Alle wetboeken › BW

BOEK 7 Bijzondere contracten › Titel 4 Dienstencontract › Ondertitel 2 Regels gemeenschappelijk aan dienstencontracten

Hoofdstuk 3 Verbintenissen van de opdrachtnemer

7.4.12–7.4.29

Art. 7.4.12

toekomstig recht

Opsomming

§ 1.De opdrachtnemer heeft de verbintenis:

1°de opdracht conform uit te voeren en te leveren en, desgevallend, de goederen te bewaren die de opdrachtgever hem in dat kader toevertrouwt;

2°de eigendom van een goed over te dragen wanneer dit voortvloeit uit de aard of de strekking van het dienstencontract;

3°in te staan voor de gevallen van uitwinning door zijn eigen daad en door daden van derden die hem toerekenbaar zijn;

4°de opdrachtgever informatie te verschaffen over de uitvoering van de opdracht en hem op het ogenblik van levering van de opdracht de goederen terug te geven die de opdrachtnemer in het kader van de uitvoering van de opdracht ontvangen heeft; en

5°met de andere opdrachtnemers bedoeld in artikel 7.4.28 samen te werken.

§ 2.De opdrachtnemer neemt binnen de grenzen van zijn opdracht de veiligheidsmaatregelen die de wet, de goede trouw en de gebruiken vereisen.

§ 3.De opdrachtnemer vermijdt belangenconflicten wanneer de wet, het gebruik, het contract of de goede trouw dit vereisen.

Art. 7.4.13

toekomstig recht

Matiging van schadeherstel bij dienstencontract ten kosteloze titel

Bij een dienstencontract ten kosteloze titel kan de rechter het herstel van de schade die door de nalatigheid van de opdrachtnemer is veroorzaakt, matigen, tenzij het contract hoofdzakelijk in het belang van de opdrachtnemer gesloten werd.

Art. 7.4.14

toekomstig recht

Definitie

De verbintenis tot conforme uitvoering en levering van de opdracht omvat zowel:

1°de conforme uitvoering van de opdracht; als

2°de levering van de opdracht aan de opdrachtgever.

De verbintenis tot conforme uitvoering en levering slaat ook op de accessoria van de opdracht.

Art. 7.4.15

toekomstig recht

Conformiteitsbegrip

De opdrachtnemer voert een conforme opdracht uit.

De opdracht is conform wanneer hij beantwoordt:

1°aan wat het contract bepaalt; en

2°aan wat de opdrachtgever redelijkerwijze kan verwachten. De redelijke verwachtingen van de opdrachtgever worden bepaald door de wet, het contract, de gebruiken, de goede trouw, de aard van de opdracht, de hoedanigheid van de opdrachtgever en het geheel van de omstandigheden.

De opdrachtnemer staat in voor elk conformiteitsgebrek dat minstens in de kiem bestaat bij de levering, zelfs als dit gebrek pas later aan het licht komt, voor zover dit gebrek aan een toerekenbare niet-nakoming van de opdrachtnemer te wijten is.

Art. 7.4.16

toekomstig recht

Bewijslast

De opdrachtgever moet bewijzen dat het conformiteitsgebrek minstens in de kiem bestond bij de levering.

De bewijslast met betrekking tot de toerekenbaarheid van het conformiteitsgebrek aan de opdrachtnemer wordt beoordeeld overeenkomstig artikel 5.225.

Art. 7.4.17

toekomstig recht

Conformiteitstermijn

De opdrachtnemer staat alleen in voor de conformiteitsgebreken die aan het licht komen binnen een periode van tien jaar vanaf de aanvaarding van de afgewerkte opdracht.

Art. 7.4.18

toekomstig recht

Kennisgevingstermijn

De opdrachtgever geeft de opdrachtnemer kennis van het conformiteitsgebrek binnen een redelijke termijn nadat hij het heeft ontdekt of behoorde te ontdekken, en ten vroegste vanaf de levering. De redelijke termijn wordt beoordeeld aan de hand van alle relevante omstandigheden en in het bijzonder de aard van de opdracht, de aard van het conformiteitsgebrek, de hoedanigheid van de partijen en de gebruiken.

