Alle wetboeken › WER

Boek XI - Intellectuele eigendom en bedrijfsgeheimen › Titel 5 - Auteursrecht en naburige rechten

HOOFDSTUK 4/1 - Gebruik van werken en prestaties door verleners van een onlinedienst voor het delen van content.

XI.228/2–XI.228/9

Art. XI.228/2

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder "verlener van een onlinedienst voor het delen van content" verstaan de verlener van een dienst van de informatiemaatschappij in de zin van artikel I.18, 1°, die als belangrijkste of een van de belangrijkste doelstellingen heeft een grote hoeveelheid door de gebruikers van de dienst geüploade werken of prestaties op te slaan en toegankelijk te maken voor het publiek, waarbij hij deze werken en prestaties ordent en promoot met een winstoogmerk.

Verleners van diensten als online-encyclopedieën zonder winstoogmerk, onderwijs- of wetenschappelijke gegevensbanken zonder winstoogmerk, platforms voor het ontwikkelen en delen van opensourcesoftware, aanbieders van elektronische communicatiediensten als gedefinieerd in Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie, onlinemarktplaatsen en business-to-business clouddiensten en clouddiensten waarmee gebruikers content kunnen uploaden voor eigen gebruik, zijn geen verleners van een onlinedienst voor het delen van content in de zin van dit hoofdstuk.

Art. XI.228/3

§ 1.Een verlener van een onlinedienst voor het delen van content verricht een handeling van mededeling aan het publiek, met inbegrip van de beschikbaarstelling voor het publiek van werken en/of prestaties van de rechthebbenden bedoeld in de artikelen XI.165, § 1, vierde lid, XI.205, § 1, derde lid, XI.209, § 1, vierde lid, en/of een handeling van beschikbaarstelling van prestaties voor de rechthebbenden bedoeld in artikel XI.215, § 1, eerste lid, d), wanneer hij het publiek toegang verleent tot dergelijke werken of prestaties die door gebruikers ervan werden geüpload.

§ 2.Wanneer een verlener van een onlinedienst voor het delen van content toestemming krijgt, heeft die toestemming ook betrekking op handelingen van mededeling aan het publiek of van beschikbaarstelling voor het publiek die door de gebruikers van de diensten worden verricht, voor zover zij niet op commerciële basis handelen of hun activiteit geen significante inkomsten genereert.

§ 3.Wanneer een verlener van een onlinedienst voor het delen van content een handeling van mededeling aan het publiek of een handeling van beschikbaarstelling voor het publiek van werken of prestaties verricht onder de in artikel XI.228/2 en paragraaf 1 bepaalde voorwaarden, is de in artikel 6, lid 1, van Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG, bedoelde aansprakelijkheidsregeling niet van toepassing op situaties die onder dit hoofdstuk vallen.

Art. XI.228/4

§ 1.Wanneer een auteur of een uitvoerend kunstenaar zijn recht om de mededeling aan het publiek door een verlener van een onlinedienst voor het delen van content, zoals bedoeld in artikel XI.228/3, § 1, toe te staan of te verbieden, heeft overgedragen of in licentie heeft gegeven, behoudt hij het recht op een vergoeding voor de mededeling aan het publiek door een verlener van een onlinedienst voor het delen van content.

§ 2.Het recht op een vergoeding bedoeld in paragraaf 1, is onoverdraagbaar en niet vatbaar voor afstand door de auteurs of uitvoerende kunstenaars.

§ 3.Het beheer van het recht op een vergoeding van de auteurs bedoeld in paragraaf 1, kan uitsluitend worden uitgeoefend door beheersvennootschappen en/of collectieve beheerorganisaties die auteurs vertegenwoordigen.

Het beheer van het recht op een vergoeding van de uitvoerende kunstenaars bedoeld in paragraaf 1 kan uitsluitend worden uitgeoefend door beheersvennootschappen en/of collectieve beheerorganisaties die uitvoerende kunstenaars vertegenwoordigen.

§ 4.De bepalingen van de paragrafen 1 tot 3 zijn van dwingend recht.

