§ 1.Onverminderd de definities die opgenomen zijn in artikel 3 van deze wet, wordt voor de toepassing van dit Hoofdstuk, van de artikelen 95 en 96 en van Bijlage IV bij deze wet, evenals van de uitvoeringsbesluiten en -reglementen ervan verstaan onder:
1°...
2°financieel conglomeraat: een groep in de zin van paragraaf 4, of een subgroep waarvan ten minste één van de dochterondernemingen een gereglementeerde onderneming is en die aan de volgende voorwaarden voldoet:
a)wanneer een gereglementeerde onderneming aan het hoofd van de groep of subgroep staat:
i)is deze onderneming een moederonderneming van een onderneming in de financiële sector, een onderneming die houder is van een deelneming in een onderneming in de financiële sector, dan wel een onderneming die met een onderneming in de financiële sector verbonden is onder de vorm van een consortium;
ii) is ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep een onderneming uit de verzekeringssector en is ten minste één van de entiteiten in de groep een onderneming uit de banksector of de beleggingsdienstensector, en
iii) zijn de geconsolideerde en/of geaggregeerde activiteiten van de tot de groep of subgroep behorende entiteiten uit de verzekeringssector en van de entiteiten uit de banksector en de beleggingsdienstensector significant in de zin van artikel 186, § 3 van deze wet; of
b)wanneer aan het hoofd van de groep of subgroep geen gereglementeerde onderneming staat:
i)vinden de activiteiten van de groep of subgroep in hoofdzaak plaats in de financiële sector in de zin van artikel 186, § 2;
ii) is ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep een onderneming uit de verzekeringssector en ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep is een onderneming uit de banksector of de beleggingsdienstensector, en
iii) zijn de geconsolideerde en/of geaggregeerde activiteiten van de tot de groep of subgroep behorende entiteiten uit de verzekeringssector en van de entiteiten uit de banksector en de beleggingsdienstensectorsignificant in de zin van artikel 186, § 3;
3°de financiële sector: de sector die bestaat uit een of meer van de volgende ondernemingen:
a)een gereglementeerde onderneming die een kredietinstelling is, een financiële instelling, een onderneming die nevendiensten verricht; deze ondernemingen behoren tot eenzelfde financiële sector, die de "banksector" wordt genoemd;
b)een gereglementeerde onderneming die een verzekerings- of herverzekeringsonderneming is, een verzekeringsholding; deze ondernemingen behoren tot eenzelfde financiële sector, die de "verzekeringssector" wordt genoemd;
c)een gereglementeerde onderneming die een beleggingsonderneming is, een onderneming die nevendiensten verricht in de zin van artikel 2, 2° van de wet van 25 oktober 2016, een financiële instelling...; deze ondernemingen behoren tot eenzelfde financiële sector, die de "beleggingsdienstensector" wordt genoemd;
4°onderneming die nevendiensten verricht: een onderneming waarvan de hoofdactiviteit bestaat in het bezitten of het beheren van onroerend goed, het beheren van gegevensverwerkingsdiensten of een andere soortgelijke activiteit die ten opzichte van de hoofdactiviteit van een of meer kredietinstellingen het karakter van een ondersteunende activiteit heeft;
5°goedgekeurde financiële holding of gemengde financiële holding een financiële holding of gemengde financiële holding waaraan goedkeuring is verleend overeenkomstig artikel 212/1 of overeenkomstig de wetgeving tot omzetting van artikel 21bis, lid 1 van Richtlijn 2013/36/EU in het recht van de lidstaat waaronder de financiële holding of gemengde financiële holding ressorteert;
6°aangewezen kredietinstelling: een kredietinstelling die is aangewezen overeenkomstig artikel 212/2, § 1, 3° of artikel 212/7, § 1, tweede lid, 4° of overeenkomstig de wetgeving tot omzetting van artikel 21bis, lid 4, punt c) of lid 6, punt d) van Richtlijn 2013/36/EU in het recht van de lidstaat waaronder de vrijgestelde of aan toezichtsmaatregelen onderworpen financiële holding of gemengde financiële holding ressorteert;
7°aangewezen financiële holding of gemengde financiële holding: een financiële holding of gemengde financiële holding die is aangewezen overeenkomstig artikel 212/2, § 1, 3° of artikel 212/7, § 1, tweede lid, 4° of overeenkomstig de wetgeving tot omzetting van artikel 21bis, lid 4, punt c) of lid 6, punt d) van Richtlijn 2013/36/EU in het recht van de lidstaat waaronder de vrijgestelde of aan toezichtsmaatregelen onderworpen financiële holding of gemengde financiële holding ressorteert;
8°vrijgestelde financiële holding of gemengde financiële holding: een financiële holding of gemengde financiële holding die is vrijgesteld overeenkomstig artikel 212/2 of overeenkomstig de wetgeving tot omzetting van artikel 21bis, lid 4 van Richtlijn 2013/36/EU in het recht van de lidstaat waaronder de betrokken financiële holding of gemengde financiële holding ressorteert.
