Alle wetboeken › WER

Boek XV - Rechtshandhaving › TITEL 1 - De uitoefening van toezicht en de opsporing en vaststelling van inbreuken

HOOFDSTUK 1/1 - Bescherming en verwerking van persoonsgegevens.

XV.10/1–XV.10/9

Art. XV.10/1

W 5-9-2018

<Opgeheven bij W 2023-11-05/07, art. 36, 123; Inwerkingtreding: 21-12-2023>

Art. XV.10/2

§ 1.Met toepassing van artikel 23, lid 1, d) en h), en in afwijking van de artikelen 13 en 14 van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (hierna de "algemene verordening gegevensbescherming" genoemd), kan het recht op informatie worden uitgesteld in het geval van de verwerking van persoonsgegevens, uitgevoerd op basis van de bepalingen van dit boek, ter waarborging van:

1°de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen;

2°een taak op het gebied van toezicht of inspectie die verband houdt, al is het incidenteel, met de uitoefening van het openbaar gezag.

§ 2.Deze afwijkingen gelden voor de periode waarin de betrokkene door de ambtenaren bedoeld in artikel XV.2 aan een inspectie of onderzoek in het kader van de uitoefening van hun wettelijke taken wordt onderworpen, en voor de periode waarin documenten afkomstig van deze diensten worden verwerkt met het oog op de betreffende vervolging.

Deze afwijkingen gelden voor zover de toepassing van die rechten afbreuk zou doen aan de noden van de controle of het onderzoek, of het geheim van het strafrechtelijk onderzoek of het beroepsgeheim dreigt te schenden.

De beperking bedoeld in paragraaf 1 heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek of van de controle die het uitstel van het recht op informatie rechtvaardigt.

§ 3.Bij ontvangst van een verzoek betreffende het recht op informatie, bevestigt de verwerkingsverantwoordelijke de ontvangst.

De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene zo snel mogelijk en in elk geval binnen de maand na ontvangst van het verzoek schriftelijk in kennis van elk uitstel van het recht op informatie en van de redenen voor het uitstel. Deze informatie hoeft niet te worden verstrekt indien de verstrekking ervan een van de in paragraaf 1 genoemde doeleinden in gevaar zou kunnen brengen. Indien nodig kan deze termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met het aantal aanvragen en de complexiteit ervan.

De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen de maand na ontvangst van de aanvraag in kennis van deze verlenging en van de redenen voor het uitstel.

De verwerkingsverantwoordelijke informeert de betrokkene over de mogelijkheden om een klacht in te dienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit en een beroep in te stellen bij een rechterlijke instantie.

De verwerkingsverantwoordelijke tekent de feitelijke of juridische gronden op waarop de beslissing is gebaseerd. Deze informatie wordt ter beschikking gesteld van de Gegevensbeschermingsautoriteit.

Wanneer de verwerkingsverantwoordelijke gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald in paragraaf 1, en met uitzondering van de situaties bedoeld in het zevende lid, wordt de uitzonderingsregeling onmiddellijk na afsluiting van de inspectie of het onderzoek opgeheven. De verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte.

Wanneer een dossier wordt doorgezonden naar het openbaar ministerie bij de hoven en rechtbanken en/of naar de onderzoeksrechter, worden de rechten pas hersteld na toestemming van de rechterlijke instantie of nadat de gerechtelijke fase afgelopen is en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst een beslissing heeft genomen. In afwijking hierop worden de rechten in elk geval hersteld vanaf het ogenblik dat:

1°de overtreder in kennis wordt gesteld van het proces-verbaal van vaststelling van de inbreuk, overeenkomstig artikel XV.2, § 2;

2°het voornemen om een maatregel als bedoeld in artikel XV.5/1 te nemen, ter kennis wordt gebracht aan de overtreder;

3°een waarschuwing wordt gegeven aan de overtreder, overeenkomstig artikel XV.31;

4°de overtreder ertoe wordt gebracht toezeggingen te doen, zoals bedoeld in artikel XV.31/2;

5°contact werd opgenomen met de overtreder in het kader van de openbaarmakingsprocedure, zoals bedoeld in artikel XV.31/2/1;

6°de overtreder wordt verzocht zijn verweermiddelen in te dienen, overeenkomstig artikel XV.60/7;

7°een transactie wordt voorgesteld aan de overtreder, overeenkomstig artikel XV.61.