Als de opdrachtgever binnen deze termijn geen kennisgeving verricht, verliest hij het recht om zich op het conformiteitsgebrek te beroepen.

De opdrachtnemer kan zich niet beroepen op het verval van recht bedoeld in het tweede lid, indien hij het conformiteitsgebrek kende en hij dat conformiteitsgebrek niet aan de opdrachtgever heeft bekendgemaakt.

Art. 7.4.19

toekomstig recht

Verjarings- en vervaltermijn

De vordering wegens een conformiteitsgebrek verjaart twee jaar vanaf de kennisgeving van dit gebrek en ten vroegste twee jaar vanaf de levering van de opdracht.

Deze termijn wordt geschorst gedurende voldoende ernstige onderhandelingen tussen de partijen of het gerechtelijk of tegensprekelijk buitengerechtelijk deskundigenonderzoek.

In elk geval vervalt het recht van de opdrachtgever tien jaar en drie maanden vanaf de aanvaarding van de afgewerkte opdracht.

Art. 7.4.20

toekomstig recht

Definitie

De levering veronderstelt de voltooiing van de opdracht en desgevallend de materiële, symbolische of intellectuele overhandiging van het goed dat het resultaat is van de opdracht.

Art. 7.4.21

toekomstig recht

Tijdstip en plaats

De opdrachtnemer levert de afgewerkte opdracht binnen de termijn bepaald door het contract of, bij gebrek daaraan, binnen een redelijke termijn.

De plaats van de levering wordt bepaald overeenkomstig artikel 5.203, eerste en derde lid.

Art. 7.4.22

toekomstig recht

Principe

De opdrachtnemer bewaart de goederen die de opdrachtgever hem bij de uitvoering van de opdracht toevertrouwt.

Art. 7.4.23

toekomstig recht

Verbod op gebruik

§ 1.De opdrachtnemer mag het goed dat de opdrachtgever hem toevertrouwt, niet gebruiken, tenzij:

1°de opdrachtgever hem daartoe toestemming geeft;

2°het gebruik van het goed noodzakelijk is om de opdracht uit te voeren; of

3°het gebruik van het goed nodig is om het in goede staat te bewaren.

§ 2.De opdrachtnemer mag niet onderzoeken waaruit de inhoud van het goed dat hem werd toevertrouwd, bestaat, tenzij uit de omstandigheden blijkt dat dit is toegestaan of noodzakelijk is voor de uitvoering van de opdracht.

Art. 7.4.24

toekomstig recht

Eigendomsoverdracht

Wanneer de opdracht strekt tot de vervaardiging of bouw van een goed, leidt de aanvaarding van de afgewerkte opdracht door de opdrachtgever tot de eigendomsoverdracht van het goed.

Evenwel gaat de eigendom van de materialen die de opdrachtnemer ter beschikking stelt, over op de opdrachtgever naarmate zij worden geïncorporeerd in een goed waarop de opdrachtgever een eigendomsrecht of een gebruiksrecht heeft.

Art. 7.4.25

toekomstig recht

Risico-overgang

§ 1.Het risico gaat over op de opdrachtgever op het ogenblik van de levering van de opdracht.

§ 2.Voor een dienstencontract waarbij de onderneming lichamelijke roerende goederen opstuurt naar de consument, gaat het risico over op de consument zodra hij of een door de consument aangewezen derde partij, die niet de vervoerder is, de goederen fysiek in bezit heeft gekregen.

Wanneer het goed wordt afgegeven aan een vervoerder met wie de consument zelf een vervoerscontract heeft gesloten en die niet door de opdrachtnemer is voorgesteld, gaat het risico, in afwijking van het eerste lid, over bij de overhandiging aan die vervoerder.

Het eerste en het tweede lid gelden ook wanneer de onderneming een digitale dienst als bedoeld in artikel 7.2.38, 5°, aan de consument levert of zich ertoe verbindt deze te leveren en de consument persoonsgegevens aan de onderneming verstrekt of zich ertoe verbindt deze te verstrekken.

