De Koning wijst de ambtenaren van de Algemene Directie Economische Inspectie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie aan die gemachtigd zijn om administratieve geldboeten op te leggen.
Boek XV - Rechtshandhaving
TITEL 1/2 - De administratieve vervolging
XV.60/4–XV.60/23
Art. XV.60/5
De ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 die aangesteld zijn om de administratieve geldboeten op te leggen, dienen die bevoegdheid uit te oefenen onder voorwaarden die hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid waarborgen.
Deze ambtenaren mogen geen beslissing nemen in een dossier waarin ze reeds zijn opgetreden in een andere hoedanigheid, noch rechtstreeks of onrechtstreeks belang hebben in de ondernemingen of instellingen die betrokken zijn in de procedure.
Art. XV.60/6
De ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 kunnen aan de bevoegde overheidsinstellingen of overheidsdiensten de noodzakelijke administratieve inlichtingen vragen om te kunnen beschikken over alle elementen die hen in staat moeten stellen om met volledige kennis van zaken een beslissing te nemen over het gevolg dat aan het dossier dat ze behandelen, moet worden gegeven.
Alle overheidsdiensten met inbegrip van de parketten, de griffies van hoven en rechtbanken en de politie, alle diensten van de provincies, agglomeraties, gemeentefederaties, gemeenten, verenigingen waartoe ze behoren, de overheidsinstellingen die ervan afhangen, alsook alle openbare en meewerkende instellingen van sociale zekerheid, gaan in op het verzoek van de bevoegde ambtenaren om hun alle inlichtingen te verstrekken en hun kopieën te bezorgen, in eender welke vorm, van alle informatiedragers, met dien verstande dat de informatie en documenten met betrekking tot een opsporingsonderzoek of een gerechtelijk onderzoek niet kunnen worden meegedeeld zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bevoegde procureur-generaal of de federale procureur.
De voornoemde diensten verschaffen deze inlichtingen en afschriften kosteloos.
De inlichtingen verkregen tijdens de uitvoering van de taken opgelegd door het openbaar ministerie of de onderzoeksrechter mogen evenwel enkel worden meegedeeld met de uitdrukkelijke machtiging van respectievelijk het openbaar ministerie of de onderzoeksrechter.
Art. XV.60/7
De overtreder wordt bij een aangetekende zending verzocht zijn verweermiddelen in te dienen. Deze zending vermeldt de volgende gegevens:
1°de referenties van het proces-verbaal tot vaststelling van de inbreuk en houdende het relaas van de feiten die aan de basis liggen van de aanvang van de procedure;
2°het recht van de overtreder om zijn verweermiddelen in te dienen binnen een termijn van dertig dagen te rekenen van de dag van de kennisgeving, namelijk op de dag van aanbieding van de aangetekende zending aan de geadresseerde;
3°zijn recht om zich te laten bijstaan door een raadsman;
4°het adres van de dienst waar de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 deel van uitmaken en waar de overtreder zijn dossier kan inzien, alsmede de openingsuren gedurende dewelke hij hiervoor bij de bevoegde ambtenaren terecht kan;
5°het recht van de overtreder op een afschrift van het dossier;
6°het postadres en het e-mailadres van de dienst waar de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 deel van uitmaken, met het oog op de indiening van de verweermiddelen;
7°dat, onverminderd of dit reeds gebeurd is overeenkomstig artikel XV.31/2, de overtreder kan toezeggen om de inbreuk stop te zetten en, waar relevant, aanvullend kan toezeggen adequaat herstel te bieden aan consumenten en/of ondernemingen die nadeel hebben ondervonden of ondervinden van de vermoede inbreuken bedoeld in artikel XV.2, § 1, overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel XV.60/9/1.
Indien de overtreder verzuimd heeft om de aangetekende zending in ontvangst te nemen, sturen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 hem bij gewone brief of via elektronische weg een tweede uitnodiging toe om zijn verweermiddelen in te dienen.
Deze tweede uitnodiging doet geen nieuwe termijn van dertig dagen lopen voor de indiening van verweermiddelen.
De bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 kunnen een verlenging van de termijn bedoeld in het eerste lid, 2°, toekennen, mits de overtreder of diens raadsman hiertoe een met redenen omkleed verzoek indient.
Art. XV.60/8
De verweermiddelen kunnen schriftelijk, inbegrepen via e-mail, worden ingediend.
Ze kunnen ook mondeling worden ingediend bij de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4.