De inlichtingen die worden ingewonnen in het kader van de uitoefening van de door de rechterlijke instantie opgedragen taken, mogen evenwel slechts worden meegedeeld met de uitdrukkelijke toestemming van deze laatste.

Art. XV.10/3

§ 1.Met toepassing van artikel 23, lid 1, d) en h), en in afwijking van artikel 15 van de algemene verordening gegevensbescherming kan het recht op inzage worden uitgesteld in het geval van de verwerking van persoonsgegevens, uitgevoerd op basis van de bepalingen van dit boek, ter waarborging van:

1°de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen;

2°een taak op het gebied van toezicht of inspectie die verband houdt, al is het incidenteel, met de uitoefening van het openbaar gezag.

§ 2.Deze afwijkingen gelden voor de periode waarin de betrokkene door de ambtenaren bedoeld in artikel XV.2 aan een inspectie of onderzoek in het kader van de uitoefening van hun wettelijke taken wordt onderworpen, en voor de periode waarin documenten afkomstig van deze diensten worden verwerkt met het oog op de betreffende vervolging.

Deze afwijkingen gelden voor zover de toepassing van die rechten afbreuk zou doen aan de noden van de controle of het onderzoek, of het geheim van het strafrechtelijk onderzoek of het beroepsgeheim dreigt te schenden.

De beperking bedoeld in paragraaf 1 heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek of van de controle die het uitstel van het recht op inzage rechtvaardigt.

§ 3.Bij ontvangst van een verzoek tot inzage, bevestigt de verwerkingsverantwoordelijke de ontvangst.

De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene zo snel mogelijk en in elk geval binnen de maand na ontvangst van het verzoek schriftelijk in kennis van elk uitstel van het recht op inzage en van de redenen voor het uitstel. Deze informatie hoeft niet te worden verstrekt indien de verstrekking ervan een van de in paragraaf 1 genoemde doeleinden in gevaar zou kunnen brengen. Indien nodig kan deze termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met het aantal aanvragen en de complexiteit ervan.

De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen de maand na ontvangst van de aanvraag in kennis van deze verlenging en van de redenen voor het uitstel.

De verwerkingsverantwoordelijke informeert de betrokkene over de mogelijkheden om een klacht in te dienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit en een beroep in te stellen bij een rechterlijke instantie.

De verwerkingsverantwoordelijke tekent de feitelijke of juridische gronden op waarop de beslissing is gebaseerd. Deze informatie wordt ter beschikking gesteld van de Gegevensbeschermingsautoriteit.

Wanneer de verwerkingsverantwoordelijke gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald in paragraaf 1, en met uitzondering van de situaties bedoeld in het zevende lid, wordt de uitzonderingsregeling onmiddellijk na afsluiting van de inspectie of het onderzoek opgeheven. De verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte.

Wanneer een dossier wordt doorgezonden naar het openbaar ministerie bij de hoven en rechtbanken en/of naar de onderzoeksrechter, worden de rechten pas hersteld na toestemming van de rechterlijke instantie of nadat de gerechtelijke fase afgelopen is en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst een beslissing heeft genomen. In afwijking hierop worden de rechten in elk geval hersteld vanaf het ogenblik dat:

1°de overtreder in kennis wordt gesteld van het proces-verbaal van vaststelling van de inbreuk, overeenkomstig artikel XV.2, § 2;

2°het voornemen om een maatregel als bedoeld in artikel XV.5/1 te nemen, ter kennis wordt gebracht aan de overtreder;

3°een waarschuwing wordt gegeven aan de overtreder, overeenkomstig artikel XV.31;

4°de overtreder ertoe wordt gebracht toezeggingen te doen, zoals bedoeld in artikel XV.31/2;

5°contact werd opgenomen met de overtreder in het kader van de openbaarmakingsprocedure, zoals bedoeld in artikel XV.31/2/1;

6°de overtreder wordt verzocht zijn verweermiddelen in te dienen, overeenkomstig artikel XV.60/7;

7°een transactie wordt voorgesteld aan de overtreder, overeenkomstig artikel XV.61.

De inlichtingen die worden ingewonnen in het kader van de uitoefening van de door de rechterlijke instantie opgedragen taken, mogen evenwel slechts worden meegedeeld met de uitdrukkelijke toestemming van deze laatste.

