Alle wetboeken › WER

BOEK XX - Insolventie van de ondernemingen › Titel V/I Gerechtelijke reorganisatie

HOOFDSTUK 3 - Openbare gerechtelijke reorganisatie door een collectief akkoord toepasselijk op de grote ondernemingen.

XX.83/1–XX.83/21

Art. XX.83/1

Dit hoofdstuk is toepasselijk op vennootschappen, verenigingen of stichtingen die een of meer van de volgende criteria overschrijden gedurende twee achtereenvolgende boekjaren:

-jaargemiddelde van het aantal werknemers: 250;

-jaaromzet exclusief de belasting over de toegevoegde waarde: 40.000.000 euro;

-balanstotaal: 20.000.000 euro.

Dit hoofdstuk is ook toepasselijk op ondernemingen waartussen een relatie van verbondenheid bestaat in de zin van artikel I.23, 26°, en die samen beschouwd de in het eerste lid bepaalde drempel overstijgen.

Dit hoofdstuk is ook toepasselijk op schuldenaren zoals bedoeld in artikel XX.66/1, die bij de neerlegging van het verzoekschrift bedoeld in artikel XX.41, § 2, tweede lid, uitdrukkelijk gekozen hebben om hun reorganisatieplan aan dit hoofdstuk te onderwerpen.

Art. XX.83/2

De artikelen XX.67 tot XX.69 zijn overeenkomstig van toepassing.

Art. XX.83/3

§ 1.Tijdens de opschorting bedoeld in artikel XX.44 werkt de schuldenaar een reorganisatieplan uit.

Als een herstructureringsdeskundige werd aangesteld, draagt hij bij tot het opstellen van het reorganisatieplan.

§ 2.Het plan moet worden opgesteld overeenkomstig de artikelen XX. 83/4 tot en met XX.83/10.

§ 3.Het plan kan door het bestuur van een rechtspersoon worden opgesteld en neergelegd zonder dat hiervoor de instemming van de kapitaalhouders of obligatiehouders vereist is.

Art. XX.83/4

§ 1.Het reorganisatieplan bevat alle informatie die de stemgerechtigde schuldeisers nodig hebben om zich behoorlijk geïnformeerd te kunnen uitspreken over het voorgestelde plan.

§ 2.Het reorganisatieplan bevat de volgende informatie:

1°de identiteit van de schuldenaar, zijn adres en zijn ondernemingsnummer;

2°een lijst van de activa en passiva van de schuldenaar op het ogenblik dat het reorganisatieplan met een waardering voor de activa wordt voorgelegd, een beschrijving van de economische situatie van de schuldenaar, de positie van de werknemers, en een beschrijving van de oorzaken en de omvang van de moeilijkheden van de schuldenaar;

3°de betrokken partijen, hetzij door individuele namen te geven, hetzij door een beschrijving van categorieën schulden, alsmede hun vorderingen of belangen die door het reorganisatieplan worden gedekt;

4°de categorieën waarin de betrokken partijen zijn gegroepeerd met het oog op de goedkeuring van het herstructureringsplan, en de respectieve waarden van de vorderingen en belangen in elke categorie;

5°in voorkomend geval, de partijen, hetzij aangeduid met hun individuele namen, hetzij beschreven door soorten schulden, waarop het reorganisatieplan geen betrekking heeft, samen met de redenen waarom wordt voorgesteld hen er niet bij te betrekken;

6°in voorkomend geval, de identiteit van de herstructureringsdeskundige;

7°de voorwaarden van het reorganisatieplan, waaronder met name:

a)de maatregelen die gericht zijn op het herstructureren van de onderneming, waaronder het wijzigen van de samenstelling, de voorwaarden of de structuur van de activa en passiva van de schuldenaar of van een ander deel van de financiële structuur van de schuldenaar, zoals de verkoop van activa of delen van de activiteiten of de overdracht van de onderneming als draaiende onderneming, evenals alle noodzakelijke operationele wijzigingen of een combinatie van deze elementen;

b)in voorkomend geval, de voorgestelde duur van alle voorgestelde herstructureringsmaatregelen;

c)de modaliteiten van informatieverstrekking aan en raadpleging van de werknemersvertegenwoordigers;

d)in voorkomend geval, de algemene gevolgen voor de werkgelegenheid, zoals ontslagen, werktijdverkortingsregelingen of andere soortgelijke gevolgen;

e)de geraamde financiële stromen van de schuldenaar; en

f)alle nieuwe financiering die wordt verwacht als onderdeel van het reorganisatieplan en de redenen waarom de nieuwe financiering noodzakelijk is voor de uitvoering van dat plan;

