Alle wetboeken › WER

BOEK XX - Insolventie van de ondernemingen › Titel V/I Gerechtelijke reorganisatie

HOOFDSTUK 2 Openbare gerechtelijke reorganisatie door een collectief akkoord toepasselijk op de kleine en middelgrote ondernemingen

XX.66/1–XX.83

Art. XX.66/1

Dit hoofdstuk is toepasselijk op het verzoek tot een collectief akkoord ingediend door andere dan in artikel XX.83/1 bedoelde schuldenaren.

Art. XX.67

De procedure van het collectief akkoord heeft het doel een akkoord van zijn schuldeisers en, in voorkomend geval, van de kapitaalhouders te verkrijgen over een reorganisatieplan.

Art. XX.68

§ 1.De schuldeiser in de opschorting of elke derde belanghebbende die het bedrag of de hoedanigheid van zijn schuldvordering betwist met toepassing van artikel XX.49, § 2, dient het verzoekschrift in uiterlijk een maand voor de in artikel XX.78 bedoelde zitting.

De rechtbank beslist, uiterlijk vijftien dagen voor dezelfde zitting op verslag van de gedelegeerd rechter, over het bedrag of de hoedanigheid van de schuldvordering. De griffie geeft kennis van de beslissing aan de schuldeiser en aan de schuldenaar via het register.

§ 2.Indien geen enkele betwisting werd gebracht voor de rechtbank uiterlijk een maand voor de in artikel XX.78 bedoelde rechtszitting kan de betrokken schuldeiser, onverminderd de toepassing van artikel XX.69, enkel stemmen en in het plan worden opgenomen voor het bedrag en de hoedanigheid voorgesteld door de schuldenaar in de in artikel XX.49 bedoelde mededeling.

Art. XX.69

Indien de betwisting niet tot haar bevoegdheid behoort, bepaalt de rechtbank het bedrag of de hoedanigheid waarvoor de schuldvordering voorlopig zal aanvaard worden in de werkzaamheden van de gerechtelijke reorganisatie en verwijst de partijen naar de bevoegde rechtbank opdat die ten gronde oordeelt. Hetzelfde geldt indien de betwisting tot haar bevoegdheid behoort maar de beslissing over de betwisting niet binnen een voldoende korte termijn zou kunnen worden genomen.

Op verslag van de gedelegeerd rechter kan de rechtbank op elk ogenblik, in geval van volstrekte noodzakelijkheid en op eenzijdig verzoekschrift van de schuldenaar of een schuldeiser, de beslissing tot vaststelling van het bedrag of de hoedanigheid van de schuldvordering in de opschorting wijzigen op basis van nieuwe elementen.

Tegen het vonnis dat het voorlopig aanvaarde bedrag of de hoedanigheid van de schuldvordering bepaalt, staat geen enkel rechtsmiddel open.

Art. XX.70

§ 1.Tijdens de opschorting bedoeld in artikel XX.44 werkt de schuldenaar een reorganisatieplan uit.

Als een herstructureringsdeskundige werd aangesteld, draagt hij bij tot het opstellen van het reorganisatieplan.

§ 2.Het plan moet worden opgesteld overeenkomstig de artikelen XX.70/1 tot en met XX.76.

§ 3.Het plan kan door het bestuur van een rechtspersoon worden opgesteld en neergelegd zonder dat hiervoor de instemming van de kapitaalhouders of obligatiehouders vereist is

Art. XX.70/1

§ 1.Het reorganisatieplan bevat alle informatie die de stemgerechtigde schuldeisers en in voorkomend geval kapitaalhouders, nodig hebben om zich behoorlijk geïnformeerd te kunnen uitspreken over het voorgestelde plan.

§ 2.Het reorganisatieplan bevat de volgende informatie:

1°de identiteit van de schuldenaar, zijn adres en zijn ondernemingsnummer;

2°een lijst van de activa en passiva van de schuldenaar op het ogenblik dat het reorganisatieplan wordt voorgelegd, een beschrijving van de economische situatie van de schuldenaar, de positie van de werknemers, en een beschrijving van de oorzaken en de omvang van de moeilijkheden van de schuldenaar;

3°de betrokken partijen individueel geïdentificeerd, alsmede hun vorderingen of belangen die door het reorganisatieplan worden gedekt;

