Alle wetboeken › WER

Boek XI - Intellectuele eigendom en bedrijfsgeheimen › Titel 5 - Auteursrecht en naburige rechten

HOOFDSTUK 4 - Mededeling aan het publiek per satelliet, doorgifte via de kabel, doorgifte, uitzending via directe injectie en ondersteunende onlinediensten van omroeporganisaties

XI.220–XI.228/1

Art. XI.220

Overeenkomstig de voorafgaande hoofdstukken en rekening houdend met de hierna volgende bepalingen geldt de bescherming van het auteursrecht en van de naburige rechten tevens voor de satellietomroep.

Art. XI.221

De mededeling aan het publiek per satelliet vindt slechts plaats in de lidstaat van de Europese Unie waar de programmadragende signalen onder controle en verantwoordelijkheid van de omroeporganisatie worden ingevoerd in een ononderbroken mededelingenketen die naar de satelliet en terug naar de aarde loopt.

Indien de mededeling aan het publiek per satelliet plaatsvindt in een Staat die niet tot de Europese Unie behoort en die niet het niveau van bescherming biedt waarin de voorafgaande hoofdstukken voorzien, wordt zij niettemin geacht in de hierna omschreven lidstaat te hebben plaatsgevonden en kunnen de rechten er, naar gelang van het geval, tegen de persoon die het grondstation exploiteert of tegen de omroeporganisatie worden uitgeoefend:

-indien de programmadragende signalen per satelliet worden doorgezonden vanuit een grondstation op het grondgebied van een lidstaat, of

-indien de omroeporganisatie die tot de mededeling aan het publiek opdracht heeft gegeven, haar hoofdvestiging op het grondgebied van een lidstaat heeft.

Art. XI.222

Voor de artikelen XI.220 en XI.221 wordt onder mededeling aan het publiek per satelliet de handeling verstaan waarbij de programmadragende signalen voor ontvangst door het publiek onder controle en verantwoordelijkheid van de omroeporganisatie worden ingevoerd in een ononderbroken mededelingenketen die naar de satelliet en terug naar de aarde loopt. Indien de programmadragende signalen in gecodeerde vorm worden uitgezonden, is er sprake van mededeling aan het publiek per satelliet wanneer de middelen voor het decoderen van de uitzending door of met toestemming van de omroeporganisatie ter beschikking van het publiek worden gesteld.

Art. XI.223

Overeenkomstig de voorafgaande hoofdstukken en rekening houdend met de hierna omschreven nadere regels beschikken alleen de auteur en de houders van de naburige rechten over het recht de doorgifte via de kabel en/of de doorgifte van hun werken en prestaties toe te staan.

Art. XI.224

§ 1.Het recht van de auteur en van de houders van naburige rechten om de doorgifte via de kabel en/of de doorgifte toe te staan of te verbieden, kan uitsluitend door beheersvennootschappen en/of collectieve beheerorganisaties die in België het recht van doorgifte via de kabel en/of van doorgifte beheren, worden uitgeoefend.

§ 2.Indien de auteur of de houders van naburige rechten het beheer van hun rechten niet aan een beheersvennootschap of collectieve beheerorganisatie hebben opgedragen, wordt de beheersvennootschap of collectieve beheerorganisatie die rechten van dezelfde categorie beheert, geacht met het beheer van hun rechten te zijn belast.

Indien de rechten van die categorie door meer dan één beheersvennootschap of collectieve beheerorganisatie worden beheerd, staat het de auteur of de houders van naburige rechten vrij te kiezen welke van die beheersvennootschappen of collectieve beheerorganisaties geacht wordt hun rechten te beheren. Voor hen gelden dezelfde rechten en plichten uit de overeenkomst tussen de exploitant van doorgiftediensten via de kabel of exploitant van doorgiftediensten en de beheersvennootschap of collectieve beheerorganisatie als voor de rechthebbenden die het beheer van hun rechten aan deze beheersvennootschap of collectieve beheersorganisatie hebben opgedragen. Zij kunnen die rechten doen gelden binnen een termijn van drie jaar te rekenen van de datum van doorgifte via de kabel of van doorgifte van hun werk of van hun prestatie.

§ 3.De paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing op de rechten die een omroeporganisatie in het kader van haar eigen uitzendingen uitoefent, ongeacht of het om haar eigen rechten gaat dan wel of deze haar door andere rechthebbenden zijn overgedragen.

