Alle wetboeken › Sw. 2024

Boek II De gemeenrechtelijke misdrijven en hun straffen › Titel 8 Misdrijven tegen de Staat en zijn functioneren

Hoofdstuk 3 Misdrijven tegen de internationale betrekkingen

614–624

Art. 614

Aanslag op de persoon van een buitenlands staatshoofd

De aanslag op de persoon van een buitenlands staatshoofd is elke aanslag die gericht is tegen de persoon van een buitenlands staatshoofd.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 5.

Art. 615

Voorbereiding van een aanslag tegen een buitenlands staatshoofd

De voorbereiding van een aanslag tegen een buitenlands staatshoofd is elke samenspanning tegen het leven of de persoon van een buitenlands staatshoofd die is gevolgd door enige opzettelijk aangenomen gedraging om de uitvoering ervan voor te bereiden.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.

Art. 616

Voorbereiding van een aanslag tegen de staatsordening van een vreemde staat

De voorbereiding van een aanslag tegen de staatsordening van een vreemde staat is elke samenspanning met het oogmerk om de grondwettelijke staatsordening van een vreemde staat te vernietigen of te wijzigen, dan wel om de inwoners van een ander land de wapens te doen opnemen tegen het grondwettelijk gezag van dat land, en die is gevolgd door enige opzettelijk aangenomen gedraging om de uitvoering ervan voor te bereiden.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.

Art. 617

Strafuitsluitende verschoningsgronden

De persoon die voor het plegen van een aanslag en voor het aanvangen van enige vervolging een samenspanning of voorbereiding van een aanslag tegen een buitenlands staatshoofd of de staatsordening van een vreemde staat en alle informatie waarover hij beschikt omtrent de omstandigheden en de daders van het misdrijf aan de overheid ter kennis brengt, wordt niet gestraft.

Onverminderd de gevallen waarin dit aanleiding geeft tot verval van de strafvordering, wordt evenmin gestraft de persoon die voor een in het eerste lid bedoelde feit wordt vervolgd wanneer de verdachte in het buitenland reeds werd vervolgd en op tegenspraak veroordeeld.

Art. 618

Gewelddaden gepleegd op een diplomatieke of consulaire ambtenaar

Gewelddaden gepleegd op een diplomatieke of consulaire ambtenaar zijn de in artikel 193 bedoelde gewelddaden gepleegd op een bij de Belgische regering of een in België gevestigde internationale publiekrechtelijke organisatie geaccrediteerde diplomatieke of consulaire ambtenaar naar aanleiding van de uitoefening van deze functie.

Dit misdrijf wordt bestraft zoals gewelddaden gepleegd op een persoon met een maatschappelijke functie.

Art. 619

Smaad aan een diplomatieke of consulaire ambtenaar

Smaad aan een diplomatieke of consulaire ambtenaar is het misdrijf bedoeld in artikel 247, gepleegd op een bij de Belgische regering of een in België gevestigde internationale publiekrechtelijke organisatie geaccrediteerde diplomatieke of consulaire ambtenaar naar aanleiding van de uitoefening van deze functie.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.

Art. 620

Brandstichting, vernieling door ontploffing of overstroming en vandalisme aan diplomatieke of consulaire infrastructuur

Brandstichting, vernieling door ontploffing of overstroming of vandalisme aan diplomatieke of consulaire infrastructuur is het plegen van brandstichting, van vernieling door ontploffing of overstroming of van vandalisme, zoals gedefinieerd in hoofdstuk 2 van titel 6, ten aanzien van de officiële gebouwen, de particuliere woning of de vervoermiddelen van een bij de Belgische regering of bij een in België gevestigde internationale publiekrechtelijke organisatie geaccrediteerde diplomatieke of consulaire ambtenaar.

Dit misdrijf wordt bestraft zoals de brandstichting, vernieling door ontploffing of overstroming of vandalisme, gepleegd op een goed met een bijzonder belang.

Art. 621

Huurlingschap

Huurlingschap is het opzettelijk dienstnemen, vertrekken of doorreizen, alsook de poging daartoe, met het oog op het dienstnemen bij een vreemd leger of troepenmacht die zich op het grondgebied van een vreemde staat bevindt in de gevallen bepaald in een met redenen omkleed besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.

Art. 622

Werven van huurlingen

Werven van huurlingen is het opzettelijk, buiten de militaire technische bijstand die een staat aan een vreemde staat verleent en onverminderd de internationale verplichtingen van een staat of zijn deelneming aan internationale politieoperaties waartoe besloten wordt door publiekrechtelijke instellingen waarvan de staat lid is, aanwerven van personen ten behoeve van een vreemd leger of troepenmacht die zich op het grondgebied van een vreemde staat bevindt en het stellen van handelingen die zulke aanwerving kunnen uitlokken of vergemakkelijken, alsook de poging daartoe.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.

Art. 623

Uitsluiting van strafbaarheid

De strafbaarstellingen uit deze afdeling zijn niet van toepassing in geval van:

1°aanwerving door een staat van zijn eigen onderdanen, of;

2°aanwerving door een staat, op zijn grondgebied, van een vreemdeling als regelmatig lid van de strijdkrachten van die staat, op een andere wijze dan in het kader van militaire technische bijstand die een staat aan een andere staat verleent en onverminderd de internationale verplichtingen van die staat of zijn deelneming aan internationale politieoperaties waartoe besloten wordt door publiekrechtelijke instellingen waarvan het lid is, onverminderd de toepassing van artikel 624.

Art. 624

Werven van een minderjarige voor een vreemd leger

Werven van een minderjarige voor een vreemd leger is het opzettelijk verkrijgen van een minderjarige dat deze dienst neemt in een vreemd leger of een vreemde troep, zonder de toestemming van zijn ouders of voogd, alsook de poging daartoe.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.