Alle wetboeken › WER

Boek XI - Intellectuele eigendom en bedrijfsgeheimen › Titel 5 - Auteursrecht en naburige rechten › HOOFDSTUK 2 - Auteursrecht

Afdeling 1 - Auteursrecht in het algemeen

XI.165–XI.171

Art. XI.165

§ 1.Alleen de auteur van een werk van letterkunde of kunst heeft het recht om het op welke wijze of in welke vorm ook, direct of indirect, tijdelijk of duurzaam, volledig of gedeeltelijk te reproduceren of te laten reproduceren.

Dat recht omvat onder meer het exclusieve recht om toestemming te geven tot het bewerken of het vertalen van het werk.

Dat recht omvat ook het exclusieve recht om toestemming te geven tot het verhuren of het uitlenen van het werk.

Alleen de auteur van een werk van letterkunde of kunst heeft het recht om het werk volgens ongeacht welk procedé, met inbegrip van de beschikbaarstelling voor het publiek op zodanige wijze dat deze voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk zijn, aan het publiek mede te delen.

Alleen de auteur van een werk van letterkunde of kunst heeft het recht de distributie van het origineel van het werk of van kopieën ervan aan het publiek, door verkoop of anderszins, toe te staan.

De eerste verkoop of andere eigendomsoverdracht in de Europese Unie van het origineel of een kopie van een werk van letterkunde of kunst door de auteur of met diens toestemming leidt tot uitputting van het distributierecht van dat origineel of die kopie in de Europese Unie.

§ 2.De auteur van een werk van letterkunde of kunst heeft op dat werk een onvervreemdbaar moreel recht.

De globale afstand van de toekomstige uitoefening van dat recht is nietig.

Het omvat ook het recht om het werk bekend te maken.

Niet bekendgemaakte werken zijn niet vatbaar voor beslag.

De auteur heeft het recht om het vaderschap van het werk op te eisen of te weigeren.

Hij heeft het recht op eerbied voor zijn werk en dat maakt het hem mogelijk zich te verzetten tegen elke wijziging ervan.

Niettegenstaande enige afstand, behoudt hij het recht om zich te verzetten tegen elke misvorming, verminking of andere wijziging van dit werk dan wel tegen enige andere aantasting van het werk, die zijn eer of zijn reputatie kunnen schaden.

Art. XI.166

§ 1.Na het overlijden van de auteur blijft het auteursrecht gedurende zeventig jaar bestaan ten voordele van de persoon die hij daartoe heeft aangewezen of, indien dat niet is gebeurd, ten voordele van zijn erfgenamen, overeenkomstig artikel XI.171.

§ 2.Onverminderd het tweede en het derde lid van deze paragraaf, wanneer een werk door twee of meer personen samen is gemaakt, genieten al hun rechtverkrijgenden het auteursrecht tot zeventig jaar na de dood van de langstlevende der auteurs.

De beschermingstermijn van een audiovisueel werk verstrijkt zeventig jaar na de dood van de langstlevende van de volgende personen: de hoofdregisseur, de scenarioschrijver, de tekstschrijver en de auteur van muziekwerken met of zonder woorden die speciaal voor het werk zijn gemaakt.

De beschermingstermijn van een muziekwerk met tekst bedraagt zeventig jaar na de dood van de langstlevende van de volgende personen, ongeacht of zij al dan niet als coauteur zijn aangewezen: de tekstschrijver en de componist van het muziekwerk, mits hun beider bijdragen specifiek zijn gecreëerd voor het respectieve muziekwerk met tekst.

§ 3.Voor anonieme of pseudonieme werken bedraagt de duur van de rechten van de auteur zeventig jaar vanaf het tijdstip waarop het werk op geoorloofde wijze voor het publiek toegankelijk is gemaakt.

Indien evenwel het door de auteur aangenomen pseudoniem geen enkele twijfel over zijn identiteit laat of de auteur zijn identiteit tijdens de in het eerste lid vermelde termijn kenbaar maakt, geldt de in paragraaf 1 vastgestelde beschermingstermijn.

Voor anonieme of pseudonieme werken die niet binnen zeventig jaar na hun totstandkoming op geoorloofde wijze voor het publiek toegankelijk zijn gemaakt, vervalt de bescherming bij de uitputting van die termijn.

§ 4.Voor werken die in verschillende banden, delen, nummers of afleveringen gepubliceerd zijn en waarvan de termijn van zeventig jaar ingaat op het tijdstip waarop het werk voor het publiek toegankelijk is gemaakt, loopt de beschermingstermijn voor elk onderdeel afzonderlijk.

§ 5.De beschermingstermijn van foto's die oorspronkelijk zijn, in de zin dat zij een eigen intellectuele schepping van de auteur zijn, wordt vastgesteld overeenkomstig de voorgaande paragrafen.