Art. XI.225

§ 1.Wanneer een auteur of een uitvoerend kunstenaar zijn recht om de doorgifte via de kabel en/of de doorgifte toe te staan of te verbieden, heeft overgedragen of in licentie heeft gegeven, aan een producent van een audiovisueel werk, behoudt hij het recht op een vergoeding voor de doorgifte via de kabel en/of voor de doorgifte.

§ 2.Het recht op een vergoeding voor de doorgifte via de kabel en/of voor de doorgifte, zoals bepaald in de eerste paragraaf, is onoverdraagbaar en niet vatbaar voor afstand door de auteurs of uitvoerende kunstenaars. Deze bepaling is van dwingend recht.

§ 3.Het beheer van het recht van de auteurs op een vergoeding, zoals bepaald in de eerste paragraaf, kan uitsluitend worden uitgeoefend door beheersvennootschappen en/of collectieve beheerorganisaties die auteurs vertegenwoordigen.

Het beheer van het recht van de uitvoerende kunstenaars op een vergoeding, zoals bepaald in de eerste paragraaf, kan uitsluitend worden uitgeoefend door beheersvennootschappen en/of collectieve beheerorganisaties die uitvoerende kunstenaars vertegenwoordigen.

§ 4....

§ 5.Zolang het uniek platform, bedoeld in artikel XI.228/1 niet opgericht is, kan het recht op een vergoeding, zoals bepaald in de eerste paragraaf, door de beheersvennootschappen en/of collectieve beheerorganisaties rechtstreeks van de exploitanten van doorgiftediensten via de kabel en/of de exploitanten van doorgiftediensten gevorderd worden.

Art. XI.226

Overeenkomstig de voorafgaande hoofdstukken en rekening houdend met de hierna omschreven nadere regels, beschikken alleen de auteur en de houders van de naburige rechten over het recht de mededeling aan het publiek via directe injectie van hun werken en prestaties toe te staan.

Art. XI.226/1

Indien een omroeporganisatie haar programmadragende signalen via directe injectie aan een distributeur van signalen overbrengt, zonder dat zijzelf deze programmadragende signalen gelijktijdig en direct uitzendt naar het publiek, en de distributeur van signalen deze programmadragende signalen aan het publiek uitzendt, worden de omroeporganisatie en de distributeur van signalen geacht samen één enkele handeling van mededeling aan het publiek via directe injectie te verrichten, waarvoor zij toestemming van de rechthebbenden verkrijgen.

Niettegenstaande het eerste lid, zijn de omroeporganisatie en de distributeur van signalen elk slechts gehouden tot hun respectievelijke bijdrage in deze handeling van mededeling aan het publiek. De bijdrage van de omroeporganisatie bestaat erin haar programmadragende signalen over te brengen aan een distributeur van signalen zonder dat de omroeporganisatie zelf deze programmadragende signalen gelijktijdig en direct uitzendt naar het publiek. De bijdrage van de distributeur van signalen bestaat erin om die programmadragende signalen uit te zenden aan het publiek.

De toestemming van de rechthebbenden moet verkregen worden voor elk van de respectievelijke bijdragen van de omroeporganisatie en de distributeur van signalen in de handeling van mededeling aan het publiek via directe injectie.

Art. XI.227

§ 1.Het recht van de auteur en van de houders van naburige rechten om toestemming te verlenen of te weigeren voor de mededeling aan het publiek via directe injectie..., kan uitsluitend door beheersvennootschappen en/of collectieve beheerorganisaties die in België het recht van mededeling aan het publiek via directe injectie beheren, worden uitgeoefend.

§ 2.Indien de auteur of de houders van naburige rechten het beheer van hun rechten niet aan een beheersvennootschap of collectieve beheerorganisatie hebben opgedragen, wordt de beheersvennootschap of collectieve beheerorganisatie die rechten van dezelfde categorie beheert, geacht met het beheer van hun rechten te zijn belast.

