Principe
§ 1.De verkoper staat in voor de vrijwaring voor uitwinning door eigen daad of daden van derden.
§ 2.De eigen daad betreft, ongeacht de datum:
1°elke stoornis van het gebruik of het genot van het goed door een gedraging van de verkoper; en
2°elke juridische aanspraak op het goed door de verkoper.
§ 3.De daden van derden betreffen alleen actuele juridische aanspraken op het goed door derden die voor de eigendomsoverdracht zijn ontstaan.
Deze vrijwaring geldt zelfs voor daden van derden waarvan de verkoper geen kennis had of kon hebben.
Deze vrijwaring geldt echter niet voor de specifieke stoornissen die de verkoper uitdrukkelijk voor de contractsluiting aan de koper heeft meegedeeld.