Het eerste en het tweede lid gelden niet wanneer de onderneming de door de consument verstrekte persoonsgegevens uitsluitend verwerkt voor het leveren van de digitale dienst of om de onderneming in staat te stellen te voldoen aan de op haar van toepassing zijnde wettelijke vereisten, en de onderneming die gegevens voor geen enkel ander doel verwerkt.

Deze paragraaf is van dwingend recht ten voordele van de consument.

Art. 7.4.26

toekomstig recht

Principe

§ 1.De opdrachtnemer staat in voor de gevallen waarin de opdrachtgever wordt uitgewonnen van het resultaat van de opdracht, zowel door zijn eigen daad als door daden van derden, voor zover een dergelijke uitwinning hem toerekenbaar is.

§ 2.De eigen daad betreft, ongeacht de datum:

1°elke stoornis van het gebruik of het genot van de opdracht door een gedraging van de opdrachtnemer; en

2°elke juridische aanspraak op de opdracht door de opdrachtnemer.

§ 3.De daden van derden betreffen alleen actuele juridische aanspraken op het resultaat van de opdracht door derden die voor de levering zijn ontstaan.

Deze vrijwaring geldt zelfs voor daden van derden waarvan de opdrachtnemer geen kennis had of kon hebben.

Deze vrijwaring geldt echter niet voor de specifieke stoornissen die de opdrachtnemer uitdrukkelijk voor de contractsluiting aan de opdrachtgever heeft meegedeeld.

§ 4.De artikelen 7.2.22 tot 7.2.24 zijn van overeenkomstige toepassing.

Art. 7.4.27

toekomstig recht

Begrip en draagwijdte

§ 1.De opdrachtnemer verschaft de opdrachtgever informatie over de moeilijkheden die zich bij de uitvoering van de opdracht voordoen.

Bij de levering verschaft de opdrachtnemer de opdrachtgever informatie over de wijze waarop hij de opdracht heeft uitgevoerd. In voorkomend geval legt de opdrachtnemer verantwoording af met betrekking tot de bedragen die hij heeft beheerd en geeft hij het saldo ervan aan de opdrachtgever terug.

§ 2.Bij de levering geeft de opdrachtnemer aan de opdrachtgever terug:

1°de goederen die de opdrachtgever hem in bewaring heeft gegeven;

2°de andere goederen die hij voor rekening van de opdrachtgever ontvangen heeft; en

3°de vruchten en opbrengsten die deze goederen hebben voortgebracht.

De opdrachtnemer geeft de goederen aan de opdrachtgever terug in de staat waarin hij ze heeft ontvangen, onder voorbehoud van de beschadigingen ten gevolge van ouderdom en normaal gebruik van het goed, indien dit laatste is toegestaan, en onder voorbehoud van de wijzigingen die zijn overeengekomen in het contract.

Indien, gelet op de aard van de goederen, redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat de opdrachtnemer dezelfde goederen teruggeeft, geeft hij goederen van dezelfde soort en in dezelfde staat terug als die waarin hij ze heeft ontvangen.

De opdrachtnemer geeft de goederen terug op de plaats die het contract aanwijst. Indien geen plaats is aangewezen, worden de goederen teruggegeven op de plaats waar zij zich bevinden.

Art. 7.4.28

toekomstig recht

Meerdere opdrachtnemers

Indien meerdere opdrachtnemers aangesteld zijn voor de uitvoering van een opdracht, die elk door een afzonderlijk contract verbonden zijn met de opdrachtgever, is ieder van hen verplicht om samen te werken met de andere opdrachtnemers.

Art. 7.4.29

toekomstig recht

Sancties

Als de opdrachtnemer zijn verbintenissen op een toerekenbare wijze niet nakomt, beschikt de opdrachtgever over de sancties bepaald in artikel 5.83.

De opdrachtgever kan zich niet beroepen op de nietigheid van het dienstencontract wegens dwaling die voortvloeit uit een conformiteitsgebrek van de opdracht of uit een juridische aanspraak van een derde op de opdracht.