Indien de rechten van die categorie door meer dan één beheersvennootschap of collectieve beheerorganisatie worden beheerd, staat het de auteur of de houders van naburige rechten vrij te kiezen welke van die beheersvennootschappen of collectieve beheerorganisaties geacht wordt hun rechten te beheren. Voor hen gelden dezelfde rechten en plichten uit de overeenkomst tussen de distributeurs van signalen, de omroeporganisaties en de beheersvennootschap of collectieve beheerorganisatie als voor de rechthebbenden die het beheer van hun rechten aan deze beheersvennootschap of collectieve beheerorganisatie hebben opgedragen. Zij kunnen die rechten doen gelden binnen een termijn van drie jaar te rekenen van de datum van de mededeling aan het publiek, via directe injectie, van hun werk of van hun prestatie.

§ 3.De paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing op de rechten die een omroeporganisatie in het kader van haar eigen uitzendingen uitoefent, ongeacht of het om haar eigen rechten gaat dan wel of deze haar door andere rechthebbenden zijn overgedragen, noch op de rechten waarvan de producenten houder zijn ten aanzien van omroeporganisaties.

Art. XI.227/1

§ 1.Wanneer een auteur of een uitvoerend kunstenaar zijn recht om de mededeling aan het publiek via directe injectie toe te staan of te verbieden, heeft overgedragen of in licentie heeft gegeven, aan een producent van een audiovisueel werk, behoudt hij het recht op een vergoeding voor de mededeling aan het publiek via directe injectie.

§ 2.Het recht op een vergoeding voor de mededeling aan het publiek via directe injectie, zoals bepaald in de eerste paragraaf, is onoverdraagbaar en niet vatbaar voor afstand door de auteurs of uitvoerende kunstenaars. Deze bepaling is van dwingend recht.

§ 3.Het beheer van het recht van de auteurs op een vergoeding, zoals bepaald in de eerste paragraaf, kan uitsluitend worden uitgeoefend door beheersvennootschappen die auteurs vertegenwoordigen.

Het beheer van het recht van de uitvoerende kunstenaars op een vergoeding, zoals bepaald in de eerste paragraaf, kan uitsluitend worden uitgeoefend door beheersvennootschappen die uitvoerende kunstenaars vertegenwoordigen.

§ 4.Zolang het uniek platform, bedoeld in artikel XI.228/1, niet opgericht is, kan het recht op een vergoeding, zoals bepaald in de eerste paragraaf, door de beheersvennootschappen rechtstreeks van de omroeporganisaties en distributeurs van signalen gevorderd worden.

Art. XI.227/1/1

§ 1.Worden voor de uitoefening van de auteursrechten en naburige rechten die relevant zijn voor de hiernavolgende handelingen, geacht uitsluitend plaats te vinden in de lidstaat van de Europese Unie waar de omroeporganisatie haar hoofdvestiging heeft:

1°de handelingen van mededeling aan het publiek van werken of prestaties, per draad of draadloos, en van beschikbaarstelling aan het publiek van werken of prestaties, per draad of draadloos, op zodanige wijze dat deze voor leden van het publiek op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegankelijk zijn, die plaatsvinden bij het verstrekken aan het publiek van:

a)radioprogramma's; en

b)televisieprogramma's, met uitzondering van uitzendingen van sportevenementen en werken of prestaties die daarin opgenomen zijn, die:

i)nieuws- en actualiteitenprogramma's betreffen; of

ii) volledig door de omroeporganisatie zijn gefinancierd,

in een ondersteunende onlinedienst door of onder controle en verantwoordelijkheid van een omroeporganisatie; en

2°de handelingen tot reproductie van dergelijke werken of prestaties die noodzakelijk zijn voor de verlening van, de toegang tot of het gebruik van een dergelijke onlinedienst voor dezelfde programma's.

§ 2.Bij de vaststelling van het bedrag van de betalingen voor de in paragraaf 1 bedoelde rechten, nemen de partijen alle aspecten van de ondersteunende onlinedienst in acht, zoals de kenmerken van die dienst, waaronder de duur van de onlinebeschikbaarheid van de in die dienst aangeboden programma's, het luisteraars- of kijkerspubliek en de aangeboden taalversies.

Het eerste lid staat er niet aan in de weg dat het bedrag van de betalingen wordt berekend op basis van de inkomsten van de omroeporganisatie.

§ 3.Paragraaf 1 doet geen afbreuk aan de contractuele vrijheid van de partijen om de exploitatie van de in diezelfde paragraaf bedoelde rechten te beperken.