4°in voorkomend geval, de partijen, hetzij aangeduid met hun individuele namen, hetzij beschreven door soorten schulden, waarop het reorganisatieplan geen betrekking heeft, samen met de redenen waarom wordt voorgesteld hen er niet bij te betrekken;

5°in voorkomend geval, de identiteit van de herstructureringsdeskundige;

6°de voorwaarden van het reorganisatieplan, waaronder met name:

a)de maatregelen die gericht zijn op het herstructureren van de onderneming, waaronder het wijzigen van de samenstelling, de voorwaarden of de structuur van de activa en passiva van de schuldenaar of van een ander deel van de financiële structuur van de schuldenaar, zoals de verkoop van activa of delen van de activiteiten of de overdracht van de onderneming als draaiende onderneming, evenals alle noodzakelijke operationele wijzigingen of een combinatie van deze elementen;

b)in voorkomend geval, de voorgestelde duur van alle voorgestelde herstructureringsmaatregelen;

c)de modaliteiten van informatieverstrekking aan en raadpleging van de werknemersvertegenwoordigers;

d)in voorkomend geval, de algemene gevolgen voor de werkgelegenheid, zoals ontslagen, werktijdverkortingsregelingen of andere soortgelijke gevolgen; en

e)alle nieuwe financiering die wordt verwacht als onderdeel van het reorganisatieplan en de redenen waarom de nieuwe financiering noodzakelijk is voor de uitvoering van dat plan;

7°een motivering die verklaart waarom redelijkerwijs mag worden verwacht dat het reorganisatieplan het faillissement of de vereffening van de onderneming zal voorkomen en haar levensvatbaarheid zal verzekeren, en die de noodzakelijke voorwaarden voor het welslagen van het plan ervan vermeldt.

§ 3.De Koning kan bepalen welke bijkomende informatie verder in het plan wordt opgenomen en op welke wijze deze informatie wordt verstrekt.

§ 4.De Koning stelt in het register een uitgebreide checklist voor reorganisatieplannen beschikbaar die praktische richtsnoeren bevat over de manier waarop het reorganisatieplan moet worden opgesteld.

De checklist wordt op het register ter beschikking gesteld in het Nederlands, het Frans, het Duits en het Engels.

Art. XX.71

Het reorganisatieplan vermeldt welke schuldvorderingen nog betwist zijn met toepassing van de artikelen XX.49 of XX.68, ten einde belanghebbenden in te lichten over de omvang ervan en hun grondslag.

Art. XX.72

Het reorganisatieplan kan voorzien in een lijst van schuldeisers die beschikken over vorderingen van nominaal minieme omvang waarvan de indeling in het plan als betrokken schuldeisers een onverantwoorde administratieve en financiële last zou inhouden.

Het plan geeft aan waarom het in het belang is van de gezamenlijke schuldeisers dat deze vorderingen buiten het plan worden gehouden en onmiddellijk worden vereffend.

Art. XX.73

...

Het reorganisatieplan kan niet voorzien in:

-een vermindering of kwijtschelding van schuldvorderingen in de opschorting ontstaan uit arbeidsprestaties met uitsluiting van de fiscale of sociale bijdragen of schulden;

-een vermindering van de onderhoudsschulden, noch van de schulden die voor de schuldenaar voortvloeien uit de verplichting tot herstel van de door zijn schuld veroorzaakte schade die verbonden is aan het overlijden of aan de aantasting van de lichamelijke integriteit van een persoon;

-een vermindering of kwijtschelding van strafrechtelijke boeten.

Art. XX.74

<Opgeheven bij W 2023-06-07/07, art. 104, 122; Inwerkingtreding: 01-09-2023>

Art. XX.74/1

Het plan kan bepalen dat geen schuldvergelijking mogelijk zal zijn tussen de schuldvorderingen in de opschorting en de schulden van de schuldeiser-titularis die zijn ontstaan na de homologatie. Een dergelijk voorstel kan niet gedaan worden met betrekking tot samenhangende vorderingen.

Wanneer de continuïteit van de onderneming een vermindering van de loonmassa vereist, wordt in een sociaal luik van het reorganisatieplan voorzien, voor zover over een dergelijk plan niet eerder was onderhandeld. In voorkomend geval kan het in ontslagen voorzien.

Bij de uitwerking van dit plan worden de vertegenwoordigers van het personeel in de ondernemingsraad, of, indien er geen is, in het comité voor preventie en bescherming op het werk, of, indien er geen is, de vakbondsafvaardiging of, indien er geen is, een werknemersafvaardiging gehoord.