§ 2.Onverminderd artikel 3 van deze wet en paragraaf 1 van dit artikel worden voor de toepassing van het toezicht op geconsolideerde basis zoals opgenomen in de Afdelingen II en IV van dit Hoofdstuk en de uitvoeringsbesluiten en -reglementen ervan verstaan onder:
1°moederkredietinstelling in een lidstaat: een kredietinstelling die de overkoepelende moederonderneming in een lidstaat is, d.w.z. een kredietinstelling die een kredietinstelling, een financiële instelling of een onderneming die nevendiensten verricht als dochteronderneming heeft of die een deelneming heeft in een kredietinstelling, een financiële instelling of een onderneming die nevendiensten verricht, en die zelf geen dochteronderneming is van een kredietinstelling waaraan in dezelfde lidstaat een vergunning is verleend of van een financiële holding of gemengde financiële holding die onder het recht van dezelfde lidstaat ressorteert;
2°Belgische moederkredietinstelling: een kredietinstelling die de overkoepelende moederonderneming in België is, d.w.z. een kredietinstelling naar Belgisch recht die een kredietinstelling, een financiële instelling of een onderneming die nevendiensten verricht als dochteronderneming heeft of die een deelneming heeft in een kredietinstelling, een financiële instelling of een onderneming die nevendiensten verricht, en die zelf geen dochteronderneming is van een kredietinstelling naar Belgisch recht of van een financiële holding of gemengde financiële holding naar Belgisch recht;
3°EER-moederkredietinstelling: een kredietinstelling die de overkoepelende moederonderneming in de EER is, d.w.z. een moederkredietinstelling in een lidstaat die geen dochteronderneming is van een kredietinstelling waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend of van een financiële holding of gemengde financiële holding die onder het recht van een andere lidstaat ressorteert;
4°Belgische EER-moederkredietinstelling: een Belgische kredietinstelling die de overkoepelende moederonderneming in de EER is, d.w.z. een Belgische moederkredietinstelling die geen dochteronderneming is van een kredietinstelling waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend of van een financiële holding of gemengde financiële holding die onder het recht van een andere lidstaat ressorteert;
5°financiële moederholding in een lidstaat: een financiële holding die de overkoepelende moederonderneming in een lidstaat is, d.w.z. een financiële holding die zelf geen dochteronderneming is van een kredietinstelling waaraan in dezelfde lidstaat een vergunning is verleend of van een financiële holding of gemengde financiële holding die onder het recht van dezelfde lidstaat ressorteert;
6°Belgische financiële moederholding: een financiële holding die de overkoepelende moederonderneming in België is, d.w.z. een financiële holding naar Belgisch recht die zelf geen dochteronderneming is van een kredietinstelling naar Belgisch recht of van een financiële holding of gemengde financiële holding naar Belgisch recht;
7°financiële EER-moederholding: een financiële holding die de overkoepelende moederonderneming in de EER is, d.w.z. een financiële moederholding in een lidstaat die geen dochteronderneming is van een kredietinstelling waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend of van een financiële holding of gemengde financiële holding die onder het recht van een andere lidstaat ressorteert;
8°Belgische financiële EER-moederholding: een Belgische financiële holding die de overkoepelende moederonderneming in de EER is, d.w.z. een Belgische financiële moederholding die geen dochteronderneming is van een kredietinstelling waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend, of van een andere financiële holding of gemengde financiële holding die onder het recht van een andere lidstaat ressorteert;
9°gemengde financiële moederholding in een lidstaat: een gemengde financiële holding die de overkoepelende moederonderneming in een lidstaat is, d.w.z. een gemengde financiële holding die zelf geen dochteronderneming is van een kredietinstelling waaraan in dezelfde lidstaat een vergunning is verleend of van een financiële holding of gemengde financiële holding die onder het recht van dezelfde lidstaat ressorteert;
10°Belgische gemengde financiële moederholding: een gemengde financiële holding die de overkoepelende moederonderneming in België is, d.w.z. een gemengde financiële holding naar Belgisch recht die zelf geen dochteronderneming is van een kredietinstelling naar Belgisch recht of van een financiële holding of gemengde financiële holding naar Belgisch recht;
11°gemengde financiële EER-moederholding: een gemengde financiële holding die de overkoepelende moederonderneming in de EER is, d.w.z. een gemengde financiële moederholding in een lidstaat die geen dochteronderneming is van een kredietinstelling waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend of van een financiële holding of gemengde financiële holding die onder het recht van een andere lidstaat ressorteert;
12°Belgische gemengde financiële EER-moederholding: een Belgische gemengde financiële holding die overkoepelende moederonderneming in de EER is, d.w.z. een Belgische gemengde financiële moederholding die geen dochteronderneming is van een kredietinstelling waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend of van een financiële holding of gemengde financiële holding die onder het recht van een andere lidstaat ressorteert;
13°moederbeleggingsonderneming in een lidstaat: een beleggingsonderneming die de overkoepelende moederonderneming in een lidstaat is, d.w.z. een beleggingsonderneming die een kredietinstelling als dochteronderneming heeft en die zelf geen dochteronderneming is van een kredietinstelling waaraan in dezelfde lidstaat een vergunning is verleend of van een financiële holding of gemengde financiële holding die onder het recht van dezelfde lidstaat ressorteert;
14°EER-moederbeleggingsonderneming: een beleggingsonderneming die de overkoepelende moederonderneming in de EER is, d.w.z. een moederbeleggingsonderneming in een lidstaat die geen dochteronderneming is van een kredietinstelling waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend of van een financiële holding of gemengde financiële holding die onder het recht van een andere lidstaat ressorteert.