8°een motivering die verklaart waarom redelijkerwijs mag worden verwacht dat het reorganisatieplan het faillissement of de vereffening van de onderneming zal voorkomen en haar levensvatbaarheid zal verzekeren, en die de noodzakelijke voorwaarden voor het welslagen van het plan ervan vermeldt.

§ 3.De Koning kan bepalen welke bijkomende informatie verder in het plan wordt opgenomen en op welke wijze deze informatie wordt verstrekt.

§ 4.De Koning kan in het register een checklist voor reorganisatieplannen beschikbaar stellen die praktische richtsnoeren bevat over de manier waarop het reorganisatieplan moet worden opgesteld.

De checklist wordt op het register ter beschikking gesteld in het Nederlands, het Frans, het Duits en het Engels.

Art. XX.83/5

Het reorganisatieplan vermeldt welke schuldvorderingen nog betwist zijn met toepassing van de artikelen XX.49 of XX.68, ten einde belanghebbenden in te lichten over de omvang ervan en hun grondslag.

Art. XX.83/6

Het reorganisatieplan kan voorzien in een lijst van schuldeisers die beschikken over vorderingen van nominaal minieme omvang waarvan de indeling in het plan als betrokken schuldeisers een onverantwoorde administratieve en financiële last zou inhouden.

Het plan geeft aan waarom het in het belang is van de gezamenlijke schuldeisers dat deze vorderingen buiten het plan worden gehouden en onmiddellijk worden vereffend.

Art. XX.83/7

Het reorganisatieplan kan niet voorzien in:

-een vermindering of kwijtschelding van schuldvorderingen in de opschorting ontstaan uit arbeidsprestaties met uitsluiting van de fiscale of sociale bijdragen of schulden;

-een vermindering van de onderhoudsschulden, noch van de schulden die voor de schuldenaar voortvloeien uit de verplichting tot herstel van de door zijn schuld veroorzaakte schade die verbonden is aan het overlijden of aan de aantasting van de lichamelijke integriteit van een persoon;

-een vermindering of kwijtschelding van strafrechtelijke boeten.

Art. XX.83/8

Het plan kan bepalen dat geen schuldvergelijking mogelijk zal zijn tussen de schuldvorderingen in de opschorting en de schulden van de schuldeiser-titularis die zijn ontstaan na de homologatie. Een dergelijk voorstel kan niet gedaan worden met betrekking tot samenhangende vorderingen.

Wanneer de continuïteit van de onderneming een vermindering van de loonmassa vereist, wordt in een sociaal luik van het reorganisatieplan voorzien, voor zover over een dergelijk plan niet eerder was onderhandeld. In voorkomend geval kan het in ontslagen voorzien.

Bij de uitwerking van dit plan worden de vertegenwoordigers van het personeel in de ondernemingsraad, of, indien er geen is, in het comité voor preventie en bescherming op het werk, of, indien er geen is, de vakbondsafvaardiging of, indien er geen is, een werknemersafvaardiging gehoord.

Art. XX.83/9

Schuldeisers en kapitaalhouders worden in verschillende categorieën ingedeeld, als de rechten die zij zouden hebben bij een vereffening van het vermogen van de schuldenaar of op basis van het akkoord zodanig verschillend zijn wat betreft hun aard, hun hoedanigheid of hun waarde, dat van een vergelijkbare positie geen sprake is.

In ieder geval worden de buitengewone schuldeisers in de opschorting en de gewone schuldeisers in de opschorting, in verschillende categorieën ingedeeld.

De buitengewone schuldeisers in de opschorting worden enkel voor het deel van hun vordering waarvoor de voorrang geldt in een categorie van buitengewone schuldeisers ingedeeld.

