Alle wetboeken › WER

Boek XI - Intellectuele eigendom en bedrijfsgeheimen › Titel 5 - Auteursrecht en naburige rechten › HOOFDSTUK 3 - Naburige rechten

Afdeling 2 - Bepalingen betreffende de uitvoerende kunstenaars

XI.204–XI.208

Art. XI.204

De uitvoerende kunstenaar heeft een onvervreemdbaar moreel recht op zijn prestatie.

De globale afstand van de toekomstige uitoefening van dat recht is nietig.

De uitvoerende kunstenaar heeft het recht zijn naam vermeld te zien overeenkomstig de eerlijke beroepsgebruiken, almede een onjuiste toeschrijving te verbieden.

Niettegenstaande enige afstand behoudt de uitvoerende kunstenaar het recht om zich te verzetten tegen elke misvorming, verminking of andere wijziging van zijn prestatie, dan wel tegen enige andere aantasting ervan die zijn eer of zijn reputatie kunnen schaden.

Art. XI.205

§ 1.Alleen de uitvoerende kunstenaar heeft het recht om zijn prestatie te reproduceren of de reproductie ervan toe te staan, op welke wijze of in welke vorm ook, direct of indirect, tijdelijk of duurzaam, volledig of gedeeltelijk.

Dat recht omvat onder meer het exclusieve recht om de verhuring of de uitlening ervan toe te staan.

Alleen hij heeft het recht om zijn prestatie volgens om het even welk procédé, met inbegrip van de beschikbaarstelling voor het publiek op zodanige wijze dat deze voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk zijn, aan het publiek mede te delen.

De rechten van de uitvoerende kunstenaar omvatten onder meer het exclusieve distributierecht dat slechts wordt uitgeput in geval van een eerste verkoop of eerste andere eigendomsoverdracht door de uitvoerende kunstenaar van de reproductie van zijn prestatie in de Europese Unie of met diens toestemming.

Ook variété- en circusartiesten worden als uitvoerende kunstenaars beschouwd. Aanvullende kunstenaars die volgens de beroepsgebruiken als dusdanig zijn erkend, worden niet als uitvoerende kunstenaars beschouwd.

§ 2.Tenzij het tegendeel is bewezen, wordt een ieder als uitvoerend kunstenaar aangemerkt wiens naam of letterwoord waarmee hij te identificeren is als dusdanig op de prestatie, op een reproductie van de prestatie, of bij een mededeling aan het publiek ervan wordt vermeld.

§ 3.Ten aanzien van de uitvoerende kunstenaar worden alle contracten schriftelijk bewezen.

De contractuele bedingen met betrekking tot de rechten van de uitvoerende kunstenaar en de exploitatiewijzen ervan moeten restrictief worden geïnterpreteerd. De overdracht van het voorwerp waarin een vastlegging van de prestatie is geïncorporeerd, leidt niet tot het recht om de prestatie te exploiteren.

Voor elke exploitatiewijze moeten de vergoeding voor de uitvoerende kunstenaar, de reikwijdte en de duur van de overdracht of de licentie uitdrukkelijk worden bepaald.

De persoon aan wie de rechten werden overgedragen of de licentienemer moet de prestatie overeenkomstig de eerlijke beroepsgebruiken exploiteren.

De overdracht van de rechten of de verlening van een licentie betreffende nog onbekende exploitatievormen is nietig, niettegenstaande enige daarmee strijdige bepaling.

De overdracht of de licentie van de vermogensrechten betreffende toekomstige prestaties geldt slechts voor een beperkte tijd en voor zover het genre van de prestaties waarop de overdracht of de licentie betrekking heeft, bepaald is.

§ 4.Wanneer een uitvoerende kunstenaar een prestatie levert ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst of een statuut, kunnen de vermogensrechten worden overgedragen of in licentie gegeven aan de werkgever voor zover uitdrukkelijk in die overdracht of licentieverlening van rechten is voorzien en voor zover de prestatie binnen het toepassingsgebied van de overeenkomst of het statuut valt.