Art. XX.75

Het reorganisatieplan kan voorzien in de vrijwillige overdracht van het geheel of een gedeelte van de activa of van de activiteiten.

Het plan kan, behalve wat de entiteiten bedoeld in artikel I.1, 1°, tweede lid, c), betreft, in de omzetting van schuldvorderingen in aandelen voorzien.

Art. XX.75/1

De voorstellen bevatten voor alle schuldeisers een betalingsvoorstel dat niet minder dan twintig procent van het bedrag van de schuldvordering in hoofdsom mag bedragen. Het percentage wordt bepaald zonder rekening te houden met de in artikel XX.75 bedoelde conversie.

Als het plan in een gedifferentieerde behandeling van de schuldeisers voorziet, mag de behandeling van de openbare schuldeisers die een algemeen voorrecht genieten, niet minder gunstig zijn dan die welke de best behandelde gewone schuldeisers in de opschorting genieten.

Het plan kan voor de in het eerste en tweede lid vermelde schuldeisers of groepen schuldeisers, lagere percentages voorstellen op basis van dwingende en met redenen omklede vereisten die verband houden met de continuïteit van de onderneming en die niet onevenredig zijn.

Art. XX.75/2

§ 1.Onverminderd de betaling van de interest die hen conventioneel of wettelijk op hun schuldvorderingen verschuldigd is, kan het plan in de opschorting voorzien van de uitoefening van de bestaande rechten van de buitengewone schuldeisers in de opschorting, voor een duur die vierentwintig maanden niet mag overschrijden vanaf het vonnis van homologatie bedoeld in artikel XX.79.

Het plan kan onder dezelfde voorwaarden in een buitengewone verlenging van die opschorting voorzien voor een termijn van maximum twaalf maanden. In dit geval bepaalt het plan dat bij het verstrijken van de eerste termijn die voor de opschorting is bepaald, de schuldenaar aan de rechtbank, nadat zijn schuldeiser is gehoord, het bewijs moet leveren dat de financiële toestand en verwachte inkomsten van de onderneming na het verstrijken van deze periode de integrale terugbetaling van de betrokken buitengewone schuldeisers in de opschorting redelijkerwijze mogelijk maken, en dat bij ontstentenis van dit bewijs de rechtbank beveelt dat een einde wordt gemaakt aan die opschorting.

Behoudens hun individuele toestemming of een minnelijk akkoord gesloten overeenkomstig artikel XX.38 of XX.65, waarvan een kopie is gevoegd bij het plan op het ogenblik van de neerlegging in het register, mag het plan geen enkele andere maatregel bevatten die de rechten van die schuldeisers aantast.

§ 2.De buitengewone schuldeisers in de opschorting worden slechts voor hun effectief gewaarborgd deel van de vordering als buitengewone schuldeisers in de opschorting beschouwd.

Art. XX.76

De uitvoeringstermijn van het plan mag niet langer zijn dan vijf jaar, te rekenen van de homologatie ervan.

Art. XX.77

§ 1.De schuldenaar, voorlopige bewindvoerder of herstructureringsdeskundige leggen minstens twintig dagen voor de rechtszitting bepaald in het vonnis bedoeld in artikel XX.48 in het register, het reorganisatieplan neer.

De schuldenaar, voorlopige bewindvoerder of herstructureringsdeskundige leggen een lijst van de schuldeisers in de opschorting, in voorkomend geval aangepast met toepassing van de artikelen XX.49 of XX.68, neer met vermelding van de lopende betwistingen van schuldvorderingen of aangepast om rekening te houden met de eventuele verrichte betalingen met toepassing van artikel XX.53, eerste lid.

§ 2.De herstructureringsdeskundige kan het plan niet neerleggen zonder de toestemming van de schuldenaar, die zijn toestemming niet op onredelijke wijze mag weigeren. Als de schuldenaar een rechtspersoon is, mag het bestuur niet op onredelijke wijze weigeren in te stemmen met de neerlegging van het plan. De rechtbank kan op verzoek van de herstructureringsdeskundige oordelen dat de schuldenaar of het bestuur op onredelijke wijze geweigerd heeft hiermede in te stemmen en de neerlegging van het plan toelaten.