Voor het bepalen van het deel van de vordering waarvoor in het kader van de indeling in categorieën een voorrang geldt, wordt uitgegaan van de waarde die naar verwachting in een faillissement of gerechtelijke vereffening volgens de wettelijke rangorde door deze schuldeiser op basis van zijn zakelijk zekerheidsrecht zou zijn verkregen.

Voor het overige deel van hun vordering worden deze schuldeisers opgenomen in een categorie van gewone schuldeisers in de opschorting.

Art. XX.83/10

De uitvoeringstermijn van het plan mag niet langer zijn dan vijf jaar, te rekenen van de homologatie ervan.

Art. XX.83/11

§ 1.De schuldenaar, voorlopige bewindvoerder of herstructureringsdeskundige leggen minstens twintig dagen voor de rechtszitting bepaald in het vonnis bedoeld in artikel XX.48 het reorganisatieplan neer in het register.

De schuldenaar, voorlopige bewindvoerder of herstructureringsdeskundige leggen de lijst neer van de schuldeisers in de opschorting, in voorkomend geval aangepast met toepassing van de artikelen XX.49 of XX.83/5, neer met vermelding van de lopende betwistingen van schuldvorderingen of aangepast om rekening te houden met de eventuele verrichte betalingen met toepassing van artikel XX.53, eerste lid. Zij leggen eveneens, wanneer het plan een categorie van kapitaalhouders inhoudt, een lijst neer van de door hen gekende kapitaalhouders.

§ 2.De herstructureringsdeskundige kan het plan niet neerleggen zonder de toestemming van de schuldenaar, die zijn toestemming niet op onredelijke wijze mag weigeren. Als de schuldenaar een rechtspersoon is, mag het bestuur niet op onredelijke wijze weigeren in te stemmen met de neerlegging van het plan. De rechtbank kan op verzoek van de herstructureringsdeskundige oordelen dat de schuldenaar of het bestuur op onredelijke wijze geweigerd heeft hiermede in te stemmen en de neerlegging van het plan toelaten.

§ 3.De schuldenaar kan het plan slechts neerleggen na controle door de gedelegeerd rechter dat het plan voldoet aan de vormvereisten bepaald in deze titel.

§ 4.Zodra het plan in het register neergelegd is, ontvangen de schuldenaar, de schuldeisers in de opschorting opgenomen op de lijst van de schuldeisers en, in voorkomend geval, de kapitaalhouders die op de lijst voorkomen, door toedoen van de griffier een mededeling die vermeldt:

-dat dit plan onderzocht wordt en dat zij het kunnen raadplegen in het register;

-de plaats, datum en uur waarop de zitting zal plaatsvinden waarop zal overgegaan worden tot de stemming over dit plan, en die zal gehouden worden ten minste vijftien dagen na dit bericht;

-in voorkomend geval, de melding dat de stemming op afstand toegelaten is onder bepaalde voorwaarden en dat de schuldeiser ten laatste voor de aanvang van de zitting zijn stem kan uitbrengen;

-dat zij op de zitting, hetzij schriftelijk, hetzij mondeling, hun opmerkingen met betrekking tot het voorgestelde plan zullen kunnen formuleren;

-dat enkel de schuldeisers in de opschorting en, in voorkomend geval, de kapitaalhouders op wier rechten het plan een weerslag heeft, aan de stemming kunnen deelnemen.

§ 5.De gedelegeerd rechter kan beslissen dat de medeschuldenaars, de borgen en de andere persoonlijke zekerheidstellers deze mededeling ook zullen ontvangen en dat zij op dezelfde wijze hun opmerkingen kunnen laten gelden.

§ 6.De schuldenaar, voorlopige bewindvoerder of herstructureringsdeskundige informeert de vertegenwoordigers van de werknemers, bedoeld in artikel XX.74/1, derde lid, over de inhoud van dit plan met inbegrip van de rechten van de buitengewone schuldeisers die werden gewijzigd met toepassing van artikel XX.70/1.

