(§ 1.) Eens het voormelde recht op geneeskundige verstrekkingen is ingegaan op de wijze, omschreven in artikel 129, is de verdere toekenning van het recht, die onderworpen is aan de voorwaarden vastgesteld in artikel 123 van de gecoördineerde wet, tevens onderworpen aan de voorwaarde dat de hoedanigheid van gerechtigde als bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1° tot 16°, 20°, 21°, 22° en 24° van de gecoördineerde wet nog bestond in het laatste kwartaal van het refertejaar of in de loop van het daaropvolgende kalenderjaar.
De voormelde toekenning van recht kan slechts gebeuren, indien de bijdrageverplichtingen in verband met het refertejaar werden nagekomen, en zulks uiterlijk op 31 december van het daaropvolgende vijfde kalenderjaar.
(In afwijking van het eerste lid wordt het recht op geneeskundige verzorging verlengd vanaf de eerste dag van het kalenderkwartaal in de loop waarvan opnieuw een hoedanigheid van gerechtigde wordt verworven voor zover die hoedanigheid tijdens de geldigheidsduur van een reeds bestaande inschrijving werd verworven en voor zover de bijdrageplicht met betrekking tot het refertejaar werd vervuld. Dat recht wordt aldus verlengd tot het einde van het lopende jaar.)
In afwijking van de vorige leden wordt het recht op geneeskundige verzorging in de hoedanigheid van gerechtigde als bedoeld in artikel 32, eerste lid, 24°, van de gecoördineerde wet slechts verlengd vanaf de dag van verwerving van deze hoedanigheid.
(§ 2. Het recht kan eveneens worden verlengd voor 2008 indien er tijdens het laatste kwartaal van 2006 of in de loop van 2007 een hoedanigheid van gerechtigde bestond krachtens het koninklijk besluit van 29 december 1997 houdende de voorwaarden waaronder de toepassing van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, tot de zelfstandigen en de leden van de kloostergemeenschappen wordt verruimd, zoals het op 31 december 2007 van toepassing was, en indien de bijdrageplicht voor 2006, opgelegd bij hetzelfde besluit, voor de verlenging van het recht werd vervuld.)
(§ 3. Evenzo kan het recht ook voor 2009 worden verlengd indien tijdens het laatste kwartaal van 2007 of in de loop van 2008 een hoedanigheid van gerechtigde bestond krachtens het voormelde koninklijk besluit van 29 december 1997 en indien de bijdrageplicht voor 2007, opgelegd bij hetzelfde besluit, voor de verlenging van het recht werd vervuld.)