Alle wetboeken › BW

BOEK 5 Verbintenissen › Titel 3 Algemeen regime van de verbintenis

Hoofdstuk 2 Betaling

5.195–5.216

Art. 5.195

Vereiste van een schuld

Iedere betaling onderstelt een schuld: hetgeen betaald is zonder verschuldigd te zijn, kan worden teruggevorderd overeenkomstig de artikelen 5.133 tot 5.134.

Art. 5.196

Betaling door een derde

De betaling kan worden gedaan door eenieder die belang heeft bij de verbintenis, zoals een borg.

Zij kan zelfs worden gedaan door een derde die geen belang heeft bij de verbintenis. De schuldeiser heeft in dat geval evenwel het recht om de betaling te weigeren indien hij zich beroept op een wettige reden die voortvloeit uit het belang dat de verbintenis, gelet op de aard of strekking ervan, wordt nagekomen door de schuldenaar zelf, of uit het belang dat zij niet wordt nagekomen door een welbepaalde derde.

Art. 5.197

Geldigheidsvereisten voor de betaling

Om geldig te betalen, moet men de bevoegdheid en de bekwaamheid hebben om te beschikken over het voorwerp dat in betaling wordt gegeven.

Art. 5.198

Betaling aan de schuldeiser

De betaling moet worden gedaan aan de schuldeiser of aan iemand die door hem, door de rechter of door de wet gemachtigd is om voor hem te ontvangen.

De betaling gedaan aan iemand die geen bevoegdheid heeft om voor de schuldeiser te ontvangen, is niettemin bevrijdend indien:

1°de schuldeiser de betaling bekrachtigt;

2°de schuldeiser er voordeel uit getrokken heeft; of

3°de betaling te goeder trouw gedaan is aan de schijnschuldeiser, ook al wordt hij naderhand ontzet.

De betaling gedaan aan de schuldeiser is niet bevrijdend indien hij onbekwaam was om haar te ontvangen, tenzij de schuldenaar aantoont dat de schuldeiser voordeel heeft gehaald uit de betaling.

Art. 5.199

Onbeschikbaarheid van de schuldvordering

De betaling in handen van de schuldeiser is niet bevrijdend indien de wet een dergelijke betaling verbiedt of de betaling in andere handen oplegt.

Aldus is de betaling, door de schuldenaar aan zijn schuldeiser gedaan in weerwil van een beslag of een verzet, niet bevrijdend ten aanzien van de schuldeisers die het beslag gelegd hebben of het verzet gedaan hebben; deze kunnen, volgens hun recht, de schuldenaar noodzaken opnieuw te betalen, behoudens, in dat geval alleen, zijn verhaal op de schuldeiser.

Art. 5.200

Voorwerp van de betaling

De schuldeiser kan niet worden gedwongen betaling te ontvangen van een gedeelte van een schuld, ook al is die schuld deelbaar.

De schuldeiser kan evenmin worden gedwongen een andere prestatie aan te nemen dan de hem verschuldigde prestatie, ook al is zij van gelijke of zelfs grotere waarde.

Hij kan evenwel, via een inbetalinggeving, een andere prestatie aanvaarden dan de hem verschuldigde prestatie.

Art. 5.201

Respijttermijn

De rechter kan, niettegenstaande ieder andersluidend beding, met inachtneming van de toestand van de partijen, gebruik makend van deze bevoegdheid met grote omzichtigheid en daarbij rekening houdend met de termijnen die de schuldenaar reeds heeft genoten, gematigd uitstel verlenen voor de betaling en de vervolgingen doen schorsen, ook wanneer de schuld blijkt uit een andere authentieke akte dan een vonnis.

Art. 5.202

Staat van de zaak

De schuldenaar van een bepaald voorwerp is van zijn schuld bevrijd door de afgifte van het voorwerp in de staat waarin het zich ten tijde van de levering bevindt, op voorwaarde dat de beschadiging die het ondergaan heeft, niet is veroorzaakt door zijn schuld, noch door die van de personen voor wie hij aansprakelijk is, en hij niet reeds voor het ontstaan van de beschadiging in gebreke was.

Indien het verschuldigde voorwerp alleen is bepaald ten aanzien van zijn soort, is de schuldenaar, om zich van de schuld te bevrijden, niet verplicht de beste soort te geven; doch hij mag ook niet de slechtste aanbieden.

Art. 5.203

Plaats en tijdstip van de betaling

De betaling moet worden gedaan op de plaats die door het contract is aangewezen.

Indien geen plaats is aangewezen, moet, wanneer het een zeker voorwerp betreft, de betaling worden gedaan op de plaats waar het voorwerp van de verschuldigde prestatie, zich bevond ten tijde van het ontstaan van de verbintenis.

Buiten deze twee gevallen moet de betaling worden gedaan aan de woonplaats van de schuldenaar.

Ze moet worden gedaan zodra de schuld opeisbaar is.

