Elke persoon die zich in België vestigt om er het beroep van octrooigemachtigde uit te oefenen, dient voorafgaandelijk aan deze uitoefening ingeschreven te zijn in het register van erkende gemachtigden bedoeld in artikel XI.65.
Boek XI - Intellectuele eigendom en bedrijfsgeheimen › Titel 1 - Uitvindingsoctrooien › HOOFDSTUK 3 - Vertegenwoordiging voor de Dienst
Afdeling 2 - Toegang tot het beroep van octrooigemachtigde
XI.64/1–XI.64/5
Art. XI.64/2
Kunnen in dezelfde hoedanigheid als een erkende gemachtigde optreden voor de Dienst:
1°elke octrooigemachtigde die aan de voorwaarden van artikel XI.64/3 voldoet en die lid is van het Instituut voor Octrooigemachtigden bedoeld in artikel XI.75/3, § 1;
2°elke octrooigemachtigde die aan de voorwaarden van artikel XI.64/4 voldoet;
3°elke advocaat die ingeschreven is op het tableau van de Orde of op de lijst van stagiairs;
4°elke advocaat die onderdaan is van een lidstaat en die bevoegd is dit beroep uit te oefenen in een lidstaat;
5°elke advocaat die krachtens een wet of een internationale overeenkomst gemachtigd is in België dit beroep uit te oefenen.
Art. XI.64/3
Elke persoon die onderdaan is van een lidstaat, die op wettige wijze is gevestigd in een lidstaat om er het beroep van octrooigemachtigde uit te oefenen, en die zich voor het eerst naar het Belgisch grondgebied begeeft om er tijdelijk of incidenteel het beroep van octrooigemachtigde uit te oefenen, dient voorafgaandelijk aan deze uitoefening daartoe te voldoen aan de volgende voorwaarden:
1°als het beroep van octrooigemachtigde niet gereglementeerd is in de lidstaat van vestiging, dit beroep te hebben uitgeoefend in een of meer lidstaten gedurende ten minste een jaar tijdens de tien jaar die voorafgaan aan de dienstverrichting;
2°een schriftelijke verklaring te hebben ingediend, waarvan de Koning de vereiste inhoud, de bestemmeling en de overige nadere regels bepaalt.
De schriftelijke verklaring wordt eenmaal per jaar verlengd indien de dienstverrichter voornemens is om gedurende dat jaar in België tijdelijk of incidenteel diensten te verrichten. De dienstverrichter mag de verklaring met alle middelen aanleveren.
Het tijdelijke of incidentele karakter van de dienstverrichting wordt per geval door de raad van het Instituut voor Octrooigemachtigden, bedoeld in artikel XI.75/3, § 1, beoordeeld, met name in het licht van de duur, de frequentie, de regelmaat en de continuïteit ervan.
Voor de eerste dienstverrichting, of indien zich een wezenlijke verandering heeft voorgedaan in de door de documenten gestaafde situatie, bezorgt de dienstverrichter eveneens de documenten voorzien in artikel 9, § 2, a) tot en met d), van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een algemeen kader voor de erkenning van EU-beroepskwalificaties.
Art. XI.64/4
Elke persoon die onderdaan is van een lidstaat, die op wettige wijze is gevestigd in een lidstaat om er het beroep van octrooigemachtigde uit te oefenen, en die voor het eerst het beroep van octrooigemachtigde in België uitoefent zonder zich naar het Belgisch grondgebied te begeven, dient voorafgaandelijk aan deze uitoefening daartoe te voldoen aan de volgende voorwaarden:
1°als het beroep van octrooigemachtigde niet gereglementeerd is in de lidstaat van vestiging, dit beroep te hebben uitgeoefend in een of meer lidstaten gedurende ten minste een jaar tijdens de tien jaar die voorafgaan aan de dienstverrichting;
2°een schriftelijke verklaring te hebben ingediend, waarvan de Koning de vereiste inhoud, de bestemmeling en de overige nadere regels bepaalt.
Voor de eerste dienstverrichting, of indien zich een wezenlijke verandering heeft voorgedaan in de door de documenten gestaafde situatie, bezorgt de dienstverrichter eveneens de documenten voorzien in artikel 9, § 2, a) tot en met d), van de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een algemeen kader voor de erkenning van EU-beroepskwalificaties.
Art. XI.64/5
De Koning neemt de maatregelen die, inzake de vrije dienstverrichting van een octrooigemachtigde voor de Dienst in de zin van de artikelen XI.64/3 en XI.64/4, nodig zijn voor de uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit de volgende internationale teksten of uit de bepalingen uitgevaardigd krachtens deze teksten:
1°het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
2°de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.