§ 1.Teneinde toezicht te houden op de werkzaamheden van kredietinstellingen die in andere lidstaten worden uitgeoefend via een bijkantoor, werkt de toezichthouder nauw samen met de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst. De toezichthouder verstrekt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst alle gegevens betreffende het bestuur en de aandeelhoudersstructuur van de betrokken kredietinstellingen die het toezicht op deze kredietinstellingen en het onderzoek van de voorwaarden voor het verlenen van een vergunning aan die kredietinstellingen kunnen vergemakkelijken, alsmede alle gegevens die de monitoring van deze kredietinstellingen, met name op het gebied van liquiditeit, solvabiliteit, depositogarantie, beperking van grote risico's, andere factoren die van invloed kunnen zijn op het door hen gevormde systeemrisico, administratieve en boekhoudkundige organisatie en internecontrolemechanismen, kunnen vergemakkelijken.
§ 2.De toezichthouder verstrekt aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst onmiddellijk alle inlichtingen en bevindingen met betrekking tot het liquiditeitstoezicht dat overeenkomstig de artikelen 412 tot 414 van Verordening nr. 575/2013, de artikelen 149, 151, 234, § 2 en artikel 8 van Bijlage I bij deze wet, wordt uitgeoefend op de werkzaamheden die een Belgische kredietinstelling via haar bijkantoren verricht, voor zover die inlichtingen en bevindingen relevant zijn voor de bescherming van de deposanten of beleggers in de betrokken lidstaat van ontvangst.
§ 3.De toezichthouder stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst onmiddellijk in kennis indien er zich een ernstig liquiditeitsprobleem voordoet of indien redelijkerwijze mag worden verwacht dat er zich een een ernstig liquiditeitsprobleem zal voordoen. Bij deze kennisgeving worden ook nadere bijzonderheden verstrekt over de planning en uitvoering van een herstelplan en over alle in dat verband genomen prudentiële toezichtsmaatregelen.
§ 4.Op verzoek van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst deelt de toezichthouder mee en legt hij uit hoe met de door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst meegedeelde inlichtingen en bevindingen rekening werd gehouden.
Indien de toezichthouder het niet eens is met de maatregelen die door een bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst moeten worden getroffen om verdere tekortkomingen te voorkomen teneinde de belangen van deposanten, beleggers en andere personen voor wie diensten worden verricht te beschermen of de stabiliteit van het financiële stelsel te vrijwaren, kan hij de zaak aan de Europese Bankautoriteit voorleggen overeenkomstig artikel 19 van Verordening nr. 1093/2010.
§ 5.De toezichthouder kan eveneens situaties waarin een verzoek om samenwerking, met name een verzoek om uitwisseling van informatie, is afgewezen of niet binnen een redelijke termijn is gehonoreerd, aan de Europese Bankautoriteit voorleggen overeenkomstig artikel 19 van Verordening nr. 1093/2010.