Art. XI.227/2

§ 1.Onverminderd de overige wettelijke en reglementaire informatievoorschriften wisselen de producenten, de beheersvennootschappen, de collectieve beheerorganisaties, de exploitanten van satellietgrondstations, de omroeporganisaties, de exploitanten van doorgiftediensten via de kabel, de exploitanten van doorgiftediensten en de distributeurs van signalen tijdig de passende en toereikende informatie uit in het kader van de volgende doeleinden:

1°de vaststelling van het betrokken type van exploitatiehandeling zoals de uitzending, de mededeling aan het publiek per satelliet, de doorgifte via de kabel, de doorgifte, de mededeling aan het publiek via directe injectie en/of de ondersteunende onlinedienst;

2°de vaststelling van de relevante economische grondslagen voor de berekening van de vergoedingen;

3°de vaststelling van de omvang van reeds geïnde en te innen vergoedingen voor de in de bepaling onder 1° genoemde exploitatiehandelingen, teneinde anomalieën betreffende betalingen van rechten te vermijden in hoofde van omroeporganisaties, exploitanten van doorgiftediensten via de kabel, exploitanten van doorgiftediensten en distributeurs van signalen.

§ 2.Na overleg met de leden van het Overlegcomité, bedoeld in artikel XI.282, § 3, kan de Koning vaststellen:

1°de voorwaarden en nadere regels voor de informatie-uitwisseling bedoeld in paragraaf 1, daaronder begrepen de aard van de uitgewisselde informatie, de personen die de informatie aanleveren en de personen die de informatie ontvangen. De Koning kan vaststellen dat de informatie-uitwisseling, bedoeld in paragraaf 1, kan geschieden via tussenkomst van de FOD Economie;

2°aanbevelingen voor de tariferings- en inningsregels voor de rechten voor de exploitatiehandelingen bedoeld in paragraaf 1.

Art. XI.228

§ 1.Wanneer er geen overeenkomst betreffende de toestemming voor de mededeling aan het publiek per satelliet, de doorgifte via de kabel, de doorgifte, de mededeling aan het publiek via directe injectie en/of de ondersteunende onlinedienst kan worden gesloten, kunnen de partijen in onderling akkoord een beroep doen op een of meer bemiddelaars.

§ 2.De bemiddelaar of de bemiddelaars worden aangewezen volgens de bepalingen van het zevende deel van het Gerechtelijk Wetboek, die van toepassing zijn op de aanwijzing van bemiddelaars. Zij moeten hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid kunnen waarborgen. Zij moeten bijstand verlenen bij het voeren van onderhandelingen en kunnen voorstellen doen na de betrokken partijen te hebben gehoord. De voorstellen worden ter kennis gebracht bij ter post aangetekende zending met ontvangstbewijs.

§ 3.Indien binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de kennisgeving geen van de betrokken partijen zich door middel van een kennisgeving aan de andere partijen in dezelfde vorm tegen de voorstellen van de bemiddelaar of de bemiddelaars, heeft verzet, worden zij geacht die voorstellen te hebben aanvaard.

Art. XI.228/1

Onverminderd het tweede lid, voorzien de omroeporganisaties die voor hun eigen uitzendingen het recht uitoefenen om de doorgifte via de kabel, de doorgifte of de mededeling aan het publiek via directe injectie toe te staan, zoals bedoeld in de artikelen XI.223 en XI.226, de beheersvennootschappen die de rechten beheren om de doorgifte via de kabel, de doorgifte en de mededeling aan het publiek via directe injectie toe te staan of te verbieden, zoals bedoeld in de artikelen XI.224, § 1, en XI.227, § 1, en de beheersvennootschappen die het recht op een vergoeding voor de doorgifte via de kabel, de doorgifte en voor de mededeling aan het publiek via directe injectie zoals bedoeld in de artikelen XI.225, § 1, en XI.227/1, § 1, beheren, in een uniek platform voor de inning van voornoemde rechten.

Na advies van het overlegcomité, bepaalt de Koning de voorwaarden waaraan dit platform moet voldoen. Hij kan op basis van objectieve criteria de samenstelling en draagwijdte van het uniek platform beperken onder andere wat betreft bepaalde categorieën van rechthebbenden.

Na advies van het overlegcomité, bepaalt de Koning de datum waarop het uniek platform van toepassing wordt.