§ 7.Als de stemming op afstand is toegelaten, moet de rechtbank de identiteit en hoedanigheid van de schuldeiser kunnen controleren. De mededeling bedoeld in paragraaf 4 omvat een nauwkeurige beschrijving van de procedures met betrekking tot de stemming op afstand.

Art. XX.83/12

§ 1.Op de dag gemeld aan de schuldeisers, de schuldenaar en de kapitaalhouders overeenkomstig artikel XX.83/11 neemt de rechtbank kennis van het verslag van de gedelegeerd rechter dat deze uiterlijk twee werkdagen vooraf neerlegt in het register, en van de middelen van de schuldenaar, de schuldeisers en de kapitaalhouders.

De stemming over het plan gebeurt tijdens een zitting waarvoor de schuldeisers, de schuldenaar en kapitaalhouders opgeroepen zijn.

§ 2.De schuldeiser of kapitaalhouder die gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid op afstand te stemmen, stemt uiterlijk op het begin van de zitting bedoeld in paragraaf 1. Hij kan, ook al heeft hij reeds zijn stem uitgebracht, deelnemen aan de zitting en aldaar zijn stemgedrag wijzigen.

Art. XX.83/13

De schuldeiser neemt deel aan de stemming in persoon, via een schriftelijke volmacht die in het register wordt neergelegd of via de door hem aangestelde advocaat die zonder bijzondere volmacht kan optreden.

De schriftelijke volmacht moet minstens twee werkdagen voor de rechtszitting bepaald in het vonnis bedoeld in artikel XX.46 in het register zijn neergelegd.

Art. XX.83/14

§ 1.Het plan wordt geacht goedgekeurd te zijn wanneer een meerderheid behaald wordt in elke categorie. Het plan wordt geacht te zijn goedgekeurd door een categorie wanneer de tot die categorie behorende schuldeisers of kapitaalhouders, die de helft van alle in hoofdsom verschuldigde bedragen en belangen vertegenwoordigen, voor stemmen.

Voor de berekening van de meerderheden in elke categorie wordt rekening gehouden met de schuldeisers en kapitaalhouders en de verschuldigde bedragen en belangen neergelegd door de schuldenaar overeenkomstig artikel XX.83/11, alsmede door de schuldeisers wier schuldvorderingen achteraf voorlopig werden toegevoegd met toepassing van de artikelen XX.68 en XX.69.

Met de schuldeisers en kapitaalhouders die niet aan de stemming deelnamen en hun schuldvorderingen en belangen wordt geen rekening gehouden bij het berekenen van de meerderheden. De schuldeiser of kapitaalhouder is gebonden door de stemming zelfs als hij niet deelneemt aan de stemming.

§ 2.De schuldenaar kan vragen dat de stemming wordt opgeschort om hem toe te laten een aangepast plan op te stellen dat aan de schuldeisers zal worden voorgelegd. Het aangepast plan wordt neergelegd in het register en de griffier geeft kennis aan de schuldenaar en de schuldeisers, en in voorkomend geval aan de kapitaalhouders, dat een geamendeerd plan is neergelegd in het register en dat over dat plan zal gestemd worden op de dag waarop de zaak in voortzetting is gesteld.

Art. XX.83/15

Binnen vijftien dagen na de zitting, en in elk geval vóór de vervaldag van de met toepassing van de artikelen XX.48 en XX.59 bepaalde opschorting, beslist de rechtbank na het onderzoek bedoeld in de artikelen XX.83/17 en XX.83/18, of zij al dan niet het reorganisatieplan homologeert.

Art. XX.83/16

De rechtbank oordeelt over de homologatie niettegenstaande elke vervolging die is ingesteld tegen de schuldenaar of zijn bestuurders.

Art. XX.83/17

§ 1.De rechtbank beoordeelt of:

1°het reorganisatieplan werd aangenomen overeenkomstig artikel XX.83/14;

2°de indeling in categorieën werd gemaakt op een correcte wijze, de schuldeisers en kapitaalhouders met voldoende gedeelde belangen binnen eenzelfde categorie gelijk worden behandeld en op een wijze die in verhouding staat tot hun vordering;

3°de neerlegging van het reorganisatieplan in het register is gedaan;

4°als er niet-instemmende schuldeisers zijn, het reorganisatieplan voldoet aan de toets van het belang van de schuldeisers; aan de toets van het belang van de schuldeisers is voldaan als blijkt dat geen niet-instemmende schuldeiser kennelijk slechter af is onder het reorganisatieplan dan die schuldeiser zou zijn indien de normale rangorde van voorrang bij faillissement zou worden toegepast;

5°in voorkomend geval, elke nieuwe financiering noodzakelijk is om het reorganisatieplan uit te voeren en de belangen van de schuldeisers niet overmatig benadeelt.