§ 6.Een ieder die na het verstrijken van de auteursrechtelijke bescherming een niet eerder gepubliceerd werk voor het eerst op geoorloofde wijze publiceert of op geoorloofde wijze aan het publiek meedeelt, geniet een bescherming die gelijkwaardig is met die van de vermogensrechten van de auteur. De beschermingstermijn van deze rechten bedraagt vijfentwintig jaar vanaf het tijdstip waarop het werk voor het eerst op geoorloofde wijze gepubliceerd of op geoorloofde wijze aan het publiek meegedeeld is.

§ 7.De in dit artikel gestelde termijnen worden berekend vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het feit dat de rechten doet ontstaan.

Art. XI.167

§ 1.De vermogensrechten zijn roerende rechten die overgaan bij erfopvolging en vatbaar zijn voor gehele of gedeeltelijke overdracht, volgens de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek. Zij kunnen onder meer worden overgedragen of in een gewone of exclusieve licentie worden ondergebracht.

Ten aanzien van de auteur worden alle contracten schriftelijk bewezen.

De contractuele bedingen met betrekking tot het auteursrecht en de exploitatiewijzen ervan moeten restrictief worden geïnterpreteerd. De overdracht van het voorwerp dat een werk omvat, leidt niet tot het recht om het werk te exploiteren; met het oog op de uitoefening van zijn vermogensrechten moet de auteur op een redelijke manier toegang tot zijn werk behouden.

Voor elke exploitatiewijze moeten de vergoeding voor de auteur, de reikwijdte en de duur van de overdracht of de licentie uitdrukkelijk worden bepaald.

De persoon aan wie de rechten werden overgedragen of de licentienemer moet het werk overeenkomstig de eerlijke beroepsgebruiken exploiteren.

De overdracht van de rechten of de verlening van een licentie betreffende nog onbekende exploitatievormen is nietig, niettegenstaande enige daarmee strijdige bepaling.

§ 2.De overdracht of de licentie van de vermogensrechten betreffende toekomstige werken geldt slechts voor een beperkte tijd en voor zover het genre van de werken waarop de overdracht of de licentie betrekking heeft, bepaald is.

§ 3.Wanneer een auteur werken tot stand brengt ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst of een statuut, kunnen de vermogensrechten worden overgedragen of in licentie gegeven aan de werkgever voor zover uitdrukkelijk in die overdracht of licentieverlening van rechten is voorzien en voor zover de creatie van het werk binnen het toepassingsgebied van de overeenkomst of het statuut valt.

Wanneer een auteur werken tot stand brengt ter uitvoering van een bestelling, kunnen de vermogensrechten worden overgedragen of in licentie gegeven aan degene die de bestelling heeft geplaatst voor zover deze laatste een activiteit uitoefent in de niet-culturele sector of in de reclamewereld, voor zover het werk bestemd is voor die activiteit en uitdrukkelijk in die overdracht of licentieverlening van rechten is voorzien.

In die gevallen zijn paragraaf 1, vierde tot zesde lid, en paragraaf 2 niet van toepassing.

Art. XI.167/1

Wanneer een auteur zijn exclusieve rechten voor de exploitatie van zijn werken heeft overgedragen of in licentie heeft gegeven in het kader van een exploitatieovereenkomst, behoudt hij het recht om een passende en evenredige vergoeding te ontvangen.

Art. XI.167/2

Wanneer een auteur zijn exclusieve rechten voor de exploitatie van zijn werken overdraagt of in licentie geeft in het kader van een exploitatieovereenkomst, bezorgt de persoon aan wie de rechten werden overgedragen of de licentienemer binnen een redelijke termijn na het plaatsvinden van de betrokken exploitatie, op regelmatige basis en ten minste eenmaal per jaar aan de auteur, rekening houdend met de specifieke kenmerken van elke sector, actuele, relevante en volledige informatie betreffende de exploitatie van zijn werken, met name wat betreft de exploitatiewijzen, alle voortgebrachte inkomsten en de verschuldigde vergoeding.

In behoorlijk gemotiveerde gevallen, waarbij de administratieve lasten voortvloeiende uit de transparantieplicht van de persoon aan wie de rechten werden overgedragen of de licentienemer, zoals bedoeld in het eerste lid, onevenredig zijn in het licht van de bij de exploitatie van het werk voortgebrachte inkomsten, kan de transparantieplicht bedoeld in het eerste lid beperkt worden tot het soort en niveau van informatie die in dergelijke gevallen redelijkerwijs mag worden verwacht in de desbetreffende sector.

Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing wanneer de bijdrage van de auteur niet significant is, gelet op het geheel van het werk, tenzij de auteur aantoont dat hij de informatie nodig heeft om zijn rechten uit hoofde van artikel XI.167/3 uit te oefenen en hij met dat doel om de informatie verzoekt.

Teneinde zijn rechten bedoeld in artikel XI.167/3 uit te oefenen, behoudt de auteur evenwel steeds het recht om de in het eerste lid bedoelde informatie op te vragen bij een aangetekende zending met ontvangstbewijs of bij wijze geregeld bij collectieve overeenkomst.

Wanneer de persoon aan wie de rechten werden overgedragen of de licentienemer de bedoelde rechten vervolgens overgedragen heeft of in licentie heeft gegeven aan derden, en hij niet alle informatie bezit die nodig is om te voldoen aan de verplichting bedoeld in het eerste lid, kan de auteur, of zijn vertegenwoordiger, bij een aangetekende zending met ontvangstbewijs aanvullende informatie betreffende de exploitatie van zijn werken vragen aan deze derde of aan de persoon aan wie de rechten werden overgedragen of de licentienemer, die het verzoek van de auteur of zijn vertegenwoordiger doorgeeft aan de derde. Wanneer de auteur of zijn vertegenwoordiger rechtstreeks zijn verzoek wil richten aan de derde, bezorgt de persoon aan wie de rechten werden overgedragen of de licentienemer informatie over de identiteit van de derde aan de auteur of zijn vertegenwoordiger.

De collectieve overeenkomsten bedoeld in artikel XI.167/5 kunnen bepalen of de auteur of zijn vertegenwoordiger zich rechtstreeks moet richten tot de derde of hij zich moet richten tot de persoon aan wie de rechten werden overgedragen of de licentienemer.

Art. XI.167/3

Bij gebrek aan toepasselijke collectieve overeenkomst, zoals bepaald in artikel XI.167/5, die voorziet in een mechanisme dat vergelijkbaar is met het in dit artikel bedoelde mechanisme, kan de auteur, of zijn vertegenwoordiger, van de persoon aan wie de rechten werden overgedragen of van de licentienemer, in het kader van een exploitatieovereenkomst, een aanvullende, passende en billijke vergoeding vorderen wanneer de oorspronkelijk overeengekomen vergoeding onevenredig laag blijkt te zijn in vergelijking met alle relevante daaropvolgende inkomsten die voortvloeien uit de exploitatie van het werk.

Art. XI.167/4

In het kader van een exploitatieovereenkomst moet de persoon aan wie de rechten werden overgedragen of de licentienemer deze exclusieve rechten exploiteren binnen de overeengekomen termijn. Deze termijn mag niet strijdig zijn met de eerlijke beroepsgebruiken, tenzij deze een hogere beschermingsgraad biedt aan de auteur.

Indien de overeenkomst deze termijn niet vaststelt, dan wordt die bepaald overeenkomstig de eerlijke beroepsgebruiken voor het betrokken soort werken. De collectieve overeenkomsten bedoeld in artikel XI.167/5 kunnen deze beroepsgebruiken bepalen.

Indien de persoon aan wie de rechten werden overgedragen of de licentienemer zijn verplichting tot exploitatie niet nakomt binnen de in het eerste en tweede lid gestelde termijnen en daarvoor geen wettige reden van verschoning heeft, kan de auteur zijn overgedragen of in exclusieve licentie gegeven rechten geheel of gedeeltelijk terugnemen of de exclusiviteit van de licentie beëindigen, indien binnen een redelijke termijn of binnen de termijn bepaald in de collectieve overeenkomst zoals bedoeld in artikel XI.167/5 geen gevolg is gegeven aan een ingebrekestelling die bij een aangetekende zending met ontvangstbewijs is opgestuurd.

Het eerste tot het derde lid zijn niet van toepassing:

1°indien het gebrek aan exploitatie van de rechten voornamelijk te wijten is aan omstandigheden waarvan redelijkerwijs verwacht kan worden dat die door de auteur kunnen worden opgelost;

2°indien het werk of de prestatie een bijdrage omvat van meer dan één auteur of uitvoerende kunstenaar, waarbij de individuele bijdrage van de auteur die het herroepingsrecht wil uitoefenen van relatief belang is en de bijdragen en de rechtmatige belangen van alle auteurs en uitvoerende kunstenaars die worden getroffen door de toepassing van het herroepingsmechanisme nadeel zouden ondervinden van de uitoefening van dit recht;

3°indien de auteur het werk tot stand heeft gebracht ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst of een statuut en voor zover de creatie van het werk binnen het toepassingsgebied van de overeenkomst of het statuut valt;

4°indien de auteur het werk tot stand heeft gebracht ter uitvoering van een bestelling waarbij degene die de bestelling heeft geplaatst een activiteit uitoefent in de niet-culturele sector of in de reclamewereld en voor zover het werk bestemd is voor die activiteit;

5°indien een collectieve overeenkomst, zoals bedoeld in artikel XI.167/5, het herroepingsrecht regelt.

