§ 1.(Voor elk parket wordt een korpsvergadering ingesteld.)
§ 2.De korpsvergadering wordt bijeengeroepen:
1°hetzij om te beraadslagen en te beslissen over onderwerpen die van algemeen belang zijn, hetzij ter behandeling van zaken van openbare orde die tot de bevoegdheid van het hof of de rechtbank behoren.
2°(voor het opstellen van het werkingsverslag bedoeld in artikel 340, § 3. De werkingsverslagen worden opgesteld en overgezonden voor (1 april) van elk jaar door de parketten en auditoraten en voor (31 mei) van elk jaar door de parketten-generaal en de auditoraten-generaal; de korpschef zendt het werkingsverslag samen met het betrokken proces-verbaal van de verrichtingen van de korpsvergadering over aan de korpschef van het onmiddellijk hogere parket, de Minister van Justitie, het college van procureurs-generaal, de Hoge Raad voor de Justitie en de voorzitters van de federale Wetgevende Kamers.) Het werkingsverslag van het parket voor de verkeersveiligheid wordt voor 1 april van elk jaar opgesteld en wordt samen met het betrokken proces-verbaal van de verrichtingen van de korpsvergadering overgezonden aan de minister van Justitie, het College van het openbaar ministerie, de Hoge Raad voor de Justitie en de voorzitters van de federale Wetgevende Kamers.
3°voor de verkiezing van de magistraten belast met de evaluatie en hun plaatsvervangers.
(4° voor het opstellen van het advies bedoeld in artikel 259novies, § 10, vijfde lid.)
§ 3.De korpsvergaderingen worden, al naar gelang, bijeengeroepen:
1°door de procureur-generaal, (de federale procureur,) de procureur voor de verkeersveiligheid, de procureur des Konings of de arbeidsauditeur;
2°wanneer één vierde van de leden erom verzoekt.
(3° in het geval bedoeld in § 2, 4°, door de magistraat bedoeld in artikel 319, eerste lid, tweede zin, of 319, tweede lid, tweede zin.)
Telkens wanneer de korpsvergadering wordt bijeengeroepen, geeft de procureur-generaal, (de federale procureur,) de procureur voor de verkeersveiligheid, de procureur des Konings of de arbeidsauditeur daarvan kennis aan de Minister van Justitie onder opgave van de zaak waarover de vergadering zal beraadslagen en beslissen.
§ 4.Er wordt over geen andere zaak beraadslaagd dan die waarvoor de bijeenroeping is geschied. De korpsvergadering mag de gang van de zittingen in geen geval verhinderen of onderbreken.