§ 3.De schuldenaar kan het plan slechts neerleggen na controle door de gedelegeerd rechter dat het plan voldoet aan de vormvereisten bepaald in deze titel.

§ 4.Zodra het plan in het register is neergelegd, bepaalt de rechtbank, in voorkomend geval, op verslag van de gedelegeerd rechter, de modaliteiten van de op afstand gehouden vergadering.

§ 5.Zodra het plan in het register neergelegd is, ontvangen de schuldenaar, de schuldeisers in de opschorting opgenomen op de lijst van de schuldeisers en, in voorkomend geval, de kapitaalhouders die op de lijst voorkomen, door toedoen van de griffier een mededeling die vermeldt:

-dat dit plan onderzocht wordt en dat zij het kunnen raadplegen in het register;

-de plaats, datum en uur waarop de zitting zal plaatsvinden waarop zal overgegaan worden tot de stemming over dit plan, en die zal gehouden worden ten minste vijftien dagen na die mededeling en, in voorkomend geval, de melding dat de stemming op afstand toegelaten is volgens bepaalde voorwaarden en dat de schuldeiser, en in voorkomend geval de kapitaalhouder, ten laatste voor de aanvang van de zitting zijn stem kan uitbrengen;

-dat zij op de zitting, hetzij schriftelijk, hetzij mondeling, hun opmerkingen met betrekking tot het voorgestelde plan zullen kunnen formuleren;

-dat enkel de schuldeisers in de opschorting en, in voorkomend geval, de kapitaalhouders op wier rechten het plan een weerslag heeft, aan de stemming kunnen deelnemen.

§ 6.De gedelegeerd rechter kan beslissen dat de medeschuldenaars, de borgen en de andere persoonlijke zekerheidstellers deze mededeling ook zullen ontvangen en dat zij op dezelfde wijze hun opmerkingen kunnen laten gelden.

§ 7.De schuldenaar, voorlopige bewindvoerder of herstructureringsdeskundige informeert de vertegenwoordigers van de werknemers, bedoeld in artikel XX.74/1, derde lid, over de inhoud van dit plan met inbegrip van de rechten van de buitengewone schuldeisers die werden gewijzigd met toepassing van artikel XX.76.

§ 8.Als de stemming op afstand is toegelaten, moet de rechtbank de identiteit en hoedanigheid van de schuldeiser kunnen controleren. De mededeling bedoeld in paragraaf 5 omvat een nauwkeurige beschrijving van de procedures met betrekking tot de stemming op afstand.

Art. XX.78

§ 1.Op de dag gemeld aan de schuldeisers en aan de schuldenaar overeenkomstig artikel XX.77, neemt de rechtbank kennis van het verslag van de gedelegeerd rechter dat deze uiterlijk twee werkdagen vooraf neerlegt in het register, en van de middelen van de schuldenaar en de schuldeisers.

De stemming over het plan gebeurt tijdens een zitting waar de schuldeisers en de schuldenaar opgeroepen zijn.

§ 2.De schuldeiser die gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om op afstand te stemmen kan desondanks deelnemen aan de zitting en aldaar zijn stemgedrag wijzigen.

Art. XX.78/1

De schuldeiser neemt deel aan de stemming in persoon, via een schriftelijke volmacht die in het register wordt neergelegd of via de door hem aangestelde advocaat die zonder bijzondere volmacht kan optreden.

De schriftelijke volmacht moet minstens twee werkdagen voor de rechtszitting bepaald in het vonnis bedoeld in artikel XX.46 in het register zijn neergelegd.

Art. XX.78/2

Het reorganisatieplan wordt geacht goedgekeurd te zijn door de schuldeisers wanneer de meerderheid van hen, vertegenwoordigd door hun schuldvorderingen, de helft van alle in hoofdsom en rente verschuldigde bedragen vertegenwoordigen, voor stemmen.

Voor de berekening van de meerderheden wordt rekening gehouden met de schuldeisers en de verschuldigde bedragen neergelegd door de schuldenaar overeenkomstig artikel XX.77, alsmede door de schuldeisers wier schuldvorderingen achteraf voorlopig werden toegevoegd met toepassing van de artikelen XX.68 en XX.69.

Met de schuldeisers die niet aan de stemming deelnamen en hun schuldvorderingen wordt geen rekening gehouden bij het berekenen van de meerderheden. De schuldeiser of kapitaalhouder is gebonden door de stemming zelfs als hij niet deelneemt aan de stemming.