Wanneer een uitvoerende kunstenaar een prestatie levert ter uitvoering van een bestelling, kunnen de vermogensrechten worden overgedragen of in licentie gegeven aan degene die de bestelling heeft geplaatst voor zover deze laatste een activiteit uitoefent in de niet-culturele sector of in de reclamewereld, voor zover de prestatie bestemd is voor die activiteit en uitdrukkelijk in die overdracht of licentieverlening van rechten is voorzien.

In die gevallen is paragraaf 3, derde tot zesde lid, niet van toepassing.

Art. XI.205/1

Wanneer een uitvoerende kunstenaar zijn exclusieve rechten voor de exploitatie van zijn prestatie heeft overgedragen of in licentie heeft gegeven in het kader van een exploitatieovereenkomst, behoudt hij het recht om een passende en evenredige vergoeding te ontvangen.

Art. XI.205/2

Wanneer een uitvoerende kunstenaar zijn exclusieve rechten voor de exploitatie van zijn prestatie overdraagt of in licentie geeft in het kader van een exploitatieovereenkomst, bezorgt de persoon aan wie de rechten werden overgedragen of de licentienemer binnen een redelijke termijn na het plaatsvinden van de betrokken exploitatie, op regelmatige basis en ten minste eenmaal per jaar aan de uitvoerende kunstenaar, rekening houdend met de specifieke kenmerken van elke sector, actuele, relevante en volledige informatie betreffende de exploitatie van zijn prestatie, met name wat betreft de exploitatiewijzen, alle voortgebrachte inkomsten en de verschuldigde vergoeding.

In behoorlijk gemotiveerde gevallen, waarbij de administratieve lasten voortvloeiende uit de transparantieplicht van de persoon aan wie de rechten werden overgedragen of de licentienemer, zoals bedoeld in het eerste lid, onevenredig zijn in het licht van de bij de exploitatie van de prestaties voortgebrachte inkomsten, kan de transparantieplicht bedoeld in het eerste lid beperkt worden tot het soort en niveau van informatie die in dergelijke gevallen redelijkerwijs mag worden verwacht in de desbetreffende sector.

Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing wanneer de bijdrage van de uitvoerende kunstenaar niet significant is, gelet op het geheel van het werk of de prestaties, tenzij de uitvoerende kunstenaar aantoont dat hij de informatie nodig heeft om zijn rechten uit hoofde van artikel XI.205/3 uit te oefenen en hij met dat doel om de informatie verzoekt.

Teneinde zijn rechten bedoeld in artikel XI.205/3 uit te oefenen, behoudt de uitvoerende kunstenaar evenwel steeds het recht om de in het eerste lid bedoelde informatie op te vragen bij een aangetekende zending met ontvangstbewijs of bij wijze geregeld bij collectieve overeenkomst.

Wanneer de persoon aan wie de rechten werden overgedragen of de licentienemer de bedoelde rechten vervolgens overgedragen heeft of in licentie heeft gegeven aan derden, en hij niet alle informatie bezit die nodig is om te voldoen aan de verplichting bedoeld in het eerste lid, kan de uitvoerende kunstenaar, of zijn vertegenwoordiger, bij een aangetekende zending met ontvangstbewijs aanvullende informatie betreffende de exploitatie van zijn prestaties vragen aan deze derde of aan de persoon aan wie de rechten werden overgedragen of de licentienemer, die het verzoek van de uitvoerende kunstenaar of zijn vertegenwoordiger doorgeeft aan de derde. Wanneer de uitvoerende kunstenaar of zijn vertegenwoordiger rechtstreeks zijn verzoek wil richten aan de derde, bezorgt de persoon aan wie de rechten werden overgedragen of de licentienemer informatie over de identiteit van de derde aan de uitvoerende kunstenaar of zijn vertegenwoordiger.

De collectieve overeenkomsten bedoeld in artikel XI.205/5 kunnen bepalen of de uitvoerende kunstenaar of zijn vertegenwoordiger zich rechtstreeks moet richten tot de derde of hij zich moet richten tot de persoon aan wie de rechten werden overgedragen of de licentienemer.