§ 3.Onverminderd artikel 3 van deze wet en paragraaf 1 van deze bepaling, worden voor de toepassing van het aanvullende conglomeraatstoezicht zoals opgenomen in de Afdelingen III en IV van dit Hoofdstuk en de uitvoeringsbesluiten en -reglementen ervan verstaan onder:
1°bevoegde autoriteiten: de nationale autoriteiten van de lidstaten die krachtens wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen gemachtigd zijn om toezicht uit te oefenen op gereglementeerde ondernemingen, hetzij op individuele, hetzij op groepswijde basis;
2°relevante bevoegde autoriteiten:
a)de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het sectorale toezicht op geconsolideerde basis op gereglementeerde ondernemingen die deel uitmaken van een financieel conglomeraat, en met name op de moederonderneming die aan het hoofd van een sector staat;
b)de coördinator, indien deze niet behoort tot de onder a) bedoelde autoriteiten;
c)andere betrokken bevoegde autoriteiten, die, naar het oordeel van de onder a) en onder b) bedoelde autoriteiten, relevant zijn.
Tot de inwerkingtreding van overeenkomstig artikel 21bis, lid 1, onder b) van Richtlijn 2002/87/EG vast te stellen technische reguleringsnormen, wordt in het in punt c), bedoelde oordeel in het bijzonder rekening gehouden met het marktaandeel dat de gereglementeerde ondernemingen van het financieel conglomeraat in andere lidstaten hebben, inzonderheid indien dit meer dan 5 % bedraagt, en met het belang van iedere in een andere lidstaat gevestigde gereglementeerde onderneming in het financieel conglomeraat.
3°coördinator: de bevoegde autoriteit die belast is met het uitoefenen van het aanvullende conglomeraatstoezicht;
4°het Europees Comité voor Financiële Conglomeraten: het Comité ingesteld bij artikel 21 van Richtlijn 2002/87/EG;
5°Gemengd Comité: het comité bedoeld in artikel 54 van respectievelijk Verordening nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie, en Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie;
6°...
7°sectorale regelgeving: deze wet, de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, de wet van 25 oktober 2016, de wet van 19 april 2014 betreffende alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders,... de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, evenals de uitvoeringsbesluiten en -reglementen van deze wetten, met uitsluiting van de bepalingen inzake het aanvullende conglomeraatstoezicht op gereglementeerde ondernemingen in een financieel conglomeraat; de vergelijkbare nationale regelgevingen en toezichtspraktijken in andere landen;
8°Richtlijn 2002/87/EG: Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat en tot wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG, 79/267/EEG, 92/49/EEG, 92/96/EEG, 93/6/EEG en 93/22/EEG van de Raad en van de Richtlijnen 98/78/EG en 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad;
9°intragroepsverrichtingen: verrichtingen die rechtstreeks of onrechtstreeks worden uitgevoerd, al dan niet tegen betaling, tussen gereglementeerde ondernemingen en andere ondernemingen in een financieel conglomeraat of met die ondernemingen door nauwe banden verbonden natuurlijke personen of rechtspersonen, en die al dan niet betrekking hebben op de uitvoering van een contractuele verplichting;
10°risicoconcentratie: het geheel van de posities ingenomen door ondernemingen in een financieel conglomeraat, die potentieel tot verlies aanleiding kunnen geven en die groot genoeg zijn om de financiële positie in het algemeen en de solvabiliteit in het bijzonder van de gereglementeerde ondernemingen in het financieel conglomeraat in gevaar te brengen, en die voortvloeien uit tegenpartij- /kredietrisico, beleggingsrisico, verzekeringsrisico, marktrisico's, eventuele andere belangrijke risico's, of een combinatie of wisselwerking van deze risico's.
§ 4.In afwijking van artikel 3 van deze wet wordt voor de toepassing van het aanvullende conglomeraatstoezicht zoals opgenomen in de Afdelingen III en IV van dit Hoofdstuk en de uitvoeringsbesluiten en -reglementen ervan onder "groep" verstaan het geheel van ondernemingen dat gevormd wordt door een moederonderneming, haar dochterondernemingen, de ondernemingen waarin de moederonderneming of haar dochterondernemingen rechtstreeks of onrechtstreeks een deelneming aanhouden, alsook de ondernemingen waarmee een consortium wordt gevormd en de ondernemingen die door deze laatste ondernemingen worden gecontroleerd of waarin deze laatste ondernemingen een deelneming aanhouden.