Alle wetboeken › KB ZIV

TITEL II - Verzekering voor geneeskundige verzorging. › HOOFDSTUK III - Voorwaarden tot toekenning van de prestaties.

Afdeling I - Nadere regelen inzake de opening van het recht op geneeskundige verstrekkingen.

129

Art. 129

Het recht op geneeskundige verstrekkingen, zoals omschreven in titel III van de gecoördineerde wet, wordt voor de gerechtigden bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1° tot 16°, 20°, 21°, 22° en 24° van de voormelde gecoördineerde wet geopend op de datum waarop de inschrijving of de aansluiting in de hoedanigheid van gerechtigde bij een verzekeringsinstelling uitwerking heeft, zoals bedoeld in artikel 252, en wordt behouden tot 31 december van het kalenderjaar dat volgt op dat waarin het recht wordt geopend.

Ingeval de inschrijving of aansluiting moet worden beschouwd als een herinschrijving of heraansluiting zoals bedoeld in artikel 252, laatste lid, gaat het voormelde recht in op de datum waarop de herinschrijving of heraansluiting uitwerking heeft, behalve indien het gaat om een gerechtigde die ertoe gehouden is de wachttijd, bepaald in artikel 130 te vervullen. In dat laatste geval wordt het recht op prestaties slechts geopend op de dag na de vervulling van de wachttijd en wordt het behouden tot 31 december van het kalenderjaar dat volgt op dat waarin het recht wordt geopend. De bijdrageverplichtingen in verband met de wachttijd moeten zijn vervuld, uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op dat waarin het recht op tegemoetkomingen, na vervulling van de wachttijd, kan worden geopend. Indien de wachttijd niet werd vervuld, en het recht op tegemoetkomingen niet kan worden toegekend voor de zoëven vermelde periode van opening van recht, kan het recht op tegemoetkomingen voor het daaropvolgende jaar slechts worden toegekend onder de voorwaarden, vermeld in artikel 131.

(De gerechtigden van wie het recht in 2007 werd geopend overeenkomstig artikel 26 van het koninklijk besluit van 29 december 1997 houdende de voorwaarden waaronder de toepassing van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, tot de zelfstandigen en de leden van de kloostergemeenschappen wordt verruimd, zoals het op 31 december 2007 van toepassing was, hebben recht op de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging voor alle verstrekkingen die in artikel 34 zijn opgesomd.)