§ 2.Op verzoek van iedere belanghebbende, kan de rechtbank weigeren om het reorganisatieplan te homologeren als het plan geen redelijk vooruitzicht biedt op het afwenden van de vereffening of faillissement van de schuldenaar of op het waarborgen van de levensvatbaarheid van de onderneming.

§ 3.De rechtbank neemt uitsluitend een beslissing over de waardebepaling van de onderneming indien een niet- instemmende betrokken partij het hertstructureringsplan betwist op basis van hetzij:

a)een vermeend niet-voldoen aan het criterium van het belang van de schuldeisers;

b)een vermeende inbreuk op de voorwaarden van een categorie-overschrijdende cram down overeenkomstig artikel XX.83/18.

§ 4.De homologatie kan niet aan enige voorwaarde onderworpen worden die niet in het reorganisatieplan vervat is noch er enige wijziging in aanbrengen.

Art. XX.83/18

§ 1.Als het plan in een of meerdere categorieën niet wordt goedgekeurd, kan het niettemin overeenkomstig artikel XX.83/15 ter homologatie aan de rechtbank worden voorgelegd en aan de niet-instemmende categorieën worden opgelegd, als het plan ten minste aan de volgende voorwaarden voldoet:

1°het voldoet aan artikel XX.83/17;

2°het is goedgekeurd door: i) één van de twee bestaande categorieën; of, indien er meer categorieën bestaan, ii) een meerderheid van de stemmende categorieën, op voorwaarde dat ten minste één van die categorieën een categorie door een zakelijke zekerheid gedekte schuldeisers is of hoger in rang is dan de categorie gewone schuldeisers in de opschorting of, indien dit niet het geval is, iii) ten minste één categorie van betrokken schuldeisers die redelijkerwijs geacht kan worden betaling te ontvangen indien de normale rangorde van voorrang bij vereffening zou worden toegepast;

3°het niet in het nadeel van een van de niet-instemmende categorieën afwijkt van de bestaande wettelijke of contractuele rangorde die in het raam van een vereffening zou bestaan, tenzij voor die afwijking een redelijke grond bestaat en de genoemde schuldeisers of kapitaalhouders daardoor niet kennelijk worden benadeeld;

4°geen enkele categorie van betrokken partijen ontvangt of behoudt in het kader van het reorganisatieplan meer dan het volledige bedrag van haar vorderingen of belangen.

§ 2.Het plan wijkt niet af van de wettelijke of conventionele rangorde bedoeld in paragraaf 1, 3°, als kapitaalhouders in een rechtspersoon zich ertoe verbinden om in een rechtspersoon een belang aan te houden in ruil voor nieuwe financiering of als kapitaalhouders cruciaal zijn voor de continuïteit van de onderneming en zich ertoe verbinden om gedurende een redelijke termijn hun deelneming in de onderneming in stand te houden.

Art. XX.83/19

De bepalingen van het artikel XX.81 zijn van overeenkomstige toepassing.

Art. XX.83/20

De homologatie van het reorganisatieplan maakt het bindend voor alle schuldeisers in de opschorting en kapitaalhouders. In de mate dat de uitvoering van het reorganisatieplan een beslissing vereist van een algemene vergadering van een rechtspersoon en de algemene vergadering op onredelijke wijze de tenuitvoerlegging van het plan verhindert, kan elke belanghebbende de rechtbank verzoeken aan de rechtspersoon te bevelen de beslissingen te nemen die de tenuitvoerlegging van het plan vereist.

