of de arbeidsauditeur, met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, opdracht geven aan:

1°een personeelslid van niveau A of B, zonder zijn toestemming, zijn ambt uit te oefenen in een ander parketsecretariaat van het rechtsgebied voor een periode van ten hoogste een jaar. De opdracht kan worden hernieuwd ingeval de betrokkene daarin toestemt;

2°een personeelslid van niveau A of B, zonder zijn toestemming, zijn ambt uit te oefenen in een ander parketsecretariaat van het arrondissement voor een hernieuwbare periode van ten hoogste een jaar;

3°een personeelslid van niveau C of D, zonder zijn toestemming, zijn functie uit te oefenen in een ander parketsecretariaat van de afdeling, of in een ander parketsecretariaat van het arrondissement Brussel, Waals-Brabant of Leuven voor een hernieuwbare periode van ten hoogste een jaar.

De opdrachtbeschikking geeft de redenen van de opdracht op en bepaalt de nadere regels ervan. Indien de toestemming niet vereist is, wordt de betrokken persoon vooraf gehoord door de procureur-generaal.

Art. 329

Wanneer de hoofdgriffier, (en de griffiers) verhinderd zijn of wanneer de zaak geen uitstel gedoogt tot een griffier tegenwoordig is, kan de rechter zich als griffier een (een personeelslid met de graad van deskundige, assistent of medewerker) van de griffie toevoegen.

Art. 329bis

Bij verhindering wordt de hoofdsecretaris van het parket vervangen door de secretaris-hoofd van dienst of de secretaris die hij aanwijst. Wanneer hij zich in de onmogelijkheid bevindt om die aanwijzing te doen (of wanneer hij overlijdt of zijn ambt neerlegt), wordt in zijn vervanging voorzien, naar gelang van het geval, door de procureur-generaal, (de federale procureur), de procureur voor de verkeersveiligheid, de procureur des Konings of de arbeidsauditeur.

Een nieuwe eedaflegging is overbodig.

(Bij verhindering van een secretaris-hoofd van dienst, kan deze worden vervangen door een secretaris die de hoofdsecretaris hiertoe aanwijst.)

Art. 330

(Onverminderd de toepassing van de artikelen 328 en 329 kan de Minister van Justitie het gerechtspersoneel van het niveau A alsmede de griffiers, een opdracht geven om een gelijk of een hoger ambt te vervullen in hun griffie, in een andere griffie, een steundienst, in federale overheidsdiensten, beleidsorganen en secretariaten, in ministeriële kabinetten... in regeringscommissies, -instellingen of -diensten. Overeenkomstig een bijzondere wets- of verordeningsbepaling kan artikel 327bis op hen worden toegepast.) Dezelfde bevoegdheden worden op overeenkomstige wijze, in onderling overleg, uitgeoefend door de betrokken korpschefs en/of de directeur voor wat betreft de opdrachten in een gelijk ambt in hun griffie, een andere griffie of een steundienst. Enkel de minister van Justitie kan een opdracht geven aan personeelsleden van het Hof van Cassatie en aan het gerechtspersoneel een opdracht geven bij het Hof van Cassatie. Naar gelang het geval wordt de met redenen omklede opdrachtbeschikking of -beslissing opgesteld door de korpschef van het betrokken personeelslid of door de minister van Justitie.

Het bepaalde in het eerste lid is van toepassing op de hoofdgriffiers wat betreft de opdrachten ((in federale overheidsdiensten) (, beleidsorganen en secretariaten, in ministeriële kabinetten)...), in regeringscommissies, -instellingen of -diensten.

Bij gebrek aan consensus tussen de betrokken korpschefs, van wie geen de hoedanigheid van eerste voorzitter bezit, voor wat betreft een opdracht binnen het rechtsgebied bedoeld in het eerste lid, derde zin, beslist de betrokken eerste voorzitter van het hof van beroep na een met redenen omkleed advies van de betrokken korpschefs. Wanneer het een opdracht betreft tussen griffies van arbeidsrechtbanken beslist de eerste voorzitter van het arbeidshof na een met redenen omkleed advies van de betrokken korpschefs. Bij gebrek aan consensus tussen de betrokken korpschefs of tussen de betrokken korpschef en de betrokken directeur voor de overige opdrachten bedoeld in het eerste lid, derde zin, beslist het College van de hoven en rechtbanken na een met redenen omkleed advies van de betrokken korpschefs of directeur. Naar gelang het geval wordt de met redenen omklede beschikking of opdrachtbeslissing opgesteld door de betrokken eerste voorzitter of door de voorzitter van het College van de hoven en rechtbanken.

Deze opdrachten gelden voor een hernieuwbare periode van ten hoogste een jaar.

