De Koning kan in specifieke voorschriften per soort of genre werken of prestaties voorzien teneinde te bepalen of ze overeenkomstig artikel XI.245/7/2 in licentie kunnen worden gegeven of kunnen worden gebruikt krachtens de uitzondering of beperking bedoeld in de artikelen XI.192/2, XI.218/2, XI.299/1 en XI.310/1. Hij kan eveneens bepalen wat onder redelijke inspanning, bedoeld in artikel I.13, 12°, moet worden verstaan.
Boek XI - Intellectuele eigendom en bedrijfsgeheimen › Titel 5 - Auteursrecht en naburige rechten
HOOFDSTUK 8/1/1 - Bepalingen inzake niet of niet meer in de handel zijnde werken, prestaties, perspublicaties, computerprogramma's en databanken.
XI.245/7/1–XI.245/7/6
Art. XI.245/7/2
§ 1.Wanneer de in paragraaf 2 bedoelde beheersvennootschap met de hierna genoemde instellingen licentieovereenkomsten voor niet-commerciële doeleinden sluit voor de reproductie, de distributie en/of de mededeling aan het publiek van niet of niet meer in de handel zijnde werken of prestaties die permanent deel uitmaken van de collectie van een voor het publiek toegankelijke bibliotheek of een voor het publiek toegankelijk museum, een archief of een instelling voor cinematografisch of audio(visueel) erfgoed, wordt zij geacht ook de rechten, voorwerp van de licentie, te beheren van de auteurs, houders van naburige rechten of producenten van databanken die het beheer van hun rechten niet aan de beheersvennootschap hebben opgedragen.
De in paragraaf 2 bedoelde beheersvennootschap waarborgt, overeenkomstig artikel XI.248, een gelijke behandeling met betrekking tot de voorwaarden van de licentie voor alle rechthebbenden.
§ 2.Overeenkomstig de door Hem gestelde voorwaarden en nadere regels, duidt de Koning een beheersvennootschap aan die representatief is voor alle beheersvennootschappen en collectieve beheerorganisaties die in België voor bepaalde soorten werken, prestaties, perspublicaties, computerprogramma's en/of databanken het type van rechten beheren die het voorwerp kunnen uitmaken van de licentie bedoeld in paragraaf 1.
Art. XI.245/7/3
Een auteur, een houder van naburige rechten of een producent van databanken kan te allen tijde, gemakkelijk en effectief zijn werken uitsluiten van de toepassing van de in de artikelen XI.192/2, XI.218/2, XI.299/1 en XI.310/1 bedoelde uitzonderingen en/of van de licentieverlening door de in artikel XI.245/7/2, § 2, bedoelde beheersvennnootschap, hetzij in het algemeen, hetzij in specifieke gevallen, inclusief na het sluiten van een licentie of na het begin van het gebruik in kwestie door een voor het publiek toegankelijke bibliotheek of een voor het publiek toegankelijk museum, een archief of een instelling voor cinematografisch of audio(visueel) erfgoed.
De Koning kan nadere regels bepalen inzake de wijze van uitoefening van de uitsluiting bedoeld in het eerste lid.
Vanaf het ogenblik dat de in het eerste lid bedoelde instelling kennis heeft gekregen van dergelijke uitsluiting, beëindigt zij elke lopende vorm van gebruik binnen een redelijke termijn.
Art. XI.245/7/4
De in België gevestigde publiek toegankelijke bibliotheken en musea, archieven en instellingen voor cinematografisch of audio(visueel) erfgoed moeten de licentie bedoeld in artikel XI.245/7/2, § 1, sluiten met de representatieve beheersvennootschap bedoeld in artikel XI.245/7/2, § 2.
Art. XI.245/7/5
De bepalingen van de artikelen XI.192/2, XI.218/2, XI.299/1 en XI.310/1 en van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op reeksen van niet of niet meer in de handel zijnde werken of prestaties, als er, op basis van de in artikel I.13, 12°, bedoelde redelijke inspanning, bewijs is dat deze reeksen hoofdzakelijk bestaan uit:
1°werken of prestaties die voor het eerst zijn uitgegeven buiten de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte;
2°cinematografische of audiovisuele werken waarvan de producenten hun zetel of gewone verblijfplaats hebben buiten de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte; of
3°werken of prestaties van onderdanen van landen die geen lidstaat zijn van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte, wanneer het na een redelijke inspanning niet mogelijk was op grond van de bepalingen onder 1° en 2° een lidstaat van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte of een land van buiten de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte te bepalen.
Het eerste lid is niet van toepassing indien de in artikel XI.245/7/2, § 2, bedoelde beheersvennootschap voldoende representatief is voor de auteurs, houders van naburige rechten of producenten van databanken van het land buiten de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte.
Art. XI.245/7/6
§ 1.Ten minste zes maanden voordat de werken, prestaties, perspublicaties, computerprogramma's en/of databanken overeenkomstig artikel XI.245/7/2 worden gereproduceerd, gedistribueerd of medegedeeld aan het publiek, moeten de in dit artikel bedoelde instellingen en de beheersvennootschap bedoeld in artikel XI.245/7/2, § 2, partijen bij de licentie, in een voor het publiek toegankelijke onlinedatabank, die overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk door het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie wordt opgericht en beheerd, de volgende informatie kenbaar maken:
1°de identificatie van de werken en/of prestaties die niet of niet meer in de handel zijn;
2°de partijen bij de licentie;
3°het door het gebruik gedekte grondgebied;
4°de overeengekomen exploitatiewijzen; en
5°de mogelijkheid voor de auteur, houder van de naburige rechten en producent van databanken om zijn werken of prestaties uit te sluiten van deze licentie overeenkomstig artikel XI.245/7/3.
De Koning kan nadere regels bepalen in verband met de in het eerste lid bedoelde kenbaarmaking, alsook aanvullende passende publiciteitsmaatregelen bepalen indien dit noodzakelijk blijkt voor de algemene bewustwording van auteurs, houders van naburige rechten en producenten van databanken.
§ 2.De voor het publiek toegankelijke bibliotheken of de voor het publiek toegankelijke musea, de archieven of de instellingen voor cinematografisch of audio(visueel) erfgoed zijn de verantwoordelijken voor de verwerking van persoonsgegevens, elk voor de hen betreffende gegevensverwerkingen.