Alle wetboeken › KB ZIV

TITEL II - Verzekering voor geneeskundige verzorging. › HOOFDSTUK III - Voorwaarden tot toekenning van de prestaties.

Afdeling II - Wachttijd voor het recht op geneeskundige verstrekkingen.

130

Art. 130

§ 1.De gerechtigden waarvan de inschrijving of aansluiting moet worden beschouwd als een herinschrijving of heraansluiting zoals bedoeld in artikel 252, laatste lid en waarvan de geldigheid van de vorige inschrijving vervallen is omwille van de niet-nakoming van de persoonlijke bijdrageverplichtingen die gesteld worden in verband met het recht op tegemoetkomingen, moeten een wachttijd van zes maanden volbrengen die aanvangt op de datum waarop de herinschrijving of heraansluiting uitwerking heeft.

Binnen de maand die volgt op het einde van de wachttijd worden voor de gerechtigden bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1° van de gecoördineerde wet, de gegevens overgemaakt bedoeld in artikel 277, weliswaar beperkt tot de duur van de wachttijd, volgens de procedure vermeld in laatstgenoemd artikel.

Binnen de maand die volgt op het einde van de wachttijd wordt voor de gerechtigden die niet zijn bedoeld in het vorige lid een document afgegeven door de instanties of de personen die voor de betrokken gerechtigden de bijdragebescheiden bedoeld in artikel 276, §1, afleveren en dat dezelfde gegevens bevat als deze bijdragebescheiden, weliswaar beperkt tot de duur van de wachttijd.

De gerechtigde levert het in het vorige lid bedoeld document of de papieren bijdragebon die hij desgevallend in toepassing van artikel 277, §1, ontvangt, in bij zijn verzekeringsinstelling binnen de twee maanden na het einde van de wachttijd.

De verzekeringsinstelling gaat na of op basis van de hiervoor vermelde gegevens of documenten, de minimumwaarde, gesteld voor het tijdvak van de wachttijd, bereikt wordt in het kader van de verzekering voor geneeskundige verzorging, en desgevallend, van de uitkeringsverzekering; zij vordert eventueel een aanvullende bijdrage, volgens de regels vermeld in artikel 290. Zij gaat hierbij uit van de helft van het jaarlijks minimumloon, alsmede van de noemer 120.

De wachttijd is vervuld indien de minimumwaarde bereikt wordt in het kader van de verzekering voor geneeskundige verzorging....

(lid 7 opgeheven)

§ 2.De bepalingen van §1 zijn evenwel niet van toepassing op:

1.de personen die in de zes maanden voorafgaand aan hun heraansluiting of herinschrijving tegemoetkomingen voor geneeskundige verzorging ten laste van een Belgische overheid konden genieten;

2.de personen die in de zes maanden voorafgaand aan hun heraansluiting of herinschrijving rechthebbende waren in een stelsel van verzekering voor geneeskundige verzorging georganiseerd door een land van de Europese Economische Ruimte of van een staat waarmee België een akkoord inzake sociale zekerheid heeft gesloten in verband met de samentelling van de verzekeringstijdvakken;

3.de personen die in België hun hoofdverblijfplaats hebben en die, in de zes maanden voor afgaand aan hun heraansluiting of herinschrijving, onder de toepassing vallen van een statuut van een instelling van internationaal of Europees recht, gevestigd in België, of waarbij ze in België tewerkgesteld waren, dat een tegemoetkoming voorziet in de kosten van gezondheidszorgen;

4.de personen die zich in de loop van de zes maanden voorafgaand aan hun heraansluiting of herinschrijving in het buitenland bevonden voor het vervullen van een zending in opdracht van hun werkgever of geestelijke overheid;

5.de gerechtigden voor wie erkend wordt dat zij zich in een behartigenswaardige toestand bevinden die als dusdanig wordt erkend door de verzekeringsinstelling en vervolgens door de Leidend ambtenaar van de Dienst voor administratieve controle, de gerechtigden bedoeld in artikel 32, eerste lid, 13° van de gecoördineerde wet, kinderen met een handicap waarvan de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66 % is vastgesteld door een arts van de Directie-generaal Personen met een Handicap van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, alsmede de personen die aantonen dat zij één van de volgende voordelen genieten:

a)het leefloon ingesteld bij de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie;

b)steun die geheel of gedeeltelijk door de federale overheid wordt ten laste genomen op grond van de artikelen 4 en 5 van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;

c)de inkomensgarantie voor ouderen ingesteld bij de wet van 22 maart 2001;

d)het gewaarborgd inkomen voor bejaarden ingesteld bij de wet van 1 april 1969, alsook het behoud van het recht op de rentebijslag;

e)een tegemoetkoming die wordt toegekend aan een persoon met een handicap krachtens de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;

6.de personen die de hoedanigheid van gerechtigde hebben als bedoeld in artikel 32, eerste lid, 7° tot 11° sexies, 16°, 20° en 24° van de voormelde gecoördineerde wet.

Voor de toepassing van de punten 5 en 6 moet de persoon het voordeel genieten of zich in de toestand bevinden op de datum van de aanvraag tot herinschrijving of binnen de zes maanden te rekenen van de datum waarop de herinschrijving uitwerking heeft.