Art. XX.79

§ 1.Binnen vijftien dagen na de zitting, en in elk geval vóór de vervaldag van de met toepassing van de artikelen XX.48 en XX.59 bepaalde opschorting, beslist de rechtbank of zij al dan niet het reorganisatieplan homologeert.

§ 2.De rechtbank beoordeelt of:

1°het reorganisatieplan werd aangenomen overeenkomstig artikel XX.78/2;

2°het plan tijdig in het register is neergelegd.

§ 3.Indien de rechtbank oordeelt dat de pleegvormen niet werden nageleefd, dat het plan de openbare orde schendt of in geval de rechten en belangen van de schuldeisers op onredelijke wijze worden aangetast, mag zij bij een met redenen omklede beslissing en vooraleer recht te doen, aan de schuldenaar toestaan een aangepast reorganisatieplan aan de schuldeisers voor te leggen volgens de pleegvormen van artikel XX.75/2. De rechtbank vermeldt in een enkele beslissing alle bezwaren die zij meent te moeten opwerpen ten aanzien van het voorgelegde reorganisatieplan. In dit geval beslist zij dat de periode van opschorting wordt verlengd, zonder dat de bij artikel XX.59 bepaalde maximumtermijn echter kan worden overschreden. Zij stelt ook de datum vast van de zitting waarop zal overgegaan worden tot de stemming over het plan. Tegen de op grond van deze paragraaf gewezen beslissingen kan slechts hoger beroep of verzet worden ingesteld samen met het vonnis dat zich over de homologatie uitspreekt.

§ 4.De homologatie kan slechts geweigerd worden in geval van niet-naleving van de pleegvormen die door deze wet worden opgelegd, wegens schending van de openbare orde of in geval de rechten en belangen van de schuldeisers op onredelijke wijze worden aangetast.

Ze kan niet aan enige voorwaarde onderworpen worden die niet in het reorganisatieplan vervat is noch er enige wijziging in aanbrengen.

Op verzoek van iedere belanghebbende, kan de rechtbank weigeren om het reorganisatieplan te homologeren als het plan kennelijk geen redelijk vooruitzicht biedt op het afwenden van de vereffening of het faillissement van de schuldenaar of op het waarborgen van de levensvatbaarheid van de onderneming.

§ 5.Onder voorbehoud van de betwistingen die voortvloeien uit de uitvoering van het reorganisatieplan, sluit het vonnis dat oordeelt over de homologatie, de reorganisatieprocedure af.

Het wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt, door toedoen van de griffier.

Art. XX.80

De rechtbank oordeelt over de homologatie niettegenstaande elke vervolging die is ingesteld tegen de schuldenaar of zijn bestuurders.

Art. XX.81

Tegen het vonnis dat oordeelt over de homologatie staat geen verzet open.

Hoger beroep kan worden ingesteld door de schuldenaar, indien de homologatie wordt geweigerd, en door de partijen die tijdens de procedure in het geding bij verzoekschrift zijn tussengekomen, indien de homologatie wordt toegekend. Het door een schuldeiser ingestelde hoger beroep is gericht tegen alle partijen die in het geding zijn tussengekomen alsook tegen de schuldenaar.

Het hoger beroep wordt ingesteld bij verzoekschrift dat op de griffie van het hof van beroep wordt neergelegd binnen vijftien dagen na de kennisgeving van het vonnis. Het kan worden ingesteld zelfs voor de bekendmaking van de beslissing over de homologatie.

De zaak wordt behandeld, bij hoogdringendheid, op de inleidingszitting of op een nabijgelegen zitting op verslag van de gedelegeerd rechter....

...

De griffier van het hof van beroep geeft bij gerechtsbrief kennis van het verzoekschrift aan de geïntimeerden en, in voorkomend geval, aan hun advocaat, uiterlijk op de eerste werkdag na de neerlegging ervan.

Als het vonnis de homologatie verwerpt, schort het hoger beroep de uitspraak op.

Art. XX.82

De homologatie van het reorganisatieplan maakt het bindend voor alle schuldeisers in de opschorting. In de mate de uitvoering van het reorganisatieplan een beslissing vereist van een algemene vergadering van een rechtspersoon en de algemene vergadering op onredelijke wijze de tenuitvoerlegging van het plan verhindert, kan elke belanghebbende de rechtbank verzoeken aan de rechtspersoon te bevelen de beslissingen te nemen die de tenuitvoerlegging van het plan vereist.

