Alle wetboeken › Bankwet

BOEK II - KREDIETINSTELLINGEN NAAR BELGISCH RECHT › TITEL III - Toezicht op de kredietinstellingen › HOOFDSTUK IV - Groepstoezicht › Afdeling IV - Gemeenschappelijke bepalingen

Onderafdeling III - Maatregelen om het groepstoezicht te vergemakkelijken

213–218

Art. 213

§ 1.Onverminderd de toepasselijke periodieke rapportering, dient de toezichthouder toegang te krijgen, door de betrokken kredietinstellingen, financiële holdings en gemengde financiële holdings, hun dochterondernemingen en alle andere in het geconsolideerde geheel of in het financieel conglomeraat opgenomen ondernemingen, hetzij direct hetzij indirect te benaderen, tot alle inlichtingen die nuttig zijn, naargelang het geval, voor het door hem uitgeoefende geconsolideerde toezicht of aanvullende conglomeraatstoezicht.

De overeenkomstig artikel 19 van Verordening nr. 575/2013 buiten de consolidatie gelaten dochterondernemingen, of de overeenkomstig artikel 190, § 2 buiten het aanvullende conglomeraatstoezicht gelaten ondernemingen, moeten de toezichthouder, in zijn hoedanigheid van consoliderende toezichthouder of van coördinator, alle gegevens en inlichtingen verstrekken die deze dienstig acht voor zijn geconsolideerde toezicht of zijn aanvullende conglomeraatstoezicht.

Ondernemingen die uitsluitend of samen met andere ondernemingen de controle hebben over een kredietinstelling naar Belgisch recht, en de dochterondernemingen van deze ondernemingen moeten, indien die ondernemingen niet vallen onder het toepassingsgebied van het toezicht op geconsolideerde basis of het aanvullende conglomeraatstoezicht, de toezichthouder en de andere bevoegde autoriteiten alle gegevens en inlichtingen verstrekken die nuttig zijn voor het toezicht op deze kredietinstelling.

§ 2.De toezichthouder kan eisen dat de inlichtingen bedoeld in paragraaf 1 omtrent ondernemingen met zetel in een andere lidstaat dan België hem worden meegedeeld door de naar Belgisch recht opgerichte kredietinstelling, financiële holding of gemengde financiële holding, of dat inlichtingen omtrent ondernemingen met zetel in een derde land hem worden meegedeeld door een kredietinstelling, financiële holding of gemengde financiële holding met zetel in een lidstaat.

§ 3.Indien een kredietinstelling naar Belgisch recht buiten het geconsolideerde geheel of buiten het financieel conglomeraat wordt gelaten door een andere bevoegde autoriteit die optreedt als consoliderende toezichthouder of coördinator, kan de toezichthouder eisen dat de moederonderneming aan het hoofd van het geconsolideerde geheel of het financieel conglomeraat hem de gegevens en inlichtingen moet bezorgen die hij dienstig acht voor zijn toezicht op die kredietinstelling.

Art. 214

§ 1.De toezichthouder kan de naleving van de verplichtingen bepaald bij de Afdelingen II en III van dit Hoofdstuk en deze Afdeling, en de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens en inlichtingen ter plaatse nagaan in de in artikel 213, § 1 bedoelde ondernemingen, en wat betreft het toezicht op geconsolideerde basis ook in de ondernemingen als bedoeld in artikel 182, de gemengde holding en haar dochterondernemingen en de ondernemingen die nevendiensten verrichten. Hij kan op kosten van deze ondernemingen commissarissen of door hem daartoe erkende buitenlandse deskundigen hiermee belasten.

§ 2.Wanneer de in paragraaf 1 bedoelde ondernemingen hun zetel in een andere lidstaat hebben, verzoekt de toezichthouder de bevoegde autoriteit van die lidstaat om deze controle uit te voeren. De toezichthouder verricht deze controle zelf als hij daarvoor de toestemming krijgt van de bevoegde autoriteit van die lidstaat. Wanneer deze laatste de controle zelf wenst te doen, of een erkend revisor of een deskundige daartoe aanstelt, kan de toezichthouder niettemin aan de controle deelnemen indien hij dat wenst.

§ 3.Wanneer de in paragraaf 1 bedoelde ondernemingen hun zetel in een derde land hebben, worden de modaliteiten van de verificatie ter plaatse, geregeld in samenwerkingsovereenkomsten die de toezichthouder met de betrokken buitenlandse autoriteiten heeft gesloten of die de Europese Commissie met de betrokken buitenlandse autoriteiten heeft gesloten, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 48 van Richtlijn 2013/36/EU.

Art. 215

Zonder dat zij beperkingen van privaatrechtelijke aard kunnen tegenwerpen, met name betreffende geheimhoudingsverbintenissen of de aard van hun banden, delen de volgende ondernemingen elkaar de gegevens en inlichtingen mee die nodig zijn:

1°voor het toezicht op geconsolideerde basis: de in het toezicht op geconsolideerde basis opgenomen ondernemingen, alsook de overeenkomstig artikel 19 van Verordening nr. 575/2013 buiten de consolidatie gelaten dochterondernemingen van kredietinstellingen, financiële holdings of gemengde financiële holdings, en de gemengde holdings en hun dochterondernemingen;

2°voor het aanvullende conglomeraatstoezicht: de in het aanvullende conglomeraatstoezicht opgenomen ondernemingen, alsook de overeenkomstig artikel 190, § 2, tweede lid buiten het aanvullende conglomeraatstoezicht gelaten ondernemingen die tot een financieel conglomeraat behoren.