Elke contractuele bepaling die afwijkt van wat in dit artikel wordt bepaald, is alleen afdwingbaar als zij voortvloeit uit een collectieve overeenkomst, zoals bedoeld in artikel XI.167/5.

Art. XI.167/5

Bij collectieve overeenkomst kunnen onder meer worden bepaald:

1°de strekking van de overdracht of van de licentieverlening van rechten;

2°de wijze waarop de overdracht of de licentieverlening van rechten plaatsvindt;

3°de nadere regels met betrekking tot de vergoeding voor de overdracht of licentieverlening;

4°de nadere regels met betrekking tot de transparantieplicht bedoeld in artikel XI.167/2;

5°de nadere regels met betrekking tot het mechanisme van aanpassing van contracten bedoeld in artikel XI.167/3;

6°het herroepingsrecht bedoeld in artikel XI.167/4;

7°methodes van alternatieve geschillenbeslechting.

Bij collectieve overeenkomsten wordt steeds een billijk evenwicht tussen de rechten en belangen van elk van de partijen nagestreefd.

De Koning kan, onder de voorwaarden en de procedure die Hij bepaalt, de collectieve overeenkomsten verbindend verklaren ten aanzien van rechthebbenden en gebruikers van dezelfde categorie als deze die de desbetreffende overeenkomsten hebben gesloten. In dit geval gaat Hij na of de partijen bij de overeenkomst paritair vertegenwoordigd waren en of de overeenkomst niet indruist tegen de geldende regelgeving. Indien de Koning vaststelt dat de overeenkomst niet voldoet aan deze voorwaarden, informeert Hij de partijen bij de collectieve overeenkomst over de redenen van deze beslissing.

Art. XI.167/6

De artikelen XI.167 tot XI.167/5 zijn van dwingend recht.

Art. XI.168

Wanneer het auteursrecht onverdeeld is, en onverminderd artikel XI.245/1, § 2, wordt de uitoefening ervan bij overeenkomst geregeld. Bij gebreke van een overeenkomst mag geen van de auteurs het recht afzonderlijk uitoefenen, behoudens rechterlijke beslissing in geval van onenigheid.

Iedere auteur blijft echter vrij om, in zijn naam en zonder tussenkomst van de andere auteurs, wegens inbreuk op het auteursrecht een rechtsvordering in te stellen en voor zijn deel schadevergoeding te eisen.

De rechter kan te allen tijde de machtiging tot publicatie van het werk afhankelijk stellen van de maatregelen die hij nuttig acht; hij kan, op verzoek van de auteur die zich tegen de publicatie verzet, beslissen dat deze niet zal delen in de kosten en baten van de exploitatie of dat zijn naam niet op het werk zal voorkomen.

Art. XI.169

Wanneer een werk door twee of meer personen samen is gemaakt, waarbij duidelijk kan worden opgemaakt welke de individuele bijdrage van ieder der auteurs is, mogen de auteurs behoudens andersluidende bepaling in het kader van dit werk met niemand anders samenwerken.

Zij hebben evenwel het recht om hun bijdrage afzonderlijk te exploiteren, voor zover deze exploitatie het gemeenschappelijke werk niet in het gedrang brengt.

Art. XI.170

De oorspronkelijke auteursrechthebbende is de natuurlijke persoon die het werk heeft gecreëerd.

Tenzij het tegendeel is bewezen, wordt een ieder als auteur aangemerkt wiens naam of letterwoord waarmee hij te identificeren is als dusdanig op het werk, op een reproductie van het werk, of bij een mededeling aan het publiek ervan wordt vermeld.

De uitgever van een anoniem werk of van een werk onder pseudoniem wordt ten aanzien van derden geacht de auteur daarvan te zijn.

Art. XI.171

Na het overlijden van de auteur worden de rechten bedoeld in artikel XI.165, § 1, tijdens de duur van de bescherming van het auteursrecht, uitgeoefend door zijn erfgenamen of legatarissen, tenzij de auteur ze aan een bepaald persoon heeft toegekend, met inachtneming van het wettelijk voorbehouden erfdeel dat aan de erfgenamen toekomt.

De rechten, bedoeld in artikel XI.165, § 2, worden na het overlijden van de auteur, uitgeoefend door zijn erfgenamen of legatarissen, tenzij hij daartoe een welbepaald persoon heeft aangewezen.

Bij onenigheid geldt de regeling van artikel XI.168.