De betwiste, maar na de homologatie gerechtelijk erkende schuldvorderingen in de opschorting, worden betaald op de wijze die is bepaald voor de schuldvorderingen van dezelfde aard. In geen geval kan de uitvoering van het reorganisatieplan geheel of gedeeltelijk opgeschort worden door de met betrekking tot deze betwistingen genomen beslissingen.

De schuldvorderingen in de opschorting die niet opgenomen zijn in de in artikel XX.41, § 2, eerste lid 7°, bedoelde lijst noch in het reorganisatieplan, in voorkomend geval gewijzigd met toepassing van artikel XX.68, en die geen aanleiding hebben gegeven tot betwisting, worden betaald na de volledige uitvoering van het plan, op de wijze die is bepaald voor de schuldvorderingen van dezelfde aard. Indien de schuldeiser echter niet behoorlijk werd ingelicht tijdens de opschorting, wordt hij betaald op de wijze en in de mate die het gehomologeerd plan bepaalt voor gelijkaardige schuldvorderingen.

Tenzij het plan uitdrukkelijk anders bepaalt, bevrijdt de volledige uitvoering ervan de schuldenaar geheel en definitief, voor alle schuldvorderingen die erin voorkomen.

Artikel XX.111, 2°, is niet van toepassing op de betalingen verricht door de schuldenaar in het kader van de uitvoering van het plan.

Onverminderd de artikelen 9.1.42 tot 9.1.50 van het Burgerlijk Wetboek en onverminderd de gevolgen van een bijzonder akkoord bedoeld in artikel XX.75/2, komt het plan de medeschuldenaars en de stellers van persoonlijke zekerheden niet ten goede. Het standpunt van een schuldeiser betreffende het plan, doet geen afbreuk aan de rechten die de schuldeiser kan laten gelden tegen de derde die zekerheid heeft gesteld.

De gevolgen van het collectief akkoord komen ten goede aan de consument die een persoonlijke zekerheid heeft gesteld in de zin van artikel 9.1.42, eerste en tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek voor de schuldenaar en wiens verzoek, bedoeld in artikel XX.54, § 3, werd ingewilligd.

Art. XX.83

Elke schuldeiser kan, door de dagvaarding van de schuldenaar, de intrekking van het reorganisatieplan vorderen wanneer het niet stipt wordt uitgevoerd, of wanneer hij aantoont dat het niet anders zal kunnen en dat hij er schade door zal lijden. De procureur des Konings kan op dezelfde wijze de intrekking vorderen wanneer hij de niet-uitvoering van het geheel of een gedeelte van het plan vaststelt.

De rechtbank oordeelt, na de schuldenaar te hebben gehoord. Het vonnis dat het plan intrekt, wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad door toedoen van de griffier. Indien het vonnis betrekking heeft op een beroepsbeoefenaar van een vrij beroep bedoeld in artikel I.1.14°, geeft de griffier hiervan kennis aan de Orde of Instituut waartoe de titularis van een vrij beroep behoort.

De faillietverklaring van de schuldenaar leidt van rechtswege tot de intrekking van het reorganisatieplan.

De intrekking van het reorganisatieplan ontneemt het elke uitwerking, behoudens wat betreft de reeds uitgevoerde betalingen en verrichtingen, onder meer de reeds verrichte overdracht van het geheel of een gedeelte van de activa of van de activiteiten. De intrekking heeft tot gevolg dat de schuldenaar en de schuldeisers zich in dezelfde toestand bevinden, behalve wat de voornoemde elementen betreft, als er geen gehomologeerd reorganisatieplan zou geweest zijn.

De rechtbank kan ambtshalve, vanaf de eerste verjaardag van de homologatiebeslissing, de schuldenaar jaarlijks oproepen om verslag uit te brengen over de uitvoering van het collectief akkoord. De verklaringen van de schuldenaar worden door de griffier opgenomen om gevoegd te worden bij het dossier van de gerechtelijke reorganisatie.

Op gemotiveerd verzoek van de schuldenaar, kan de rechtbank bij vonnis vaststellen dat het reorganisatieplan correct werd uitgevoerd, mits bewijs van uitvoering van het reorganisatieplan volgens de voorwaarden of met akkoord van de betrokken schuldeisers in afwijking ervan.