Art. XI.228/5

§ 1.Als geen toestemming wordt verleend, is de verlener van een onlinedienst voor het delen van content aansprakelijk voor niet-toegestane handelingen van mededeling aan het publiek, met inbegrip van het beschikbaar stellen voor het publiek, van werken en prestaties, tenzij de dienstverlener aantoont dat hij:

1°zich naar beste vermogen heeft ingespannen om toestemming te krijgen; en

2°overeenkomstig strenge sectorale normen op het gebied van professionele toewijding, zich naar beste vermogen heeft ingespannen om ervoor te zorgen dat bepaalde werken en prestaties waarvoor de rechthebbenden hem de nodige toepasselijke informatie hebben verstrekt, niet beschikbaar zijn; en, in ieder geval,

3°na ontvangst van een voldoende onderbouwde melding van de rechthebbenden, prompt is opgetreden om de toegang tot de werken en prestaties in kwestie te deactiveren of deze van zijn website te verwijderen, en zich naar beste vermogen heeft ingespannen om toekomstige uploads ervan overeenkomstig de bepaling onder 2°, te voorkomen.

§ 2.In afwijking van paragraaf 1, is een nieuwe verlener van een onlinedienst voor het delen van content waarvan de diensten gedurende minder dan drie jaar beschikbaar waren voor het publiek in de Europese Unie en die een jaaromzet hebben van minder dan 10 miljoen euro, berekend overeenkomstig Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie, aansprakelijk voor niet-toegestane handelingen van mededeling aan het publiek, met inbegrip van het beschikbaar stellen voor het publiek, van werken en prestaties, tenzij de dienstverlener aantoont dat hij:

1°zich naar beste vermogen heeft ingespannen om toestemming te krijgen; en

2°na ontvangst van een voldoende onderbouwde melding van de rechthebbenden, prompt is opgetreden om de toegang tot de werken en prestaties in kwestie te deactiveren of deze van zijn website te verwijderen.

Wanneer het gemiddelde aantal maandelijkse unieke bezoekers van de in het eerste lid bedoelde dienstverlener meer dan vijf miljoen bedraagt, berekend op basis van het voorgaande kalenderjaar, is die dienstverlener aansprakelijk voor niet-toegestane handelingen van mededeling aan het publiek, met inbegrip van het beschikbaar stellen voor het publiek, van werken en prestaties, tenzij de dienstverlener aantoont dat hij:

1°zich naar beste vermogen heeft ingespannen om toestemming te krijgen; en

2°na ontvangst van een voldoende onderbouwde melding van de rechthebbenden, prompt is opgetreden om de toegang tot de werken en prestaties in kwestie te deactiveren of deze van zijn website te verwijderen; en

3°zich naar beste vermogen heeft ingespannen om verdere uploads van de werken en prestaties in kwestie waarvoor de rechthebbenden de nodige toepasselijke informatie hebben verstrekt, te voorkomen.

§ 3.Bij het bepalen of de dienstverlener zijn verplichtingen uit hoofde van de paragrafen 1 en 2 is nagekomen en in het licht van het evenredigheidsbeginsel wordt onder meer rekening gehouden met de volgende elementen:

1°het type, het publiek en de omvang van de dienst en het soort werken of prestaties die door de gebruikers van de dienst zijn geüpload, en

2°de beschikbaarheid van passende en doeltreffende middelen en de kosten daarvan voor dienstverleners.

§ 4.De Koning kan, rekening houdend met de dialogen georganiseerd door de Europese Commissie overeenkomstig artikel 17, lid 10, van Richtlijn (EU) 2019/790 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake auteursrechten en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt en tot wijziging van Richtlijnen 96/9/EG en 2001/29/EG, nadere regels bepalen in verband met de in de paragrafen 1 tot 3 bepaalde voorwaarden, onder meer wat betreft de melding en de nodige toepasselijke informatie.

Art. XI.228/6

§ 1.De samenwerking bedoeld in artikel XI.228/5 tussen de verleners van een onlinedienst voor het delen van content en de rechthebbenden leidt niet tot het voorkomen van de beschikbaarheid van door gebruikers geüploade werken of prestaties die geen inbreuk maken op het auteursrecht en naburige rechten, ook niet wanneer deze werken of prestaties vallen onder een uitzondering of beperking.

§ 2.De toepassing van dit hoofdstuk leidt niet tot een algemene toezichtverplichting.