(Onverminderd de toepassing van artikel 375, blijft het gerechtspersoneel van het niveau A alsmede de griffiers, aan wie aldus opdracht is gegeven, hun wedde met de eraan verbonden verhogingen en voordelen genieten.)

Art. 330bis

Onverminderd de toepassing van de artikelen 328/1 en 329bis kan de minister van Justitie aan de leden en de personeelsleden van het niveau A alsmede aan secretarissen, een opdracht geven om een gelijk of een hoger ambt te vervullen in hun parket, in het federaal parket, in het parket voor de verkeersveiligheid, in een ander parket, in een steundienst, in een in federale overheidsdiensten,, beleidsorganen en secretariaten, in ministeriële kabinetten of bij het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring in regeringscommissies, -instellingen of -diensten of in het secretariaat van de gedelegeerd Europese aanklagers. Overeenkomstig een bijzondere wets- of verordeningsbepaling kan artikel 327bis op hen worden toegepast. Dezelfde bevoegdheden worden op overeenkomstige wijze, in onderling overleg, uitgeoefend door de betrokken korpschefs en/of directeur voor wat betreft opdrachten in een gelijk ambt in hun parket, het federaal parket, het parket voor de verkeersveiligheid, een ander parket, een steundienst of bij het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring. Enkel de minister van Justitie kan een opdracht geven aan personeelsleden van het Hof van Cassatie en aan het gerechtspersoneel een opdracht geven bij het Hof van Cassatie. Naar gelang het geval wordt de met redenen omklede opdrachtbeslissing opgesteld door de korpschef van het betrokken personeelslid of door de minister van Justitie.

Bij gebrek aan consensus tussen de betrokken korpschefs, van wie geen de hoedanigheid van procureur-generaal bezit, voor wat betreft een opdracht binnen het rechtsgebied bedoeld in het eerste lid, derde zin, beslist de betrokken procureur-generaal na een met redenen omkleed advies van de betrokken korpschefs. Bij gebrek aan consensus tussen de betrokken korpschefs of tussen de betrokken korpschef en de betrokken directeur voor de overige opdrachten bedoeld in het eerste lid, derde zin, beslist het College van het openbaar ministerie na een met redenen omkleed advies van de betrokken korpschefs of directeur. Naar gelang het geval wordt de met redenen omklede opdrachtbeslissing opgesteld door de betrokken procureur-generaal of door de voorzitter van het College van het openbaar ministerie.

Deze opdrachten gelden voor een hernieuwbare periode van ten hoogste een jaar.

Onverminderd de toepassing van artikel 375, blijft het gerechtspersoneel van het niveau A alsmede de secretarissen, aan wie aldus opdracht is gegeven, hun wedde met de eraan verbonden verhogingen en voordelen genieten.

Art. 330ter

§ 1.Wanneer de behoeften van de dienst het rechtvaardigen, kan de hoofdgriffier, een personeelslid van zijn griffie dat geslaagd is (in de vergelijkende selectie bedoeld in artikel 264), opdracht geven voor een bepaalde en beperkte tijd het ambt van griffier uit te oefenen.

§ 2.De Minister van Justitie kan tevens aan de personeelsleden van een griffie (een parketsecretariaat of een steundienst) een opdracht geven om een gelijk of een hoger ambt te vervullen in hun eigen of in een andere griffie of parketsecretariaat, evenals in federale overheidsdiensten, beleidsorganen en secretariaten, in ministeriële kabinetten, in regeringscommissies, -instellingen of -diensten of bij het Centraal Orgaan voor de Inbeslagname en de Verbeurdverklaring of in het secretariaat van de gedelegeerd Europese aanklagers. De bevoegdheden bedoeld in de eerste zin worden voor wat betreft de personeelsleden van een griffie of van een steundienst bij de zetel, op overeenkomstige wijze, in onderling overleg, uitgeoefend door de betrokken korpschefs of door de betrokken korpschef en de betrokken directeur voor opdrachten in een gelijk ambt in de eigen griffie, in een andere griffie, in een steundienst bij een rechtscollege of in de gemeenschappelijke steundienst bedoeld in artikel 183. De bevoegdheden bedoeld in de eerste zin worden voor wat betreft de personeelsleden van een parketsecretariaat of van een steundienst bij het openbaar ministerie, op overeenkomstige wijze, in onderling overleg, uitgeoefend door de betrokken korpschefs of door de betrokken korpschef en de betrokken directeur voor opdrachten in een gelijk ambt in het eigen parketsecretariaat, in een ander parketsecretariaat, in een steundienst bij een parket, in de gemeenschappelijke steundienst bedoeld in artikel 185 of in het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring. Enkel de minister van Justitie kan een opdracht geven aan personeelsleden van het Hof van Cassatie en aan het gerechtspersoneel een opdracht geven bij het Hof van Cassatie. Naar gelang het geval wordt de met redenen omklede opdrachtbeschikking of -beslissing opgesteld door de korpschef van het betrokken personeelslid of door de minister van Justitie.