Art. XI.205/3

Bij gebrek aan toepasselijke collectieve overeenkomst, zoals bepaald in artikel XI.205/5, die voorziet in een mechanisme dat vergelijkbaar is met het in dit artikel bedoelde mechanisme, kan de uitvoerende kunstenaar, of zijn vertegenwoordiger, van de persoon aan wie de rechten werden overgedragen of van de licentienemer, in het kader van een exploitatieovereenkomst, een aanvullende, passende en billijke vergoeding vorderen wanneer de oorspronkelijk overeengekomen vergoeding onevenredig laag blijkt te zijn in vergelijking met alle relevante daaropvolgende inkomsten die voortvloeien uit de exploitatie van de prestatie.

Art. XI.205/4

In het kader van een exploitatieovereenkomst moet de persoon aan wie de rechten werden overgedragen of de licentienemer deze exclusieve rechten exploiteren binnen de overeengekomen termijn. Deze termijn mag niet strijdig zijn met de eerlijke beroepsgebruiken, tenzij deze een hogere beschermingsgraad biedt aan de uitvoerende kunstenaar.

Indien de overeenkomst deze termijn niet vaststelt, dan wordt die bepaald overeenkomstig de eerlijke beroepsgebruiken voor het betrokken soort prestaties. De collectieve overeenkomsten bedoeld in artikel XI.205/5 kunnen deze beroepsgebruiken bepalen.

Indien de persoon aan wie de rechten werden overgedragen of de licentienemer zijn verplichting tot exploitatie niet nakomt binnen de in het eerste en tweede lid gestelde termijnen en daarvoor geen wettige reden van verschoning heeft, kan de uitvoerende kunstenaar zijn overgedragen of in exclusieve licentie gegeven rechten geheel of gedeeltelijk terugnemen of de exclusiviteit van de licentie beëindigen, indien binnen een redelijke termijn of binnen de termijn bepaald in de collectieve overeenkomst zoals bedoeld in artikel XI.205/5 geen gevolg is gegeven aan een ingebrekestelling die bij een aangetekende zending met ontvangstbewijs is opgestuurd.

Het eerste tot het derde lid zijn niet van toepassing:

1°indien het gebrek aan exploitatie van de rechten voornamelijk te wijten is aan omstandigheden waarvan redelijkerwijs verwacht kan worden dat die door de uitvoerende kunstenaar kunnen worden opgelost;

2°indien het werk of de prestatie een bijdrage omvat van meer dan één auteur of uitvoerende kunstenaar, waarbij de individuele bijdrage van de uitvoerende kunstenaar die het herroepingsrecht wil uitoefenen van relatief belang is, waardoor de bijdragen en de rechtmatige belangen van alle auteurs en uitvoerende kunstenaars die worden getroffen door de toepassing van het herroepingsmechanisme nadeel zouden ondervinden van de uitoefening van dit recht;

3°indien de uitvoerende kunstenaar de prestatie heeft geleverd ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst of statuut en voor zover de prestatie binnen het toepassingsgebied van de overeenkomst of het statuut valt;

4°indien de uitvoerende kunstenaar de prestatie heeft geleverd ter uitvoering van een bestelling waarbij degene die de bestelling heeft geplaatst een activiteit uitoefent in de niet-culturele sector of in de reclamewereld en voor zover de prestatie bestemd is voor die activiteit;

5°indien een collectieve overeenkomst, zoals bedoeld in artikel XI.205/5, het herroepingsrecht regelt.

Elke contractuele bepaling die afwijkt van wat in dit artikel wordt bepaald is alleen afdwingbaar als zij voortvloeit uit een collectieve overeenkomst, zoals bedoeld in artikel XI.205/5.

Art. XI.205/5

Bij collectieve overeenkomst kunnen onder meer worden bepaald:

1°de strekking van de overdracht of de licentieverlening van rechten;

2°de wijze waarop de overdracht of de licentieverlening van rechten plaatsvindt;

3°de nadere regels met betrekking tot de vergoeding voor de overdracht of licentieverlening;

4°de nadere regels met betrekking tot de transparantieplicht bedoeld in artikel XI.205/2;

5°de nadere regels met betrekking tot het mechanisme van aanpassing van contracten bedoeld in artikel XI.205/3;

6°het herroepingsrecht bedoeld in artikel XI.205/4;

7°methodes van alternatieve geschillenbeslechting.

