Alle wetboeken › BW

BOEK 7 Bijzondere contracten › Titel 4 Dienstencontract › Ondertitel 2 Regels gemeenschappelijk aan dienstencontracten

Hoofdstuk 4 Hulppersonen

7.4.30–7.4.31

Art. 7.4.30

toekomstig recht

Beroep op hulppersonen

De opdrachtnemer kan voor de uitvoering van de opdracht beroep doen op een hulppersoon, tenzij de aard of de strekking van de opdracht zich daar tegen verzet.

Art. 7.4.31

toekomstig recht

Rechtstreekse vordering van de hulppersoon tegen de opdrachtgever

§ 1.Indien de opdrachtnemer aan zijn hulppersoon de contractueel verschuldigde sommen niet betaalt, beschikt de hulppersoon over een rechtstreekse vordering tegenover de opdrachtgever, ten belope van de prestaties verricht ten behoeve van de opdrachtgever. De uitoefening van de rechtstreekse vordering vereist dat de opdrachtgever schuldenaar is gebleven tegenover de opdrachtnemer omwille van prestaties geleverd voor de opdrachtgever, en waarvan de opdrachtnemer de uitvoering geheel of gedeeltelijk aan de hulppersoon heeft toegekend.

De rechtstreekse vordering wordt op kennisgeving uitgeoefend. Zij is onwerkzaam wanneer zij de opdrachtgever bereikt nadat de vordering tot betaling van de opdrachtnemer onbeschikbaar is geworden door een beslag of een situatie van samenloop die het vermogen van de opdrachtnemer aantast.

Bij een keten van hulppersonen kan elke hulppersoon de rechtstreekse vordering tegen de opdrachtgever van zijn contractpartij uitoefenen.

§ 2.De tegenstelbaarheid van de excepties die de opdrachtgever kan tegenwerpen, wordt geregeld door artikel 5.110.

§ 3.Bij betwisting tussen de hulppersoon en de opdrachtnemer, kan de opdrachtgever het bedrag storten in de Deposito- en Consignatiekas of op een geblokkeerde rekening op naam van de opdrachtnemer en de hulppersoon bij een financiële instelling. De opdrachtgever is hiertoe verplicht indien de opdrachtnemer of de hulppersoon hierom schriftelijk verzoekt.

§ 4.Elke beperking of uitsluiting van de rechtstreekse vordering van de hulppersoon tegen de opdrachtgever wordt voor niet-geschreven gehouden.