Art. XV.60/9
De bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 stellen het dossier met betrekking tot de inbreuken die aanleiding kunnen geven tot een administratieve geldboete ter beschikking van de overtreder of diens raadsman, zodat hij het kan raadplegen in de lokalen van de bevoegde ambtenaren en, op diens verzoek, verstrekken de bevoegde ambtenaren een kopie van de stukken van het dossier.
Artikel 460ter van het Strafwetboek is toepasselijk op de overtreder die gelijkgesteld wordt met de inverdenkinggestelde met het oog op de toepassing van die bepaling.
Art. XV.60/9/1
§ 1.Indien de overtreder in het kader van het indienen van zijn verweermiddelen, zoals bedoeld in artikel XV.60/7, toezegt de vermoede inbreuken bedoeld in artikel XV.2, § 1, stop te zetten en/of adequaat herstel te bieden aan consumenten en/of ondernemingen die nadeel hebben ondervonden of ondervinden van de vermoede inbreuken bedoeld in artikel XV.2, § 1, kunnen de ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 deze toezegging aanvaarden. Ze informeren de overtreder bij de aanvaarding van de toezegging eveneens over de mogelijke gevolgen die het stopzetten van de vermoede inbreuken of het herstel kan hebben voor de beslissing betreffende de administratieve vervolging.
De Koning kan de nadere regels en de termijn bepalen waarbinnen de toezegging, vermeld in het eerste lid, door de overtreder moet worden ingediend.
§ 2.Indien de ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 de toezegging niet aanvaarden, informeren ze de overtreder eenmalig over de bijkomende maatregelen die deze kan nemen om de vermoede inbreuken stop te zetten en/of herstel te bieden in het belang van consumenten en/of ondernemingen die nadeel hebben ondervonden of ondervinden van de vermoede inbreuken bedoeld in artikel XV.2, § 1, vooraleer over te gaan tot het nemen van een beslissing betreffende de administratieve vervolging. Ze informeren de overtreder op dat ogenblik eveneens over de mogelijke gevolgen die de bijkomende maatregelen kunnen hebben voor de beslissing betreffende de administratieve vervolging. Deze ambtenaren bepalen een termijn van minstens vijftien dagen waarbinnen de overtreder een nieuwe toezegging kan indienen.
§ 3.De toezeggingen bedoeld in de paragrafen 1 en 2 kunnen openbaar worden gemaakt op de website van de FOD Economie, voor zover zij aanvaard werden door de in artikel XV.60/4 bedoelde ambtenaren, met het oog op het verwittigen of informeren van consumenten, ondernemingen, andere overheidsdiensten of andere belanghebbenden over de toegepaste praktijken en de aangegane toezeggingen van de overtreder of om toekomstige inbreuken door de onderneming te vermijden. In dit verband kunnen de in artikel XV.60/4 bedoelde ambtenaren ook overgaan tot de publicatie van de identificatiegegevens van de overtreder en de gegevens met betrekking tot de vastgestelde inbreuken, de onderliggende praktijken, en de middelen die gebruikt werden om de inbreuken te begaan. De adressen kunnen maar bekendgemaakt worden voor zover de overtreder er niet gedomicilieerd is.
Vooraleer over te kunnen gaan tot de publicatie, brengen de in artikel XV.60/4 bedoelde ambtenaren de onderneming op de hoogte van het voornemen om over te gaan tot de publicatie van de toezeggingen bedoeld in de paragrafen 1 en 2 en van de mogelijkheid voor de onderneming om zich daartegen te verzetten. Er kan enkel overgegaan worden tot de in het eerste lid bedoelde publicatie als binnen vijf werkdagen geen met redenen omklede reactie van de onderneming ontvangen werd of als de onderneming geen afdoende verantwoording heeft gegeven om zich tegen de publicatie te verzetten.
Elke toezegging die wordt bekendgemaakt, blijft gedurende een periode van maximaal één jaar na de bekendmaking op de website van de FOD Economie staan, waar ze toegankelijk is voor elke burger. Persoonsgegevens, zoals bedoeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming, die in de bekendmaking zijn opgenomen, worden evenwel slechts op de website vermeld zolang als noodzakelijk in overeenstemming met de doelstellingen bedoeld in het eerste lid, en dit voor een maximumtermijn van één jaar.
§ 4.De ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 kunnen de ambtenaren bedoeld in artikel XV.2 verzoeken om na te gaan of de toezeggingen worden nageleefd en hiervan proces-verbaal op te stellen zoals bedoeld in artikel XV.2, § 2.