De betwiste, maar na de homologatie gerechtelijk erkende schuldvorderingen in de opschorting, worden betaald op de wijze die is bepaald voor de schuldvorderingen van dezelfde aard. In geen geval kan de uitvoering van het reorganisatieplan geheel of gedeeltelijk opgeschort worden door de met betrekking tot deze betwistingen genomen beslissingen.

De schuldvorderingen in de opschorting die niet opgenomen zijn in de in artikel XX.41, § 2, eerste lid, 7°, bedoelde lijst noch in het reorganisatieplan, in voorkomend geval gewijzigd met toepassing van artikel XX.83/5, en die geen aanleiding hebben gegeven tot betwisting, worden betaald na de volledige uitvoering van het plan, op de wijze die is bepaald voor de schuldvorderingen van dezelfde aard. Indien de schuldeiser echter niet behoorlijk werd ingelicht tijdens de opschorting, wordt hij betaald op de wijze en in de mate die het gehomologeerd plan bepaalt voor gelijkaardige schuldvorderingen.

Tenzij het plan uitdrukkelijk anders bepaalt, bevrijdt de volledige uitvoering ervan de schuldenaar geheel en definitief voor alle schuldvorderingen die erin voorkomen.

Artikel XX.111, 2°, is niet van toepassing op de betalingen verricht door de schuldenaar in het kader van de uitvoering van het plan.

Onverminderd de artikelen 9.1.42 tot 9.1.50 van het Burgerlijk Wetboek, komt het plan de medeschuldenaars en de stellers van persoonlijke zekerheden niet ten goede. Het standpunt van een schuldeiser betreffende het plan, doet geen afbreuk aan de rechten die de schuldeiser kan laten gelden tegen de derde die zekerheid heeft gesteld.

De gevolgen van het collectief akkoord komen ten goede aan de consument die een persoonlijke zekerheid heeft gesteld in de zin van artikel 9.1.42, eerste en tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek voor de schuldenaar en wiens verzoek, bedoeld in artikel XX.54, § 3, werd ingewilligd.

Art. XX.83/21

Elke schuldeiser of elke kapitaalhouder kan, door de dagvaarding van de schuldenaar, de intrekking van het reorganisatieplan vorderen wanneer het niet stipt wordt uitgevoerd, of wanneer hij aantoont dat het niet anders zal kunnen en dat hij er schade door zal lijden. De procureur des Konings kan op dezelfde wijze de intrekking vorderen wanneer hij de niet-uitvoering van het geheel of een gedeelte van het plan vaststelt.

De rechtbank oordeelt na de schuldenaar te hebben gehoord. Het vonnis dat het plan intrekt, wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad door toedoen van de griffier. Indien het vonnis betrekking heeft op een beroepsbeoefenaar van een vrij beroep bedoeld in artikel I.1, eerste lid, 14°, van hetzelfde Wetboek, geeft de griffier hiervan kennis aan de Orde of Instituut waartoe de titularis van een vrij beroep behoort.

De faillietverklaring van de schuldenaar leidt van rechtswege tot de intrekking van het reorganisatieplan.

De intrekking van het reorganisatieplan ontneemt het elke uitwerking, behoudens wat betreft de reeds uitgevoerde betalingen en verrichtingen, onder meer de reeds verrichte overdracht van het geheel of een gedeelte van de activa of van de activiteiten. De intrekking heeft tot gevolg dat de schuldenaar, de schuldeisers en de kapitaalhouders zich in dezelfde toestand bevinden, behalve wat de voormelde elementen betreft, als er geen gehomologeerd reorganisatieplan zou geweest zijn.

De rechtbank kan ambtshalve, vanaf de eerste verjaardag van de homologatiebeslissing, de schuldenaar jaarlijks oproepen om verslag uit te brengen over de uitvoering van het collectief akkoord. De verklaringen van de schuldenaar worden door de griffier opgenomen om gevoegd te worden bij het dossier van de gerechtelijke reorganisatie.

Op gemotiveerd verzoek van de schuldenaar, kan de rechtbank bij vonnis vaststellen dat het reorganisatieplan correct werd uitgevoerd, mits bewijs van uitvoering van het reorganisatieplan volgens de voorwaarden of met akkoord van de betrokken schuldeisers in afwijking ervan.