Boek II De gemeenrechtelijke misdrijven en hun straffen › Titel 8 Misdrijven tegen de Staat en zijn functioneren › Hoofdstuk 2 Misdrijven tegen de landsverdediging en de essentiële belangen van België
Afdeling 7 Aangifte aan de vijand
597–600
Art. 597
Aangifte aan de vijand
Aangifte aan de vijand is het met kwaad opzet of met het oogmerk de vijand te ondersteunen, blootstellen van een persoon aan opsporingen, vervolgingen of sanctionering vanwege de vijand, door aangifte van een echt of denkbeeldig feit.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.
Art. 598
Aangifte aan de vijand met langdurige vrijheidsberoving tot gevolg
Indien de aangifte aan de vijand een vrijheidsberoving van meer dan een maand tot gevolg heeft, zonder dat deze is veroorzaakt door een andere aangifte, wordt dit misdrijf bestraft met een straf van niveau 4.
Art. 599
Aangifte aan de vijand met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg
Indien de aangifte aan de vijand een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg heeft, zonder dat deze is veroorzaakt door een andere aangifte, wordt dit misdrijf bestraft met een straf van niveau 5.
Art. 600
Aangifte aan de vijand met de dood tot gevolg
Indien de aangifte aan de vijand de dood tot gevolg heeft, zonder dat deze is veroorzaakt door een andere aangifte en zonder dat de dader deze aangifte deed met het oogmerk de dood te veroorzaken, wordt dit misdrijf bestraft met een straf van niveau 6.