Art. XV.60/10
De administratieve geldboete kan niet meer worden opgelegd vijf jaar na de feiten.
De daden van onderzoek of van vervolging, met inbegrip van de kennisgevingen van de beslissingen van het openbaar ministerie omtrent het al dan niet instellen van strafvervolging en het verzoek ten aanzien van de overtreder om verweermiddelen in te dienen, verricht binnen de in het eerste lid gestelde termijn, stuiten evenwel de loop ervan. Met die daden vangt een nieuwe termijn van gelijke duur aan, zelfs ten aanzien van personen die daarbij niet betrokken waren.
Art. XV.60/11
De administratieve geldboete mag niet worden opgelegd vóór het eind van de termijn vermeld in artikel XV.60/7, eerste lid, 2°, of vóór het verweer van de overtreder, wanneer dit wordt ingediend vóór het einde van de voormelde termijn.
Art. XV.60/12
De beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete omvat inzonderheid de volgende elementen:
1°de bepalingen die de rechtsgrond van de beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete uitmaken;
2°de referenties van het proces-verbaal tot vaststelling van de inbreuk en houdende het relaas van de feiten die aan de basis lagen van de aanvang van de procedure tot oplegging van een administratieve geldboete;
3°de datum van de kennisgeving van de mogelijkheid tot indiening van de verweermiddelen;
4°in voorkomend geval de datum waarop de verweermiddelen werden ingediend, een overzicht van de ingediende verweermiddelen en de repliek op deze verweermiddelen;
5°het bedrag van de administratieve geldboete;
6°in voorkomend geval, hoe en in welke mate rekening is gehouden met de genomen maatregelen bedoeld in de artikelen XV.5/1, § 1, XV.31/2, XV.31/2/1 of XV.60/9/1 bij het bepalen van het bedrag van de administratieve geldboete;
7°de bepalingen van artikel XV.60/17, eerste en tweede lid, met betrekking tot de betaling van de geldboete;
8°de bepaling van artikel XV.60/15 met betrekking tot het beroep tegen de beslissing.
Art. XV.60/13
De beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete wordt per aangetekende zending aan de overtreder ter kennis gebracht. De kennisgeving doet de strafvordering vervallen.
Indien de overtreder verzuimd heeft de aangetekende brief bij de post af te halen binnen de vastgestelde termijn, kunnen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 hem ter informatie bij gewone brief een afschrift van de beslissing toezenden.
Art. XV.60/14
De beslissing heeft uitvoerbare kracht.
Art. XV.60/15
De overtreder die de beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete, tot nominatieve bekendmaking van een dergelijke beslissing of tot schuldigverklaring betwist, tekent op straffe van verval binnen een termijn van zestig dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing beroep aan bij de Raad van State in toepassing van het artikel 14, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
Dit beroep schorst de uitvoering van de beslissing, met uitzondering van de beslissing tot nominatieve bekendmaking.
Art. XV.60/16
De administratieve geldboete wordt behoudens beroep bedoeld in artikel XV.60/15 betaald binnen een termijn van drie maanden, die ingaat op de dag van de kennisgeving van de beslissing tot oplegging van de administratieve geldboete.
De bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 kunnen evenwel de overtreder op diens verzoek en indien daartoe aanleiding bestaat een langere termijn toekennen, zonder dat de termijn van één jaar overschreden mag worden.
De administratieve geldboete wordt betaald op het rekeningnummer dat vermeld wordt in de kennisgeving betreffende de beslissing tot oplegging van de administratieve geldboete.
Art. XV.60/17
Indien de overtreder in gebreke blijft voor de betaling van de administratieve geldboete binnen de termijn bedoeld in artikel XV.60/16, maken de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 het dossier over aan de administratie van de FOD Financiën die belast is met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen, met het oog op de invordering van deze geldboete.
Met het oog hierop bezorgen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 een kopie van de administratieve beslissing, aan de in het eerste lid bedoelde administratie.
De door de in het eerste lid bedoelde administratie in te stellen invorderingen gebeuren overeenkomstig de artikelen 3 en 4 van de domaniale wet van 22 december 1949.
Art. XV.60/18
De rechtsvordering tot invordering van de administratieve geldboete verjaart tien jaar na de dag waarop geen beroep meer kan worden aangetekend tegen de beslissing van de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4.
Art. XV.60/19
Door de betaling van de geldboete vervalt de rechtsvordering van de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4.