Art. 216

§ 1.Indien een moederonderneming en een of meer kredietinstellingen die dochterondernemingen daarvan zijn, in verschillende lidstaten zijn gelegen, wisselen de toezichthouder en de andere bevoegde autoriteiten onderling alle dienstige inlichtingen uit die voor het toezicht op geconsolideerde basis of het aanvullende conglomeraatstoezicht nodig zijn of die dat toezicht kunnen vergemakkelijken.

Het inwinnen, uitwisselen of bezitten van informatie door de toezichthouder en de bevoegde autoriteiten met het oog op het faciliteren van het toezicht op geconsolideerde basis, of het aanvullende conglomeraatstoezicht met betrekking tot de ondernemingen genoemd in artikel 214, betekent geenszins dat de toezichthouder een afzonderlijk toezicht uitoefent op deze ondernemingen.

§ 2.Indien de toezichthouder in het geval van een moederonderneming naar Belgisch recht niet zelf op grond van artikel 171 of artikel 196 het toezicht op geconsolideerde basis of het aanvullende conglomeraatstoezicht uitoefent, mogen de met dit toezicht belaste bevoegde autoriteiten hem vragen om bij de moederonderneming de inlichtingen op te vragen die voor dat toezicht dienstig zijn, en om die inlichtingen aan hen door te geven.

§ 3.Indien de toezichthouder op grond van artikel 171 of artikel 196 het toezicht op geconsolideerde basis of het aanvullende conglomeraatstoezicht uitoefent en de moederonderneming haar zetel in een andere lidstaat dan België heeft, kan de toezichthouder aan de bevoegde autoriteit van die lidstaat vragen om bij die moederonderneming alle inlichtingen op te vragen die voor dat toezicht dienstig zijn, en om die inlichtingen aan hem door te geven.

§ 4.Wanneer de toezichthouder voor het toezicht op individuele basis op een kredietinstelling informatie wenst te verkrijgen die reeds gerapporteerd is aan een andere bevoegde autoriteit die optreedt als consoliderend toezichthouder of coördinator, zal hij zich in de mate van het mogelijke tot die autoriteit richten voor het verkrijgen van die informatie.

§ 5.Indien de toezichthouder in zijn hoedanigheid van consoliderend toezichthouder of coördinator informatie nodig heeft die al aan een andere bevoegde autoriteit is verstrekt, treedt hij zo mogelijk met deze autoriteit in contact zodat de andere bij het toezicht betrokken autoriteiten niet tweemaal worden geïnformeerd.

§ 6.Dit artikel doet geen afbreuk aan de artikelen 212/9 tot 212/11.

Art. 217

§ 1.De kredietinstellingen, de financiële holdings en gemengde financiële holdings en hun dochterondernemingen en de gemengde holdings en hun dochterondernemingen, opgericht naar Belgisch recht, verstrekken een andere toezichtsautoriteit de gegevens en inlichtingen die deze dienstig acht voor het toezicht op geconsolideerde basis of het aanvullende conglomeraatstoezicht waarmee deze is belast, hetzij direct, hetzij indirect.

Wanneer het om een bevoegde autoriteit gaat, is het eerste lid van toepassing in het kader van haar toezicht als bepaald conform de Europese wetgeving.

Wanneer deze autoriteit ressorteert onder een derde land en de verplichting tot informatieverstrekking voortvloeit uit samenwerkingsovereenkomsten die de toezichthouder met de betrokken buitenlandse autoriteit heeft gesloten, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

§ 2.Toezichtsautoriteiten zijn in het kader van hun geconsolideerd toezicht of aanvullend conglomeraatstoezicht gerechtigd om ter plaatse in de in artikel 213, § 1 bedoelde ondernemingen, met zetel in België, de gegevens en inlichtingen te toetsen die zij hebben ontvangen, of kunnen erkende commissarissen of door hen erkende deskundigen hiermee belasten, onder de volgende voorwaarden:

1°wanneer het om een bevoegde autoriteit gaat, is de regeling van artikel 214, § 2 van overeenkomstige toepassing;

2°wanneer deze autoriteit ressorteert onder een derde land, is de regeling van artikel 214, § 3 van overeenkomstige toepassing.

Art. 218

In zijn hoedanigheid van consoliderende toezichthouder of coördinator stelt de toezichthouder lijsten op van respectievelijk de goedgekeurde of aangewezen financiële holdings en gemengde financiële holdings die betrokken zijn in het door hem uitgeoefende geconsolideerde toezicht, en van de gemengde financiële holdings die betrokken zijn bij het door hem uitgeoefende aanvullende conglomeraatstoezicht.

De toezichthouder stelt eveneens lijsten op van de goedgekeurde of aangewezen financiële holdings en de gemengde financiële holdings naar Belgisch recht voor dewelke een andere bevoegde autoriteit dan de toezichthouder is aangewezen respectievelijk als de consoliderende toezichthouder overeenkomstig artikel 111 van Richtlijn 2013/36/EU en als de coördinator overeenkomstig artikel 10 van Richtlijn 2002/87/EG.

Hij maakt deze lijsten over aan de betrokken bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten, aan de EBA voor het toezicht op geconsolideerde basis en aan de EBA en de Europese Autoriteit voor Verzekeringen en Bedrijfspensioenen voor het aanvullende conglomeraatstoezicht, en aan de Europese Commissie.