Bij collectieve overeenkomsten wordt steeds een billijk evenwicht tussen de rechten en belangen van elk van de partijen nagestreefd.

De Koning kan, onder de voorwaarden en de procedure die Hij bepaalt, de collectieve overeenkomsten verbindend verklaren ten aanzien van rechthebbenden en gebruikers van dezelfde categorie als deze die de desbetreffende overeenkomsten hebben gesloten. In dit geval gaat Hij na of de partijen bij de overeenkomst paritair vertegenwoordigd waren en of de overeenkomst niet indruist tegen de geldende regelgeving. Indien de Koning vaststelt dat de overeenkomst niet voldoet aan deze voorwaarden, informeert Hij de partijen bij de collectieve overeenkomst over de redenen van deze beslissing.

Art. XI.205/6

Artikel XI.203, tweede lid, en de artikelen XI.205 tot XI.205/5 zijn van dwingend recht.

Art. XI.206

§ 1.Tenzij anders is overeengekomen, draagt de uitvoerende kunstenaar aan de producent het exclusieve recht van audiovisuele exploitatie van zijn prestatie over, met inbegrip van de voor deze exploitatie noodzakelijke rechten, zoals het recht om het werk van ondertiteling te voorzien of het na te synchroniseren, onverminderd de bepalingen voorzien in de tweede en de derde paragraaf.

§ 2.De uitvoerende kunstenaar die weigert zijn aandeel in de verwezenlijking van het audiovisuele werk af te maken of niet bij machte is dat te doen, kan zich niet verzetten tegen het gebruik van zijn aandeel met het oog op de voltooiing van het werk. Voor die medewerking wordt hij beschouwd als uitvoerend kunstenaar en geniet hij de rechten die daaruit voortvloeien.

De uitvoerende kunstenaars kunnen hun morele rechten pas laten gelden na voltooiing van het audiovisueel werk.

Het is verboden de moederband van die versie te vernietigen.

§ 3.Behoudens wat betreft de prestaties met het oog op de verwezenlijking van audiovisuele werken die tot de niet-culturele sector of tot de reclamewereld behoren, hebben de uitvoerende kunstenaars voor elke wijze van exploitatie recht op een afzonderlijke vergoeding.

§ 4....

Art. XI.207

Gaat het om een live-voorstelling door een ensemble, dan wordt de toestemming gegeven door de solisten, de dirigenten, de regisseurs en, voor de andere uitvoerende kunstenaars, door de directeur van hun groep.

Art. XI.208

De rechten van de uitvoerende kunstenaar vervallen vijftig jaar na de datum van de prestatie. Indien een vastlegging van de prestatie, op geoorloofde wijze gepubliceerd of aan het publiek meegedeeld is, vervallen de rechten vijftig jaar na de datum van het eerste feit.

Indien echter

-binnen deze termijn een vastlegging van de uitvoering anders dan op een fonogram op geoorloofde wijze gepubliceerd of op geoorloofde wijze aan het publiek medegedeeld is, vervallen de rechten 50 jaar na de datum van die eerste publicatie of, ingeval deze eerder valt, die eerste mededeling aan het publiek;

-binnen deze termijn een vastlegging van de uitvoering op een fonogram op geoorloofde wijze gepubliceerd of op geoorloofde wijze aan het publiek medegedeeld is, vervallen de rechten zeventig jaar na de datum van die eerste publicatie of, ingeval deze eerder valt, die eerste mededeling aan het publiek.

De in het eerste en tweede lid bepaalde termijnen worden berekend vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het feit dat de rechten doet ontstaan.

Na het overlijden van de uitvoerende kunstenaar worden de rechten uitgeoefend door diens erfgenamen of legatarissen, tenzij de uitvoerende kunstenaar ze aan een bepaald persoon heeft toegekend, met inachtneming van het wettelijk voorbehouden erfdeel dat aan de erfgenamen toekomt.