Alle wetboeken › WER

BOEK XX - Insolventie van de ondernemingen › Titel V - Algemene bepalingen voor Titel V/I en V/II › HOOFDSTUK 2 - Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de procedures van openbare gerechtelijke reorganisatie en overdracht van onderneming onder gerechtelijk gezag

Afdeling 6 - Verlenging of wijziging van de opschorting

XX.59–XX.59/1

Art. XX.59

§ 1.Op verzoek van de schuldenaar, van de herstructureringsdeskundige of van de vereffeningsdeskundige... kan de rechtbank de overeenkomstig artikel XX.46, § 2, of overeenkomstig dit artikel verleende opschorting verlengen voor de duur die de rechtbank bepaalt als dit verantwoord is in het licht van de omstandigheden en het doel van de procedure en voor zover de belangen van de betrokken partijen het toelaten.

De rechtbank oordeelt op verslag van de gedelegeerd rechter....

De totale duur van de verlengde opschorting bedraagt niet meer dan twaalf maanden vanaf het vonnis dat de opschorting toestaat.

Op straffe van onontvankelijkheid, dient het verzoekschrift uiterlijk vijftien dagen voor het einde van de toegekende termijn te worden neergelegd.

§ 2.Het vonnis dat de verlenging toestaat omschrijft de omstandigheden die de duur van de toegekende verlenging verantwoorden en geeft de redenen aan waarom de betrokken verlenging de rechten en belangen van de betrokken partijen niet overmatig aantast.

Kunnen met name als dergelijke omstandigheden beschouwd worden: de grootte van de onderneming, de complexiteit van de zaak, de omvang van de werkgelegenheid die kan gered worden of de noodzaak om te voorzien in een langere termijn voor de onderhandelingen.

§ 3.Tegen de beslissingen gewezen op grond van dit artikel is geen verzet of hoger beroep toegelaten.

§ 4.Het vonnis dat de verlenging toestaat, wordt door toedoen van de griffier binnen een termijn van vijf dagen na de dagtekening ervan bekendgemaakt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad.

Art. XX.59/1

Op verzoek van een schuldeiser die kennelijk wordt benadeeld door de opschorting van de tenuitvoerlegging of wiens eigen continuïteit door de opschorting kennelijk hierdoor wordt bedreigd, kan de rechtbank de gevolgen van de opschorting bedoeld in artikel XX.50, eerste lid, ten aanzien van deze schuldeiser opheffen. De rechtbank gaat daartoe slechts over voor zover de continuïteit van het geheel of een gedeelte van de activa of van de activiteiten van de schuldenaar daardoor niet in gevaar komt.

De rechtbank oordeelt op verslag van de gedelegeerd rechter en na de verzoeker en schuldenaar te hebben gehoord.