Art. XV.10/4

<Opgeheven bij W 2023-11-05/07, art. 39, 123; Inwerkingtreding: 21-12-2023>

Art. XV.10/5

§ 1.Met toepassing van artikel 23, lid 1, d) en h), en in afwijking van artikel 18 van de algemene verordening gegevensbescherming kan het recht op beperking van de verwerking worden uitgesteld in het geval van de verwerking van persoonsgegevens, uitgevoerd op basis van de bepalingen van dit boek, ter waarborging van:

1°de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen;

2°een taak op het gebied van toezicht of inspectie die verband houdt, al is het incidenteel, met de uitoefening van het openbaar gezag.

§ 2.Deze afwijkingen gelden voor de periode waarin de betrokkene door de ambtenaren bedoeld in artikel XV.2 aan een inspectie of onderzoek in het kader van de uitoefening van hun wettelijke taken wordt onderworpen, en voor de periode waarin documenten afkomstig van deze diensten worden verwerkt met het oog op de betreffende vervolging.

Deze afwijkingen gelden voor zover de toepassing van die rechten afbreuk zou doen aan de noden van de controle of het onderzoek, of het geheim van het strafrechtelijk onderzoek of het beroepsgeheim dreigt te schenden.

De beperking bedoeld in paragraaf 1 heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek of van de controle die het uitstel van het recht op beperking van de verwerking van deze gegevens rechtvaardigt.

§ 3.Bij ontvangst van een verzoek betreffende de beperking van de verwerking, bevestigt de verwerkingsverantwoordelijke de ontvangst.

De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene zo snel mogelijk en in elk geval binnen de maand na ontvangst van het verzoek schriftelijk in kennis van elk uitstel van het recht op beperking van de verwerking en van de redenen voor het uitstel. Deze informatie hoeft niet te worden verstrekt indien de verstrekking ervan een van de in paragraaf 1, genoemde doeleinden in gevaar zou kunnen brengen. Indien nodig kan deze termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met het aantal aanvragen en de complexiteit ervan.

De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen de maand na ontvangst van de aanvraag in kennis van deze verlenging en van de redenen voor het uitstel.

De verwerkingsverantwoordelijke informeert de betrokkene over de mogelijkheden om een klacht in te dienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit en een beroep in te stellen bij een rechterlijke instantie.

De verwerkingsverantwoordelijke tekent de feitelijke of juridische gronden op waarop de beslissing is gebaseerd. Deze informatie wordt ter beschikking gesteld van de Gegevensbeschermingsautoriteit.

Wanneer de verwerkingsverantwoordelijke gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald in paragraaf 1, en met uitzondering van de situaties bedoeld in het zevende lid, wordt de uitzonderingsregeling onmiddellijk na afsluiting van de inspectie of het onderzoek opgeheven. De verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte.

Wanneer een dossier wordt doorgezonden naar het openbaar ministerie bij de hoven en rechtbanken en/of naar de onderzoeksrechter, worden de rechten pas hersteld na toestemming van de rechterlijke instantie of nadat de gerechtelijke fase afgelopen is en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst een beslissing heeft genomen. In afwijking hierop worden de rechten in elk geval hersteld vanaf het ogenblik dat:

1°de overtreder in kennis wordt gesteld van het proces-verbaal van vaststelling van de inbreuk, overeenkomstig artikel XV.2, § 2;

2°het voornemen om een maatregel als bedoeld in artikel XV.5/1 te nemen, ter kennis wordt gebracht aan de overtreder;

3°een waarschuwing wordt gegeven aan de overtreder, overeenkomstig artikel XV.31;

4°de overtreder ertoe wordt gebracht toezeggingen te doen, zoals bedoeld in artikel XV.31/2;

5°contact werd opgenomen met de overtreder in het kader van de openbaarmakingsprocedure, zoals bedoeld in artikel XV.31/2/1;

6°de overtreder wordt verzocht zijn verweermiddelen in te dienen, overeenkomstig artikel XV.60/7;

7°een transactie wordt voorgesteld aan de overtreder, overeenkomstig artikel XV.61.

De inlichtingen die worden ingewonnen in het kader van de uitoefening van de door de rechterlijke instantie opgedragen taken, mogen evenwel slechts worden meegedeeld met de uitdrukkelijke toestemming van deze laatste.

Art. XV.10/6

De Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie is verantwoordelijk voor de verwerkingen van de persoonsgegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van dit boek.