Alleen een personeelslid dat voldoet aan de voorwaarden om tot de met het hoger ambt overeenstemmende graad te worden benoemd, kan voor het uitoefenen van dat ambt worden aangewezen.

Enkel bij gebrek aan een personeelslid in de griffie of het parketsecretariaat dat voldoet aan de voorwaarden bedoeld in vorig lid, kan een personeelslid dat niet voldoet aan deze voorwaarden, bij aanstellingsakte, worden aangewezen voor de uitoefening van een hoger ambt.

Bij gebrek aan consensus tussen de betrokken korpschefs van wie geen de hoedanigheid van eerste voorzitter of procureur-generaal bezit, voor wat betreft een opdracht bedoeld in het eerste lid, tweede of derde zin, van een personeelslid van een griffie of een parketsecretariaat binnen het rechtsgebied beslist de eerste voorzitter van het hof van beroep respectievelijk de procureur-generaal na een met redenen omkleed advies van de betrokken korpschefs. Wanneer het een opdracht betreft tussen griffies van arbeidsrechtbanken beslist de eerste voorzitter van het arbeidshof na een met redenen omkleed advies van de betrokken korpschefs. Bij gebrek aan consensus tussen de betrokken korpschefs of tussen de betrokken korpschef en de betrokken directeur voor de overige opdrachten bedoeld in het eerste lid, tweede of derde zin, beslist het bevoegde College na een met redenen omkleed advies van de betrokken korpschefs of directeur. Naar gelang het geval wordt de met redenen omklede opdrachtbeschikking of -beslissing opgesteld door de betrokken eerste voorzitter, procureur-generaal of door de voorzitter van het bevoegde College.

De opdrachten in een gelijk ambt zijn geldig voor een hernieuwbare periode van ten hoogste een jaar.

§ 3.Een opdracht tot het uitoefenen van een hoger ambt bedoeld in § 2, kan slechts worden toegekend in geval een betrekking open staat of tijdelijk niet waargenomen is. In geval van toekenning naar aanleiding van een openstaande betrekking is vereist dat de procedure tot definitieve toekenning van die betrekking wordt ingezet.

Teneinde de continuïteit van de dienst te verzekeren kan de minister van Justitie evenwel op voorstel van het betrokken College of het directiecomité van de Entiteit Cassatie, in afwijking van het voorgaande lid, opdrachten in bovental toekennen om tegemoet te komen aan bijzondere behoeften of bijstand te leveren aan bijkomende magistraten.

De toekenning van een opdracht in een hoger ambt geschiedt voor maximum zes maanden. Deze toekenning kan maximaal driemaal worden verlengd met een zelfde termijn van ten hoogste zes maanden.

In afwijking hiervan kan de toekenning bij het verstrijken van de derde verlenging gehandhaafd worden:

a)indien de betrekking niet in vast verband kon worden verleend;

b)bij opdrachten in toepassing van het tweede lid, door de Minister van Justitie in bovental toegekend;

c)in behoorlijk verantwoorde uitzonderlijke gevallen.

§ 4.De personeelsleden aan wie aldus opdracht is gegeven, blijven hun wedde met de eraan verbonden verhogingen en voordelen genieten. Voor wat betreft de opdrachten bedoeld in § 2, ontvangen de personeelsleden daarenboven een toelage voor het uitoefenen van een hogere functie.

Art. 330ter/1

De minister van Justitie geeft de opdracht als bedoeld in de artikelen 330, eerste lid, 330bis, eerste lid, en 330ter, § 2, eerste lid:

1°op voorstel van het College van de hoven en rechtbanken, van het College van het openbaar ministerie of van het directiecomité van de Entiteit Cassatie indien het personeelslid een opdracht wordt gegeven binnen de steundienst van het eigen college, binnen een entiteit dat onder zijn college ressorteert of binnen de Entiteit Cassatie wanneer het personeelslid deel uitmaakt van de Entiteit Cassatie;

2°op gezamenlijk voorstel van de betrokken Colleges en/of de Entiteit Cassatie indien het personeelslid een opdracht wordt gegeven in een steundienst van een college of in een entiteit die onder een college ressorteert waarvan het personeelslid geen deel van uitmaakt, of in de Entiteit Cassatie wanneer het personeelslid geen deel uitmaakt van de Entiteit Cassatie;

3°na advies van naar gelang het geval het College van de hoven en rechtbanken, van het College van het openbaar ministerie of van het directiecomité van de Entiteit Cassatie wanneer het een opdracht in een federale overheidsdienst, een beleidsorgaan en secretariaat, in een ministerieel kabinet, in een regeringscommissie, -instelling of -dienst betreft.