Art. XI.228/7

§ 1.De verleners van een onlinedienst voor het delen van content verstrekken de rechthebbenden, op hun verzoek, passende informatie over de werking van hun praktijken met betrekking tot de in artikel XI.228/5, § 1, bedoelde samenwerking en, indien licentieovereenkomsten worden gesloten tussen dienstverleners en rechthebbenden, informatie over het gebruik van werken of prestaties die onder de overeenkomsten valt.

§ 2.De verleners van een onlinedienst voor het delen van content delen hun gebruikers in hun algemene voorwaarden mee dat zij werken en prestaties kunnen gebruiken op grond van uitzonderingen of beperkingen op het auteursrecht en naburige rechten.

§ 3.De Koning kan, rekening houdend met de dialogen georganiseerd door de Europese Commissie overeenkomstig artikel 17, lid 10, van Richtlijn (EU) 2019/790 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake auteursrechten en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt en tot wijziging van Richtlijnen 96/9/EG en 2001/29/EG, nadere regels bepalen in verband met de in de paragrafen 1 en 2 bedoelde informatieplicht.

Art. XI.228/8

§ 1.Verleners van een onlinedienst voor het delen van content voeren een doeltreffend en snel klachten- en beroepsmechanisme in dat beschikbaar is voor de gebruikers van hun diensten in geval van geschillen over het deactiveren van de toegang tot of het verwijderen van door hen geüploade werken of prestaties.

§ 2.Wanneer rechthebbenden verzoeken om de toegang tot hun specifieke werken of prestaties te deactiveren of om die specifieke werken of prestaties te verwijderen, motiveren zij de redenen voor hun verzoek naar behoren.

§ 3.Klachten die in het kader van het in paragraaf 1 bedoelde mechanisme worden ingediend, worden onverwijld behandeld en besluiten om geüploade werken of prestaties ontoegankelijk te maken of te verwijderen in het kader van het onderzoek van deze klachten, worden onderworpen aan menselijke toetsing.

§ 4.De Koning kan, rekening houdend met de dialogen georganiseerd door de Europese Commissie overeenkomstig artikel 17, lid 10, van Richtlijn (EU) 2019/790 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake auteursrechten en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt en tot wijziging van Richtlijnen 96/9/EG en 2001/29/EG, nadere regels bepalen in verband met de in de paragrafen 1 tot 3 bedoelde klachten- en beroepsmechanismen, met name wat betreft de termijn waarbinnen dergelijke klachten moeten worden behandeld, de te volgen procedure en de status van de content die het voorwerp uitmaakt van de klacht tijdens de behandeling ervan.

Art. XI.228/9

§ 1.Verleners van onlinediensten voor het delen van content wijzen, voor wat betreft de activiteiten die gericht zijn op gebruikers die hun zetel of gewone verblijfplaats in België hebben, in hun algemene voorwaarden die ze zijn overeengekomen met deze gebruikers of in hun licentieovereenkomsten met de rechthebbenden die hun zetel of gewone verblijfplaats in België hebben, twee of meer bemiddelaars aan waarmee deze verleners bereid zijn te werken met het oog op de buitengerechtelijke regeling van elk geschil in verband met het ontoegankelijk maken of verwijderen van geüploade werken of prestaties.

De in het eerste lid bedoelde bemiddelaars voldoen aan de voorwaarden van artikel 1726 van het Gerechtelijk Wetboek. De bemiddeling verloopt volgens de regels van het zevende deel van het Gerechtelijk Wetboek die betrekking hebben op de buitengerechtelijke bemiddeling.

§ 2.Onverminderd het vrijwillige karakter van de bemiddeling, werken de verleners van onlinediensten voor het delen van content, hun gebruikers en de rechthebbenden te goeder trouw aan bemiddelingspogingen die overeenkomstig dit artikel plaatsvinden.

§ 3.De verleners van onlinediensten voor het delen van content dragen een redelijk aandeel van de totale bemiddelingskosten. De bemiddelaar kan op verzoek van de partijen, rekening houdend met alle relevante elementen van de desbetreffende zaak, en met name met de relatieve gegrondheid van de argumenten van de partijen bij het geschil, het gedrag van de partijen, alsmede de grootte en de financiële draagkracht van de partijen in verhouding tot elkaar, een niet-bindend voorstel tot verdeling van de kosten doen, inbegrepen het redelijk aandeel dat wordt gedragen door de verlener van een onlinedienst voor het delen van content.