Art. XV.10/7

De persoonsgegevens die verwerkt worden overeenkomstig de bepalingen van dit boek worden niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, met een maximale bewaartermijn van tien jaar:

1°na de definitieve vaststelling dat er geen inbreuken werden begaan door de betrokken persoon;

2°indien is vastgesteld dat de waarschuwing bedoeld in de artikelen XV.16/4, XV.31, XV.31/1, XV.65, § 1, 1°, of XV.66/7, § 1, werd nageleefd, vanaf het ogenblik van de vaststelling van de regularisatie;

3°vanaf het ogenblik dat een toezegging werd verkregen of aanvaard zoals bedoeld in de artikelen XV.31/2 of XV.66/7, § 1, vierde lid, 7°, en er geen verdere administratieve of strafrechtelijke vervolging is voorzien;

4°vanaf het ogenblik van de vaststelling van de betaling van de transactie bedoeld in artikel XV.61;

5°vanaf het ogenblik dat een definitieve administratieve beslissing is genomen, in het bijzonder deze bedoeld in artikel XV.60/2;

6°vanaf het ogenblik dat toepassing is gemaakt van de minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of de bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek of enige andere rechterlijke procedure.

In het geval van een gerechtelijke procedure wordt de in het eerste lid bedoelde maximale bewaartermijn van tien jaar verlengd, in voorkomend geval, tot de definitieve beëindiging van die procedure.

Art. XV.10/8

De ambtenaren bedoeld in artikel XV.2 van de FOD Economie, zorgen voor de jaarlijkse publicatie op de website van hun overheidsdienst van:

1°het jaarlijks aantal aan hen verleende en geweigerde verzoeken om toegang tot de gegevens bedoeld in het tweede en vijfde lid van artikel XV.3, 5° /1, het aantal metadatagegevens waartoe zij toegang hebben gehad, het aantal personen waarop deze toegangen betrekking hadden en of er al dan niet inbreuken zijn vastgesteld op basis van die gegevens;

2°het jaarlijks aantal aan hen verleende en geweigerde verzoeken om toegang tot het Centraal Aanspreekpunt van de Nationale Bank van België bedoeld in artikel XV.3, 5° /3, eerste lid, het aantal personen waarop deze toegangen betrekking hadden en of er al dan niet inbreuken zijn vastgesteld op basis van die gegevens.

Art. XV.10/9

Met het oog op de uitvoering van de onder hun bevoegdheid vallende controle-, vervolgings- en sanctioneringsopdrachten, zoals bepaald door dit Wetboek en andere wet- of regelgeving, zijn de in de artikelen XV.2 en XV.60/4 bedoelde ambtenaren gemachtigd tot toegang tot en gebruik van de volgende informatie:

1&#1040; de gegevens in het Rijksregister bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1&#1040; tot 9&#1040;, met uitzondering van de plaats van overlijden zoals bedoeld in de bepaling onder 6&#1040;, en tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, evenals het rijksregisternummer;

2&#1040; de foto van de houder bedoeld in artikel 6, &#1031; 2, tweede lid, 10&#1040;, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten.

De in het eerste lid bedoelde informatie mag alleen betrekking hebben op personen die betrokken zijn bij een situatie die onder de controle- of vervolgingsbevoegdheid van de in het eerste lid bedoelde ambtenaren valt of kan vallen, of voor wie er een of meer aanwijzingen zijn dat zij een band met een dergelijke situatie zouden kunnen hebben.

Deze informatie wordt niet langer bewaard dan noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor zij wordt verwerkt en in overeenstemming met de termijnen die zijn vastgelegd in artikel XV.10/7.

De met toepassing van het eerste lid verkregen informatie mag niet aan derden worden meegedeeld, behalve in de gevallen bedoeld in artikel XV.6/1, &#1031; 1, tweede lid. Bovendien mag het Rijksregistersnummer alleen worden doorgegeven aan de natuurlijke personen op wie deze informatie betrekking heeft en hun wettelijke vertegenwoordigers, of aan overheidsinstanties en organen die gemachtigd zijn om dit nummer te gebruiken en die handelen in het kader van hun wettelijke of reglementaire bevoegdheden.

Dit artikel doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de in de artikelen XV.2 en XV.60/4 bedoelde ambtenaren om toegang te krijgen tot andere informatie en deze te gebruiken, voor zover dat door of krachtens dit Wetboek of andere wet- of regelgeving is bepaald of toegestaan.