Art. XV.60/20
§ 1.De minimale en maximale bedragen van de administratieve geldboete stemmen overeen met de respectieve minimale en maximale bedragen van de strafrechtelijke geldboete, bepaald in de hoofdstukken 1 en 2 van titel 3 van dit boek, die hetzelfde feit sanctioneert.
De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op strafrechtelijke geldboeten zijn eveneens van toepassing op de administratieve geldboeten bedoeld bij dit Wetboek.
§ 2.Voor het opleggen van de administratieve geldboete wordt rekening gehouden met de volgende niet-limitatieve en indicatieve criteria:
1°de aard, de ernst, de omvang en de duur van de inbreuk;
2°de door de onderneming genomen maatregelen om de door de consumenten geleden schade te beperken of te verhelpen;
3°de eerdere inbreuken van de onderneming;
4°de door de onderneming als gevolg van de inbreuk behaalde financiële voordelen of vermeden verliezen, als daarover relevante informatie beschikbaar is;
5°de sancties die in grensoverschrijdende zaken in andere lidstaten aan de onderneming zijn opgelegd voor dezelfde inbreuk, wanneer informatie over dergelijke sancties beschikbaar is via het bij Verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad opgericht mechanisme;
6°de andere verzwarende of verzachtende omstandigheden die van toepassing zijn op de zaak.
Art. XV.60/21
§ 1.De ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 kunnen de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete integraal of in beperkte vorm bekendmaken op de website van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie....
§ 2.De ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 kunnen beslissen dat de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete nominatief wordt bekendgemaakt:
1А op elk ogenblik, met het oog op het verwittigen of informeren van consumenten en/of ondernemingen over de toegepaste praktijken van de onderneming;
2А ten vroegste na de beroepstermijn bedoeld in artikel XV.60/15 om andere belanghebbenden te informeren over de toegepaste praktijken van de onderneming of met het oog op transparantie in verband met de gevolgen van de niet-naleving van de wetgeving;
3А ten vroegste na de beroepstermijn bedoeld in artikel XV.60/15 en mits pseudonimisering van alle persoonsgegevens zoals bedoeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming, om toekomstige inbreuken van de onderneming te vermijden.
Indien de bekendmaking van de identiteit van de rechtspersonen of van de persoonsgegevens van natuurlijke personen door de ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 wordt beschouwd als onevenredig, na een beoordeling per geval van de evenredigheid van de bekendmaking van dergelijke gegevens, of indien de bekendmaking een lopend onderzoek of een lopende strafrechtelijke procedure in het gedrang dreigt te brengen, wordt overgegaan tot een niet-nominatieve en/of beperkte bekendmaking of wordt de beslissing niet bekendgemaakt.
Indien wordt overgegaan tot een nominatieve bekendmaking, wordt deze beslissing genomen samen met de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete. De redenen waarom wordt overgegaan tot nominatieve bekendmaking worden tegelijk met de beslissing gepubliceerd.
Indien er een beroep wordt ingesteld zoals bedoeld in artikel XV.60/15, wordt in de bekendmaking vermeld dat dit beroep is ingesteld en worden de mogelijke gevolgen van een dergelijk beroep verduidelijkt of kan de bekendmaking tijdelijk of definitief geschrapt worden.
Latere informatie over de uitkomst van het beroep, met inbegrip van een eventueel arrest tot vernietiging van de beslissing, wordt eveneens bekendgemaakt.
De persoonsgegevens, zoals bedoeld in artikel 4, 1), van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (hierna de "algemene verordening gegevensbescherming" genoemd), die bekendgemaakt kunnen worden zijn de identificatiegegevens van de overtreder en de gegevens met betrekking tot de vastgestelde inbreuken, de onderliggende praktijken, en de middelen die gebruikt werden om deze inbreuken te begaan. De adressen kunnen maar bekendgemaakt worden voor zover de overtreder er niet gedomicilieerd is.
§ 3.Indien geen toepassing wordt gemaakt van paragraaf 2, kan de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete op elk ogenblik niet-nominatief worden bekendgemaakt.
§ 4.Elke beslissing die wordt bekendgemaakt, blijft gedurende een periode van ten minste vijf jaar na de bekendmaking op de website van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie staan, waar ze toegankelijk is voor elke burger. Persoonsgegevens, zoals bedoeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming, die in de bekendmaking zijn opgenomen, worden evenwel slechts op de website vermeld zolang als noodzakelijk in overeenstemming met de doelstellingen bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, en dit voor een maximumtermijn van tien jaar.
