Alle wetboeken › BW

BOEK 9 Zekerheden › Titel 1 Persoonlijke zekerheden

Hoofdstuk 4 Persoonlijke zekerheid gesteld door een consument

9.1.42–9.1.50

Art. 9.1.42

Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing wanneer een persoonlijke zekerheid wordt gesteld door een consument.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk is een consument te begrijpen in de zin van artikel I.1, 2°, van het Wetboek van economisch recht. Indien de hoofdschuldenaar een rechtspersoon is, is dit hoofdstuk niet van toepassing op de zekerheidssteller indien deze zekerheidssteller een substantiële invloed kan uitoefenen op de besluitvorming van die rechtspersoon.

Dit hoofdstuk is niet van toepassing indien de schuldeiser optreedt buiten zijn beroepsactiviteit, met uitzondering van de artikelen 9.1.46, eerste, tweede en vijfde lid, 9.1.47 en 9.1.50.

Art. 9.1.43

Toepasselijke regels

Voor zover in dit hoofdstuk niet anders is bepaald, gelden voor een persoonlijke zekerheid binnen het toepassingsgebied van dit hoofdstuk de regels van de hoofdstukken 1 en 2.

Een consument kan geen andere persoonlijke zekerheid verlenen dan een borgtocht. Indien een consument een autonome garantie, sterkmaking tot uitvoering, bindende patronaatsverklaring of hoofdelijkheid tot zekerheid stelt, wordt deze van rechtswege omgezet in een borgtocht.

Men kan niet afwijken ten nadele van een zekerheidssteller van de regels van dit hoofdstuk, noch van de artikelen 9.1.12, 9.1.13, eerste en vierde lid, 9.1.14, eerste en tweede lid, 9.1.15, 9.1.21, 9.1.22, 9.1.29 en 9.1.32.

De schuldeiser draagt de bewijslast dat de persoonlijke zekerheidssteller op het ogenblik van de zekerheidsstelling geen consument is in de zin van artikel 9.1.42.

Na advies van de bijzondere raadgevende commissie Onrechtmatige bedingen bedoeld in de artikelen VI.86 en VI.87 van het Wetboek van economisch recht, kan de Koning bepalen welke vermeldingen moeten voorkomen in het contract, alsook de informatie met betrekking tot de hoofdverbintenis die het voorwerp uitmaakt van de borgtocht.

Art. 9.1.44

Precontractuele informatieplicht van de schuldeiser

Vooraleer een zekerheid wordt gesteld, moet de schuldeiser de beoogde zekerheidssteller de in artikel 5.16 bedoelde informatie verstrekken en deze meer bepaald inlichten over de omvang van de gewaarborgde schuldvordering, het algemene gevolg van de beoogde zekerheid en de bijzondere risico's waaraan de zekerheidssteller volgens de voor de schuldeiser toegankelijke informatie kan zijn blootgesteld in het licht van de financiële situatie van de hoofdschuldenaar.

De schending van de informatieplicht wordt gesanctioneerd overeenkomstig artikel 5.17.

Het bewijs van de nakoming van deze informatieplicht is ten laste van de schuldeiser.

Art. 9.1.45

Vormvereisten

Op straffe van nietigheid moet de zekerheidsstelling het voorwerp uitmaken van een geschrift dat te onderscheiden is van het hoofdcontract, waaruit de toestemming van de zekerheidssteller blijkt.

Art. 9.1.46

Dekking

De persoonlijke zekerheid voor toekomstige schuldvorderingen is beperkt tot de schuldvorderingen die ontstaan uit een contract dat bestaat op het ogenblik dat de zekerheidssteller zich verbindt en dat precies in de zekerheidsstelling is aangeduid.

Het contract waarvan de schuldvorderingen zijn gewaarborgd, kan geen raamcontract als bedoeld in artikel 5.9 vormen. Het contract waarvan de schuldvorderingen zijn gewaarborgd, kan een uitvoeringscontract, dat reeds bestaat op het ogenblik van de zekerheidsstelling, van een raamcontract zijn.

De persoonlijke zekerheid wordt toegestaan voor een bepaald maximumbedrag, dat in de zekerheidsstelling precies wordt bepaald.

De gehoudenheid van de borg dekt de borgtocht binnen dit maximumbedrag voor de in artikel 9.1.20, § 2, bedoelde schuldvorderingen.

De accessoria waartoe de persoonlijke zekerheidssteller is gehouden, mogen niet groter zijn dan 50 % van de hoofdsom op het ogenblik dat de schuldeiser de borg aanspreekt.

Art. 9.1.47

Kennelijke wanverhouding

Een persoonlijke zekerheid dient in verhouding te staan tot het vermogen en de inkomsten van de zekerheidssteller.

In geval van een kennelijke wanverhouding ten tijde van het aangaan van de verbintenis, wordt de verbintenis van de zekerheidssteller herleid tot het bedrag dat hij kan voldoen op het ogenblik van de zekerheidsstelling.

De bewijslast van de kennelijke wanverhouding berust bij de persoonlijke zekerheidssteller.

Art. 9.1.48

Verplichting van de schuldeiser tot jaarlijkse informatie

De schuldeiser moet de zekerheidssteller jaarlijks informeren over de gewaarborgde verbintenis in hoofdsom, interest en andere accessoire verbintenissen verschuldigd door de hoofdschuldenaar op de dag van de informatie.

De schuldeiser is aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door het niet of het laattijdig nakomen van deze informatieplicht.

Art. 9.1.49

Informatieplicht in geval van niet-nakoming

De schuldeiser moet zonder onnodig uitstel de zekerheidssteller informeren over de niet-nakoming door de hoofdschuldenaar en over een uitstel van opeisbaarheid. De kennisgeving moet inlichtingen bevatten over het bedrag van de gewaarborgde verbintenis in hoofdsom, interest en andere accessoire verbintenissen verschuldigd door de hoofdschuldenaar op de dag van de kennisgeving. Een bijkomende kennisgeving van een nieuwe achterstal in nakoming is niet vereist vooraleer drie maanden zijn verstreken sinds de vorige kennisgeving. De kennisgeving is niet vereist indien de niet-nakoming uitsluitend accessoire verbintenissen van de hoofdschuldenaar betreft, tenzij het totale bedrag van alle niet-nagekomen gewaarborgde verbintenissen vijf ten honderd van het uitstaande bedrag van de gewaarborgde verbintenis heeft bereikt.

De schuldeiser is aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door het niet of laattijdig doen van de door dit artikel bedoelde kennisgeving.

Art. 9.1.50

Erfgenamen

De verbintenissen van de erfgenamen van een persoonlijke zekerheidssteller zijn beperkt tot het erfdeel dat aan elk van hen toekomt.