Alle wetboeken › WER

Boek XI - Intellectuele eigendom en bedrijfsgeheimen › Titel 1 - Uitvindingsoctrooien › HOOFDSTUK 3 - Vertegenwoordiging voor de Dienst

Afdeling 1 - Verplichting tot vertegenwoordiging

XI.62–XI.64

Art. XI.62

§ 1.Onder voorbehoud van de in paragraaf 2, en de in paragraaf 3, eerste lid, voorziene bepalingen is niemand ertoe verplicht zich, inzake uitvindingsoctrooien, voor de Dienst te doen vertegenwoordigen.

§ 2.De natuurlijke personen en de rechtspersonen die inzake uitvindingsoctrooien voor de Dienst door de tussenkomst van een derde wensen op te treden, moeten een beroep doen op een erkende gemachtigde.

§ 3.De natuurlijke personen en de rechtspersonen die woonplaats noch werkelijke vestiging in een lidstaat... hebben, moeten, om voor de Dienst inzake uitvindingsoctrooien op te treden, vertegenwoordigd worden door een erkende gemachtigde en via zijn tussenkomst optreden.

De natuurlijke en rechtspersonen bedoeld in het eerste lid, mogen zelf optreden voor de Dienst voor de volgende procedures:

1°het indienen van een aanvraag ten behoeve van de toekenning van een datum van indiening;

2°het betalen van een taks;

3°het indienen van een afschrift van een eerdere aanvraag;

4°de afgifte van een bewijs van ontvangst of een kennisgeving door de Dienst ten aanzien van een procedure als bedoeld onder 1°, 2° en 3°.

§ 4.Jaartaksen kunnen door iedereen worden betaald.

§ 5....

§ 6.De natuurlijke en rechtspersonen die hun woonplaats of een werkelijke vestiging in een lidstaat... hebben, kunnen inzake uitvindingsoctrooien, voor de Dienst door tussenkomst van één van hun werknemers optreden; deze moet over een volmacht beschikken, doch behoeft geen erkend gemachtigde te zijn. De Koning kan bepalen of en onder welke voorwaarden de werknemer van een bij deze paragraaf voorziene rechtspersoon ook nog voor andere rechtspersonen kan optreden die in een lidstaat... een werkelijke vestiging hebben en die economische banden hebben met die bedoelde rechtspersoon.

§ 7.Bijzondere bepalingen betreffende gemeenschappelijke vertegenwoordiging van gezamenlijk optredende partijen kunnen door de Koning vastgesteld worden.

§ 8.Voor de toepassing van dit hoofdstuk, is de proceduretaal en de taal voor de correspondentie aan de Dienst, de taal die door de octrooiaanvrager of de octrooihouder op basis van de regels inzake taalgebruik dient gebruikt te worden.

Indien er meerdere octrooiaanvragers zijn, is de proceduretaal en de taal voor de correspondentie aan de Dienst de taal die de octrooiaanvragers gekozen hebben uit de talen die in principe door elk van hen, individueel beschouwd, moeten worden gebruikt op de datum van indiening van het verzoek tot verlening van het octrooi.

Art. XI.63

Onverminderd de bepalingen van de wet van 8 juli 1977 houdende goedkeuring van bepaalde internationale akten inzake uitvindingsoctrooien, en onverminderd artikel XI.91, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk ook van toepassing op de depots van de octrooiaanvragen ingediend overeenkomstig deze internationale akten evenals op alle andere handelingen die verband houden met deze aanvragen of met de octrooien die op deze aanvragen zijn verleend.

Art. XI.64

§ 1.Wanneer aan een of meer door de artikelen XI.62 en XI.63 gestelde vereisten niet wordt voldaan, geeft de Dienst de persoon die de handeling heeft gesteld, hiervan kennis, waarbij hem de gelegenheid wordt geboden binnen de door de Koning vastgestelde termijn alsnog aan dergelijke vereisten te voldoen en commentaar te leveren.

§ 2.Wanneer niet wordt voldaan aan een of meer van de door de artikelen XI.62 en XI.63 gestelde vereisten binnen de door de Koning vastgestelde termijn overeenkomstig paragraaf 1, is de verrichte handeling van rechtswege nietig.

§ 3.De onverschuldigd betaalde taksen worden terugbetaald.