Art. XV.60/22
Indien een beslissing wordt genomen tot oplegging van een administratieve geldboete naar aanleiding van processen-verbaal die een inbreuk op de bepalingen van titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 8, onderafdeling 1, vaststellen, brengen de ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 de ambtenaren bedoeld in de artikel XV.2 of XV.25/1 hiervan op de hoogte zodat deze de benadeelde partij, indien gekend, of haar vertegenwoordiger op de hoogte kunnen stellen van het bestaan van de inbreuk, en deze in kennis kunnen stellen van de werkelijke of geraamde hoeveelheid en van de werkelijke of vermoede aard van de goederen waarvan afstand is gedaan. Dit voor zover de overtreder de goederen heeft afgestaan aan de Schatkist en vooraleer de beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete overeenkomstig artikel XV.60/13 aan de overtreder ter kennis wordt gebracht.
Art. XV.60/23
§ 1.Onverminderd artikel XV.60/21, kunnen de ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete, tot schuldigverklaring of tot klassering zonder gevolg steeds niet-nominatief ter kennis brengen van:
1°de minister of staatssecretaris bevoegd voor de in de beslissing bedoelde wetgeving;
2°de Consumentenombudsdienst, voor zover het wetgeving betreft waarvoor een buitengerechtelijke regeling van consumentengeschillen mogelijk is;
3°de bijzondere raadgevende commissie Verbruik, in de mate dat de beslissingen relevant zijn voor het verlenen van adviezen;
4°andere overheidsdiensten en -instellingen, in de mate dat ze adviezen verlenen of verantwoordelijk zijn voor de wetgeving die bedoeld is in de beslissing;
5°Europese instellingen, voor zover de beslissingen betrekking hebben op Europese verordeningen of nationale wetgeving die de omzetting vormen van Europese richtlijnen.
§ 2.Onverminderd artikel XV.60/21, kunnen de ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete, tot schuldigverklaring of tot klassering zonder gevolg integraal en nominatief ter kennis brengen van:
1°de dienst van de ambtenaren bedoeld in artikel XV.2 die het proces-verbaal hebben opgesteld, om ze te informeren over het gevolg dat gegeven werd aan het proces-verbaal;
2°het openbaar ministerie, om het te informeren over het gevolg dat gegeven werd aan een proces-verbaal en de administratieve sancties die opgelegd zijn aan personen of ondernemingen en om dubbele bestraffing te vermijden;
3°andere overheidsdiensten en -instellingen, indien dit noodzakelijk is voor het opsporen, vervolgen en sanctioneren van inbreuken op de wetgevingen die tot hun bevoegdheden behoren;
4°buitenlandse autoriteiten, in voorkomend geval binnen de grenzen of met inachtneming van de Europese richtlijnen en verordeningen, indien dit noodzakelijk is voor het opsporen, vervolgen en sanctioneren van inbreuken op de wetgevingen die tot hun bevoegdheden behoren.
§ 3.Onverminderd artikel XV.60/21, kunnen de ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 elke belanghebbende, in het bijzonder consumenten en ondernemingen die schade ondervonden hebben, verenigingen ter verdediging van de consumentenbelangen en verenigingen of federaties ter verdediging van de belangen van ondernemingen, op diens verzoek beknopte informatie geven over de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete, tot schuldigverklaring of klassering zonder gevolg. Dit heeft tot doel consumenten en ondernemingen te informeren over het gevolg dat gegeven werd aan hun eventuele melding en hen de mogelijkheid te geven om bijkomende gerechtelijke of buitengerechtelijke stappen te zetten.
De beknopte informatie bedoeld in het eerste lid bevat maximaal de identificatiegegevens van de overtreder, de gegevens met betrekking tot de vastgestelde inbreuken die de basis vormen voor de beslissing, de onderliggende praktijken, het boetebedrag en het feit of al dan niet beroep werd ingesteld.
De kennisgeving bedoeld in deze paragraaf kan ten vroegste gebeuren na het verstrijken van de beroepstermijn bedoeld in artikel XV.60/15.
§ 4.Indien de bekendmaking van de identiteit van de rechtspersonen of van de persoonsgegevens van natuurlijke personen door de ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 aan de in paragrafen 2 en 3 bedoelde personen en diensten wordt beschouwd als onevenredig, na een beoordeling per geval van de evenredigheid van de bekendmaking van dergelijke gegevens, of indien de bekendmaking een lopend onderzoek of een lopende strafrechtelijke procedure in het gedrang dreigt te brengen, wordt overgegaan tot een niet-nominatieve en/of beperkte overmaking of wordt de beslissing niet gedeeld.