Art. 5.204

Kosten van de betaling

De kosten van betaling komen ten laste van de schuldenaar.

Art. 5.205

Monetair nominalisme

De schuldenaar van een verbintenis tot betaling van een geldsom betaalt bevrijdend door de storting van het nominaal bedrag ervan, zonder rekening te houden met de werkelijke waarde ervan.

De schuldenaar van een waardeschuld betaalt bevrijdend door de storting van het bedrag voortvloeiend uit de vereffening ervan.

Art. 5.206

Interest

Remuneratoire interest is de interest die strekt tot tegenprestatie van de terbeschikkingstelling van kapitaal.

Moratoire interest is de nalatigheidsinterest verschuldigd als herstel wegens de laattijdige nakoming van een geldschuld.

Compensatoire interest is de nalatigheidsinterest verschuldigd als herstel wegens de laattijdige nakoming van een waardeschuld.

Art. 5.207

Anatocisme

Niettegenstaande andersluidend beding, kan vervallen remuneratoire en moratoire interest slechts interest opbrengen, ofwel ten gevolge van een schriftelijke ingebrekestelling, ofwel ten gevolge van een specifiek contract, mits de ingebrekestelling of dit contract betrekking heeft op interest die ten minste voor een geheel jaar verschuldigd is.

Art. 5.208

Toerekening beslist door de schuldenaar

De schuldenaar van verscheidene schulden heeft het recht om, wanneer hij betaalt, te verklaren welke schuld hij wil voldoen, tenzij die toerekening in strijd is met de wet of met het contract.

Art. 5.209

Subsidiaire toerekeningsregels

Bij gebrek aan toerekening door de partijen, gebeurt zij als volgt:

1°in de eerste plaats op de vervallen schulden;

2°onder deze schulden, op de schulden die de schuldenaar het meeste belang had te voldoen;

3°bij gelijk belang, op de oudste schuld;

4°alles gelijkstaande, naar evenredigheid.

Art. 5.210

Toerekening op de interest

De schuldenaar van een schuld die remuneratoire of moratoire interest oplevert of rentetermijnen opbrengt, kan, buiten de toestemming van de schuldeiser, de betaling die hij doet niet toerekenen op het kapitaal eerder dan op de rentetermijnen of de interest; de betaling die op het kapitaal en de interest gedaan wordt, maar waarmee de gehele schuld niet is gekweten, wordt in de eerste plaats op de interest toegerekend.

Art. 5.211

Beginsel

Wanneer de schuldeiser, op de vervaldag en zonder wettige reden, zich ervan onthoudt de hem verschuldigde prestatie te ontvangen of dat verhindert door zijn daad, kan de schuldenaar hem in gebreke stellen voor het aanvaarden ervan of voor het mogelijk maken van de uitvoering ervan.

Art. 5.212

Verbintenis tot betaling van een geldsom

Indien aan de belemmering geen einde is gekomen binnen een redelijke termijn te rekenen van de ingebrekestelling, kan de schuldenaar van een verbintenis tot de betaling van een geldsom het bedrag ervan consigneren bij de Deposito- en Consignatiekas.

De consignatie bevrijdt de schuldenaar vanaf de kennisgeving ervan aan de schuldeiser.

Art. 5.213

Verbintenis om een voorwerp te overhandigen

Indien aan de belemmering geen einde gekomen is binnen een redelijke termijn te rekenen van de ingebrekestelling, kan de schuldenaar, wanneer de verbintenis betrekking heeft op de overhandiging van een voorwerp, het in bewaring geven bij een professionele sekwester.

Indien de inbewaringgeving onmogelijk of te duur is, kan de rechter de openbare of onderhandse verkoop van het voorwerp toelaten. Na aftrek van de kosten van de verkoop, wordt de prijs ervan geconsigneerd bij de Deposito- en Consignatiekas.

De inbewaringgeving en de consignatie bevrijden de schuldenaar vanaf de kennisgeving ervan aan de schuldeiser.

Art. 5.214

Verbintenis tot een andere prestatie

De schuldenaar van een andere prestatie dan de prestatie tot het betalen van een geldsom of het overhandigen van een voorwerp kan via het gerecht de veroordeling van de schuldeiser eisen om de prestatie te ontvangen.

Art. 5.215

Andere gevolgen van het verzuim

Het verzuim van de schuldeiser verhindert het lopen van de interest die de schuldenaar verschuldigd is.

Het bevrijdt de schuldenaar van het herstel van de schade die voortvloeit uit de latere vertraging bij de nakoming van de verbintenis.

Het legt de risico's bij de schuldeiser, zo hij ze niet reeds draagt.

Het houdt evenwel geen onderbreking of schorsing van de verjaring in.

Art. 5.216

Kosten

De redelijke kosten van de ingebrekestelling alsook die van de consignatie of inbewaringgeving zijn ten laste van de schuldeiser.